alert!

Vlaams Blok in het nauw

Vlak voor en na de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok op 8 oktober 2000 was de media-aandacht in Nederland voor deze neo-fascistische partij vrij groot. Daarna zwakte de aandacht wat af. Totdat Roeland Raes leek te vergeten dat hij voor een draaiende camera sprak en niet aan zijn stamtafel zat. Maar eerst aandacht voor de huidige stand van zaken in het Vlaams Blok.

De mogelijkheden voor de Filip Dewinter om burgemeester van de stad Antwerpen te worden zijn aanzienlijk toegenomen. De federale regering kwam gisteren met de vier Belgische gewesten een vergaande overheveling van bevoegdheden overeen, waarbij die gewesten voortaan zelf mogen beslissen of een burgemeester voortaan rechtstreeks gekozen kan worden. Zoals bekend haalde Dewinter bij de laatste raadsverkiezingen de meeste stemmen in Antwerpen. Dewinter ziet in dit besluit de eerste breuk in het cordon sanitaire, een afspraak van democratische partijen om niet samen te werken met het Vlaams Blok.

Strafzaak tegen het Vlaams Blok
Minder positief zou het proces tegen de drie stichtingen die tesamen het Vlaams Blok vormen kunnen uitvallen. De Liga voor de Mensenrechten en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding proberen voor de tweede maal het Vlaams Blok aan te pakken. In 1994 daagden zij twee leden voor de rechter wegens racistische uitlatingen. De rechter verklaarde zich echter onbevoegd. Nu zijn de Vlaamse Concentratie, een vereniging die jaarlijks bijna 8 miljoen gulden subsidie ontvangt en daarmee een belangrijke financiële peiler onder het Vlaams Blok is, het Nationaal Vormingsinstituut, dat namens het Blok opleidingen en studie-dagen verzorgt en de Nationalistische Omroepstichting, die verantwoordelijk is voor de uitzendingen van het Vlaams Blok, gedagvaard. De dagvaarding is een lange opsomming van racistische uitlatingen en discriminerende citaten uit verkiezingsprogramma's en andere lectuur van het Blok. Frank Vanhecke, voorzitter van de drie genoemde stichtingen én van het Vlaams Blok, is niet gerust op de goede afloop: "Als het Vlaams Blok als racistische partij wordt neergezet, is dat het juridische einde voor ons. Dan worden we beschouwd als een criminele vereniging."
Mocht het Vlaams Blok echter ongeschonden uit de juridische strijd komen, dan kunnen zij, opgeteld bij de blanco strafbladen van hun politici, een belangrijke stap zetten in de richting van het doorbreken van het politieke isolement. In dat licht kwam de 'affaire Raes' dan ook uiterst ongelegen.

Affaire Raes
Op maandag 26 februari interviewde het Nederlandse tv-programma Netwerk de Vlaams Blok senator Roeland Raes (zie kader 1) naar aanleiding van zijn bezoeken en toespraken aan partij-bijeenkomsten van de NNP in Nederland. Raes is een oudgediende in radicaal-rechtse kringen, in Nederland en België. Tot 1975 is Raes voorzitter van het Vlaamse Were Di, in de jaren tachtig is hij voorzitter van Voorpost. In de jaren zeventig en tachtig is hij ook vice-voorzitter van de Nederlandse Volks Unie. De laatste 25 jaar is hij vice-voorzitter van het Vlaams Blok en vertegenwoordigt het Blok in de Belgische senaat. In 1997 sprak Raes op een contactdag van Voorpost in Nederland, in 1998 was hij bij de oprichtingsvergadering van de NNP in Vught en in 1999 sprak hij op een NNP-bijeenkomst in Vleuten.
Roeland Raes twijfelde voor Netwerk openlijk aan het systematische karakter en de omvang van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog en de authenticiteit van het dagboek van Anne Frank. Raes: "Het vervolgen en wegslepen is systematisch gebeurd. Maar of het gepland is dat ze allemaal zouden sterven tijdens de oorlog is een andere kwestie." (...) "Dat (het cijfer van 6.5 miljoen doden) wordt voortdurend betwist. De borden aan de ingang van Auschwitz zijn al verschillende malen verhangen. Natuurlijk, er zijn vele erge dingen gebeurd: met joden, met zigeuners hoor ik, en ook met homo's naar het schijnt. Maar of die cijfers precies zo zijn, is een heel andere kwestie. Daar hebben velen over geschreven en veel verschillende cijfers zijn genoemd." (...) "Ik denk dat wat men ons heeft willen doen geloven, op bepaalde punten sterk overdreven is, het aantal doden en ook het feit of de kampen allemaal bedoeld waren als uitroeiingskampen" (...) "In het achterhuis van Anne Frank zat allemaal glas, daar kon je nooit iemand verbergen. Bovendien waren bepaald fragmenten van het dagboek met een Bic-pen geschreven en die bestond nog niet in die tijd." Op de vraag over zijn twijfels, antwoordt Raes: "Ik denk dat men in de mentaliteit van net na de oorlog geprobeerd heeft de schuld van de oorlog alleen op de schouders van de Duitsers te leggen. En dat beeld van die uitroeiingskampen en van die uitroeiingspolitiek past daar natuurlijk perfect in. Wij denken dat de oorzaak van de oorlog niet alleen bij de Duitsers ligt, maar ook bij andere grootmachten. Dus dat men nu ook maar eens moet ophouden met meer dan een halve eeuw na de oorlog de schuld bij de Duitsers te leggen."

Voorzitter Vanhecke
Vlaams Blok voorzitter Vanhecke (zie kader 2) en zijn partijbestuur haastten zich te distantiëren van deze "grote stommiteit". Raes bood, om de partij niet in diskrediet te brengen zijn ontslag aan, en de partij heeft het ontslag aanvaard. Vanhecke benadrukt dat Raes niet de standpunten van het Vlaams Blok weergeeft: "Hij moet zich ook wijden aan de problemen van vandaag en niet de amateur-historicus uithangen." Zo ferm als de persverklaring klonk, zo wijfelend manifesteert Vanhecke zich in de tv-uitzending van het Belgische Canvas, één dag na de Netwerkuitzending. Vanhecke noemt de uitspraken van Raes "ondoordacht, dwaas en onaanvaardbaar voor een politicus." Voorts vindt hij de uitspraken zeer schadelijk voor het imago van het Vlaams Blok. Voor de camera distantieert Vanhecke zich principieel, omdat hij "vindt dat een Vlaams Blokker, zeker een ondervoorzitter, zich als een Vlaams Blokker moet gedragen en het Blok nu zwaar onder vuur ligt van de media en politieke tegenstanders." Vanhecke moet door de interviewer gevraagd worden wat hij vindt van inhoud van de uitspraken in Netwerk: "Roeland Raes had zich niet moeten inlaten met deze delicate onderwerpen en zich niet moeten voordoen als een would-be historicus. Ikzelf wil me niet in deze discussie mengen, ik vindt dat een zaak voor historici. Ik ben hier zeer formeel in." Uiteindelijk weet de interviewer van Canvas er bij Vanhecke een distantiering uit te persen, al gaat het, ogenschijnlijk, niet van harte. Over de bezoeken van Raes aan de NNP-bijeenkomsten zegt Vanhecke dat Raes dat deed als privé-persoon en niet als vertegenwoordiger van het Vlaams Blok. Achteraf gezien vindt Vanhecke die bezoeken 'spijtig', waarschijnlijk doelend op het daaruit volgende bezoek van de Netwerk-crew aan Raes en de scheve schaats die deze vervolgens rijdt betreffende het negationisme. Een wet die in 1995 met instemming van het Vlaams Blok werd aangenomen, uiteraard uit opportunistische overwegingen. Het kostte het Blok wat verstokte holocaust-ontkennende leden, maar men kon zich voortaan als keurige partij profileren. Misschien komt het ze wel goed uit, dat het ongeleide projectiel Roeland Raes op deze manier uitgeschakeld wordt. Vanhecke en het partijbestuur wilde de affaire zoveel mogelijk uit de media-wind houden, maar Filip Dewinter wilde hardere sancties tegen Raes, tot en met ontslag uit de partij aan toe. Dewinter wil, zoals al eerder genoemd, nog altijd een keer burgemeester van Antwerpen worden en onderhoudt daartoe goede contacten met de invloedrijke joodse gemeenschap in Antwerpen. Dezen zetten Dewinter onder druk om iets te doen in de affaire Raes. Hiermee zette Dewinter het Vlaams Blok-partijbestuur voor het blok, want het negeren van het Antwerpse kanon zou in de media als een nederlaag worden uitgelegd. Raes stapt uiteindelijk ook op als lid van de Belgische Senaat.
Het Belgisch Centrum voor Racismebestrijding overweegt een klacht in te dienen, iets wat het Joods forum al heeft gedaan; zij daagt Raes voor de rechter vanwege zijn overtreding van de anti-negationismewet, die tenslotte "het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistisch regime gepleegd" strafbaar stelt. Op het ontkennen van de holocaust staat een gevangenisstraf van maximaal een jaar en een boete van 5000 gulden.

Redactie


Het interview maakt ook duidelijk dat Raes al die tijd de negationistische literatuur op de voet is blijven volgen en er nog steeds veel van zijn overtuigingen uit puurt. Meer dan wie ook speelde Raes in het verleden immers een onbetwistbare sleutelrol in de bekendmaking, de verspreiding en de promotie van literatuur waarin de holocaust wordt ontkend. Raes' rol is hier zelfs baanbrekender te noemen dan die van een Siegfried Verbeke, de peetvader van de Vlaamse holocaustontkennersclub Vrij Historisch Onderzoek (VHO). Want terwijl Verbeke telkens eigen initiatieven uit de grond moest stampen om enig gehoor te vinden voor het negationisme, kon Raes er jarenlang probleemloos (en op genuanceerdere wijze dan Verbeke) mee terecht in toonaangevende extreem-rechtse bladen als Dietsland-Europa van Were Di en Revolte van Voorpost.
In Dietsland-Europa verwelkomt Raes anno 1979 verschillende negationistische publicaties als volgt: "Ook wij zien in het steeds maar memoreren van een verleden dat definitief achter ons ligt niet meteen onze hoofdopdracht. Maar soms moét wel achterom gekeken worden. Zeker sinds sluwe zakenlui met de Holocaust-zwendel weer eens klassieke thema's aanroeren: Duitslands alleenschuld voor de oorlog, de 6.000.000 verdwenen Joden, de nazi-gruweldaden, enz. Ver van ons te willen volhouden dat er aan Duitse zijde geen zware misdaden gebeurden, dat heel wat mensen schuldloos omkwamen, dat de concentratiekampen een hoog dodencijfer opleverden, maar... alles dient tot zijn ware verhoudingen teruggebracht."
Raes prijst vervolgens 'The hoax of the twentieth century' van Arthur Butz aan, de leidende figuur van de Amerikaanse ontkenners. Volgens Raes is het boek "voortreffelijk". Even enthousiast is hij over het boek 'Des documents photographiques' waarin Udo Walendy tientallen foto's over Duitse gruweldaden als vervalsingen afdoet. "Men kan Walendy alleen maar gelukwensen om zijn speurzin en zijn waarheidsliefde," meent Raes.
Ook aan Haro, het door Siegfried Verbeke uitgegeven 'maandblad voor de konservatieve revolutie', werkt Raes mee. Haro publiceert in 1979 een themanummer 'Holocaust... hoe lang nog?' waarin de judeocide naar het rijk der fabeltjes wordt verwezen. "Ook voor ons taalgebied was er wel nood aan een revisionistische uitgave", ontvangt Raes de brochure met open armen. "Het passende antwoord op de door links én Israëlitische kringen geïnspireerde anti-Duitse en anti-rechtse hetze!" Hoewel de uitbouw van het Vlaams Blok steeds meer aandacht van hem opeist, blijft Raes ook in de jaren tachtig de negationistische literatuur – die hij verkeerdelijk als 'revisionisme' betitelt - geboeid volgen. "Het revisionisme dient, in zijn geheel genomen, de zaak van de waarheid, of die nu conform is met de heersende meningen of niet." Zo luidt Raes' conclusie in een lang artikel dat hij onder de kop 'Steen in de kikkerpoel' in 1989 in Dietsland-Europa wijdt aan verschillende Franstalige publicaties die ingaan tegen – zoals Raes het noemt – "het dogma van de geplande totaalvernietiging van de Joden door Duitsland".
Verschillende holocaustontkenners worden er met de grootste egards bejegend. Zo bejubelt Raes de Franse ontkenner Robert Faurisson als "een der dapperste publicisten uit de laatste halve eeuw". Diens werk waarin hij de echtheid van de dagboeken van Anne Frank betwist, is naar het oordeel van Raes "vrij overtuigend". Het prestigieuze Nederlandse Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) publiceerde reeds in 1986 een indrukwekkende wetenschappelijke studie waarin de echtheid van de dagboeken van Anne Frank wél werd bewezen en de aantijgingen van Faurisson naar de vuilnisbak werden verwezen. Maar dat is niet aan Raes besteed. Voor iemand die van zichzelf beweert de historische waarheid te zoeken, gaat Raes wel erg selectief tewerk. De talrijke literatuur waarin de negationisten worden tegengesproken, laat hij telkens weer links liggen.
Zo moddert Raes nog een tijdje aan. In 1994 prijst hij het negationistische boek 'De Holocaust onder de scanner' van de Zwitser Jürgen Graf in het Voorpost-blad Revolte aan als "een goed tegengif tegen wat ons nog dagelijks, in naam van de 'officiële' historische waarheid ingelepeld wordt."
Raes zou nog wel een poos op die nagel zijn blijven kloppen, ware het niet dat vanaf 1995 de anti-negationismewetgeving roet in het eten komt gooien. Raes voelde de bui eerder al aankomen. In Revolte schrijft hij in het najaar van 1994 een artikel onder de titel 'De nieuwe inquisitie, en ons antwoord'. Volgens Raes wordt de vrije meningsuiting langs alle kanten bedreigd. Hij haalt het geval aan van de Franse universiteitsdocent Bernard Notin die, nadat hij in een wetenschappelijk tijdschrift "de officiële gaskamerversie" (dixit Raes) had betwijfeld, onder druk van joodse studenten van zijn onderwijstaak werd ontheven. En als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel... Want, zo vervolgt Raes, "sinds een neanderthaler, toevallig ook Minister van Binnenlandse zaken, verklaarde dat het Vlaams Blok met alle middelen moest bestreden worden, is een offensief losgebroken." Ten bewijze daarvan: "De reële bedreiging dat straks de vrije meningsuiting (de onze, de nationalistische) wordt aan banden gelegd. Het proces tegen het Vlaams Blok [wegens overtreding van de wet op het racisme, ms] was daar een eerste (mislukte) aanzet toe. De dreiging met een 'antirevisionistische' wet waarmee men allerlei richtingen uitkan is een tweede stap."
Raes' advies: "Wij mogen ons niet laten afschrikken." Maar de Blok-ondervoorzitter haalt bakzeil. Met de schrik om het hart verplicht voorzitter Karel Dillen de Blok-fracties in het parlement eieren voor hun geld te kiezen. En Dillens woord is wet. Zeer tegen zijn zin drukt senator Roeland Raes begin 1995 bij de stemming over de wet op het negationisme het ja-knopje in. Waarmee hij in één gebaar alles lijkt te verloochenen van wat hij zovele jaren voordien zo hartstochtelijk had verdedigd.
Het is allemaal maar schone schijn, komt Raes in het eerstvolgende nummer van Revolte uitleggen. Raes brengt er een samenvatting van de kritiek die hij in de Senaat op de anti-negationismewet naar voren bracht. Eén van de struikelblokken: "Hier wordt, noch min noch meer, een opiniedelict ingevoerd. De door links zo verketterde censuur komt overduidelijk om het hoekje kijken." Maar dat zijn principiële bezwaren die moeten wijken voor wat politiek opportuun wordt geacht. Raes concludeert: "Het Vlaams Blok heeft, met alle reserves, de wet goedgekeurd. Wél beseffend dat geen enkele wet de vrije gedachte, het vrij – ook historisch – onderzoek kan afremmen" – een subtiele knipoog naar Siegfried Verbekes negationistenclub Vrij Historisch Onderzoek.

Geknipt uit De Morgen 27/2 door Marc Spruyt

Blok-voorzitter Frank Vanhecke flirtte jarenlang zelf met negationisten. De man die Roeland Raes een spreekverbod oplegt, was jarenlang zelf een warm pleitbezorger van het recht op vrije meningsuiting voor holocaustontkenners. En in tegenstelling tot Raes bezondigde Vanhecke zich daar ook in het partijblad van het Vlaams Blok aan.
In april 1988 wordt Frank Vanhecke geïnterviewd door de Deutsche National-Zeitung, een Duits neo-nazi weekblad dat wordt uitgegeven door multimiljonair Gerhard Frey. Vanhecke is op dat moment zowel persverantwoordelijke van het Vlaams Blok als van de jongerenorganisatie Vlaams Blok Jongeren en zetelt in die hoedanigheid ook in het nationaal partijbestuur. Het kost hem weinig moeite een gevoelige snaar te raken bij de met oorlogsnostalgie vervulde lezers van de Deutsche National-Zeitung "De geschiedenisvervalsing over de Tweede Wereldoorlog," antwoordt hij namelijk rechtuit wanneer hem gevraagd wordt wat hem het meest met afschuw vervult.
Voor hij Blok-voorzitter werd, beschikte Vanhecke reeds over een vaste rubriek in het partijblad waarin hij de buitenlandse politiek becommentarieerde. Tot tweemaal toe brak hij er een lans voor de Franse negationist Robert Faurisson, nadat die door tegenstanders gemolesteerd werd. Vanhecke bleek duidelijk vertrouwd met het oeuvre van holocaustontkenner Faurisson wanneer hij in november 1989 schreef: "Zijn misdaad: het verkondigen van de mening dat de vergassing van miljoenen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit heeft plaatsgevonden, omwille van het feit dat de gaskamers niet hebben bestaan en materieel ook niet konden functioneren." (...) "Men kan hierover denken wat men wil", luidde Vanheckes commentaar daarop, doch Faurisson als een leugenaar voorstellen wilde hij nu ook weer niet. "Het gaat er dan ook niet om hier een oordeel te vellen of Faurisson nu al of niet gelijk heeft, een zaak die trouwens van bijzonder weinig belang is, vergeleken met de problemen waar Europa vandaag mee te kampen heeft. Maar gelijk of ongelijk, feit is dat hier een man, uitsluitend om het verkondigen van zijn mening, wordt verminkt na eerst te zijn gebroodroofd en gerechtelijk vervolgd."
Vanhecke vergeleek Faurisson zelfs met de door moslimfundamentalisten vogelvrij verklaarde Britse auteur Salman Rushdie. En nadat de Franse Front National-leider Jean-Marie Le Pen in 1987 op de vingers werd getikt omdat hij de gaskamers tot een detail in de geschiedenis had gebanaliseerd, voelde Vanhecke zich geroepen om Le Pen in het partijblad van het Blok zowaar voor te stellen als het slachtoffer van een heksenjacht. Dat alles vormde geen beletsel voor partijvoorzitter Karel Dillen om Frank Vanhecke in 1996 tot zijn opvolger te kronen. Waarom zou hij ook? Ook de stichter van het Blok kantte zich jarenlang tegen de zogenaamde muilkorfwetten. Tot in het midden van de jaren tachtig werden in het partijblad veelvuldig vraagtekens geplaatst bij het zogenaamde 'taboe van de zes miljoen', onder meer in de lezersrubriek. Pas toen dat voor onenigheid dreigde te zorgen binnen de partij, greep Dillen - die verantwoordelijke uitgever en een tijdlang hoofdredacteur was - in, doch zonder dat de ontkenners voor het hoofd werden gestoten. Hoe diep hun opvattingen ondertussen waren doorgedrongen, bleek nog in januari 1990. Toen blokletterde de cover van het partijblad in koeien van letters: 'Aids: de échte holocaust'.

De Morgen 28/2 door Marc Spruyt


Wat het Vlaams Blok Verzwijgt
Het Vlaams Blok wijzigt geruisloos zijn programma. Die indruk wekt de partij althans zelf. In televisiedebatten laten Blok-kopstukken nog zelden het achterste van hun tong zien. Radicale standpunten worden voor het oog van de camera ingeslikt of zelfs botweg ontkend. In de strijd om de kiezer zet het Blok vele maskers op. Grote delen van haar programma verdwijnen tijdelijk in de schaduw. Ondertussen zet de partij haar greep naar de macht voort. Nog nooit zaten zoveel rechts-extremisten in Belgische parlementen. Maar om wat te doen? Welke initiatieven nemen zij en hoe is hun stemgedrag? Als het Blok uitpakt met een slogan als 'wij zeggen wat u denkt', waarom laten dan zovelen van hun parlementsleden nauwelijks van zich horen? Marc Spruyt zet in Wat het Vlaams Blok verzwijgt de puntjes op de ideologische i. Hij analyseert de evoluties die zich in de voorbije jaren in het Vlaams Blok hebben afgetekend binnen en buiten het parlement. Hij duidt daarbij ook de toenemende kritiek op het Blok vanuit extreem-rechtse hoek.

Een aanrader! Te bestellen voor f 35- bij AFA

back