Gabbers anno 2005
Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka
Medio augustus 2005 wist minister van justitie Donner - in antwoord op Kamervragen - te melden dat het openbaar ministerie een onderzoek is begonnen naar strafbare uitlatingen op het Nederlandstalige webforum van de site Stormfront.org. Het openbaar ministerie zelf dekt zich echter bij voorbaat in en meldt: "Het is geen gemakkelijk onderzoek omdat deelnemers vaak gebruik maken van bijnamen. We zitten er nog middenin. Dergelijk onderzoek is niet een, twee, drie afgerond." Dat blijkt, Stormfront.org bestaat inmiddels ruim tien jaar, het Nederlandse webforum ruim vijf jaar.
Eerste generatie Gabbers
De generatie Gabbers, die actief was in de jaren negentig, werd bijeen gebracht door de muziekstijl (harde, snelle technomuziek met eenvoudige melodielijnen en herkenbare samples) die in die periode ontstond in Rotterdam. De scene groeide binnen een paar jaar tijd uit tot de belangrijkste subcultuur onder Nederlandse jongeren en was erg zichtbaar. Gabbers hadden een uniform uiterlijk: Jongens scheerden zich kaal en droegen Australian trainingspakken en Nikes; meisjes schoren hun haar op en vlochten het resterende haar in dikke vlechten. Verder was het populair om wenkbrauwen af te scheren of te bewerken. Het drugsgebruik lag hoog. Binnen de scene waren goedkope partydrugs als speed en XTC erg populair. In welke mate extreemrechtse ideeën een vast onderdeel waren van de scene was niet altijd even duidelijk. Het trots-zijn-op-je-land/streek/stad was dat zeker wel. Er vonden ook regelmatig conflicten plaats tussen Gabbers uit verschillende steden (vooral Amsterdam versus Rotterdam). Vlaggetjes - van stad, streek of van Nederland - op de jas, populair bij een flink deel van de Gabberscene, moeten in eerste instantie hierdoor verklaard worden. Verder was het uiterlijk, dat erg leek op het uiterlijk van Skinheads, voor buitenstaanders reden om Gabbers te associëren met rechtsextremisme. Maar dat was niet het hele verhaal. Er was wel degelijk sprake van rechtsextremisme binnen een deel van de scene. Er waren Gabbers die in interviews aangaven xenofobe, racistische of extreemrechtse ideeën te huldigen. Daarnaast genoten het Keltisch kruis en de nazistische CP'86 een zekere populariteit binnen Gabberkringen. Daartegenover stond dat er zowel binnen als buiten de Gabberscene veel weerstand bestond tegen dergelijke ideeën en er ook actief stelling tegen werd genomen. Gabbers die te kennen gaven racistische of extreemrechtse ideeën te huldigen, kregen in de loop van de jaren negentig in toenemende mate te maken met oppositie vanuit de eigen gelederen. Er stond bijvoorbeeld een organisatie op, "United Gabbers Against Racism and Fascism" die zich actief keerde tegen vreemdelingenhaat binnen de scene. De problemen die samenhingen met de Gabberscene verdwenen eind jaren negentig even snel als ze ontstaan waren. De hele scene stortte namelijk in elkaar. Nadat Gabber zo populair was geworden dat er allerlei flauwe aftreksels in de hitlijsten terechtkwamen en er bijvoorbeeld Gabberfeesten voor kleuters werden georganiseerd, haakten veel oorspronkelijke Gabbers af en raakte de scene in de vergetelheid. Een kleine groep liefhebbers bleef wel feesten organiseren en platen uitbrengen. Maar dat gebeurde in de subculturele Underground.
Gabberinnen op de Dam in Amsterdam,
de avond na de moord op Theo van Gogh, 2 november 2004
|
| |
Tweede Generatie
Vanaf 2000 ontstond er opnieuw belangstelling voor Gabbermuziek bij een groeiend aantal jongeren. Naast de muziek (die ondertussen Hardcore was gaan heten) waren drugs en rechtse politiek onderwerpen die weer op belangstelling konden rekenen. Opvallend was dat het leek dat deze nieuwe lichting een beeld probeerde te imiteren, dat zij van de oorspronkelijke Gabbers hadden. Waardoor bijvoorbeeld het rechtsextremisme veel sneller en heftiger naar voren kwam. Flinke groepen nieuwe Gabbers wilden hun echtheid aantonen door het gebruik van extreemrechtse statements. De rechtse politieke voorkeur van Gabbers kwam vanaf 2001 in een stroomversnelling en liep opvallend parallel aan de opkomst van Pim Fortuyn. Zonder daarin direct een verklaring te willen zien, biedt het wel de mogelijkheid om naar deelverklaringen te zoeken. Fortuyns anti-vreemdelingensentimenten en zijn pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting ten gunste van xenofobe opinies, viel in bijzonder goede aarde binnen dit deel van de Gabberscene. Vervolgens is het een kip-en-ei-discussie of deze Gabbers kinderen van hun tijd waren en zich met hun al bestaande mening aansloten bij Fortuyn, of dat Fortuyn en zijn opvolgers deze Gabbers inspireerde tot hun extreemrechtse agenda. Het zal waarschijnlijk van allebei een beetje zijn geweest. De eerste organisatie die van de hernieuwde opkomst van de Gabberscene kon profiteren was het in 2000 opgerichte Stormfront Nederland (SFN). Met uitgesproken nazistische ideeën probeerde die organisatie vanaf 2001 aanhang te krijgen onder Gabbers. Ze verspreidde extreemrechtse propaganda en riep op om lid te worden. Afgezien van de politieke boodschap was het voor een aantal Gabbers een prettige bijkomstigheid dat de SFN-leiding een hoge tolerantie tegenover drugsgebruik had (1). Hoeveel leden SFN uiteindelijk wist te krijgen, is nooit echt duidelijk geworden, maar SFN bleek wel in staat om een groep van tussen de vijftig en honderd Gabbers te mobiliseren voor bijeenkomsten en acties. In bepaalde regio's (Groningen, Haaglanden, Drechtsteden, Nijmegen) was op een gegeven moment sprake van redelijk grote SFN-groepen die zelf activiteiten opzetten, zoals bijvoorbeeld folderacties. Bovendien raakten SFN-leden regelmatig betrokken bij allerlei geweldplegingen en andere criminele acties. In diverse plaatsen werden allochtonen (ernstig) mishandeld, een Joodse begraafplaats werd vernield en in twee gevallen werden er allochtonen door een groep Stormfronters neergestoken. Al snel bleek de houdbaarheid van deze activisten niet erg lang. Discussies over drugsgebruik, totaal gebrek aan organisatie, onderlinge ruzies en confrontaties met tegenstanders zorgden al snel voor een leegloop. Vanaf 2002 stortte SFN in elkaar om in 2003 definitief te verdwijnen. SFN was overigens niet illustratief voor de rest van de oplevende Gabberscene. Bij een SFN-folderactie tijdens de Rotterdamse Danceparade in 2001 bijvoorbeeld, kregen de SFN-leden te maken met massale reacties van het publiek, waardoor ze het hazenpad moesten kiezen. De neergang van SFN liep overigens bepaald niet parallel met de ontwikkeling van de tweede generatie Gabbers. De Gabberscene groeide na de ondergang van SFN door als kool. Wel traden er veranderingen op ten opzichte van de scene uit de jaren negentig. De muziek was nog steeds hard en snel, maar was wel vernieuwd: langzamer en de bassen werden veel voller. De eindmix was ook professioneler. Daarnaast veranderde de uiterlijke kenmerken ook. De kale koppen bleven, maar de trainingspakken verdwenen bijna helemaal. De tweede generatie kopieerde veel kledingkenmerken van Skinheads: Spijkerbroeken, kistjes, geruite overhemden en vooral T-shirts, truien en jassen van het merk "Lonsdale". Bij meisjes werd de "Heidi-look" populair, strakke vlechten, bloes en korte rok. Wat verder opviel is dat in de jaren negentig de Gabberscene ontstond en groot werd in de Randstad. Van daaruit kreeg de scene aanhang in het hele land, maar de oriëntatie bleef toch randstedelijk. Met de nieuwe generatie lijkt dit veel minder het geval. De Gabberscene heeft veel aanhang buiten de Randstad en in steden als Amsterdam en Rotterdam lijken nauwelijks Gabbers rond te lopen. Wat ook is veranderd is de aandacht voor racisme en rechtsextremisme. Het grootste deel van de Gabberscene en andere liefhebbers van Hardcore heeft niks te maken met dit rechtsextremisme. Maar een stevig deel van de moderne Gabbers meent dat vreemdelingenhaat, racisme en rechtsextremisme vast onderdeel vormt van de subcultuur. Extreemrechtse symboliek als Keltische kruizen, "88" en beelden uit de film "American History X" (2) vonden massaal toegang tot de Gabberscene. Het is echter maar de vraag of de betekenis van dergelijke symbolen wel altijd evengoed doordringt tot de betrokkenen. De film "American History X" heeft bijvoorbeeld een duidelijk antifascistische boodschap, maar is desondanks erg populair onder extreemrechtse Gabbers. Ook de combinatie van plaatjes van Pim Fortuyn en Adolf Hitler, die met enige regelmaat terugkeren op websites van gabbers, laten een – op zijn zachtst gezegd – wat verstoord beeld van de politieke verhoudingen zien. Maar of het gebruik van dergelijke symboliek nu ondersteund wordt door een doorwrochte politieke theorie of niet, in de praktijk leidt het sinds 2001 wel tot een rappe toename van het aantal gewelddadige incidenten. In een veelheid aan plaatsen waren Gabbers verantwoordelijk voor vechtpartijen, mishandelingen en andere (vaak zeer ernstige) geweldplegingen. Zo werden op een aantal plaatsen brandbommen gegooid naar "allochtone" doelen en werd regelmatig de confrontatie gezocht met allochtonen.
Ook bij dit laatste, de confrontaties, doet zich echter regelmatig de vraag voor, in hoeverre het hier gaat om rechts-extremistisch gemotiveerd geweld. Het is vaak moeilijk te achterhalen wie er begonnen is, bijvoorbeeld. Bovendien gaat het regelmatig om conflicten die meer gerelateerd zijn aan conflicten tussen verschillende jeugdstijlen, dan met racistisch geweld. Maar er zijn ook verschillende voorbeelden waarbij racisme of extreemrechtse symboliek wel degelijk de oorzaak was of heeft bijgedragen aan een gewelddadig conflict.
Recrutering
Het blijft dus, zoals ook al eerder gesteld, lastig om in algemene termen te stellen dat het hier om "echt" rechts-extremisme gaat, omdat de daartoe behorende ideeënwereld en ideologie vaak ontbreken. Dat ligt echter anders bij Gabbers die zich niet alleen met dit soort criminele activiteiten bezighouden, maar zich organiseren in extreemrechtse groeperingen. En ook daarvan zien we de laatste tijd een toename. In de eerste plaats gaat het daarbij om Gabbers die zich aansluiten bij bestaande extreemrechtse organisaties. In de tweede plaats gaat het om Gabbers die zelf organisaties oprichten met een extreemrechts karakter. Om met het eerste te beginnen, vanouds zijn extreemrechtse organisaties geïnteresseerd in extremistische jongerengroepen, waarvan zij verwachten dat die mogelijk belangstelling hebben voor hun politieke ideeën. In het verleden werd door extreemrechtse organisaties bijvoorbeeld geprobeerd om aanhang te verwerven onder voetbalhooligans en Skinheads. Hierin werd wisselend succes behaald. De pogingen om nu aanhang in de Gabberscene te verkrijgen zijn niet altijd even oprecht. Men is natuurlijk erg geïnteresseerd in de grote hoeveelheid Gabbers met extremistische opvattingen, die in potentie evenzoveel lidmaatschappen op zou kunnen leveren. Maar tegelijkertijd is er ook het besef dat deze jongeren alles behalve zaligmakend zijn. Ten eerste zijn leeftijd en leefstijl vaak factoren die een weinig stabiel politiek gedrag laten zien: als deze jongeren al geworven kunnen worden is het vaak voor korte tijd. Met een demonstratie meelopen of een jaartje lidmaatschap zit er nog wel in, maar de ervaring bij de meeste partijen is, dat het dan met de meesten wel weer is afgelopen. Daar komt nog bij dat de kans op 'bijkomende schade' vrij groot is. Met enige regelmaat komen juist dit soort leden negatief in de aandacht wegens geweldplegingen en dergelijke. Toch lijkt het erop dat de verleiding om nieuwe leden binnen te halen of een paar koppen erbij te hebben bij een demonstratie, voor de partijen de doorslag geeft. Een sprekend voorbeeld daarvan is het nieuwe NVU-lid Johnboy Willemse. Willemse is afkomstig uit de Gabberscene en heeft een verleden bij Stormfront Nederland. Daarnaast is hij veroordeeld tot celstraf wegens een aantal ernstige geweldsmisdrijven. Niet echt een c.v. om carrière te maken in de partijpolitiek. Gevraagd naar deze antecedenten gaf NVU-voorzitter Kusters aan, dat hij zijn straf had uitgezeten en dat daarmee de kous af was. Daarmee aangevend dat een nieuw lid belangrijker is dan de bijkomende imagoschade voor de hele partij. Het vissen in de vijver van de Gabberscene gebeurde de afgelopen tijd door alle vier de extreemrechtse partijen – Nieuw Rechts, NNP, Nationale Alliantie en NVU - maar niet allemaal even intensief en niet met evenveel succes. Nieuw Rechts probeerde het onder extreemrechtse Gabbers populaire internetforum Holland-Hardcore voor haar karretje te spannen, maar dat leverde maar beperkt succes op. Ook probeerde Michiel Smit de onrust rond het kledingmerk Lonsdale uit te buiten. Omdat Lonsdalekleren, populair in de Gabberscene, door een deel van de dragers en door de buitenwereld steeds vaker geassocieerd worden met extreemrechtse ideeën, zorgde de kleding vaak voor onrust en conflicten. Een aantal scholen en een enkele discotheek besloot daarop het merk in de ban te doen. Nieuw Rechts maakte zich in een aantal gevallen druk om deze "Lonsdale-verboden" en gaf jongeren advies wat ze daartegen konden ondernemen (3). Maar veel leden leverde het de partij niet op. Ook de NNP en de NVU wisten maar beperkt aanhang te winnen onder Gabbers. Bij de Nationale Alliantie ligt dat anders. Die partij heeft de laatste tijd in een aantal regio's (Eindhoven, Friesland, Groningen) enige aanhang weten te verwerven onder Gabbers. Die aanhang was zichtbaar op een aantal demonstraties en bijeenkomsten van de partij, waar een opvallend groot deel van de aanwezigen uit Gabbers bestond. Maar ook dit succes moet niet overdreven worden, het gaat hier hooguit om enkele tientallen Gabbers.
Zelf
Veel meer succes dan de bestaande extreemrechtse partijen hebben extreemrechtse "Gabber-zelforganisaties", organisaties die vanuit de Gabberscene zelf zijn ontstaan. Daarvan zijn er zeer veel, sterk wisselend van grootte en van karakter. Op het Internet bestaan er honderden van dit soort clubjes, vaak bestaand uit een Gabbergroep uit een bepaald dorp of regio. Dat gaat regelmatig gepaard met heftige taal, symbolen en foto's, maar vaak doen dit soort groepen zich gevaarlijker voor dan ze zijn. Het risico ligt meer in de verspreiding van racistische, extreemrechtse, maar ook nazistische en antisemitische propaganda via dit soort netwerken. Maar er bestaan ook diverse van dit soort organisaties die wel serieuzer van opzet zijn en af en toe ook behoorlijk succesvol. Een voorbeeld daarvan is Holland-Hardcore. Deze organisatie bestaat eigenlijk alleen op Internet en bestaat uit een flinke, semi-professionele website met een forum waarop honderden Gabbers actief zijn. Via Holland-Hardcore wordt zeer veel extreemrechtse haatpropaganda verspreid en met de regelmaat van de klok opgeroepen tot geweld. Daarnaast worden deelnemers en bezoekers opgeroepen om lid te worden van extreemrechtse organisaties of deel te nemen aan extreemrechtse acties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit het deelnemersveld van Holland-Hardcore een aantal personen zijn overgegaan tot gewelddadige acties, waaronder bijvoorbeeld brandstichting in een Islamitische Basisschool. Nadat deze personen gearresteerd en veroordeeld waren werden zij door de makers van Holland-Hardcore op de site vermeld als helden. Wie Holland-Hardcore enige tijd volgt ziet vaak dat deelnemers de site in eerste instantie bezoeken vanwege hun interesse in Hardcore en de Gabbercultuur. Regelmatig worden ze binnen een redelijk kort tijdsbestek meegesleept in allerhande extreemrechtse discussiedraden. Het zal niet verbazen dat de personen achter Holland-Hardcore zelf ook actief zijn bij extreemrechtse activiteiten. Een andere groepering die uit de Gabberscene stamt, is het Verenigd Nederlands Arisch Broederschap (VNAB), een clubje rond de al eerder genoemde Johnboy Willemse. Deze club wist binnen een paar maanden binnen de Gabberscene in de regio tussen Nijmegen, Venlo en Den Bosch een redelijke aanhang te verwerven. Er werden pamfletten verspreid en T-shirts verkocht. Daarnaast deden VNAB-leden mee aan een demonstratie van de NVU en aan de Rudolf Hess-herdenking in Duitsland. Recentelijk stapte de VNAB over naar de NVU, maar onduidelijk is nog of dit geldt voor de hele VNAB-aanhang. Een derde organisatie die afkomstig is vanuit de Gabberscene is Blood & Honour Nederland. Dit behoeft echter een nadere toelichting. Blood & Honour (B&H) is oorspronkelijk een Engelse Skinhead-organisatie, die ontstaan is in de jaren tachtig. Doel van de organisatie is door middel van extreemrechtse muziek de "goede zaak" te dienen. Via concerten en muziekdistributie kon namelijk geld verdiend worden, maar werden ook zieltjes gewonnen voor de nazistische strijd. In de loop van de jaren tachtig en negentig werd B&H een organisatie, die in vele landen actief was en waar vaak zeer veel geld in omging. Ook was de organisatie betrokken bij ernstige geweldsdelicten en terroristische acties. De activiteiten zorgden niet alleen voor succes, maar ook voor veel onderlinge strijd. De laatste jaren is dat een redelijk onoverzichtelijke kluwen aan organisaties geworden die allemaal claimen de échte B&H te zijn. De meeste ruzies tussen de verschillende B&H-groepen gaan over de vraag of de muziek of de politiek centraal moet staan. Ook in Nederland bestaat sinds 2001 een B&H-afdeling en sinds kort ook een tweede. Deze tweede organisatie lijkt voor een substantieel deel te bestaan uit Gabbers, maar dan wel van een aparte categorie. Sinds enige tijd is het bij een deel van de Gabberscene, en dan vooral van de extreemrechtse Gabberscene, gebruik om niet alleen de kledingstijl van Skinheads te imiteren, maar zichzelf als "echte" Skinheads te presenteren. Het Gabberverleden wordt afgezworen en er wordt een opzichtige draai gemaakt in muzieksmaak. Deze "Gabber-Skinheads" worden door de Skinheadscene echter allerminst op prijs gesteld en actief geweerd. Door hun gedrag en leeftijd zijn ze meestal gemakkelijk door de "echte" Skinheads te identificeren als neppers. Daarom zijn zij aangewezen op eigen alternatieve Skinhead-organisaties. Deze nieuwe Blood & Honourgroep lijkt zich te ontwikkelen tot een dergelijke organisatie waar deze ex-Gabbers meer dan welkom zijn.
Toekomst
Een interessante vraag is wat er de komende tijd gaat gebeuren. Het is een kwestie van tijd totdat de Gabberscene weer in elkaar stort. Dat is immers het lot van elke subcultuur. Het heeft er zelfs de schijn van dat de huidige populariteit al weer over zijn hoogtepunt heen is. In de jaren negentig betekende het einde van de populariteit van Gabber ook het einde van de extreemrechtse Gabbers. Of dat dit keer ook het geval is, is echter maar de vraag. De huidige generatie Gabbers heeft te maken met een heel andere maatschappij dan die van de jaren negentig. Om te beginnen is het debat rond de vrijheid van meningsuiting door de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh op scherp gezet, waardoor er veel meer ruimte is voor het uiten van xenofobe, racistische en extreemrechtse denkbeelden. De maatschappelijke druk tegen dergelijke ideeën is ineengeschrompeld. Verder was het blanke karakter van de Gabberscene in de jaren negentig nog iets dat een opvallend gegeven was. De meeste jongerenculturen organiseerden zich niet langs etnische lijnen, en de Gabberscene leek dit wel te doen (in het midden gelaten of dit echt zo was, of dat het hier om beeldvorming ging). Inmiddels zijn delen van de samenleving veel meer langs etnische lijnen georganiseerd.
Ten derde spelen de moderne media een belangrijke rol in de huidige Gabberscene. Het Internet stond in de jaren negentig nog in de kinderschoenen, maar is ondertussen gemeengoed geworden. Bij de verspreiding van ideeën, maar ook bij het opzetten van acties en organisaties is het Internet van groot belang geworden. Zeer veel jongeren – en ook zeer veel Gabbers – onderhouden hun sociale netwerk voor een deel via Internet. Vaak kennen mensen elkaar alleen nog virtueel. Dit is zeker deels een verklaring voor de snelle verspreiding en de populariteit van radicale politieke ideeën onder een deel van de Gabbers.
Het zou goed kunnen dat extreemrechtse Gabbers in de jaren negentig met het verdwijnen van de Gabberscene in een politiek isolement terecht kwamen en op die manier vanzelf verdwenen. Als dat een verklaring is, waarom deze groep tegelijkertijd met de Gabberscene verdween, zou dat betekenen dat deze geschiedenis zich dit keer niet hoeft te herhalen. Er is immers meer acceptatie van xenofobe ideeën. Daarnaast is het eventuele optredende omgevingsisolement gemakkelijk te overbruggen via Internet. Aan de andere kant is het eigen aan veel jeugdculturen om radicale ideeën te huldigen, die met het ouder worden massaal worden afgeschud. Daar blijft echter de vraag tegenover staan in hoeverre allerlei ernstige interetnische geweldsincidenten in het collectieve geheugen van lokale gemeenschappen blijven hangen en ook in de toekomst van invloed zijn op onderlinge verhoudingen. Verder is de hoeveelheid geweldsincidenten waarvoor jongeren uit deze scene verantwoordelijk zijn veel groter en zijn ze vaak ook een stuk ernstiger dan de incidenten die in de jaren negentig plaatsvonden, wat vaak verstrekkende consequenties heeft voor slachtoffers, daders en hun leefomgeving. Ook dat kan grote consequenties voor de toekomst hebben.
Noten:
(1) Een van de drie leiders van Stormfront Nederland, Remy Hoven, stond binnen extreemrechts al jaren bekend om zijn drugsverslaving. De andere twee leiders waren Paul Peters en Olivier Oomen. Peters bracht SFN in opspraak door een joodse begraafplaats te vernielen en is inmiddels voorman van Voorpost-Nederland. Oomen is momenteel actief bij de Nationale Alliantie.
(2) American History X vertelt het verhaal van een radicale neonazi in Amerika, die een gruwelijke moord begaat en zich in de gevangenis van zijn politieke overtuiging afkeert. De boodschap van de film is duidelijk antifascistisch, maar die lijkt vaak niet door te dringen tot veel Gabbers die met de film dwepen. Met name de scène, waarin de hoofdpersoon een zwarte man met zijn hoofd op de stoeprand legt en vervolgens doodschopt, geniet een cultstatus binnen een deel van de Gabberscene.
(3) Als onderdeel van deze "campagne" registreerde Michiel Smit ook het internetdomein lonsdale.nl, zonder het overigens verder ooit te gebruiken.