alert = afa

Home
Inhoud 4-2008
Zoeken

Lonsdale News

Alert!
Postbus 2884
3500 GW Utrecht
alertafa@xs4all.nl
PGP-key

xml

printversie

Radicalisering en islamofobie
Nieuwe monitor extremisme en racisme

Wouter Hiemstra

Neonazi-activisten hebben hun activiteiten weten uit te breiden en zijn in aantal sterk gegroeid. Daarnaast is het geweld tegen moslims toegenomen en lijkt discriminatie van deze gemeenschap in toenemende mate te worden gedoogd. Geert Wilders en zijn Partij voor de Vrijheid (PVV) kunnen als extreemrechts worden beschouwd en justitie blijft de andere kant opkijken. Het zijn enkele conclusies uit de onlangs verschenen monitor.

  monitor  
Op 10 december 2008 is de achtste monitor racisme en extremisme verschenen. Een project dat nu reeds twaalf jaar loopt en tegenwoordig wordt gedragen door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden. Het doel van deze tweejaarlijkse monitor is tweeledig. Enerzijds wil men inzicht verkrijgen in de langjarige ontwikkeling van racisme en extremisme en de reactie daarop van de overheid. Anderzijds wordt getracht om oplossingen te formuleren.

Dalende lijn
Het signaleren van incidenten en geweldplegingen is een van de hoofdactiviteiten van de monitor. Hieruit zijn lange termijnontwikkelingen af te leiden, welke lopen tot 2008. Daaruit is op te maken dat de daling van het aantal incidenten met een discriminerend of racistisch karakter de afgelopen jaren is voortgezet. Het aantal confrontaties blijft wel hoog. Opmerkelijk is dat ondanks de daling in het aantal waargenomen delicten, het aantal incidenten met een anti-moslim karakter verder is toegenomen, zowel absoluut als relatief. Bij de registratie van misdrijven is sprake van een grote onderrapportage; een relatief klein deel wordt gemeld of waargenomen. Alleen als indicatie van wat zich in Nederland afspeelt zijn de cijfers geschikt.
Wel goed meetbaar is het aantal opgehelderde zaken. Dat is nog steeds zeer klein (12%). Er zijn enkele zaken geweest met veel media-aandacht, waaronder de wapenvondst bij Combat 18-lid Arris de Bruin en de ontspoorde Voorpost-Almere afdeling, maar verder wordt er weinig opsporingscapaciteit vrijgemaakt. Als het al tot een onderzoek en arrestaties komt, is het ook nog maar de vraag of dat uiteindelijk tot vervolging leidt. Zo hebben invallen bij moderators van racistische webfora vooralsnog niet tot rechtszaken geleid. Ook bij vervolging laat justitie steken vallen. Als er sprake is van discriminatie of racisme kan justitie zwaardere straffen opleggen, maar dit gebeurt in de praktijk amper.

Neergang en opkomst
Een andere trend die aanhoudt, is de neergang van extreemrechtse partijen. Deze ontwikkeling is met de ondergang van de CD en CP'86 reeds in 1998 ingezet, maar is de afgelopen jaren versterkt voortgezet. Nieuw Rechts en de Nationale Alliantie zijn opgeheven, alleen de Nederlandse Volks-Unie is als partij nog over. Haar eigen achterban is echter van demonstraties verdwenen, aangezien deze steeds sterker door de NSA gedomineerd worden. Daarnaast weet de NVU geen noemenswaardige resultaten te behalen bij verkiezingen en is men meer met het organiseren van demonstraties bezig. De PVV vormt op deze ontwikkeling een opmerkelijke uitzondering, daarover later meer.
Parallel aan deze neergang is er een toename van informele groepen, acties en activiteiten waar te nemen. Zo is het aantal geschatte neonazi-activisten in vier jaar tijd gegroeid van 40 naar 400 en werd er nog nooit zo veel gedemonstreerd als in 2008. Verantwoordelijk voor veel acties is de NSA. Zij heeft haar basis in Den Haag en omstreken weten uit te bouwen en krijgt steeds meer een landelijke betekenis. De NSA heeft zich daarnaast in een relatief korte periode ontwikkeld tot een sterk geÔdeologiseerde en geradicaliseerde groep neonazi's. Ook een groep als Voorpost wordt steeds actiever en is druk bezig met het uitbouwen van haar organisatie. De acties van deze groepen zijn gedurfder en mediagenieker dan voorheen; een bevestiging van het toegenomen bewustzijn en zelfvertrouwen.
Niet alle groepen maken een groei door. Zo lijkt de landelijke structuur van Blood & Honour verdwenen te zijn. De dreiging van een verbod, negatieve publiciteit en de rechtszaken na het aanvallen van antifascisten in Uitgeest, zijn hiertoe de aanzet geweest. Ook de politieke tak van Blood & Honour, het RVF, is zo goed als verdwenen. Ook hier spelen rechtszaken een rol. Ditmaal in verband met een omvangrijke wapenvondst. Daarnaast heeft de NSA veel standpunten van het RVF overgenomen en beweegt zich ideologisch op hetzelfde vlak. Op de groei van activiteiten en activisten heeft de overheid vooralsnog geen antwoord. Een stalkingsbeleid heeft de NSA uit Zoetermeer verjaagd, iets dat als een succes wordt gepresenteerd. De groep zet echter vanuit Den Haag haar activiteiten voort. Repressie leidt nou eenmaal niet snel tot deradicalisering. Ook bij demonstraties van extreemrechts is justitie zoekende. Zo tracht men met identiteitscontroles en voorschriften op het gebied van symbolen de regie in handen te houden. Vervolgens wordt echter zelden ingegrepen als het wel tot strafbare uitingen komt en worden deze dus ook niet juridisch getoetst. Daarnaast is er geen landelijk beleid en verschilt de houding van justitie en politie van stad tot stad.

Radicalisering en de praktijk
De laatste jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor radicalisering van moslimjongeren. Vrij recent is daar het besef bijgekomen dat ook autochtone jongeren aan de uiterst rechterzijde vatbaar zijn voor radicalisering. Om deze ontwikkelingen tegen te gaan heeft de overheid beleid geformuleerd. Dit is in eerste instantie gericht op het voorkomen van radicalisering, isolatie en polarisatie. In tweede instantie gaat het om het signaleren van deze processen en het komen tot een aanpak. Mocht dit niet baten dan is het zaak om hen die 'duidelijke grenzen' hebben overtreden uit te sluiten. Belangrijkste kenmerk van dit beleid is dat het helemaal geen beleid is; het is een richtlijn die het lokale bestuur uit dient te werken. Wat dit in de praktijk betekent, wordt duidelijk in het geval van Rotterdam. Deze stad is een pionier op het gebied van radicaliseringsbestrijding en is reeds enige jaren actief bezig om het recent door de overheid geformuleerde beleid van inhoud te voorzien. Er moest eerst een enorme achterstand worden ingelopen qua informatievoorziening; veel instellingen en diensten deelden hun informatie niet. Daarnaast ontbrak het aan kennis en ervaring om met deze problematiek aan de slag te gaan. Er moest veel geÔnvesteerd worden in de professionalisering van hulpverleners, ambtenaren, jongerenwerkers, etcetera. Ondertussen hebben meer dan 2600 (!) mensen een training gevolgd. Vervolgens moesten zij ook nog eens samenwerken, iets dat niet vanzelfsprekend is aangezien zij totaal verschillende rollen vervullen.
Het samenwerkingsverband dat hieruit voortgekomen is, schatte aanvankelijk het aantal geradicaliseerde moslims veel te hoog in. Dat is inmiddels naar beneden bijgesteld. Wel blijft zij van mening dat er geen problemen zijn aan de uiterst rechterzijde. Er zou geen sprake van radicalisering van extreemrechtse jongeren. Dat betekent dat er geen beleid is geformuleerd en geen actie wordt ondernomen. Dat is opmerkelijk, want dergelijke problemen spelen wel degelijk in Rotterdam. Zo heeft de politie een groep van 80 extreemrechtse jongeren op het oog, met een doorgeradicaliseerde kern, waar zij op korte termijn een groepsgebonden aanpak op wil toepassen.
Als Rotterdam een pioniersrol heeft op het gebied van radicaliseringsbestrijding, is het de vraag hoe dit beleid vorm krijgt in andere steden en dorpen. Ook daar zal sprake zijn van een gebrek aan kennis, ervaring en samenwerking. Ook daar bestaat het gevaar van een eenzijdige focus op radicale moslims. Daarnaast is er in het door de overheid geformuleerde beleid nog steeds geen sprake van deradicalisering. Eenmaal geradicaliseerd worden jongeren uitgesloten. Dat dit niet werkt laat het voorbeeld van de NSA zien. Wel is er in Nederland een pilot gestart van een deradicaliseringsprogramma. Dit project loopt tot begin 2009 in Winschoten en Eindhoven en kan wellicht een eerste aanzet tot nieuw beleid vormen.

PVV is extreemrechts
Wellicht de meest interessante bijdrage in de monitor bestaat uit een analyse van Geert Wilders PVV. Hierin wordt nagegaan in hoeverre de PVV een extreemrechtse partij is. Kenmerkend voor extreemrechts is een positieve oriŽntering op het 'eigene', een afkeer van het 'vreemde' en een hang naar het autoritaire. Deze punten keren allen bij de PVV terug. Zo is de PVV sterk georiŽnteerd op de Nederlandse cultuur en etniciteit. Het ideale Nederland is ontdaan van de Antillen, maar omvat wel Vlaanderen. Een Heelnederlandse gedachte die bijvoorbeeld ook bij het ultranationalistische Voorpost terug te vinden is. Het ideale Nederland van de PVV is etnisch homogeen. Het 'vreemde', in de vorm van de vermeende islamisering en de aanwezigheid van 'niet-westerse' allochtonen, wordt fel en voortdurend veroordeeld.
Daarnaast is de PVV niet democratisch georganiseerd en autoritair. De verenigingsvorm met Wilders als enige lid balanceert op de grenzen van de wet. Daarnaast is er geen interne democratie en maakt Wilders in feite de dienst uit. Extreemrechts dus, maar dan wel aan de 'gematigde' kant van het spectrum: neonazistisch of antisemitisch is de PVV niet. Ook de vraag of de uitlatingen van Wilders discriminerend en strafbaar zijn komt aan de orde. Of Wilders en de PVV de wet hebben overtreden met hun uitspraken is moeilijk na te gaan; vreemd genoeg is justitie ondanks een veelvoud aan aanklachten niet tot vervolging overgegaan. Zo kan er dus geen toetsing door een rechter plaatsvinden. Vervolgens experts zou het echter zeer goed kunnen dat Wilders (veelvuldig) de wet heeft overtreden. Hier lijkt de balans tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijwaring van discriminatie verstoort. Ook hier zijn mensen uit de moslimgemeenschap de dupe.

Rechteroog blind?
De achtste monitor extremisme en racisme roept de vraag op of de overheid aan het rechteroog blind is. In het beleid dat gericht is op het tegengegaan van radicalisering ligt niet zelden de focus op radicale moslims. Extreemrechtse jongeren en radicale neonazi's kunnen daardoor hun activiteiten voortzetten. Iets dat de sterke groei van activisten en activiteiten laat zien. Een effectief beleid om neonazi's te deradicaliseren is ook nog steeds afwezig. Ook op het gebied van handhaven, opsporen en vervolgen zijn justitie en politie laks en laat men steken vallen. De angst voor aanslagen van radicale moslims lijkt een rechtvaardiging te zijn geworden om ongestoord te ageren tegen alle moslims. De vrijheid van meningsuiting is daarbij een vrijbrief geworden om alles te zeggen, toetsing door justitie blijft achterwege. De uitspraken van PVV-voorman Geert Wilders zijn daar een voorbeeld van. Het recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie lijkt een recht te zijn waar moslims maar beperkt aanspraak op kunnen maken. Aangezien deze groep ook in toenemende het doel is van racistische en discriminerende delicten, lijkt de weg naar verdere polarisatie open te liggen. Zolang justitie, politie en beleidsmakers eenzijdig en inconsequent blijven handelen, zal hier weinig aan veranderen.

Geraadpleegde bronnen:
Actieplan polarisatie en radicalisering 2007 Ė 2011, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag, augustus 2007: http://www.minbzk.nl/actueel?ActItmIdt=108156

Alleen Wilders lid PVV, Joep Dohmen, IN: NRC Handelsblad, 21 april 2007: http://www.nrc.nl/binnenland/article1790538.ece/Alleen_Wilders_lid_PVV

Monitor racisme & extremisme, achtste rapportage, Jaap van Donselaar e.a. (red.), Anne Frank stichting / Amsterdam University Press, Amsterdam, 2008: www.monitorracisme.nl

(uit: Alert!, nummer 4, december 2008. Alert! is een uitgave van de Anti-Fascistische Actie Nederland - AFA)

terug naar inhoud