alert!Pan-Turkisme in de polder

Ernst Haffmans

Begin dit jaar bracht de 'Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts' middels een aantal persberichten in het nieuws dat de prominente CDA'er Coskun Çörüz als bestuurslid betrokken was bij een pan-Turkistische stichting. Deze stichting bleek ook nog eens samen te werken met Grijze Wolven. In de pers ging het helaas als snel alleen maar over de kwestie, althans zo leek het, of Çörüz nu wel geen Grijze Wolf was. De onderzoeksgroep had echter al direct aangegeven dat dit niet het geval was en stelde juist de vraag naar de wenselijkheid van contacten van politici met extreem-nationalisten centraal. De onderzoeksgroep heeft haar onderzoek naar SOTA en Çörüz voortgezet en presenteert in dit artikel haar bevindingen.

Uit onderzoek door de Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts van begin dit jaar is gebleken dat Coskun Çörüz, die toentertijd nummer 15 op de kandidatenlijst voor het CDA stond bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 januari 2003, bestuurslid is bij de organisatie SOTA (Stichting Onderzoekscentrum en Stimuleringsfonds van de Talen en Culturen van Turkistan, Azerbaycan, Krim, Kaukasus en Siberië). Çörüz bekleedde sinds 1 april 1992 een bestuurspost bij de stichting. (1) SOTA is een zogeheten pan-Turkistische organisatie die streeft naar vereniging van alle Turks-sprekende volkeren binnen een Groot-Turks Rijk. SOTA geeft daartoe boeken en een digitale nieuwsbrief (Turkistan-N) uit en organiseert bijeenkomsten voor de Turkse gemeenschap in Nederland, met een aparte focus op de nationalistische en pan-Turkistische elementen daarin. Opvallend is dat op het curriculum vitae van Çörüz op de website van het CDA zijn bestuursfunctie bij SOTA niet genoemd staat, ondanks de uitputtende lijst van nevenfuncties en bestuursfuncties uit het verleden van Çörüz. (2) Kennelijk vond Çörüz het wenselijk om zijn betrokkenheid bij SOTA te verzwijgen.

vlnr: TFN-voorzitter Harmankaya, MHP-minister Doðru, auteur Naskali en SOTA-voorzitter Tütüncü
  sota  
Het is sterk de vraag of het voor het CDA en de Nederlandse politiek wenselijk is dat zo'n hooggeplaatste CDA'er connecties heeft met extreemrechtse Grijze Wolven en zich associeert en inzet voor het extreem-nationalistische gedachtengoed van de Partij van de Nationalistische Actie (MHP) uit Turkije en daaraan gelieerde organisaties. Çörüz zet zich met zijn bestuursfunctie bij SOTA actief in voor de Turkse lobby in Europa. Hij draagt daarmee bij aan een blijvende oriëntatie van Turken in Nederland op de nationalistische politiek in Turkije en de Groot-Turkse gedachte die wordt uitgedragen door SOTA en de Grijze Wolven-organisatie Turkse Federatie Nederland (TFN), de mantelorganisatie van de MHP in Nederland.
De bestuurspost van Çörüz bij SOTA kwam bij de onderzoeksgroep onder de aandacht doordat deze stichting eind mei 2002 in Haarlem een symposium ter ere van de tienjarige onafhankelijkheid van de Turkse republieken in Centraal Azië heeft georganiseerd. (3) Dit symposium organiseerde SOTA samen met de TFN. Tijdens het symposium hielden Mehmet Tütüncü, voorzitter van SOTA en Ismet Harmankaya, algemeen voorzitter van de TFN, een toespraak. Op de bijeenkomst sprak verder de professor Sükrü Haluk Akalin, voorzitter van het Türk Dil Kurumu, het Turkse Taal Instituut, die recentelijk nog pleitte voor afschaffing van het gebruik van de Russische en Engelse taal in de communicatie tussen Turkstalige Republieken. (4) Daarnaast wees op de bijeenkomst van SOTA en TFN in Haarlem professor Oktay Sinanoglu op "de noodzaak om de Turkse taal en de Turkse identiteit in onder andere Europa te laten voortleven". (5) Ook de MHP-minister Resat Dogru, verantwoordelijk voor Turken in het buitenland, sprak tijdens het symposium en bepleitte de aloude MHP-politiek dat Turkije haar politieke en economische activiteiten moet richten op de Turkstalige republieken en niet zozeer op Europa. (6)
De Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts had, zoals het principe van hoor- en wederhoor betaamt, voor de bekendmaking van de eerste resultaten van ons onderzoek in een persbericht, contact opgenomen met Coskun Çörüz. Zijn reactie was van dusdanige aard dat we het niet nodig vonden deze op te nemen in ons bericht. (7) Een simpele verschuiling achter onwetendheid over een bestuursfunctie bij een stichting die wij in het spectrum van het extreem-nationalistische Turkse gedachtengoed plaatsen, was niet voldoende. Natuurlijk is extreem-nationalisme niet strafbaar in Nederland en zijn organisaties van Grijze Wolven en andere organisaties uit het Turkse extreem-nationalistische spectrum niet verboden in Nederland. Sterker nog, dergelijke organisaties, als bijvoorbeeld die van de Grijze Wolven, worden door gemeenten in Nederland gesubsidieerd. Wij, als onderzoekers naar Turks extreemrechts, waarschuwen voor de gevaarlijke, intolerante politiek van het extreem-nationalistische gedachtengoed van Grijze Wolven en hun umfeld en menen daarom juist een signaal af te moeten geven over de contacten van Nederlandse parlementariërs met zulke personen en/of organisaties. Het is in het belang van de Nederlandse samenleving dat zij is gevrijwaard van deze extreem-nationalistische elementen, omdat de Turkse gemeenschap beter af is zonder de intimidatie, het chauvinisme en het geweld van Grijze Wolven, zonder invloed van intolerante Turkse politieke lobbygroepen.

Ongeloofwaardige ontkenningen
Maar terug naar het geheugen van Çörüz, en ook iets over het geheugen van Mehmet Tütüncü, de voorzitter van SOTA: beiden herinneren zich niet dat Çörüz sinds 1 april 1992 als bestuurslid van SOTA staat ingeschreven. Hun verdediging is gebaseerd op het volgende: als goede jeugdvrienden richtten zij in het verleden diverse stichtingen op, waarvan beiden nu niet meer weten wie daar precies inzitten. (8) Een geheugenopfrisser: op 20 mei 2000 vulde Tütüncü papieren in voor de Kamer van Koophandel ter controle van de bestuursleden van SOTA. Hierbij kruiste hij bij de naam van Coskun Çörüz aan, zodat deze bestuurslid bleef. (9)
Voor 2000 bleek Tütüncü zich overigens wel te kunnen herinneren dat Çörüz in het bestuur van SOTA zat. SOTA publiceerde namelijk in de periode 1991 - 1997 het kwartaalblad Bitig. In 1997 ging SOTA over op het digitaal publiceren van het blad. In de nummers 6 (april 1993), 10 (november 1995) en 11 (juni 1996) worden ook de bestuursleden van SOTA vermeld. In het rijtje namen komt telkens de naam van Coskun Çörüz voor. De vermelding lijkt in tegenspraak te zijn met wat SOTA-voorzitter Tütüncü in de Volkskrant beweerde, namelijk: "Ik had namen nodig die ik als bestuurders kon opgeven en heb zijn naam gebruikt". (10) Het door Tütüncü over een lange tijdspanne (93-96) publiekelijk vermelden van de naam van Çörüz in Bitig is toch wat anders dan het slechts wat opgeven van namen aan de KvK voor een 'papieren bestuur'. Blijkbaar werd de naam van Çörüz door SOTA op zijn minst ook voor representatieve doeleinden gebruikt. (11)
Daarbij komt dat Tütüncü Çörüz helemaal niet als bestuurslid nodig had voor de Kamer van Koophandel. Tütüncü had namelijk bij de oprichting van SOTA op 7 juni 1991 al voldoende bestuurders, namelijk twee, om formeel een stichting te laten draaien bij de Kamer van Koophandel. Dit wordt gestaafd door de artikel 5 in de oprichtingsakte van SOTA: "De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste twee leden (..) ". En een wellicht wat formele passage in de statuten, onder artikel 7, lid 2: "De bestuursleden worden voor de vergadering opgeroepen (...) etc." Het zou dus goed mogelijk zijn dat Çörüz wel eens een uitnodiging of notulen heeft ontvangen en dus op deze manier wist van zijn bestuursfunctie in SOTA. Verder haalde Tütüncü Oktay Mutlu, Coskun Çörüz en Erdinç Türkcan op 1 april 1992 binnen, en daarna, op 1 november 1995 Adnan Soysal. In ieder geval Mutlu en Soysal spelen een actieve rol in SOTA (uitgeven boeken, maken van studie-reizen) en dan zouden bijvoorbeeld Çörüz en Türkcan, voor spek en bonen in SOTA zitten. Dat lijkt ons ook ongeloofwaardig.
Bovendien zitten de heren Çörüz en Tütüncü beiden ook nog in het bestuur van een andere organisatie, de Stichting CEMYC (Council of Europe Minority Youth Committees). Het lijkt ons erg sterk dat zij nooit hebben gesproken over hun bestuursfuncties of dat ze elkaar daar nooit zijn tegengekomen. Kortom, het is op zijn zachtst gezegd onwaarschijnlijk dat zowel Tütüncü als Çörüz zich pas weer naar aanleiding van de persberichten van de Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts herinnerden dat de laatste in het bestuur van SOTA zat. In de pers beweert Çörüz ook dat hij geen activiteiten of bestuursvergaderingen van SOTA heeft bezocht en dus geen oordeel kan vellen over de activiteiten van deze organisatie. (12) Deze voorstelling van zaken is niet erg aannemelijk. Wat is zijn opinie dan over het krantenknipsel uit de Turkse krant Türkiye op onze site? In plaats van te verwijzen naar het verleden, waarin iedereen kennis heeft kunnen nemen van zijn afkeer van "dit soort organisaties", kan hij beter man en paard noemen. Çörüz hoeft zich niet te distantiëren, maar als hij af wil van geruchten rond zijn persoon betreffende contacten met Grijze Wolven, laat hij dan tenminste duidelijk zijn. Çörüz zegt in het NRC dat hij zich niet hoeft te verantwoorden voor denkbeelden van andere mensen in zijn organisatie (hier praat hij over CEMYC), zolang deze mensen zich aan de doelstelling van de organisatie houden. (13) Dat lijkt ons een gevaarlijke opstelling. Een strategie van Grijze Wolven is juist het verwerven van aanzien binnen de Turkse gemeenschap en het ronselen van leden en kiezers door in gerespecteerde organisaties te gaan zitten. Als Çörüz daar maling aan heeft, zou hij hypothetisch gezien ook geen moeite hebben met het lidmaatschap van de zelfverklaarde neonazi Constant Kusters van de Nederlandse Volks Unie voor het CDA, zolang Kusters de doelstelling van het CDA maar onderschrijft.
Als laatste de bijna klassieke reflex van Çörüz: klassiek omdat hij, net als veel andere van extreem-rechtse sympathieën beschuldigde Turken, uithaalt naar "linkse lieden uit Turkije", en juist hij zodoende die scheidslijn scherper stelt, en bovendien zichzelf aan de rechterzijde zet. (14) Als politicus heb je volgens ons een brugfunctie, en Çörüz laat hier in dat kader een flinke kans liggen om een statement te maken tegen intolerantie en intimidatie van Grijze Wolven, en voor respect en verdraagzaamheid binnen de Turkse gemeenschap.

Connecties met nationalisten
Uit nader onderzoek naar SOTA is gebleken dat de stichting en haar bestuursleden nog over andere linken met het Turkse (extreem)-nationalistische spectrum beschikken. Het symposium staat dus niet op zich en kan daarom niet worden afgedaan als een incident. We kunnen daarbij een tweedeling maken in de activiteiten die SOTA organiseert en de personen die werkzaam zijn voor de stichting. Op 14 maart 1996 organiseerde SOTA in Haarlem een conferentie over Oost-Turkestan, over Chinese nucleaire tests in dat gebied. Eén van de prominente gasten was de vooraanstaande Grijze Wolf Türkmen Onur, de toenmalige voorzitter van de Europese Turkse Federatie. Onur wordt nadrukkelijk in het verslag in Bitig van deze bijeenkomst genoemd.
In Bitig nummer 10 van november 1995 treffen we een artikel aan van SOTA-bestuurslid Adnan Soysal. Het betreft een verslag van zijn bezoek aan het vijfde congres van de World Turkish Youth League, dat plaatsvond van 1 - 6 augustus 1995 in Kirgizië. In het begin van het artikel meldt Soysal dat hij door Mehmet Tütüncü is gevraagd om deel te nemen aan de Nederlandse delegatie van Turken aan dit congres. De indruk zou kunnen worden gewekt dat Soysal wordt gevraagd vanuit journalistieke overwegingen. Dergelijke overwegingen zijn vermoedelijk maar van zijdelings belang geweest, want Tütüncü blijkt uit hoofde van zijn bestuurslidmaatschap van de Stichting Nederlands-Turks Academisch Genootschap (SNTAG) organisatorisch betrokken te zijn bij het congres. De SNTAG is namelijk lid van de League. Onder de andere lidorganisaties treffen we bekende nationalistische en/of pan-Turkistische organisaties aan als de Europese federatie ATIB uit Duitsland en de Türk Ocaklari (Turkse Haarden) uit Turkije. (15) Voorzitter van het congres was Yakup Deliömeroglu. Deliömerogli is een functionaris van de Turkse Haarden in Ankara.

Eén provincie heeft Turan
En ook slechts één enkele taal
Wie meer talen constateert
Jaagt dus heel iets anders na

´t Turkendom is één van hart
En van godsdienst en van land
Maar die eenheid houdt slechts stand
Mits het ook blijft één van taal

Ziya Gökalp

Bovenstaand gedicht van de vooraanstaande pan-Turkistische propagandist en denker Ziya Gökalp (1876-1924) prijkte diverse malen op de cover van SOTA-publicatie Bitig. Het brengt het pan-Turkistische ideaal van Turan ter sprake: een Groot-Turks Rijk waarin alle 'Turkse' volkeren zijn verenigd. Verder betekent het gedicht programmatisch geïnterpreteerd weinig goeds voor minderheden in Turkije die geen Turks spreken. Zij verstoren het Turanistische ideaalbeeld van 'een rijk, een volk, een taal' en hebben daarom geen plaats in Turan. Dergelijke opvattingen hebben in de Turkse Republiek geleid tot ontkennen en onderdrukken van de cultuur en taal van andere minderheden, met name die van de Koerden. Met de plaatsing van dit gedicht op een prominente plaats in Bitig laat SOTA nog eens duidelijk haar Turkistische gezicht zien.

Diverse bestuursleden van SOTA hebben een verleden bij Turkse extreem-nationalistische organisaties. Mehmet Tütüncü was begin jaren negentig bestuurslid van Nederlandse Unie van Turks-Islamitische Organisaties (HTIKB), feitelijk een afsplitsing van de Federatie van Turkse Verenigingen in Nederland (HDTF), de voorloper van de TFN. Tütüncü is ook betrokken als secretaris bij de Stichting Samenwerking Hulp en Solidariteit van Karamanlilar in Nederland. Bij deze stichting 'Karaman' zitten diverse (ex-)Grijze Wolven in het bestuur. Zowel Ugur Sen als Muharrem Çetin hebben bestuursfuncties bij de Grijze Wolvenorganisatie Turks Kultureel Centrum in Utrecht bekleed. Ali Riza Yagci tenslotte vervulde nog vrij recentelijk een bestuurspost bij de HTIKB. SOTA-bestuurslid Veyis Güngör (ook bekend van Turks Huis in Amsterdam) was oprichter en bestuurslid van de Turkse Democratische Jongeren Vereniging (TDJV), een Amsterdamse Grijze Wolvenorganisatie en was verder in de jaren tachtig betrokken bij de HDTF. Begin jaren negentig was Güngor ook nog actief bij de HTIKB. (16)
Een andere link van SOTA met het nationalistische Turkse gedachtengoed treffen we aan in de persoon van Ibrahim Tagi. Tagi is de specialist van SOTA voor Azerbeidzjan. Hij is de ex-voorzitter (26 juni 1990 tot en met 29 december 1992) van de Hollanda Türk Kultur ve Dayanisma Dernegi te Den Haag. Deze vereniging is medeoprichter van de TFN in 1995. De Haagse vereniging komen we ook in het SOTA-blad Bitig tegen. In nummer 7/8 uit 1993 van dit tijdschrift staat een verklaring, gedateerd 22 juni 1993, waarin kritiek wordt geuit op het door de Turkse regering gevoerde Azerbeidzjan-beleid. De verklaring is ondertekend door de bovenstaande vereniging in Den Haag, SOTA, de Stichting Nederlands-Turks Academisch Genootschap, de Turkse Raad Nederland en de Türkistan Vakfi.

Turkse Raad Nederland
SOTA doet overigens nog meer dan de hierboven al genoemde activiteiten. De stichting participeert ook in de vereniging Turkse Raad Nederland (TRN). De TRN werd op 3 mei 1993 opgericht. Opvallend aan die dag is dat dan de 'Dag van het Turkisme' wordt gevierd. We vragen ons daarom af of de datum toevallig is gekozen of dat deze keuze als een politiek statement moet worden gezien. Dat lijkt ons niet onwaarschijnlijk gezien de politieke achtergrond van een aantal van de oprichters van de TRN. In de acte van oprichting uit 1996 van de TRN lezen we dat SNTAG, SOTA, stichting Turkevi (Turks Huis), stichting Turkse Muziek en Zang Festivals en de stichting Medische Samenwerking Nederland Turkije (begin 1999 opgeheven) lid van de vereniging zijn. Opvallend is dat een aantal personen in meerdere besturen van bij de TRN aangesloten organisaties zit (zie organisatieschema). Er zouden ook nog andere niet nader genoemde organisaties lid zijn. In de statuten lezen we dat TRN ten doel heeft "de bevordering en stimulatie van het verrichten van onderzoek naar en het verbreden van de kennis in Nederland van Turkije en de Turkse taal, cultuur en historie" en "het behartigen van de belangen van de Turkse gemeenschap in Nederland". De TRN probeert dit onder meer te bereiken door "het coördineren en bevorderen van de samenwerking van diverse Turkse organisaties in Nederland, binnen de Europese Unie en daarbuiten." De oprichtingsacte wordt onder meer ondertekend door Veyis Güngör en Mehmet Tütüncü.
De TRN en haar periferie opereert tamelijk schimmig. De wetenschappers Jean Tillie en Meindert Fennema doen onder meer onderzoek naar netwerken van organisaties die deel uitmaken van de Turkse gemeenschap in Nederland. In dat kader hebben zij ook de TRN onderzocht. Zij hebben weinig over deze organisatie weten te achterhalen: "over het cluster (de TRN en de directe organisatorische en personele verbanden, red.) rond de Turkse Raad Nederland ontbreekt het ons op dit moment aan voldoende informatie om een interpretatie te geven". Zij doelen dan op de organisatie, het beleid en de structuur van dit cluster. (17) Wij hebben wel het een en ander kunnen achterhalen over de activiteiten van de TRN, maar dit was zo weinig dat we ons afvragen of de TRN wel poogt om actief naar buiten te treden. De oorzaak van het ogenschijnlijke gebrek aan daadkracht zou de coördinerende rol kunnen zijn die de TRN zichzelf toedicht. Die zou er toe hebben kunnen geleid dat de TRN een nogal naar binnengekeerd karakter heeft gekregen en zodoende weinig publieksgerichte activiteiten organiseert. Coördineren brengt namelijk doorgaans veel overleg en vergaderen met zich mee en dergelijke activiteiten onttrekken zich over het algemeen aan het oog van de buitenwereld.
De initiatiefgroep tot de oprichting van de TRN, waarin onder andere Güngör en Tütüncü zitting hadden, stuurde diverse brieven aan Turkse organisaties om ze te informeren over hun voornemen en ze te enthousiasmeren tot aansluiting bij het initiatief. Er wordt ook door de initiatiefgroep gewag gemaakt van de intentie zich aan te sluiten bij de World Turkish Council (WTC). Deze council werd in 1992 in New York opgericht. Dit voornemen wordt uitgevoerd.
De eerste publieke actie die we van de TRN hebben gevonden is een persverklaring naar aanleiding van de controverse rond de toetreding van de HTIKB tot het Inspraakorgaan Turken (IOT). De linkse federatie Turkse Arbeiders Vereniging in Nederland (HTIB) was sterk gekant tegen de toetreding omdat zij de HTIKB als Grijze Wolven zag. De HTIB dreigde uit het IOT te stappen. Uiteindelijk was het gevolg dat het dagelijks bestuur van het IOT aftrad. In de persverklaring van de TRN van 22 november 1994 neemt zij het op voor de HTIKB. Zij stelt dat de HTIB slechts verdeeldheid zou willen zaaien.
In april 1995 vindt in Den Haag een demonstratie plaats naar aanleiding van de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap (PKDW). Er demonstreren zo'n 25.000 (volgens Turkse media 75.000) nationalistische Turken. Het motto was 'Turkije, we staan achter je'. Veelvuldig werd het Grijze Wolven-gebaar gemaakt en waren er dito spandoeken te zien. Ook werd er in koor "Ons leger is het beste" geroepen. (18) Een van de zeven organisatoren van de demonstratie is de Turkse Raad Nederland. Tütüncü laat zich in de pers van zijn demagogische kant zien als hij het heeft over het vermeende geweld van de PKK in Nederland: "De hoeveelheid en de aard van de aanslagen tonen veel gelijkenis met wat eerder in Duitsland is gebeurd". (19) Deze uitspraak wordt niet door feiten gestaafd: tot op heden is er namelijk geen enkele PKK-er in Nederland veroordeeld voor een dergelijke 'aanslag' waarop Tütüncü doelt. Met het schermen met het geweldspotentieel van de PKK in Nederland hoopte Tütüncü het autochtone deel van de Nederlandse bevolking te kunnen mobiliseren tegen de PKK en de PKDW.
Naar aanleiding van de verhoren van professor Bovenkerk bij de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (de zogenaamde IRT-commissie) brengt de TRN op 13 september 1995 een persbericht uit met als onderwerp "georganiseerde misdaad en Turken". In de persverklaring wordt de bekende propaganda van de Turkse staat nagepraat over drugshandel en de PKK. "De vermeende Turkse drugssyndicaten in Nederland zijn feitelijk nauw verbonden met de Koerdische terreurorganisatie PKK", aldus de TRN. Kortom, als er al Turken bij drugshandel zijn betrokken dan toch op een te verwaarlozen schaal. Inmiddels weten we onder meer naar aanleiding van het Susurluk-schandaal dat de Turkse staat zelf op grote schaal was betrokken bij drugshandel. Nog bonter maakt de TRN het als zij beweert dat "Bovenkerk dit soort uitlatingen gezegd heeft om nogmaals de mening van de minister van buitenlandse Zaken te beïnvloeden in opdracht van de terreurorganisatie PKK" en dat de uitspraken van Bovenkerk moeten worden bezien in "[het blokkeren van] de toetreding van Turkije tot de Europese Unie". De hele verklaring is doortrokken met dergelijke lachwekkend paranoïde, en vanuit het perspectief van de belangen van de Turkse staat beziene, beweringen.
Uit de twee persverklaringen, de betrokkenheid bij de demonstratie tegen de PKDW en het lidmaatschap van de WTC, komt een ander beeld naar voren dan het behartigen van de belangen van Turkse gemeenschap in Nederland. Er is veeleer sprake van het behartigen van de belangen van de Turkse staat: er worden immers (propagandistische) standpunten die de Turkse staat huldigt voor het voetlicht gebracht en men ageert tegen organisaties die zij ziet als vijand van de Turkse staat. Daarmee plaatst de TRN zich in het rijtje van andere Turkse propaganda en lobby-organisaties buiten Turkije als het Turks Platform in Nederland en Turkish Forum (zie www.turkishforum.com).

Propaganda en SOTA
Het verspreiden van propaganda blijkt ook SOTA niet vreemd te zijn. In 1998 publiceerde SOTA een boek van de gepensioneerde CIA-official Paul Henze, Turkey and Atatürk's legacy, Turkey's political evolution, Turkish-US relations and prospects for the 21st. century. (20) Dit werk, oorspronkelijk opgesteld voor een universitair militair opleidingsinstituut in de VS, de National Defense University, is doortrokken van koude oorlog-retoriek. Het is daarom opvallend dat SOTA het boek toch heeft uitgegeven. Zij wil zichzelf immers presenteren als een serieus onderzoeksinstituut, en niet als een instituut voor propaganda?
Wat Henze's opvattingen zijn over wetenschappelijke onderzoeksmethodes leren we uit een artikel van hem in de Atlantic Community (winter 1981-1982). Het artikel gaat over de aanslag op de paus en de vermeende rol van de Sovjet Unie daarbij. In dat kader schrijft Henze: "I believe we are past the point where it serves the interests of any party except the Sovjets to adopt the minimalist, legalistic approach which argues that if there is no "documentary evidence" or some other form of incontrovertible proof that the government of the U.S.S.R is behind something, we assume that it is not." Dus als Henze voor bepaalde veronderstellingen geen harde bewijzen heeft met betrekking tot de aanslag op de paus dan is dat ook niet nodig. Bij beweringen over andere kwesties blijkt Henze die opvatting ook toe te passen. Deze aanpak vinden we dan ook terug in diens Turkey and Atatürk's legacy.
We zullen nu kijken hoe Henze de tumultueuze jaren voor de militaire coup van september 1980 in Turkije en de periode direct daarna weergeeft ten aanzien van het geweld dat door links en rechts werd gebruikt en de maatregelen die door de coupplegers werden genomen. Henze beweert dat aan het geweld in de jaren zeventig in Turkije door links een destabiliseringscampagne ten grondslag lag van de Sovjet Unie. De 'terroristen' zouden door de SU ruim voorzien worden van wapens en geld. Ook ziet hij een grote rol weggelegd voor de linkse onderwijzersvakbond TÖBDER en de vakbondsfederatie DISK bij het verlenen van steun aan de terroristen. Voor deze claims voert hij geen enkel bewijs aan. De vooraanstaande Turkse onderzoeksjournalist Ugur Muncu doet de beweringen van Henze over de vakbonden af als keiharde leugens. Daarbij komt dat degene die uiteindelijk van het geweld profiteerde niet de USSR was maar juist de VS, zoals Henze ook toegeeft in een boek van hem over de aanslag op de paus. De relatie van Turkije en de VS werd door het geweld juist versterkt. Dit gegeven alleen al maakt een destabiliseringscampagne van de Sovjet Unie tamelijk onwaarschijnlijk. Gebeurtenissen die ongunstig zijn voor de coup- of rechtse geweldplegers vermeldt Henze simpelweg niet. De slachting door Grijze Wolven in Kahramanmaras in december 1978 onder de linkse en alevitische bevolking, verwordt bij Henze tot een uit de hand gelopen rel, waarbij uiteraard geen duidelijke schuldige partij valt aan te wijzen. (21) Over de coup meldt Henze dat in de periode erna het normale leven snel was hersteld en dat er slechts enkele beambten en politici die lid waren van extremistische partijen werden opgepakt. Verder meldt Henze nog dat er in de eerste jaren na de coup in totaal tachtigduizend terroristen werden opgepakt. In het boek staat niets over de verregaande repressie door de militairen: "Iedereen die voor september 1980 ook maar enigszins afwijkende (linkse of islamitische) opinies had verkondigd, kon problemen verwachten". (22) Niets over de systematische martelingen en de vele slachtoffers die dat opleverde, het ontslag van alle burgemeesters, gemeenteraadsleden en parlementariërs, het sluiten van talloze kranten en arrestaties van journalisten. Of dat het in juni 1981 werd verboden om over politieke zaken te praten en het bizarre decreet in 1982, waarin het de oude politici werd verboden om zich uit te spreken over het verleden, het heden en de toekomst. (23)
SOTA verspreidt met het boek van Henze een zeer propagandistisch historisch beeld van Turkije, een beeld waarin de betrokkenheid van de VS en haar bondgenoten (onder andere extreem-rechts, deel gevestigde politiek en de militairen) bij tal van onwelvoeglijke zaken wordt verhuld. Dat is overwinnaarsgeschiedschrijving, die geenszins bedraagt aan het ontwikkelen van visies om de huidige problemen van Turkije op te lossen. Ik denk dan met name aan de mensenrechtenproblematiek, de Koerdische kwestie en het ontbreken van werkelijke democratie in Turkije.

Ernst Haffmans is medewerker van Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts

  organisatieschema  


Toelichting organisatieschema
In het organisatieschema geeft de x-balk tijdsverloop globaal aan, dus hoe meer naar rechts een organisatie in het schema wordt aangetroffen, hoe recenter deze is opgericht. De stichting Medische Samenwerking Nederland Turkije, en die lid was van de Turkse Raad Nederland, is niet in het organisatieschema opgenomen omdat deze stichting begin 1999 werd opgeheven. Het schema geeft de situatie per 1 januari 2003 aan. Toen zat Coskun Çörüz nog in het bestuur van SOTA.

CEMYC, voluit: Council of Europe Minority Youth Committees (opgericht: 25 september 1988)
CEMYC Nederland, voluit: Council of Europe Minority Youth Committees Nederland (opgericht: 24 juli 1992)
HTDF, voluit: Federatie van Turkse Verenigingen in Nederland (opgericht: 22 september 1982, inmiddels opgeheven)
HTIKB, voluit, van Nederlandse Unie van Turks-Islamitische Organisaties (opgericht: 21 oktober 1988)
Karaman, voluit: Stichting Samenwerking Hulp en Solidariteit van Karamanlilar in Nederland (opgericht: 7 november 1997)
SNTAG, voluit Stichting Nederlands-Turks Academisch Genootschap (opgericht: 17 januari 1990)
SOTA, voluit: Stichting Onderzoekscentrum en Stimuleringsfonds van de Talen en Culturen van Turkistan, Azerbaycan, Krim, Kaukasus en Siberië (opgericht: 7 juni 1991)
TDJV, voluit: Turkse Democratische Jeugdvereniging (opgericht: 17 mei 1982)
TICF, voluit: Stichting Turks-Islamitische Culturele Federatie (opgericht: 31 januari 1979)
Turks Huis Noord (opgericht: 29 oktober 1998)
Turks Huis Westerpark (opgericht: 3 december 1992)
Turkse Muziek en Zang, voluit: Stichting Turkse Muziek en Zang Festivals Holland (opgericht: 9 september 1993)
Turkse Raad Nederland (opgericht: 3 mei 1993)

Noten:
1): Çörüz heeft zich naar aanleiding van de publiciteit in de media met ingang van 27 januari 2003 laten uitschrijven bij de Kamer van Koophandel als bestuurslid van SOTA.
2): In het boek De vele gezichten van Turks Nederland (Mets/NPS, 1999), waarin talloze prominente Nederlanders van Turkse komaf worden geportretteerd worden circa 20 bestuursposten van Çörüz opgesomd. Çörüz verklaart in het boekje al deze bestuursposten uit "een stukje idealisme". We geloven dat het eerder te maken heeft met het verzamelen van zoveel mogelijk 'kruiwagens' in het kader van onvervalst (politiek) carrièrisme. Het lijkt ons namelijk onmogelijk dat iemand dermate veel bestuursposten, op tamelijk uit elkaar liggende werkvelden, naar behoren zou kunnen invullen. Logischer is het dat de bestuursposten vooral dienden om in korte tijd een invloedrijk netwerk op te bouwen. De journalist Ahmet Olgun zegt hierover in dit kader: "Als je bedenkt dat Çörüz politieke ambities heeft en bij talloze organisaties zit om zijn doel te bereiken, kun je van hem niet méér verwachten dan politiek correcte uitspraken". (bron: Erdogan, Altan, CDA's eigen 'troetel-allochtoon', De Volkskrant, 29 mei 2001)
3): Ates, Ramazan, Ata yurdu bizi bekliyor, Türkiye, 27 mei 2002
4): Turkish Daily News, 26 september 2002
5): Zie voor de vertaling van het volledige artikel: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/coruz/artikel48.html
6): Anadolu Agency, 1 augustus 2002
7): Zie voor de reactie van Çörüz: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/coruz/artikel53.html
8): Heijmans, Toine, Kamerlid zou ijveren voor Groot-Turkije, de Volkskrant, 22 januari 2003
9): Zie voor het bewuste KvK-formulier opgave van wijzigingen: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/coruz/artikel56.html
10): Heijmans, Toine, Kamerlid zou ijveren voor Groot-Turkije, de Volkskrant, 22 januari 2003
11): We willen wat betreft Bitig nog opmerken dat we ons afvragen of Çörüz niet op de verzendlijst stond van het blad van zijn goede vriend Tütüncü. Daarbij is hij niet alleen een goede vriend van de SOTA-voorzitter, maar ook een vooraanstaande persoon in de Turkse gemeenschap in Nederland. Indien Çörüz op de verzendlijst stond had hij zelf herhaaldelijk kunnen lezen dat hij in het SOTA-bestuur zat. En anders had hij dit bijvoorbeeld van CEMYC-bestuurslid en collega-parlementariër Fadime Örgü (VVD) kunnen vernemen, zij was immers in 1992 korte tijd 'assistant editor' bij Bitig, of van die andere CEMYC-collega Veyis Güngör, die een tijd lang de SOTA-specialist voor Turkmenistan was (of mogelijk nog steeds is).
12): Kamerlid is 'geen Turks-nationalist', NRC, 22 januari 2003 en, Heijmans, Toine, Kamerlid zou ijveren voor Groot-Turkije, de Volkskrant, 22 januari 2003
13): Kamerlid is 'geen Turks-nationalist', NRC, 22 januari 2003
14): ibid
15): Kemal Can, een bekende onderzoeker naar nationalistische stromingen in Turkije schrijft in zijn artikel Youth, Turkism and the extreme right: the 'Idealist Hearths' uit 2000 het volgende over de Turkse Haarden: "De Turkse Haarden (Türk Ocaklari) werd opgericht in 1912. Na de stichting van de Turkse Republiek trok zij de aandacht met haar reactie op linkse stromingen. In 1932 werd de Turkse Haarden gesloten en in 1949 werd ze heropend onder de protectie van de Democratische Partij (Demokrat Partisi, DP). In de jaren zeventig gebruikten nationalistische theoretici de Turkse Haarden als centrum voor anti-communistische activiteiten. In 1975 nam de controle van de idealisten over de Haarden toe. Na de coup van 12 september 1980 ontstond er echter een breuk tussen de Haarden en de idealisten. Een groep MHP-leden die van Alparslan Türkes (de leider van de MHP, red.) waren vervreemd, gebruikten de afdelingen van de Haarden die zij controleerden als hoofdkwartier. Na de dood van Türkes keerden deze personen terug naar de MHP. De huidige algemeen secretaris van de Turkse Haarden, Nuri Gürgür, is een man die al lange tijd deel uitmaakt van de idealistische traditie. Op dit moment staat de Turkse Haarden in de directe nabijheid van zowel de MHP als de idealisten." Zie voor o.a. de pan-Turkistische kanten van de Turkse Haarden ook: Poulton, Hugh, Top Hat, Grey Wolf and Crescent, New York University Press, 1997, pp. 143-145 en p. 155. De Nederlandse HTIKB is aangesloten bij de Europese overkoepelende federatie ATIB. Zie voor meer informatie over de ATIB: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/boek2/hfstuk3.html
16): Op internet liet Mohamed el-Fers (een alias van Rob Elfers), auteur van het roemruchte werkje Hoe gevaarlijk zijn de Turken, op het forum van de site www.turksestudent.nl naar aanleiding van de persaandacht voor SOTA en Çörüz ook van zich horen. Hij nam het op voor Veyis Güngor en Çörüz. Dat is natuurlijk zijn goed recht, jammer is alleen dat hij spoken ziet - helaas gebeurt dit wel vaker bij el-Fers. De onderzoeksgroep heeft namelijk niet in haar persberichten over SOTA, zoals el-Fers doet voorkomen, Çörüz ervan beschuldigd een Grijze Wolf te zijn, noch heeft zij Güngör bestempeld als "belangenbehartiger van Turks nationalisme en de Grijze Wolven". Deze laatste bewering is voor rekening van Volkskrant-journalist Heijmans. Overigens zijn we het wel met Heijmans eens. Turks Huis gaf immers het boek uit van Nibbering en el-Fers Hoe gevaarlijk zijn de Turken (1998), initieerde het 'onderzoek' dat ten dele ten grondslag lag aan het boek en organiseerde (in samenwerking met anderen) in de Rode Hoed in 1998 een debat naar aanleiding van het uitkomen van het onderzoek 'Media-effecten bij Turken'. Al deze activiteiten stonden in het kader van de ridiculisering van Braam, Ülger en anderen criticasters van het Turkse extreem-nationalisme. Men poogde hen weg te zetten als sensatiezoekers, fantasten, losgeslagen maoïsten of neo-stalinisten om zo het 'slechte' nieuws te neutraliseren. El-Fers heeft overigens wel vaker problemen met de identiteit van Veyis Güngor. Zo verwarde hij hem in de Groene Amsterdammer enige tijd geleden nog met de Britse journalist Chris Morris van The Guardian. Morris schreef op 22 februari 2001 in die krant namelijk over Nazim Hikmet het volgende: "In terms of political ideology, nationalist antipathy to Hikmet is not surprising, but as a poet he was also a patriot who had a deep attachment to Turkey and its people". Daarna volgt in de tekst direct een kort fragment van een gedicht van Nazim Hikmet. In de Groene Amsterdammer van 19 januari 2002 schrijft el-Fers ook een artikel over Nazim Hikmet. Daar lezen we: "Veyis Güngör, voorzitter van de Amsterdamse vereniging Turks Huis die in 1997 een Hikmet-dag organiseerde: 'Politiek-ideologisch is bepaalde nationalistische antipathie tegen Hikmet te verwachten. Maar je dient een dichter als dichter te beoordelen, niet omdat hij, zoals in het geval van Nazim Hikmet, ook een patriot was die tot aan zijn dood de grootst mogelijke affiniteit met Turkije en zijn bevolking toonde.' '' Na deze uitspraak van Güngör laat el-Fers exact hetzelfde dicht-fragment van Hikmet volgen als Morris. We zullen dit maar geen plagiaat noemen, maar de overeenkomsten zijn wel wat al te toevallig. De passage van el-Fers in de Groene wijst volgens ons daarom op een ongezonde drang van el-Fers om Güngör en Turks Huis in het zonnetje te zetten.
17): Fennema, Meindert, Jean Tillie, De Turkse gemeenschap in Amsterdam, Een netwerkanalyse, in: Gevers, Anne (red.), Uit de zevende, Vijftig jaar politieke en sociaal-culturele wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, Het Spinhuis, 1998
18): AD, 24 april 1995, Zwolsche Courant, 24 april 1995
19): Turken: eerst betogen, dan pas praten, Algemeen Dagblad, 21 april 1995
20): Paul Henze begon zijn carrière bij de CIA bij het ministerie van Defensie in de jaren vijftig als 'adviseur beleid buitenland'. Twee jaar later werkte hij in Duitsland bij de door de CIA gecontroleerde Radio Free Europe. In 1969 werd hij de hoogste CIA-official op de Amerikaanse ambassade in Ethiopië, hij bleef dat tot 1972. Dezelfde post had Henze van 1974 tot 1977 op de VS-Ambassade in Turkije. Interessant is dat volgens de Turkse politicus Ecevit Henze achter de schermen het buitensporige geweld van Turks extreem-rechts in deze jaren in Turkije mede hielp organiseren. Andere bronnen weten te melden dat de liason die Henze in Ankara had tussen hem (en de CIA) en de MHP-top in de BRD een voormalige Turkmeense nazi-collaborateur was, de heer Ruzi Nazar. Nazar werkte in die jaren op de Amerikaanse ambassade in Bonn. Nazar zou ook over uitstekende contacten hebben beschikt met de inmiddels overleden MHP-voorzitter Alparslan Türkes. Begin 1977 werd Henze door Zbigniew Brezinski, ten tijde van het presidentschap van Carter, toegevoegd aan de staf van het Witte Huis. Hij werd daar tot eind 1980 de vertegenwoordiger van de National Security Council. Bij zijn pensionering in 1980 had hij de rang van generaal. Na zijn pensionering werd hij consulent voor de RAND Corporation, een Amerikaanse denktank. Henze is vooral bekend vanwege zijn boek over de aanslag op de paus, The Plot to kill the Pope, waarin hij poogt de aanslagpleger en Grijze Wolf Mehmet Ali Agca als een communistische agent te presenteren. Hij slaagt niet in dat huzarenstukje. Wie meer wil lezen over Henze:
Herman, Edward S., Frank Brodhead, The rise and fall of the bulgarian connection, Sheridan Square Publications, 1986, pp.146-159
Brodhead, Frank, Howard Friel, Edward S. Herman, Darkness in Rome, The 'bulgarian connection' revisited, Covert Action Information Bulletin, nummer 23, lente 1985, p. 15 (zie voor een deel van dit artikel: The CIA and the Gray Wolves
21): Tijdens de slachtpartij, waaraan circa 20.000 mensen deelnamen, werden volgens officiële gegevens 111 mensen vermoord, 176 mensen verwond en 280 gebouwen platgebrand.
22): Zürcher, Erik J., Een geschiedenis van het moderne Turkije, Sun, 1995, pp. 345-346
23): ibid.

back