alert!Rassenleer van ziener Jozef Rulof opnieuw onder de loep, deel 2

Herman Nimis

Toelichting
Deel I van dit artikel verscheen in het juninummer 2006. De publicatie op de website (1) veroorzaakte veel onrust bij de lezers van de boeken op het forum http://www.jruloff.com/. Als verzoenend gebaar en ook omdat al wat kritische artikelen over de Rulofboeken in omloop zijn, besloot ik eerst om de vervolgartikelen in te trekken. Vervolgens begaf ik mij op dat forum met 2 experts in een discussie waarin zich in het begin geen derden konden mengen. Het doel was aanvankelijk om zowel kritische als ondersteunende info over de Rulofleer uit te brengen op Wikipedia. De discussie wilde echter niet erg vlotten omdat wij elk van verschillende referentiekaders uitgingen. Er werd een relatief resultaat bereikt: de 2 experts gaven toe dat in sommige boeken fragmenten staan die volgens huidige maatstaven antisemitisch overkomen, wat echter zou wegvallen als ze in een ruimer perspectief worden gelezen. Ik suggereerde deze bewering en de door mij vastgestelde bedenkelijkheden in de rassenleer als thema's te laten figureren op een nog door hen op te richten website. Van mijn kant kwam ik tot de conclusie dat geen van de lezers, voor zover ik dat vanaf het forum kon opmaken, antisemitische of racistische denkbeelden koestert zoals die volgens mij en enkele belangenbehartigende instanties wél in de boeken voorkomen. Dit gevaar bestaat echter wel als de boeken in verkeerde handen raken. Na dit interim resultaat barstte een vervolgdiscussie op het open forum los waarbij ik het moest ontgelden. Om die reden en om onvolledigheid te vermijden heb ik besloten om de delen 2 en 3 van mijn artikel alsnog uit te brengen.

Het blanke ras kent vele kleurtjes
Volgens de Rulofleer gaat een kleurling pas echt in evolutie vooruit als hij met blanken in aanraking komt (boek Het Ontstaan Van Het Heelal (HOVHH), pag. 322, P 78):

Meester Alcar tijdens een astrale reis tegen André (pseudoniem voor Rulof): "De kleurlingen die jij bedoelt, hebben met déze wezens [P 78: de eerste drie stoffelijke graden] niets uit te staan. Maar zie deze wezens en kijk dan naar hen die je als kleurlingen ziet. Hoe groot is het verschil! Deze mensen zijn nog niet zover, zij zijn primitief, onbeholpen en schuchter. Zij zonderen zich van de massa af en kunnen zich nog niet aanpassen. Die kleurlingen bezitten meer gevoel en zij leven tussen de blanken. Die wezens [P78: negers en kleurlingen], dat zal je nu duidelijk zijn, bevinden zich in een heel andere toestand en hebben met ons zielenleven verbinding. Ook hun stoffelijke organisme is volmaakt en niet te vergelijken met al deze graden die wij tot nu hebben gevolgd."

Kleurlingen worden volgens deze constatering dus 'volmaakter' als ze met blanken in aanraking komen. Dit bevestigt tevens dat Rulofs visie, waarin een toekomstige wereldleer wordt verkondigd die alles wat tot dusver werd beweerd over evolutie in de schaduw moet stellen, beperkt was tot de bekrompen en koloniale tijdgeest van zo'n 70 jaren geleden. Tegenwoordig worden natuurvolkeren met meer respect bejegend, omdat zij op eigen wijze en meestal zonder invloeden van de westerse civilisatie in staat zijn om te overleven zoals westerlingen dat nooit zouden kunnen. Maar volgens de Rulof-leer is de evolutie van gekleurde natuurvolkeren naar een blanke civilisatie doorslaggevend.

Voor mensen van het negroïde ras staat in 'De Kosmologie, deel 4', pag. 231, P 78 dit douceurtje: "Gij weet bovendien dat de kleurlingen, als de donkere rassen, bovendien de zevende graad voor het menselijke organisme hebben bereikt en dat die kleurlingen géén oerwoudbewoners meer zijn. Negers hebben afstemming op de zesde en zevende levensgraad. Gij kunt de verhoogde bewustwording vaststellen, de oerwoudbewoner moet dat stadium nog bereiken. Dat zijn voor de negers de bloedafstemmingen en heeft niets meer te betekenen voor de zeven levensgraden. Daardoor bevinden die mensen zich voor het huidige stadium onder het blanke ras. Dat bewustzijn is in staat de huidige maatschappij te vertegenwoordigen "(..).

Met andere woorden: negroïden die in een westerse en blanke maatschappij leven -waarschijnlijk worden daarmee Noord-Amerikaanse negroïden bedoeld- mogen ook tot het blanke ras gerekend worden. En het blanke ras moet in dit verband gezien worden als hoogste graad van geestelijke ontwikkeling. Maar toch ook als hoogste graad van fysieke ontwikkeling? Dat hoort er voor de volledigheid bij, maar staat er niet. Iets is dus nog niet volmaakt aan deze categorie negroïden, in tegenstelling tot uitgeëvolutioneerde mensen met een werkelijk blanke huidskleur.

Wayti (P 79): "De term 'het blanke ras' staat in deze uitdrukking dus voor 'de hogere stoffelijke graden', met inbegrip van alle kleurtjes die in die hogere graden vertegenwoordigd zijn."

Naast dit verwarrend gegoochel met graden en rassen schijnt deze uitgeverij over het hoofd te zien dat het tegenwoordig als discriminatoir wordt opgevat het blanke ras op welke wijze dan ook hoger te beschouwen dan andere mensenrassen.

Intellectualisme: keerzijde van de blanke beschaving
Niettemin heeft Rulof enig ontzag voor natuurvolkeren omdat sommige hun natuurlijke afstemming nog niet hebben verloren. Ze bleven dus raszuiver zoals de eskimo's (deel 1). En zelfs de blanke levensstijl heeft haar keerzijde (HOVHH, pag. 509-510, P 80): "Zij hebben zich een toestand geschapen die niet natuurlijk meer is. Zij behangen zich met sierlijke dingen, gaan goed en rijk gekleed, doch hebben hun natuurlijke afstemming afgelegd. Zij zijn verdwaald in hun mooie en rijke levens en doen dingen die de mensen in het oerwoud niet zouden kunnen doen. Dat is het instinct, de natuur; en die natuurwetten en krachten heeft de intellectuele mens verloren en bezoedeld. Is het dan zo vreselijk wanneer ik zeg dat de natuurlijke kern zoek is? Dat zij hun lichamen uiterlijk verfraaien en dat het innerlijk aan geestelijke honger sterft? ". In deel 3 meer over de geestelijke evolutie van blanken.

Vergeleken met de blanke levensstijl is het leven in het oerwoud verre van ideaal ('Geestelijke gaven', pag. 15, P 101): "Maar geniet u niet meer dan een oerwoudbewoner? Is uw levenspeil met dat van een onbewuste te vergelijken? Leeft u in één en dezelfde bewustzijnsgraad? Neen, maar zie daarin geen onrechtvaardigheid van God tegenover de oerwoudbewoner. De laatste kán uw levensgraad eenvoudig niet beleven, omdat zijn zielenleven er niet voor gereed is. Zijn ziel moet nog aan stoffelijk bewustzijn winnen, om eens het geestelijke gevoelsleven te kunnen binnentreden. U, als blanke, bezit in uw staat in elk opzicht meer geluk dan hij." Hier wordt de fout gemaakt door niet te relativeren en andere primitiever lijkende samenlevingen door een blanke en 'geëvolutioneerde' bril te beoordelen.

Wayti laat weten (P 80/81): "De zielen die reïncarneerden in een blank lichaam kregen door de verhoogde werking van het stoffelijke lichaam meer intellectualiteit, maar velen onder hen gebruikten dit om 'de beest uit te hangen'. Met hun scherper denken ontwikkelden ze zeer dodelijke wapens om de wereld te kunnen overheersen. Hierdoor brachten de zielen tijdens hun levens in het blanke organisme meer leed en ellende dan zij in enig ander lichaam deden."

Voor een deel juist, maar Rulof toont zijn afkeer voor het blanke intellectualisme ook nog op een andere wijze, die vooral te vinden is in de (auto)biografie 'Jeus van moeder Crisje, deel 3'. Daarin staat in scherpe bewoordingen dat geleerden, skeptici en kerkelijke geestelijken tot de grootste tegenstanders van zijn denkbeelden behoren en daarom zelfs tot de 1e en laagste geestelijke graad worden gerekend. Een nogal doorzichtige manier om met kritiek af te rekenen.

Toch is er licht aan het eind van de tunnel. Wayti, P 81: "Volgens Alcar is deze intellectualiteit echter slechts een fase in de evolutie van de ziel. Dit 'bewustzijn' is een noodzakelijke stap, en pas daarna begint de ziel aan haar geestelijke bewustwording. De ziel kan geen stapje overslaan, en gaat door de duisternis naar het licht!"

Volgens deze redenering heeft intellectualisme weinig met geestelijke bewustwording te maken. Omgekeerd verklaart dat ook dat het intellectualisme weinig van de Rulofboeken moet hebben.

Hoe ziekten straks worden uitgebannen
In de paperback vraagt Wayti op P 82 zich vervolgens af waarom er juist in de hogere graden zoveel ziekten voorkomen. In 'Maskers en mensen', pag. 849, P 82/83 staat het antwoord. Dit heeft met de vermenging van graden te maken waardoor mensenrassen onzuiver en verzwakt zijn geworden:

"Daar in dat oerwoud trokken de mannen verder en ontmoetten vele levens. De gevoelswijsheid, om uw eigen leven te verzorgen, die bewustwording droegen zij niet onder hun harten, zij leefden zich volkomen uit. De hoogste graad splitste zich met een lagere. Waar zij kwamen verwekten zij kinderen. Toen begon de mens aan zijn eigenlijke inteelt! Hij scheurde zijn oerkrachten vaneen en deelde die levenswet met 'n ander. De zevende en hoogste graad deelde zich met de vierde en derde graad. Uit die derde en vierde levensgraad werden er kinderen geboren. En die kinderen zetten dit proces voort. Wat zien wij, na miljoenen jaren is dit Universele lichaam verzwakt. De eigenlijke oerbron is gesplitst. De Goddelijke Universele zelfstandigheid, die tegen weer en warmte, koude en natuurwetten is berekend, verloor door de eigenlijke splitsing de natuurlijke kern, de Universele afstemming die God aan deze levens voor de eigen soort en levensgraad heeft vastgelegd. De mensen verloren hun weerstand! De mannen en vrouwen kunnen niet meer tegen die enorme wetten op en bezwijken. Er komen verzwakkingen tot stand, die oersterke lichamen kunnen niet meer tegen de natuurlijke wetten op en zoeken naar kleding. Voordat deze afbraak begon, weerstond dit natuurlijke organisme elke natuurlijke verandering. Want het menselijke lichaam is als de wateren, is als de verdichte stof, in landelijk bestaan opgegroeid, maar heeft door de splitsing met de lagere levensgraden de eigen oerbron verloren en daardoor zien wij de eerste ziekten ontstaan!"

Ook in andere Rulofboeken zijn deze denkbeelden terug te vinden. Het beschouwen van rassenvermenging als oorzaak van ziekten en verzwakking wordt volgens huidige opvattingen als discriminatoir opgevat.

Tegen deze ontwikkelingen hebben de meesters in de toekomst de volgende oplossingen in petto (DVA pag. 322, P 91) : "Zij hadden al ingezien dat de medicijnen maar een hulpmiddel waren. Medicijn alléén kon de ziekte niet overwinnen. Nu zouden er dus instrumenten op aarde worden gebracht en deze zouden de ziekten geheel doen oplossen. De mensheid zou er evenwel eerst voor moeten ontwaken. (…) Straks krijgen deze technische wonderen geestelijke betekenis, ze dienen dan voor het machtig instrument dat alle ziekten van de Aarde zal doen oplossen."

Dat zijn gunstige vooruitzichten die echter ook hun keerzijde hebben, wat door Wayti niet wordt genoemd. Want in DVA, 4e druk, pag. 311 staat : "Zieken mogen niet huwen. Eeuwen achtereen is er ziekte aangetrokken en opgebouwd en werden zieke kinderen geboren. Nu wordt dit verboden! De zieken zullen eerst moeten genezen en zij ontvangen daartoe wat nodig is, terwijl de gezonden voor hen werken, zolang zij daartoe in staat zijn. Ziek zijn en niettemin een huwelijk sluiten en kinderen verwekken is tegen Gods wetten. Dit schept nieuwe ellende, nieuwe stoornissen en de Eeuw van Christus (2) wil alle afbraak voorkomen. Adolf Hitler wilde zulks ook tegengaan, maar hij vergaste de zieken. (..) De wetenschap roept de zieken straks een halt toe. En Christus eist dit! Het is niet hard, het is heel natuurlijk (..) De wetenschap zal niet langer toestaan, dat het ene wezen het andere besmet, dat het moederschap wordt bezoedeld. Elk organisme ontvangt dan het medische onderzoek. De stelsels zullen straks worden gesterkt, maar alléén om het moederschap op te voeren. Niet om oorlogsdoeleinden te dienen zoals thans het geval is.(..) Zo heilig wordt het huwelijk!"

Het bovenstaande herinnert aan fascistische denkbeelden, maar Ruloflezers nemen dit soort passages zeer serieus.

Het huisdier als volmaakte evolutiefase
Wayti bericht dat de kruising van diersoorten ook tot degeneratie heeft geleid (P 87 ):

"Alcar geeft aan dat de dieren zich 'van nature' niet vermengen met een andere stoffelijke graad. Maar ook hier heeft de mens ingegrepen. De mens begon verschillende dierlijke rassoorten te kruisen om iets anders te 'fokken', waardoor de natuurlijke weerstand van de dieren verzwakte. Zo zijn er zelfs rassen gefokt die niet meer levensvatbaar zijn, omdat hun lichamelijke kracht en weerstand volkomen afgebroken werd." Tot dusver is dit wetenschappelijk niet bewezen en het nuttige en oersterke muildier, een kruising van ezel en paard, zal dan waarschijnlijk een uitzondering zijn.

Ook over de evolutie van dieren is de Rulof-leer hoogst merkwaardig. Sommige dieren zouden uit delen van het menselijk lichaam zijn geboren; zo zou de kip uit de menselijke lever en het ruggemerg zijn ontstaan. De evolutie van dieren zou te danken zijn aan hun domesticatie van roofdier tot huisdier. Zo was de huiskat ooit een tijger, de hond ooit een wolf en de duif ooit een adelaar. Door steeds meer contact met mensen zouden deze dieren hun gevoelsleven hebben aangepast en gaandeweg hun roofdierlijk instinct hebben verloren. Ook nu wordt weer raciaal onderscheid gemaakt, al slaat het op dieren i.p.v. mensen. Want de kat is volgens deze theorie van een lichamelijk veel verfijndere structuur dan haar evolutionaire voorganger, de tijger. En de duif heeft een verfijndere lichaamsbouw dan haar voorganger, de adelaar, en zou nu zelfs de hoogste diersoort op aarde zijn. De Rulof-meesters hanteren merkwaardige opvattingen over de esthetiek van dieren. Ach, katten gaan tenminste nog op de bak, maar duiven...

Men zou nog veronderstellen dat aangaande de prille fysieke menselijke evolutie enkele paralellen zijn te trekken met de Darwinistische theorie. Maar over het ontstaan van menselijk leven in het universum worden bij Rulof volstrekt andere denkbeelden verkondigd die zó bizar zijn, dat ze niet in enkele regels samen te vatten zijn (3).

Deel 3 zal in het decembernummer verschijnen.

(Een 'P' gevolgd door een cijfer slaat op het paginanummer van de Wayti-uitgave 'Onze kosmische Evolutie van Lichaam en Ziel'. Vermelding van een druk slaat op eerder door mij bestudeerde exemplaren. Waar geen druk is vermeld betreft dit citaten van Wayti uit de laatst verschenen boekdrukken).

Noten:
1) http://afa.home.xs4all.nl/alert/2_10/rulof1.html
2) 'Eeuw van Christus': benaming van de geïdealiseerde eindfase van de Rulof-leer.
3) Zie mijn artikel 'De evolutietheorie volgens Jozef Rulof', via www.freethinker.nl

Rectificatie
In deel 1 wordt een stukje geciteerd uit HOVHH, 3e druk, pag 301: "In dat leven, toen ik daarin mijn haat, mijn verderf ging goed maken, trok iets van mij het hogere ras aan en toen kon ik het onder die zwarte mensen niet meer uithouden". Vervolgens staat er dat Wayti dit niet in haar paperback heeft vermeld, maar dit staat in een andere context op P 112.

terug naar inhoud