alert = afa

Home
Inhoud 1-2011
Zoeken

Lonsdale News

Alert!
Postbus 2884
3500 GW Utrecht
alertafa@xs4all.nl
PGP-key

xml

printversie

Wat is de valse schijn van de Partij voor de Vrijheid?

Joop Maassen

In welke zin kunnen we de titel van het boek "De schijn-élite van de valse munters" betrekken op de PVV en haar politiek secretaris Martin Bosma?

Cover boek
De termen vals en schijn verwijzen naar een verborgen werkelijkheid die Bosma wil ontmaskeren. Deze twee lijnen, de valse en de werkelijke, worden bovendien bekeken vanuit hun linkse en rechtse invalshoeken. Op deze manier heeft de auteur als het ware vier brillen op zijn neus. Ik kan me voorstellen dat hierdoor menig lezer het boek een vat vol tegenstrijdigheden noemt en het analytisch gesproken vindt tegenvallen. Toch zit er wel een zeker systeem in de paradoxologie van deze politicoloog. Er schuilt zelfs enige originaliteit in dit conservatieve schotschrift als we bijvoorbeeld letten op de problematiek van de ontzuiling, ontstaan in de jaren zestig, die bij mijn weten zelden zo op de spits gedreven is besproken. Dit en meer zal ik bespreken. Tot slot zal ik aangeven dat dit partij-politiek document duidelijk maakt dat de paradox voor de toekomst van de Partij voor de Vrijheid schuilt in haar strategie als nationalistische monoculturele Partij voor de Vreemdelingenhaat.
Tweede Kamerlid Bosma vertelt over zijn achtergrond dat hij na zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam in de VS verzeild raakt in rechts Republikeins vaarwater. Zo raakt hij vertrouwd met het werk van de conservatieve politiek filosoof Leo Strauss en met dat van de monetarist (aanhanger van de economische theorie dat fluctuaties in de geldhoeveelheid een grote invloed hebben op economische groei, rente en inflatie) Friedrich Von Hayek. Deze laatste inspireert de Chicago School of Economics en generaal Pinochet om haar neoliberale model aan de Chileense economie op te leggen.
Interessant is het om te lezen dat Bosma zijn jeugd doorbrengt in een dorp in de Zaanstreek. Daar trekt hij meer met zijn opa op dan met zijn vader omdat deze al vroeg overlijdt. Opa Bosma is een overtuigd PvdA'er. In de zestiger jaren gaat hij "trouw op de fiets naar vakbondsvergaderingen waar ze de grootste moeite moesten doen om de communisten eruit te houden". Volgens Bosma "gaat het vreselijk mis met de partij van opa" wanneer Nieuw Links binnen de PvdA opkomt en de erkenning van het communistische Oost - Duitsland een punt wordt. Vermoedelijk is er destijds ook iets bij Bosma junior geknapt. Zijn anticommunisme en agitatie tegen alles wat links voorstelt is weergaloos extreem en laat net als bij Wilders zien dat het persoonlijke politiek geworden is. Hoe gepolitiseerd is immers de gedachte van Bosma, namelijk dat Hitler een socialist was en dat socialisten in feite fascisten waren, als je denkt aan al die socialisten en communisten die door de fascisten zijn doodgeslagen.
Bosma borduurt met zijn gelijkschakeling van fascisme en communisme voort op de theorie van het totalitarisme die tijdens de Koude Oorlog ontwikkeld wordt. In zijn gelijkschakeling van links, communisme, fascisme en islam geeft hij als gemeenschappelijk motief aan dat in al deze gevallen "het bedrijfsleven volledig gedomineerd wordt" en "eigendom niet langer een onvervreemdbaar recht" is.
Ons land kent tijdens de Koude Oorlog de partijpolitieke structuur van de verzuiling. Zij geeft uitdrukking aan de verdeeldheid langs godsdienstige en sociale lijnen: katholieken, gereformeerden, protestanten, liberalen en socialisten bevolken een verticaal verzuilde maatschappij. Op ideologisch en sociaal-cultureel niveau wil men zo min mogelijk met elkaar te maken hebben: eigen kerk, onderwijs, krant, vakbond, radiozender, middenstand, feestdagen, huwelijken etc. Enkel op het niveau van de elites is effectieve samenwerking mogelijk. Deze naoorlogse overzichtelijkheid verdwijnt geleidelijk aan in de inmiddels beruchte jaren zestig. Ze maakt plaats voor het horizontale proces van ontzuiling. Een deel van de politieke elites bijvoorbeeld kruipt bij elkaar (CDA) en in de massa van de vakbeweging doen katholieken en socialisten hetzelfde (Nederlands Verbond van Vakverenigingen NVV). Naast deze herschikking van de politiek sociale krachtsverhoudingen is er een verzuild maatschappelijk middenveld dat ook aan herziening toe is.
Maar van een ontzuiling van dit culturele middenveld is volgens Bosma geen sprake. De ontwikkeling hier is er niet een van meer naar minder maar van veel naar veel meer maatschappelijke organisaties. Bosma geeft je de indruk dat er helemaal geen ontzuiling heeft plaats gevonden, maar dat er enkel wat bordjes zijn verhangen. "God inruilen voor de Novib, en de kerk voor de PPR en de CPN". Telkens als hij erover uitwijdt merk je aan het gloeiende venijn dat uit zijn pen druipt dat daar net als in de partij van zijn opa iets volkomen is misgegaan. Omdat zijn verklaringsmodel doorspekt is met het aanwijzen van een schuldige, wijst Bosma (extreem) links aan als de grote boosdoener: zij neemt de macht in het maatschappelijk middenveld over. Dit gebeurt onder leiding van het linkse kabinet Den Uyl, en in haar kielzog komt de verzorgingsstaat, door Bosma verfoeid als het "subsidie netwerk van links" of "de Derde Kamer". Met deze laatste typering geeft Bosma aardig aan dat de machtsverhoudingen ook in die tijd niet enkel in het parlement worden bepaald. Heeft (het) links(e netwerk) nationaal, lokaal de verkiezingen verloren?, "dan bestaat er nog een extra mogelijkheid om toch het gelijk te halen" en belastinggeld in te zetten voor het algemeen belang van de verzorgingsstaat. Is de verzuilde ideologische structuur van ons land al behoorlijk omvangrijk en pluriform, het ontzuilde maatschappelijk middenveld doet er niet voor onder en omarmt volgens Bosma ook nog eens de ideologie van het multiculturalisme. Samengevat zien we dat in Bosma's analyse de verhouding tussen staat en maatschappij niet de fundamentele wijziging ondergaat die de term ontzuiling suggereert.
Belangrijk element in de PVV-strategie is daarom dat zowel Wilders als Bosma strak vasthouden aan een soort tweede ontzuiling. Het maatschappelijk middenveld, het corporatisme (Wilders), "moet op de schop, en wel snel". De wereld is immers een markt en wie zich daar niet kan handhaven heeft het aan zichzelf te wijten. Economische wetmatigheden worden zo de politieke oriëntatie binnen gesmokkeld en samen met het centraal stellen van het "zichzelf reddende liberale individu" kan het afbouwen van het maatschappelijk middenveld beginnen. Dat de onzekerheid onder grote delen van de bevolking hierdoor toeneemt behoeft geen betoog. Het stelselmatig spreken van massa - immigratie zal dan zijn uitwerking niet missen. Bij onzekere en angstig ingestelde mensen spelen aantallen sowieso een belangrijke rol. Treffend is Bosma's vergelijking met betrekking tot de moslimpopulatie in de jaren tachtig. Die tijd kent volgens hem bijna alle problemen die tegenwoordig actueel zijn, maar "alleen in kleinere vorm", dat wil zeggen deze populatie was toen "zoveel kleiner (en daardoor minder zelfverzekerd)".
We kunnen deze uitlating opvatten als een projectie, als een verkapte politiek psychologische bekentenis waarvan er meerdere in Bosma's boek voorkomen. Op dit niveau aangekomen herhaal ik mijn idee dat het boek een belangrijk document is en dat het niet enkel de geestesgesteldheid van de schrijver en zijn "inner circle" weergeeft. Tegelijk is het ook een bron waaruit wordt geput als het gaat om het beslechten van discussies binnen de PVV. De argumenten die Bosma inzet tegen het voorstel voor een ledenpartij van Kamerlid Hero Brinkman komen letterlijk uit zijn hoofdstuk "Een moderne politieke partij".

De PVV: een moderne politieke partij?
Zelf noemt Bosma de PVV de meest moderne partij van ons land. Alle overige partijen zijn uit de tijd van de trekschuit en hun organisatiemodel, een vereniging met individueel lidmaatschap, is sindsdien niet veranderd. Bij dit verschil in waardering wil ik afsluitend stil staan. Ik zal aangeven dat de partijstructuur van de PVV me doet denken aan de democratische stand van zaken uit de tijd van vóór de trekschuit.
Het moderne schuilt hem volgens Bosma in het feit dat de PVV een internet, een netwerk, kortom een virtuele partij is. Met Bosma als webmaster. De partij kent twee leden: Wilders de partijleider, en een Stichting met als enige lid Wilders. Volgens Bosma scheelt dit een hoop gedonder, zie de LPF; verder is er geen last van tijdrovende congressen, geen gedoe met afdelingen, geen personeel voor de ledenadministratie, geen subsidie door de staat, geen baantjesjagerei en de PVV is niet afhankelijk van enkele geldschieters. Nu is dit laatste zeer de vraag. Bekend is immers dat de PVV structureel afhankelijk is van een geldstroom uit de VS. En dat ze gebruik maakt van moderne technieken is ook niet nieuw, dat gebeurde in de dertiger jaren ook. Letten we op de politiek inhoudelijk kant, dan is er veel meer aan de hand met deze zogenaamde moderne politieke partij. Bosma benadrukt namelijk dat de PVV om principiële redenen gekozen heeft voor de stichtingsformule. De PVV onderscheidt zich van de overige partijen doordat in die gevallen de staat heeft bepaald wat de structuur van de politieke partij moet zijn. Bosma noemt dit "een vreemde inmenging (en) natuurlijk principieel onjuist. Partijen controleren de staat. Door de verenigingsbasis is het echter de staat die de partijen controleert".

Poster Nederlands Verbond van Vakverenigingen (N.V.V.) uit 1936
Poster NVV
Het politiek theoretische vraagstuk van de neutraliteit van de staat wordt hier politiserend opgelost door de openlijke keuze voor een partij - staat. Verliest politicoloog Bosma hier de scheiding der machten uit het oog en vergist hij zich in de grondwettelijk vastgelegde aanspreektitel van het (juridische) individu? Zou hij vergeten zijn dat het element van kiezen en gekozen worden gebaseerd is op het volgen van een eigen geweten zonder last van ruggespraak? Van een politicoloog kan ik me dat moeilijk voorstellen. Van een gepolitiseerde wetenschapper als Bosma des te meer. Eigenlijk rest ons dan en daarom alleen nog om de consequenties uit zijn stichtingsformule te trekken. De "partij" structuur van de PVV is niet alleen een schending van de algemene basisvoorwaarden voor het stichten van een politieke partij, het is in haar huidige vorm tegelijk een aanval op de rechtsstaat.
Nu kent de PVV, in tegenstelling tot de overige partijen, in de hoedanigheid van haar leider, tegelijk de trekken van een uitzonderingstoestand. Wilders wordt vermoedelijk 24 uur per dag bedreigd en daarom bewaakt en kan zich niet in vrijheid bewegen. Net als in het geval van de "war on terror" kunnen we niet voorzien wanneer beide toestanden zullen eindigen. Beperken we ons tot de PVV dan maakt Bosma duidelijk dat de veiligheidsdreiging "door linkse activisten" aan het kiezen van de stichtingsvorm bijdroeg. Maar in een breder kader zien we dat de staatsopvatting van de PVV naadloos aansluit bij die van Israel. De partijpolitieke sturing van de staat en het militariseren van de politieke besluitvorming in termen van vriend - vijand, is daar al veel verder gevorderd. In ons land geeft de PVV leiding aan het proces om het algemeen (staats)belang ondergeschikt te maken aan een nationalistisch partijpolitiek streven: Nederland teruggeven aan de Nederlanders (Wilders, Rutte). In dit proces komt de PVV als vanzelf in botsing met krachten die inderdaad uit de tijd van de trekschuit stammen: het koningshuis, de rechterlijke macht en haar toetsingsorgaan met betrekking tot bijvoorbeeld de Europese wetgeving, de Eerste Kamer.

De schuit waarmee boekhandel de Rooie Rat in 1980 haar inventaris verhuisde naar de toenmalige locatie aan de Oudegracht in Utrecht
schuit Rooie Rat
Het creëren en op de spits drijven van maatschappelijke, zo mogelijk etnische tegenstellingen (nu weer de kritiek op Marokkanen aan het strand van Zandvoort), vormt de kern in het (voort)bestaan van de PVV. Niet voor niets noemt Bosma het beledigen van medeburgers een mogelijk goed businessplan. De uitzonderingstoestand waarin de partijleiding opereert moet welbewust reden van bestaan blijven hebben. De PVV als organisatie werpt daarmee haar schaduw vooruit als het gaat om vrijheden in de rest van de maatschappij.
Tot slot is Bosma de onbetwiste kampioen in de paradoxologie. Van de vele voorbeelden hiervan is de volgende het meest eclatant.
In zijn tegenstrijdige behandeling van de politieke links - rechts tegenstelling komt Bosma tot de volgende strategie: het gaat hem om een "democratisch kapitalisme", want dat is "de aartsvijand" van het totalitarisme. De PVV – voorman maskeert aldus het tegenover gestelde streven naar een autoritair kapitalisme. En zo zijn we weer terug bij wat ik eerder de "valse schijn van de Partij voor de Vrijheid" noemde.

Joop Maassen, politicoloog en boekhandelaar voor de Rooie Rat in Utrecht

De schijn-élite van de valse munters, Drees, extreem rechts, de sixties, nuttige idioten, Groep Wilders en ik, door Martin Bosma. Uitgeverij Bert Bakker. € 10,00

(uit: Alert!, nummer 1, maart 2011. Alert! is een uitgave van de Anti-Fascistische Actie Nederland - AFA)

terug naar inhoud