Boekbespreking van Lucas Catherine (& Charles Duca): Gaza, geschiedenis van de Palestijnse tragedie; Berchem, Epo, 2009; 164 pp.; 15 Euro

ISBN 9950-319-01-3 www.atg.ps; 25 Euro; te bestellen via www.rooierat.nl

Tijdens de recente Israelische invasie van de Strook van Gaza was de bekende Vlaamse publicist Lucas Catherine juist bezig Gaza, geschiedenis van de Palestijnse tragedie af te ronden. In het pamfletachtige boekwerkje reconstrueert Catherine aan de hand van een reeks historische vragen het ontstaan van de Staat Israel en de daarmee nauw verbonden Palestijnse tragedie. Kort en bondig formuleert hij antwoorden. Dat is helder en leest als een trein, maar soms vragen beweringen iets meer uitleg. Prikkelend voorbeeld is wanneer Kadima-leider Tzipi Livni ter sprake komt. Catherine stelt dat zij in de jaren tachtig behoorde tot een MOSSAD-eenheid, die in Europa Palestijnen vermoordde. Dat zij bij de Israelische buitenlandse inlichtingendienst werkte was bekend, maar haalde zij de trekker over of werkte zij vanachter een bureau in Tel Aviv? Of meent Catherine dat een dergelijke vraag niet relevant is? Daar zou ik graag meer over hebben gehoord, maar bronnen worden helaas niet gegeven.

Ook de brisante geschiedenis van de samenwerking tussen zionisten en nationaal-socialisten in de jaren dertig tijdens het Derde Rijk, vraagt om meer uitleg. Redelijk uitgebreid wordt uit de doeken gedaan, hoe de politieke doelen van zionisten en nazi's van tijd tot tijd parallel liepen en welke organisaties daar deels uit opportunistische overwegingen een rol in speelden. Een van die punten van samenwerking was het inrichten van 'Umschulungslager' - trainingskampen in Duitsland voor emigranten naar Palestina. In 1936 beheerden de zionisten er zo'n 40 in Nazi-Duitsland. Het Engelstalige boek uit 1985 waarnaar Catherine verwijst, is lastig te vinden. Dat blijkt enkele pagina's te bevatten, waarnaar gretig wordt verwezen door allerlei extreemrechtse en neonazistische revisionisten als het Institute for Historical Review (IHR) en voormalige Ku Klux Klanleider David Duke. Dit hoeft natuurlijk niet te betekenen dat het hier om een besmette bron gaat, maar vereist mijns inziens wel nader onderzoek naar de bronnen van de bron.

De mythe van de overmacht van de Arabische legers in 1948 wordt uitstekend door Catherine ontkracht. In het verlengde van de mythe van onoverwinnelijkheid van de Israelische strijdkrachten zijn de uitbouw van Israels militaire apparaat, de modernisering van de beveiligingsindustrie (thans een van de belangrijkste exportproducten) en de algemene dienstplicht voor mannen en vrouwen in stand gehouden. Toen in 1948 de laatste Britse troepen Palestina verlieten, brak tussen de zionistische milities - die tussen de 97.000 en 120.000 manschappen telden - en de Arabische legers – waarbij het slechts om tussen de 20.000 en 27.000 manschappen ging – de oorlog uit. De zionisten hadden voorts een overwicht in tanks en pantservoertuigen - 700 tegenover 123 – en konden bovendien 205 gevechtsvliegtuigen inzetten, tegenover 0 aan Arabische kant. Dat de Arabische legers die de Palestijnen te hulp wilden komen niet veel op de been konden brengen, had diverse oorzaken. De meeste Arabische landen hadden nog maar net hun onafhankelijkheid verworven en beschikten nog niet echt over een eigen leger. Bovendien waren deze legers verwikkeld in het neerslaan van opstanden van Druzen en Alawieten in Syrie en van Koerden in Irak, terwijl Egypte en Trans-Jordanië nog aan de leiband van Britten liepen, die de militaire steun aan de Palestijnen in het verlengde daarvan onder controle konden houden.

De landroof en confiscaties, de burgerschapskwestie, de Palestijnse vluchtelingen, de omnamingen, de Hebreeuwisering van joodse emigranten na 1948 worden goed in beeld gebracht. Ook een andere hardnekkige mythe, namelijk die van een zogenaamde bevolkingsruil tussen Palestijnen en joden uit de Arabische Wereld wordt vakkundig ontkracht.

Redenen genoeg om deze publicatie aan te schaffen. Bovendien gaat de opbrengst naar een Palestijnse NGO, de Union of Health Work Committees (UHWC), en naar het al-Awda Ziekenhuis in het vluchtelingenkamp Jabalya, in het noorden van de Strook van Gaza.

Jeroen Bosch is publicist

Eerder gepubliceerd in Soemoed, de tweemaandelijkse uitgave van het Nederlands Palestina Komitee, jaargang 37, nummer 2 (maart-april 2009). Een abonnement op Soemoed heb je door overmaking van € 32,50 op giro 2047409 t.n.v. Stichting Palestina Publicaties, Amsterdam. Zie ook www.palestina-komitee.nl

back