alert = afa

Home
Inhoud 3-2007
Zoeken

Lonsdale News

Alert!
Postbus 2884
3500 GW Utrecht
alertafa@xs4all.nl
PGP-key

xml

Hongarije

printversie

Fascisme en antifascisme in Rusland deel 2

Onze correspondent

Als men af moet gaan op de berichten in de pers is het politieke leven in Rusland dezer dagen ronduit rampzalig. Vanuit het oogpunt van traditioneel Westers antifascisme is het moeilijk om de politieke situatie in Rusland te bevatten als men afgaat op wat er daadwerkelijk gebeurt; een harde realiteit waarin politieke moorden, maar ook politiek pragmatisme, zoals amnestie voor illegalen eenvoudig gecombineerd worden. Ideologisch gezien is er een indrukwekkende kloof tussen de politieke paranoia van de "oorlog tegen het terrorisme" en het alom gepropageerde superioriteitsbeeld van nationale (maar tegelijkertijd inhoudsloze) trots en eenheid. Neonazisme past uitstekend in dit plaatje, ware het niet dat de Russische geschiedenis zelf het beste 'antinazi'-argument vormt.

kaart
Het afgelopen half jaar werd gekenmerkt door een toename in geweld tussen neonazi's en antifascisten, de rechtszaken rond een aantal moorden op antifascisten, het marktverbod voor buitenlanders en de binnenlandse consequenties van de Russische buitenlandse politiek met betrekking tot Georgië en Estland. Hoewel ingeperkt door censuur nemen meer en meer media stelling tegen de neonazi's. De positieve publiciteit voor antifascisten in een tv-documentaire van nationale zender REN TV was een hoogtepunt. De negatieve uitkomst van de meeste rechtszaken een dieptepunt. Een groot gedeelte van zowel antifascistische als fascistische activiteit vindt plaats in het virtuele, in discussies op weblogs in het internet, maar ook door het hacken van bepaalde sites. Zowel de neonazi-beweging als de antifascistische bestaat hoofdzakelijk uit een hecht netwerk van kleine, gesloten vriendenklubs. De grootste problemen zijn ongetwijfeld de moordlust onder Russische neonazi's en de opportunistische houding en politiek van de Russische overheid ten opzichte van hen. Aan de ene kant is het de overheid eraan gelegen om nationalisme te bevorderen, omdat een krachtig nationalisme de positie van de Russische staat versterkt, aan de andere kant worden neonazi's die de openbare orde bedreigen, actief aangepakt. In het geval van de DPNI (Beweging tegen illegale immigratie) heeft de regering op een opmerkelijke manier geprobeerd om te profiteren van de publiciteit rondom de Kondopoga pogroms van het afgelopen jaar (zie Alert! 4 2006). Het verwijderen van alle buitenlandse kooplui van de Russische markten, voorheen een eis van de DPNI, werd ondanks protesten van het Moskouse stadsbestuur doorgevoerd. Aan de andere kant werd een poging van de DPNI en lokale fascistische organisaties om in februari in het Zuid-Russische Stavropol een pogrom op poten te zetten resoluut de kop ingedrukt.

Verzet tegen neonazi's
De inzet van de antifascistische beweging in de grote steden om het verzet op straat tegen de neonazi's op te bouwen heeft zonder meer succes. Helaas draait ook de anti-antifa campagne van de tegenstanders op volle toeren. Antifascisten worden stelselmatig geïntimideerd en regelmatig vermoord. Een 'alternatief 'uiterlijk is voldoende om neergestoken te worden. Nadat Ilja Borodajenko bij een nazi-aanval tegen een anti-kernenergie actiekamp in juli werd vermoord, beweerden neonazi's, die bij de actie betrokken waren, dat ze hem vanwege zijn skinhead uiterlijk dodelijk verwond hadden (Zie kader). Hoewel antifascisten weten dat uiterlijke antifascistische symboliek gemakkelijk een steekpartij kan uitlokken en het bezoeken van een punk- of hardcore-concert kan eindigen in een rit naar het ziekenhuis, gaan de meeste deze moeilijkheden niet uit de weg. Voor antifascisten gaat het eenvoudigweg om een strijd voor het overleven van hun identiteit en dus ook van hun antifascisme.
Het officiële antifascisme van de staat daarentegen richt zich geenszins op het bestrijden van neonazisme. Het gaat veeleer om het herdenken van de overwinning in de Tweede Wereldoorlog en daarmee het voeden van de mythe van de superioriteit van de Sovjetunie en het Russische volk. Er is geen enkele historische zelfkritiek te bespeuren als het gaat om het Molotov-Ribbentrop pact, de annexatie van Polen en de Baltische staten (en de daarmee gepaard gaande oorlogsmisdaden) en ook niet over de vestiging van de naoorlogse dictaturen in Oost-Europa. Naar aanleiding van de verplaatsing van een oorlogsmonument en het ruimen van een bijbehorend oorlogsgraf in Tallinn, de hoofdstad van Estland, liepen de gemoederen hoog op. Estland werd door een economische boycot in een zelfde positie geplaatst als Georgië. In de media werd de steun van Europa voor het "fascistische" Estland vergeleken met de 'steun' van nazi-Duitsland voor het landje tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het officiële antifascisme reduceert zichzelf hiermee tot een lege huls waarmee alle "anti-Russische" sentimenten op de korrel genomen kunnen worden.

'En wij kunnen het ons, vanwege onze levensvisie, niet permitteren om af te glijden naar een oog-om-oog-tand-om-tand antifascisme, onszelf te verlagen tot het niveau van deze zwijnen door hen om te leggen. Maar wat staat ons te doen? Dit is niet een op zichzelfstaand geval - wij worden vermoord!!!' - Ilja Borodajenko
Ilja
Veroordelingen
In recente rechtszaken inzake de moorden op Alexander Rjoechin en Timoer Katsjarava, waarin ook de ouders van de slachtoffers en hun advocaten deelnamen, ging het niet om het bewijzen van hetgeen de verdachte ten laste werd gelegd, namelijk moord en medeplichtigheid, maar om een onderzoek naar de achtergronden. Wegens gebrek aan bewijs werd de Rjoechin-zaak een speurtocht naar argumenten om de moordenaars zo zwaar mogelijk te straffen. Ze werden uiteindelijk veroordeeld tot 6 en 8 jaar gevangenisstraf vanwege openbare geweldpleging, poging tot moord en het openlijk uitdragen van rassenhaat. In de Katsjarava zaak was meer aandacht voor het antifascisme van Timoer, dat ronduit 'provocerend' werd geacht, dan voor het clubje doorsnee scholieren, dat de moord had voorbereid en uitgevoerd. De morele vraag of je iemand mag vermoorden is in dit proces verworden tot de juridisch technische vraag welke motivering voor deze moord aanvaardbaar is om tot een verlaging van de straffen te komen. Het politieke bewustzijn van de Russische neonazi's is bij de meeste van hen niet bijster ver ontwikkeld en beperkt zich in hoofdzaak tot stereotiepe vijandsbeelden, ingegeven door alledaags racisme en populaire samenzweringstheorieën. Er is een harde kern rond een aantal politieke partijtjes en subculturele groepen à la Bloud & Honour, maar die tellen over heel Rusland hooguit enige duizenden leden. De overgrote meerderheid van neonazis bestaat uit doodgewone probleemjongeren, die elke gelegenheid aangrijpen om hun haat te botvieren. Recentelijk vermoordde een jonge skinnette met een mes een jonge student met een Tataars uiterlijk in St. Petersburg. Ze was die dag tezamen met een meute van een twintigtal neonazi's op weg naar een afgesproken vechtpartij met antifascisten, die op het laatst werd afgelast. De neonazi's besloten hun frustratie op de jonge student te botvieren en aldus geschiedde de zoveelste moord... Statistisch gezien blijft het aantal geregistreerde fascistische aanvallen en moorden in Rusland licht stijgen. Van 1 januari tot 31 mei 2007 werden er 137 aanvallen geregistreerd met in 17 gevallen een dodelijke afloop. Over dezelfde periode in 2006 waren die cijfers respectievelijk 120 en 15. Het is echter wel opmerkelijk dat 82 van de 137 aanvallen tegen antifascisten of antifascistisch uitziende mensen gericht waren.

Cellenstructuur
Het concept van 'leaderless resistance', een ondergrondse organisatie in revolutionaire cellen en het gebruik van websites over de grens (waaronder ook in Nederland), maakt de huidige neonazi-beweging moeilijk te bestrijden, moeilijker als tien jaar geleden, toen er openlijk nazi-propaganda op straat verkocht werd en massabijeenkomsten met toespraken van leiders werden gehouden. Behalve op het gebied van terreur zijn de huidige neonazi's vrijwel volkomen afhankelijk van de politieke agenda van andere clubs die hen voor hun eigen karretje weten te spannen, zoals de DPNI, die dit jaar met een eigen 1 mei-demonstratie in Moskou 300 activisten op de been wist te krijgen, van wie het grootste deel behoorde tot radikale neonazi-groepen. Terwijl de meeste mensen de neonazi's over het algemeen niet beschouwen als criminelen, maar eerder als een meelijwekkend deel van henzelf, dat, evenals henzelf, door de overheid in de steek is gelaten en nu zijn eigen weg zoekt, beschouwen de meeste jonge antifascisten hen als een symptoom van een zieke samenleving. In antifascistische kringen gaat men er bewust van uit, dat de confrontatie, zowel met de neonazi's als met degenen die hen beschermen onvermijdelijk is. Het gevoel op zichzelf aangewezen te zijn is heel sterk, maar geeft antifascistische actie ook dynamiek en creativiteit. Dit wordt vanuit de overheid als heel bedreigend ervaren. Daarom wordt er vanuit politie en geheime dienst gericht onderzoek gedaan naar de antifascistische beweging. Ook extreemnationalistische politici doen onderzoek naar antifascistische organisaties, waarbij ze zich met name richten op NGO's. Ze proberen om bewijsmateriaal te vergaren voor processen tegen bepaalde kritische NGO's. Onlangs heeft het bekende nationalistische parlementslid Saveljev het Moskouse antifascistische onderzoekscollectief SOVA aangeklaagd wegens smaad, omdat zij hem (overigens terecht) hadden beticht van nationalisme en racisme.

Nationalisme als politiek instrument
In het kader van het axioma "wie niet voor ons is, is tegen ons", is het vrij populair om critici van de Russische staatspolitiek te beschuldigen van "Russofobie". In de diplomatieke crisis met Georgië dook deze term herhaaldelijk op. De vervolging van Georgiërs, ongeacht hun status of politieke overtuiging, toonde weer even aan waartoe de Russische overheid in staat is wat betreft etnische politiek. Bizarre beelden en berichten van deportaties met transportvliegtuigen en huiszoekingen bij schrijvers en beeldhouwers deden alle bewuste Russen beseffen hoe serieus de huidige politieke situatie is. Immers; de toepassing van deportatie en discriminatie is een rode draad, die alle historische en moderne fascistische politici met elkaar verbindt. Het is opmerkzaam dat de Russische overheid haar huidige nationalistische politiek combineert met het bestrijden van radicale nationalisten zoals de neonazi's van Format 18 en de Nationaal Bolsjewistische Partij van Eduard Limonov, van wie er een aantal gevangen zitten om politieke redenen. Zowel deze repressie als de prominente aanwezigheid van nationalisten tijdens 1 mei demonstraties en 'marsen der ontevredenen' vormt een dilemma voor progressieve mensen; (mee)-protesteren of kiezen voor een kritisch isolement. Antifascisten kiezen veelal voor het laatste. Solidariteit met activiteiten tegen racisme en homofobie leidt in Rusland in een aantal gevallen ook tot dilemma's. De zwaar gesponsorde campagnes voor meer tolerantie en de antiracistische voorlichting op scholen door leden van de pro-Kremlin jongerenorganisatie "Nasjie" (letterlijk "de Onzen") zijn nauwelijks te bekritiseren. In het kader van deze activiteiten worden echter geen vraagtekens gezet bij het alledaags racisme, de homofobie en andere problematische signalen uit de samenleving, die duidelijk in kaart zijn gebracht middels allerlei sociologische onderzoeken. Aldus houdt het geweld aan, zeker ook tegen de gay parades in Moskou, waar zowel politie als neonazi's zich uitleven in gay-bashing. Ondertussen werd zowaar LDPR-politicus Mitrofanov voor een van de persconferenties voor de gay parade uitgenodigd met als excuus dat "Pim Fortuyn ook nieuw rechts was en dat nieuw rechtse politiek dus garant staat voor homo-emancipatie." Mitrofanov is een van de belangrijkste nieuw rechtse denkers in Rusland, geen verklaard voorstander van de gay parade en zeker geen (potentiële) deelnemer. Het incident heeft Moskouse antifascisten er niet van weerhouden zich in te zetten voor de gay parade.

Antifascisten onderscheiden zich van de meeste andere politieke bewegingen in Rusland door hun principiële motivatie en dat leidt aan de ene kant tot openingen richting media en intellectuelen, aan de andere kant tot een afwijzende houding van het establishment. Antifascisme betekent, ook in Rusland, in de eerste plaats confrontatiepolitiek en dat leidt altijd weer tot dezelfde kritiek, die ook in Nederland zo bekend is. Het 'tegen' zijn, het 'kritisch' zijn, een beroep doen op 'moraal' etc. Het voelt als een kwetsbare positie, ook al zijn antifascistische argumenten ijzersterk. Niettemin is er een enorme vastberadenheid onder Russische antifascisten ongeacht leeftijd of ideologie. Het besef dat antifascisme een grenzeloos fenomeen is, is ook voor Russische antifascisten een bron van inspiratie en hoop. Ongetwijfeld bepaalt op dit moment het internet voor een groot deel de informatievoorziening en beeldvorming onder antifascistische jongeren. Daarmee is er ook een potentieel voor meer wederzijds begrip en activiteit en bovenal een perspectief, waarin meer duidelijkheid ontstaat over wat er grensoverstijgend gedaan kan worden met en voor antifascisme in Rusland.

Van onze correspondent in Rusland

Indymedia: Internet als gereedschap
In de afgelopen 10 jaar heeft internet een explosieve groei doorgemaakt en het einde daarvan is nog lang niet in zicht. Wie is er niet een keer op YouTube, MySpace, BlogSpot, Flickr en Google geweest? Deze sites met hun miljoenen gebruikers en de RSS feeds, blogs en filesharing netwerken zijn niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven van miljoenen mensen. Zoals de uitvinding van de boekdrukkunst mensen de mogelijkheid gaf informatie te drukken en te verspreiden, heeft internet een vrijheid van informatie losgemaakt die, ondanks pogingen van overheden om het aan banden te leggen, is uitgegroeid tot het grootste informatie- en communicatie-medium ooit. Vorig jaar maakte bijna 20% van de wereldbevolking gebruik van internet, dat is meer dan een biljoen mensen. (1)

Activisten hebben niet stil gezeten bij deze ontwikkelingen. In het midden van de jaren '90 maakten actiegroepen als de Zapatistas in Mexico en de campagne tegen de uitbreiding van de El Toro luchthaven in Californië al effectief gebruik van het 'World Wide Web'. (2) (3) Een belangrijke stap voor het 'internet-activisme' werd gezet in 1999, toen een groep activisten en journalisten voor de top van de Wereld Handels Organisatie (WTO) in Seattle besloten een open nieuwsproject op te zetten. De traditionele media bracht in het verleden bij dit soort grote mobilisaties van de 'beweging' hoofdzakelijk de schermutselingen van (autoriteiten met) actievoerders eenzijdig in beeld en de achterliggende verhalen en achtergronden werden grotendeels genegeerd.

Het eerste 'Independent Media Centre' werd opgezet vanuit de behoefte zelf alternatief nieuws te brengen over onderwerpen als globalisering, de wereldcrisis en andere zaken die in de traditionele media vaak geen of onvoldoende ruimte krijgen. (4) Het 'Independent Media Centre' project in Seattle ontwikkelde zich uiteindelijk tot het grootste doe-het-zelf medianetwerk ter wereld: Indymedia. (5) (6)

Terwijl elke organisatie, elke actieclub en ieder thema tegenwoordig wel een website, blog of emaillijst heeft, blijven duizenden mensen elke dag via de Indymedia websites hun nieuws publiceren. Het feit dat elk van die websites weer onderdeel uitmaakt van een regionaal en globaal netwerk, maakt het aantrekkelijk om de tijd te nemen nieuws te publiceren. De omvang van dit netwerk heeft weer tot gevolg dat sommige Indymedia sites bij grotere acties en mobilisaties te maken hebben met enorm veel bezoekers; soms loopt dat in de miljoenen, zoals bij de protesten tegen de G8 in 2005. (7) De meer dan 170 Indymedia groepen, verspreid over alle continenten, werken op verschillende manieren, vaak afgestemd op de lokale politieke situatie en de groepen die betrokken zijn bij het project. Maar een aantal dingen staan centraal binnen het netwerk: het verwerpen van banden met overheidsinstellingen, het werken binnen een niet-commerciële doelstelling en een horizontale overlegstructuur.

De technologieën die tot voor kort alleen ter beschikking stonden van de traditionele media, zijn nu beter te gebruiken door individuen en activisten maken er maar al te graag gebruik van. Internet is een enorm snel en direct medium; je kunt over een gebeurtenis lezen, terwijl het nog gaande is. De meeste activisten gebruiken internet steeds meer als een effectief communicatie- en informatiemiddel. Internet geeft ons direct toegang tot informatie en met het Indymedia's doe-het-zelf-ethos kan iedereen hier een steentje aan bijdragen.

Er zijn honderden situaties geweest waar de rol van Indymedia er een is geweest van mensen informeren en inspireren tot actie. Eén van die situaties ontstond afgelopen zomer. Op 21 Juli viel een groep van 15 neonazi's midden in de nacht een antikernenergie-actiekamp in Angarsk, Siberië aan. Ze gingen de activisten - die nog in hun slaapzakken en tenten lagen - te lijf met ijzeren staven, messen en luchtdrukpistolen. De 21-jarige Ilja Borodajenko van de Autonome Aktie in Nakhodka overleed in het ziekenhuis aan een schedelverwonding en tenminste negen anderen raakten ernstig gewond. Een vrouw brak twee benen. Tenten werden in brand gestoken en allerlei spullen gestolen. Het kamp was een week eerder ingericht om te protesteren tegen een gepland centrum voor de verrijking van uranium in Angarsk. De organisatoren van het kamp wilden verschillende demonstraties in de omgeving houden, om bewoners te informeren over de plannen en steun te winnen voor hun campagne. De activisten waren gewaarschuwd voor een aanval en hadden een wacht ingesteld. Ilja was een van de drie mensen die het kamp bewaakten en werd als eerste getroffen. Anti-antifa leuzen en de wreedheid van de actie maken het onwaarschijnlijk dat het een aanval is van 'hooligans', zoals de politie, die ontkende dat er nazi-groepen actief zijn in Angarsk, wilde doen geloven. Vertegenwoordigers van de politie en het openbaar ministerie hebben de activisten met klem verzocht 'geen schandaal te veroorzaken' en niet met de pers te praten. (8) (9)

Picketline Russische ambassade Den Haag, 25 juli 2007
Picketline
Maar het liep anders. Er werden emails rond gestuurd en binnen 24 uur na de aanval verschenen er berichten op Indymedia sites door heel Europa en daar buiten. Ik kan me nog herinneren hoe geschokt mensen waren over de aanval en de berichten werden haastig gekopieerd naar andere blogs en nieuws-sites. In Nederland, Duitsland, Ierland, Groot-Brittannië en Amerika openden organisaties hun bankrekeningen voor donaties om de slachtoffers te helpen en binnen twee dagen vonden er solidariteitsacties plaats bij Russische ambassades in Gronau, Berlijn, Londen, Sydney en Den Haag en bij politiebureaus in Moskou, Angarsk, Samara en St. Petersburg. (10) (11) Zonder Indymedia en andere websites zou zo'n snelle en directe reactie nauwelijks of (veel) langzamer op gang zijn gekomen en wellicht met minder bereik.

Internet speelt dus een steeds grotere rol in het communiceren met en informeren van mede-activisten en belangstellenden. Technologieën zijn steeds meer en beter beschikbaar: vrije (open source) software, online sociale netwerken en apparatuur. Je zou Indymedia kunnen zien als een enorm stuk gereedschap dat effectief en krachtig kan werken ten behoeve van activisten in de samenleving van nu.

Ook binnen antifascistische kringen heeft internet een steeds prominentere rol ingenomen. En niet alleen is de strijd op straat te vinden. Op internet discussieert en organiseert extreemrechts 24 uur per dag, het hele jaar rond. AFA mobiliseert en houdt iedereen op de hoogte van de laatste gebeurtenissen en ontwikkelingen binnen het extreemrechtse wereldje. Maar gevreesd wordt, dat door internet de invloed van racistische en antisemitische denkbeelden sterk is toegenomen. (12) (13) Een reden hiervoor is dat veel jongeren toegang hebben tot het web en extreemrechts gretig gebruik maakt van dezelfde methodes die Indymedia gebruikt, deze overneemt en naar hun eigen hand weet te zetten. Als antwoord hierop zou de antifascistische beweging een veel belangrijkere rol moeten spelen op het internet. Antifa.net host al sinds 1995 websites voor tal van antiracisme- en antifascismecampagnes en clubjes over de hele wereld en verschillende Indymedia's hebben aparte themapagina's voor onderwerpen als antiracisme. Veel van dit soort initiatieven zouden verder uitgebreid kunnen worden, mits ze meer ondersteund worden. Het ontwerpen van websites zou beter afgestemd kunnen zijn op bijvoorbeeld jongeren en het ontvangen van sms-updates, live verslaggeving vanaf demonstraties en opnames voor je alternatieve radiostation via je mobieltje zijn nog maar het begin. De mogelijkheden zijn eindeloos... Dus kruip achter je toetsenbord, lees indymedia.nl voor meer informatie en neem een kijkje op de nieuw ontworpen afanederland.org website.

Richard Taylor, medewerker UK Indymedia

Voetnoten:
(1) internetworldstats.com/stats.htm
(2) en.wikipedia.org/wiki/Internet_activism
(3) eltoroairport.org/
(4) indymedia.nl/nl/static/help.intro.shtml
(5) nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Indymedia
(6) indymedia.org
(7) tinyurl.com/yp6cp9
(8) indymedia.nl/nl/2007/07/46204.shtml
(9) indymedia.nl/nl/2007/07/46203.shtml
(10) indymedia.org.uk/en/2007/07/376699.html
(11) de.indymedia.org/2007/07/188489.shtml
(12) tinyurl.com/2u6pf8
(13) tinyurl.com/38xklq

Literatuurlijst

Over de situatie van extreemrechts in Rusland zijn niet veel publicaties beschikbaar. Iets oudere boeken zijn echter nog altijd interessant:

'Rechts in Rusland' door Insudok. Uitgegeven door Papieren Tijger in 1996. Schetst een beeld van in die tijd opkomende extreemrechtse en fascistische organisaties in de voormalige Sovjet-Unie en het GOS, haar geschiedenis en de potentiële gevaren. Voor 2,50 te koop via www.afanederland.org

'Russian Fascism, traditions, tendencies, movements' door Stephen D. Shenfield. Uitgegeven door M.E. Sharpe inc in 2001. Alle partijen en groepen (o.a. nationalisten, communisten, orthodoxe christenen, paganisten, skinheads en voetbalhooligans) worden door Shenfield ontleed aan de hand van hun programma, wereldbeeld, strategie, activiteiten, structuur en toekomstperspectief. Ook de houding ten opzichte van het Europese fascisme wordt besproken, net als dat vergeleken wordt welke vijanden de verschillende groepen kiezen. Grondige studie. Op www.alibris.com te koop voor € 26,59

Inde zomer van 2006 bracht www.humanrightsfirst.org een rapport uit met de titel 'Minorities under Siege, hate crimes and intolerance in the Russian Federation' te downloaden op hun website. Spreekt voor zich.

In het Nederlands zijn 2 boeken van de op 7 oktober 2006 vermoorde onderzoeksjournalist en mensenrechtenactiviste Anna Politkovskaja gepubliceerd. Ze was correspondente van Novaya Gazeta, een van de weinige overgebleven onafhankelijke kranten in Rusland. 'Poetins Rusland' en 'Russisch dagboek', beide uitgegeven door www.degeus.nl fileren het autoritaire beleid van president Poetin en schetsen een indringend beeld van het hedendaagse Rusland. 'Poetins Rusland' kost € 5,99, 'Russisch dagboek' € 19,90

'Terreur van binnenuit, het eigen verhaal van de vermoorde ex-spion' door Alexander Litvinenko en Yuri Felshtinsky. Dit boek, verboden in Rusland, is het verhaal van de vermoorde ex-KGB-spion Litvinenko, die in het openbaar verklaringen aflegde over de misdaden van Rusland in Tsjetsjenië en bijvoorbeeld de bomaanslagen op flatgebouwen in Moskou (in 1999, opmaat voor de 2e invasie van Rusland in Tsjetsjenië) die in Tsjetsjeense schoenen werden geschoven. Die aanslagen, waarbij honderden doden vielen, werden uitgevoerd door de Russische geheime dienst; onderzoek daarnaar kostte 3 mensen in Rusland het leven. In november 2006 stierf Litvinenko, die inmiddels asiel in London had gevonden, aan de vergiftiging door het radio-actieve Polonium-210. Via www.forumboekerij.nl voor € 14,95

Om op de hoogte te blijven over radicaal nationalisme, 'hate crime' en tegenacties in Rusland kun je je abonneren op de Engelstalige nieuwsbrief van de mensenrechtenorganisatie Sova Centre in Moskou via http://xeno.sova-center.ru

(uit: Alert!, nummer 3, september / november 2007. Alert! is een uitgave van de Anti-Fascistische Actie Nederland - AFA)

terug naar inhoud