De denkwereld van Likoed - een interview met partijstrateeg Efra'im Inbar

Helena Cobban

Jeruzalem, 3 maart – De Israelische regering zou de wederopbouw van Gaza moeten blokkeren; aankomend premier Benjamin Netanyahoe zal mogelijk proberen het leger het leger naar Gaza terug te sturen; de twee staten-oplossing voor het Israelisch-Palestijnse conflict is dood; en Israel is machtig en de rest van de wereld moet leren om daaraan te wennen: aldus enkele sleutel-elementen in een interview dat ik op 1 maart afnam van het prominente Likoed-lid en veiligheidsspecialist, Efra'im Inbar.

Inbar is directeur van het Begin-Sadat Centrum voor Strategische Studies op de Bar-Ilan Universiteit en heeft in het verleden voor enkele Likoed-leiders als adviseur opgetreden. De denkbeelden die hij in het interview uitdraagt, vallen op deels samen met die welke werden door Netanyahoe's voormalige Nationale Veiligheidsadviseur Giora Eiland zijn geuit in een opiniestuk dat in Yediot Ahronot [Tel Aviv] is verschenen.['Geen kans voor 2 staten – Israels leiders moeten zich realiseren dat er betere opties zijn dan een twee-statenoplossing'; Yediot Ahronot van 4 maart 2009; red.]

Zoals zo vaak als het om buitenlandse journalisten en onderzoekers gaat, vond het interview plaats in het restaurant van het luxueuze American Colony Hotel in Jeruzalem. Inbar is een vriendelijk ogende man van begin zestig, die op een bos witte krullen een keppeltje draagt.

Ik vroeg hem naar zijn mening over de vooruitzichten voor het [zogenaamde] Israelisch-Palestijnse vredesproces. 'De belangrijkste factor voor ons zijn niet de Arabieren [Palestijnen], maar de Amerikanen,' zegt hij. 'En eerlijk gezegd, niemand hier hecht er enig geloof aan. Ook in Annapolis [december 2007] was - ondanks alle retoriek over het bereiken van een akkoord vóór het einde van het jaar - het eigenlijke en enige doel het totstandbrengen van een 'op-de-plank-overeenkomst', dat wil zeggen een akkoord dat tot in de lengte van dagen op de plank kan blijven liggen.

De twee staten-oplossing is een gepasseerd station, omdat de Palestijnen er niet voor in zijn. De enige manier waarop het nog zou kunnen werken, is wanneer er aan twee voorwaarden wordt voldaan: dat de Palestijnen er steun aan geven - maar dat doen ze niet; en dat het Palestijns Nationaal] Gezag over het geweldsmonopolie beschikt – en dat is niet het geval.'

Hij roept memoreert dat hij een enkele jaren geleden een boek heeft gepubliceerd over Yitzhak Rabin, de premier die het Oslo-akkoord met Yasser Arafats PLO in 1993 afrondde, en zegt: 'Rabins formule is altijd geweest "land in ruil voor vrede" … Waar Rabin op uit was, was om in Palestina een dictator in het zadel te werken. Maar hij kon geen effectief opererende dictator vinden.'

Hij beargumenteert dat de visie van Rabin 'door de meeste Israeli's werd onderschreven'. Modern Israel is, zo zegt hij, 'zeer realistisch, niet idealistisch'.

Overschakelend naar de verwachtingen omtrent de diverse aspecten van het [zogenaamde] vredesproces onder een eventuele regering van Netanyahoe, zegt hij, dat hij denkt dat de 'status quo met Syrië voor de Israeli's dragelijk is'. Voor wat betreft het Palestijnse spoor, geeft hij aan dat Netanyahoe begonnen is het idee te promoten van een 'economische vrede'. Ik merk op dat deze benadering door Netanyahoe zelf al halfslachtig is beproefd tijdens zijn eerdere premierschap [1996-1999] en ook door andere Israelische leiders. Daarbij is steeds weer duidelijk geworden, dat deze aanpak niet op legitimiteit kan bogen, zolang vooruitgang op het diplomatieke vlak afwezig blijft. Waarop Inbar onomwonden reageert met: 'Of het al dan niet legitiem is, interesseert ons niet!'

Dan zegt hij: 'Wij kunnen de Westelijke Jordaanoever niet opgeven, omdat het te dicht bij ons hartland ligt. Gaza, OK. Maar daar brak overigens wel chaos en geweld uit, nadat wij ons hadden teruggetrokken.'

'Wat wij zouden moeten doen', zo redeneert hij, 'is te proberen om Egypte bij het bestuur van Gaza en Jordanië bij het bestuur van de Westelijke Jordaanoever te betrekken.' (Eiland stelde in eerdergenoemd artikel hetzelfde voor)

'Mogelijk is Egypte geïnteresseerd in het tussenbeide komen in Gaza, omdat zij geen HAMAS-staat opgericht wil zien,' zegt Inbar. 'Voor wat betreft de Westelijke Jordaanoever hebben de Jordaniërs zo hun eigen redenen om te interveniëren. Misschien dat daar ooit een soort Palestijns-Jordaanse confederatie het daglicht zal zien, omdat het Palestijns [Nationaal] Gezag [PNA] het voor ons op de Westelijke Jordaanoever 'niet waar heeft kunnen maken' [sic]. De PNA is er niet in geslaagd alle wapens in te zamelen, die in bezit zijn van gewapende groeperingen.

'Zeker, sommigen zeggen dat de door de Verenigde Staten getrainde [Palestijnse] troepen beter opgeleid zijn dan hun voorgangers. Maar het valt te betwijfelen of deze HAMAS zouden bestrijden als zij daartoe de opdracht zouden krijgen. Palestijnen vechten niet ! HAMAS vocht in Gaza niet en liet haar wapens op het slagveld achter, waarbij het niet is gegaan om een guerrilla-achtige tactische terugtrekking.'

Inbar zegt dat een Israelische strategische analist heeft opgemerkt, dat de president van het Palestijns [Nationaal] Gezag, Mahmoed Abbas (Abu Mazen) op Israelische bajonetten rekent om zijn positie op de Westelijke Jordaanoever veilig te stellen. 'En nu wordt Abu Mazen er door iedereen van beschuldigd, dat hij met Israel samenwerkt. Hij is beslist geen groot leider.'

Het meest realistische scenario dat hij de komende jaren op de Westelijke Jordaanoever ziet ontvouwen, is 'conflictmanagement: om de vlammen wat te doven, het lijden te beperken en om de Amerikanen niet teveel tegen de haren in te strijken.'

De rest van de internationale gemeenschap, zo stelt hij botweg, 'telt niet mee, ondanks dat Europa zich inmiddels meer dan vroeger bewust is van de tekortkomingen van de Palestijnen … Er zit beweging in de zaak.'

Terug naar de situatie van de 1.5 miljoen inwoners van de Strook van Gaza, verwijst hij naar een artikel dat hij begin februari publiceerde, waarin hij stelt dat de internationale gemeenschap niets zou moeten ondernemen om de huizen en publieke infrastructuur opnieuw op te bouwen, die door Israel tijdens de recente oorlog op zo'n grote schaal zijn vernietigd. In het artikel schrijft hij, dat de internationale gemeenschap 'zich niet moet laten meetrekken in sentimentele escapades van wederopbouw en humanitaire hulp, die onze hogere strategische doelen ondermijnen.'

Hij vertelt mij, dat hij dat nog altijd van mening. Ik leg uit, dat de meeste leden van de internationale gemeenschap hebben besloten dat zij bij de wederopbouw van de Strook van Gaza gaan helpen. 'De internationale gemeenschap kan daar wel op staan', maar wij kunnen heel wat doen om dit proces te vertragen', zo stelt hij.

Wanneer ik een andere benadering ten aanzien van de kwestie Gaza aan hem voorleg, zegt hij met een glimlach dat 'HAMAS de joden goed van pas komt! Zolang zij daar zitten, zijn zij voor ons een geschenk uit de hemel.'

Hij voegt daaraan toe: 'Ik zou er niet voor terugdeinzen om een stroom vluchtelingen uit Gaza op in gang te zetten. Dat zou de druk op Egypte opvoeren om hun aanwezigheid in de Strook van Gaza te verhogen. Zij zouden de hele strook direct moeten innemen, of daar een marionettenregering moeten installeren – al dan niet met HAMAS.'

Tijdens de recente oorlog leek de Egyptische regering inderdaad bevreesd voor de gevolgen van een vluchtelingenstroom, die zich aan de 10 km. lange grens met Egypte zou melden. De omvang van de troepenmacht die Egypte langs de grens met Israel mag stationeren, is sterk ingeperkt door de voorwaarden van het Egyptisch-Israelische vredesverdrag van 1979. Gedurende de oorlog deed Egypte haar uiterste best om de grensovergang met Gaza waterdicht te houden, waarbij er uitsluitend doorgang is verleend aan een aantal medische noodgevallen, die voor behandeling van de Strook van Gaza naar Egypte zijn overgebracht.

Terug naar het idee van een 'economische vrede' op de Westelijke Jordaanoever, waarover Inbar het eerder had, wees ik erop dat ondanks dat hij en Netanyahoe het er over hebben, dat de inwoners van de Westelijke Jordaanoever de mogelijkheid van economische ontwikkeling geboden moet worden. Dit lijkt vooral bedoeld te zijn een alternatief voor hun recht op nationale onafhankelijkheid. Want tegelijk lijken zowel hij als Netanyahoe een sterk voorstander te zijn van het indringerige systeem van ruim 600 roadblocks, waardoor de bewegingsvrijheid van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever sterk aan Israelische controle onderhevig is. Onder verwijzing naar diverse studies van de Wereldbank en andere instellingen, leg ik Inbar het idee voor dat je een economie niet werkelijk kan ontwikkelen, zolang de Westelijke Jordaanoever in een groot aantal kleine enclaves opgedeeld blijft.

'Het zou kunnen zijn als Singapore of Hongkong', zegt hij aanvankelijk.

Ik wijs hem erop, dat het in beide gevallen om veel grotere bevolkingsaantallen gaat, en ook dat er sprake is van vrije toegang tot regionale economieën en de wereldeconomie. 'Goed, als Monaco dan.' Hij leek niet erg serieus op uit om te proberen mij van de kracht van zijn argument te overtuigen. Misschien dat zijn eerdere antwoord 'Of het al dan niet legitiem is, interesseert ons niet!' een meer accurate uitdrukking van zijn visie op deze kwestie is dan de opmerking die hij halfslachtig over Singapore, Hong Kong of Monaco maakte.

Ik vraag hem hoe hij de impact van de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever op het [zogenaamde] vredesproces inschat. 'De nederzettingen fungeren als een middel om de Palestijnen tot een redelijke opstelling in de diplomatie te bewegen,' antwoordt hij. 'En u weet, in het geval van de Oslo-akkoorden heeft dat gewerkt. Maar sinds Oslo heeft hun leercurve [sic] een neerwaartse beweging gemaakt.'

Maar zal de Israelische regering geen druk gaan voelen van de nieuwe Amerikaanse regering om de voortgaande uitbreiding van de nederzettingen een halt toe te roepen en om werk te maken van het ontmantelen van de zogeheten outposts, die zelfs door voorgaande Israelische regeringen als illegaal werden aangeduid?

'Wij zullen inderdaad onder druk komen te staan', antwoordt hij. 'De Amerikanen zullen ons enigszins onder druk zetten, dus dan verwijderen wij een of twee outposts en een of twee wegblokkades. Wij zullen met de Amerikanen een spelletje spelen.'

Dus wat zijn verwachtingen van Obama in het algemeen?

'Wel, deze spreekt heel anders dan [George] Bush [jr.]. Maar hij heeft tegelijk zoveel andere zaken aan zijn hoofd. De economie, Irak, Afghanistan, Iran. Hoeveel tijd en energie zal de regering-Obama voor de kwestie hier hebben? De meeste Israeli's vinden, zoals je weet, haar politiek ten opzichte van Iran 'appeasement'. Dus hoop ik dat Dennis Ross na 6 maanden bij de president komt en Obama mededeelt dat er met Iran geen overeenkomst kon worden gesloten, zodat de zaak voor Obama echt serieus zal worden.'

Meer over Gaza: 'Het is onlogisch om Gaza opnieuw op te bouwen. Het helpt niet de positie van Abu Mazen te versterken.'

Maar hoe kan diens positie dan wel versterkt worden?

'Van Buitenaf kan niemand dat doen … De Palestijnen hebben een Ataturk nodig, maar ik zie er geen. Het is het probleem van zwakke regeringen in de Arabische wereld: in Palestina, Libanon, Somalië … Dus bouwen wij een hek [de Muur; red.]. Wij willen hen niet meer zien. Het hek is min of meer als een grens. Weet je, Israeli's houden van het hek. De meesten van hen denken – ten onrechte – dat het hek van groot belang is voor de veiligheid, maar ons succes in het voorkomen van terrorisme is te danken aan arrestaties, opsluiting en gericht doden [buitengerechtelijke executies; red.]. Dat is mijn grootste kritiek op de operatie in Gaza. Als wij gericht hadden gedood, zoals wij deden met sheikh Ahmed Yassin en Abdel Aziz al-Rantissi in 2004, dan zou HAMAS direct voor een staakt-het-vuren gaan.'

Het beeld dat u schetst is niet erg hoopvol.

'Wel, wij zijn sterk en zij zijn zwak.'

'En de klok tikt in ons voordeel. Dat is het verschil tussen de haviken en de duiven hier. Zij zijn de pessimisten, terwijl wij, de haviken, optimistisch zijn."

Maar de groeiende verontwaardiging van de internationale gemeenschap over de schaal van vernietiging in Gaza dan?

'Dat kunnen wij wel hebben. Wij joden zijn niet altijd populair geweest in de wereld. En nu worden wij van Durban-II uitgesloten.'

Wat zijn uw verwachtingen van [de speciale afgezant van president Obama] George Mitchell?

'Organisatorisch is er duidelijk een probleem, omdat Hillary [Clinton; de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken] teveel afgezanten heeft. Ik denk niet dat hij veel goeds kan aanrichten. Maar hij is een Amerikaan, dus zal hij het proberen. Maar wat kan hij doen? Kan hij Abu Mazen veranderen? Het kan zijn dat hij uiteindelijk aansluit bij Netanyahoes plan voor economische vrede. Hij en de president willen waarschijnlijk niet op zo'n korte termijn een crisis in de Amerikaans-Israelische betrekkingen.'

En uw verwachtingen van Netanyahoe?

'Nou, hij is niet tegen een geldstroom richting het Palestijns [Nationaal] Gezag. Voorts zijn er mensen in zijn entourage die spreken over de noodzaak om HAMAS te vernietigen.'

Hij wijst erop dat de vertrekkende regering-Olmert gedurende de laatste oorlog terughoudend was om op de vernietiging van HAMAS te mikken.

Was de oorlog over het geheel genomen een succes?

'Nee. Zij schieten nog dagelijks op ons. Waarschijnlijk zullen wij opnieuw naar binnen moeten gaan, ook al zullen de Egyptenaren niet gelukkig zijn wanneer 'de vlam opnieuw in de pan slaat'.

En zal Netanyahoe instemmen met een nieuwe invasie van het Israelische leger in Gaza? 'Zeker, de kans is groot dat Bibi [Netanyahoe] opnieuw naar binnen zal gaan. De veiligheidssamenwerking met de Palestijnen werkt niet en wij zijn hoe dan ook unilateristen van nature. Dat is de zionistische ethos. Wij zijn niet langer afhankelijk van de "niet-joden".'

Hij leunt achterover en maakt zich breed. 'Ik ben een aanhanger van Albert Wohlstetter', zegt hij, verwijzend naar de strategische denker van de Universiteit van Chicago, die zoveel prominente Amerikaanse neo-conservatieven heeft beïnvloed. 'Maar ik ben geen neo-con. Ik heb Paul Wolfowitz en Bill Cristol, die ik beiden tot mijn vrienden reken, verteld dat pogingen om democratie naar het Midden-Oosten te brengen een grote vergissing was. Oh, natuurlijk was het goed om van Saddam Hoessein af te komen. Hij was een erg slecht mens. Maar men had niet hoeven te proberen om het land ook nog eens te democratiseren.'

Meer over Obama: 'Ik maakte mij aanvankelijk zorgen over hem, maar zijn meeste benoemingen lijken tamelijk mainstream te zijn. Het is een eerbetoon aan de Verenigde Staten dat zij een zwarte persoon hebben gekozen. Dus laten wij afwachten en zien. Ja, ik ben kritisch over sommige politieke visies van hem – bijvoorbeeld over Iran – maar ik geef hem het voordeel van de twijfel, omdat wij een sterk Amerika nodig hebben.'

Ik vraag naar zijn visie over de opkomst van de extreem-rechtse Avigdor Lieberman als een sterke factor binnen de Israelische politiek. Hij geeft vervolgens een analyse van het fenomeen Lieberman. Daarbij wijst hij er terecht op dat, behalve allerlei extreemrechtse standpunten, Lieberman ook punten van links steunt, inclusief dat hij niet tegen de oprichting van een Palestijnse staat is.

Inbar rondt af met de conclusie dat Lieberman ' door de Israeli's wordt geaccepteerd, ook al is hij niet bij iedereen geliefd. En hij heeft enkele belangrijke prominenten zijn partij weten in te halen … Ik hou niet van zijn toon, het is niet mijn stijl. Maar het is acceptabel in een democratie.'

Wij komen terug op het [zogenaamde] vredesproces. Hij betitelt het besluit van premier Olmert om de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza in 2005 parlementsverkiezingen te laten houden, en om HAMAS daaraan te laten deelnemen, als 'een vergissing'.

Ik vraag naar het vooruitzicht van hervatting van de onderhandelingen tussen Israel en Syrië. Hij antwoordt: 'Met HAMAS aan de macht in Gaza is er veel minder druk op onze regering over het [zogenaamde] vredesproces, dus wat is voor ons de noodzaak om iets met Syrië te regelen? Natuurlijk, als wij onder druk van de Amerikanen komen te staan, dan zullen wij onderhandelen. Maar waarom zou Bibi pro-actief onderhandelen of een akkoord met Syrië nastreven? … En wij hebben geen demografisch probleem op de Hoogvlakte van Golan. Het is gezuiverd van Arabieren. Het is er erg mooi.'

'De tijd werkt in ons voordeel. Wie herinnert zich 1967 nog? En is president [Bashar al-] Asad [van Syrië] eigenlijk wel betrouwbaar? Wil hij open grenzen met Israel? Is hij klaar om zich te distantiëren van Iran? Ik denk niet dat hij zo snel overstag zal gaan … Dus ik denk niet dat er druk op Israel zal komen om de Hoogvlakte van Golan te ontruimen, omdat wij evenmin druk van Asad zullen ondervinden.'

bron: Just World News, 3 maart 2009

Helena Cobban is auteur van enkele studies over de Kwestie Palestina. Onlangs verscheen van haar hand: Re-engage – America and the World after Bush; London, Paradigm Publishers, 2008; 133 pp.

vertaling: Jeroen Bosch

Eerder gepubliceerd in Soemoed, de tweemaandelijkse uitgave van het Nederlands Palestina Komitee, jaargang 37, nummer 2 (maart-april 2009). Een abonnement op Soemoed heb je door overmaking van € 32,50 op giro 2047409 t.n.v. Stichting Palestina Publicaties, Amsterdam. Zie ook www.palestina-komitee.nl

back