Boekrecensie: De IsraŽl-lobby

John Mearsheimer, docent politieke wetenschappen in Chicago en Stephen Walt, docent internationale betrekkingen in Cambridge, kwamen na een gelijknamig artikel in de London Review of Books zo onder vuur te liggen in de Verenigde Staten dat zij besloten al hun beweringen over de IsraŽllobby dusdanig te presenteren en te onderbouwen dat critici op feiten geen argumenten meer zouden hebben hen te belasteren. Het resulteerde in een indrukwekkend boekwerk (notenapparaat van 100 pagina's!) over ťťn van de grootste taboes in de huidige geschiedenis; de schier onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten aan IsraŽl, mede gevoed door een niet per se samenwerkend netwerk van joods-Amerikaanse organisaties, christelijke fundamentalisten en de beruchte 'neocons'.
Vooropgesteld; lobby-organisaties zijn van alle tijden en zijn er in alle soorten en maten. Denk aan de lobby voor de erkenning van de Armeense genocide, de energie-lobby etc. Alleen in Brussel al zitten, volgens ATAC Nederland, meer dan tienduizend (!) lobby-organisaties om de Europese instituties daar te bewerken. Campagne voeren bij de politieke beslissers voor welke belangen dan ook is zo oud als de democratie en er is niets mis mee. In het open systeem van campagnedonaties in de Verenigde Staten kun je met geld invloed kopen en kandidaten 'straffen' door hun tegenstanders te steunen. Het Americain IsraŽl Public Affairs Committee (AIPAC), de invloedrijkste pro-Israelische lobby-organisatie in de VS, het Project for the New Americain Century (PNAC) en andere organisaties hebben een sterke positie in de VS; tel dat op bij de over het algemeen welvarende positie van Amerikaanse joden, haar hoge opleidingsniveau, haar genereuse schenkingen aan politieke partijen en haar sterke politieke betrokkenheid en de IsraŽl-lobby heeft een dikke streep voor op andere lobby-organisatie. En dan zijn er dus ook nog de christelijke zionisten en de neoconservatieven die zeer pro-IsraŽlisch zijn (overigens steunt de IsraŽl-lobby zowel Republikeinen als Democraten) en dat allemaal samen vormt een krachtige organisatie, ondanks dat het verschillende samenwerkingsverbanden zijn, met verschillen in organisatiegraad en capaciteit. Daarnaast is er voor IsraŽl in het algemeen vanuit Capitol Hill geen enkele tegenwind te verwachten, wat het werk van de lobby-organisaties ook een stuk makkelijker maakt. Als er daar wordt gesproken over het IsraŽlisch-Palestijnse vredesproces, dan zitten er 3 hoofdrolspelers van de lobby als experts bij. Geen Palestijn, Arabische-Amerikaan of iemand met een andere visie wordt ooit uitgenodigd voor expertmeetings. Ook de invloed op het Amerikaanse Congres is groot. De Democratische senator Hollings verzuchtte eens: "We kunnen hier geen ander IsraŽlbeleid hebben dan AIPAC ons voorschrijft". Na de tussenverkiezingen van 2006 waren 13 van de 100 senatoren pro-IsraŽlische joden en 30 van de 435 Congresleden, een aanzienlijk hoger percentage dan het joodse aandeel in de Amerikaanse bevolking, 3%. Een treffend voorbeeld van hoe de lobby iemand kan laten omslaan van 'kritisch' tot 'pro-IsraŽlisch' laat het geval van senator Hillary Clinton in 1998 zien; zij steunde toen de oprichting van een Palestijnse staat en omhelsde in het openbaar de vrouw van Yasser Arafat. Toen zij haar eigen kandidatuur voor het presidentschap ging voorbereiden werd ze een vurig pleitbezorger van IsraŽl en krijgt ze nu sterke en ook financiŽle steun van de IsraŽl-lobby. Voorlopig hoogtepunt in het bedienen van de belangen van de lobby was haar onvoorwaardelijke steun voor de Libanon-oorlog in 2006. De lobby probeert verder te verhinderen dat mensen die kritisch staan ten opzichte van IsraŽl een functie krijgen op het terrein van buitenlandse politiek. Mearsheimer en Walt beschrijven een aantal gevallen. Een apart hoofdstuk weiden zij aan de beÔnvloeding van het publieke debat, waarbij zij de conclusie trekken dat de meeste methodes van de lobby volstrekt legitiem en democratisch zijn, maar, en dan volgen er uitgebreide beschrijvingen van gevallen waarin critici van het IsraŽlisch regeringsbeleid en de steun van de VS daaraan ongemeen hard werden (en worden) aangevallen en zwartgemaakt als antisemiet. En juist doordat de verschillende strategieŽn van onderdelen van de lobby elkaar versterken en de belangrijkste lobby-organisaties als AIPAC zich niet distantiŽren van zulke praktijken, blijft het kritische debat verlamd en het klimaat waarin verschillende meningen kunnen bestaan verstikt. Mearsheimer en Walt winden zich hier zichtbaar over op, en volslagen terecht als je beschouwt wat zij zelf op hun bord kregen na hun artikel in de London Review of Books.

Aan de hand van de IsraŽl-lobby is de 'hulp' van de Verenigde Staten aan IsraŽl een vaststaand gegeven geworden. De steun van de VS is niet enkel financieel in de vorm van een jaarlijkse subsidie van 3 miljard dollar, maar ook politiek. Verder krijgt IsraŽl ook leengaranties (die IsraŽl toestaat geld te lenen van commerciŽle banken tegen lagere tarieven, waardoor miljoenen dollars aan rente wordt bespaard), gunstige voorwaarden voor donaties van particulieren aan IsraŽl, voordelen zoals de overboeking van het gehele toegekende bedrag in de eerste 30 dagen van het fiscale jaar, zodat IsraŽl de rest van het jaar rente kan genereren over dat bedrag (andere landen krijgen per kwartaal een bedrag). Wat betreft de besteding van het ontvangen geld is ook voor IsraŽl een uitzondering gemaakt; waar andere landen geld voor militaire steun volledig in de VS moeten besteden, mag IsraŽl 1 op 4 dollar besteden aan de eigen wapenindustrie. Dit leidde er onder andere toe dat IsraŽl, een relatief klein land, de laatste jaren in de top-10 staat van wapenexporterende landen (bijvoorbeeld naar China, waarmee nu niet direct een Amerikaans belang wordt gediend). Verder zijn er ook wat betreft wapenleveranties allerlei gunstige voorwaarden voor IsraŽl, die voor andere landen niet gelden. Ook op het gebied van de non-proliferatie van nucleaire wapens en de Wapenconventie voor Chemische en Biologische Wapens wordt IsraŽl feitelijk niet gecontroleerd. Maar soms wordt het zelfs de VS te gortig; toen Amerikaanse satellietbeelden (in het kader van de nauwe samenwerking tussen de inlichtingendiensten van beide landen krijgen de IsraŽli's meer inzage in beelden dan bijvoorbeeld NAVO-partner Groot-BrittanniŽ) door IsraŽl werden gebruikt om in 1981 de Osirakreactor in Irak te bombarderen, werd de inzage enigszins beperkt. Om een tijdje daarna weer te worden teruggeschroefd naar het eerdere niveau, een mechanisme dat telkens terugkeert als IsraŽl iets te enthousiast wordt. Nooit worden echter permanente sancties getroffen of wordt hulp, samenwerking of politieke steun langdurig opgeschort. Een bizarre vorm van hulp zijn ook de Amerikaanse wapenopslagplaatsen in IsraŽl zelf, bedoeld om in een tijd van crisis direct over wapens ter plaatse te kunnen beschikken. In de praktijk is het echter geen verassing dat de wapens door het IsraŽlisch leger worden gebruikt, zoals in de Libanonoorlog in de zomer van 2006 en de opslagplaatsen dus feitelijk een uitbreiding van de militaire reserves van IsraŽl zijn.
Kortom, niet alleen is de jaarlijkse financiŽle hulp objectief gezien veel hoger dan de 3 miljard, ook zijn er allerlei uitzonderingen voor IsraŽl ten opzichte van andere hulpontvangende landen. En waarom ontvangt IsraŽl, toch geen arm land, omgerekend per hoofd van de bevolking een directe economische steun van 500 dollar per persoon? De 2e op de lijst van ontvangers van VS-gelden is Egypte (20 dollar per hoofd) en een notoir arm land als Pakistan ontvangt slechts 5 dollar. De kernvraag die de auteurs in het boek opwerpen is waarom IsraŽl door de VS wordt gesteund, hoe dat zo gekomen is, of het niet indruist tegen het nationale belang van de VS en of de Amerikaanse burger geen recht heeft om te weten waarom en wat er met al dat geld gebeurt. Waarom er geen debat over mogelijk is? Waarom nu, tijdens de voorverkiezingen in de VS, geen enkele kandidaat het onderwerp IsraŽl aanroert, behalve in de oneliner dat IsraŽl altijd op 'onze hulp' kan rekenen en dat er niets veranderd gaat worden?
In de jaren van de oprichting van de staat IsraŽl leek de VS niet echt geÔnteresseerd, al erkende president Truman direct de onafhankelijkheidsverklaring van IsraŽl. In de jaren vijftig voerde de VS een gematigde koers inzake IsraŽl, beseffende dat haar positie in het Midden-Oosten gevaar liep bij te enthousiaste steun aan IsraŽl. Verzoeken om wapenleveranties en veiligheidsgaranties werden daarom afgewezen en de economische steun was gering. Een diametraal omgekeerde situatie dan nu, in 2008.

En de Palestijnse kwestie dan? Even, in de herfst van 2001 en in het voorjaar van 2002, probeerde de regering Bush de regering Sharon te bewegen om zijn expansionistische beleid in de bezette gebieden te staken en de oprichting van een Palestijnse staat mogelijk te maken. In de optiek van de regering Bush zou dat de steun aan organisaties als Al Qaida verminderen en een wereldwijde coalitie tegen 'het terrorisme' (eventueel inclusief Iran en SyriŽ) dichterbij brengen. De lobby kwam in verschillende vormen in actie en dit hoofdstuk leest bijzonder spannend, ware het niet zo tragisch en onrechtvaardig. Gedetailleerd wordt elke gebeurtenis in de Palestijnse gebieden of van de Amerikaanse of IsraŽlische overheid en de reactie daarop van de lobby beschreven. Van de routekaart tot de liquidatie-campagne van het IDF tegen Hamas, het gedraai van het Witte Huis, de correctie van het Congres op de opmerking dat de regering Bush als uiting van ontevredenheid de kosten van de afscheidingsmuur van 9 miljard dollar aan leengaranties zou aftrekken, het overlijden van Arafat, de terugtrekking uit Gaza, het gemarchandeer met de positie van Abbas en het gestruikel van de VS op weg naar de pogingen om in de komende 2 jaar een levensvatbare Palestijnse staat te realiseren. Een hoofdstuk waaruit geleerd zou kunnen worden.

De laatste hoofdstukken van het boek bevatten een analyse van de steun van de VS in de IsraŽlische oorlog tegen Hezbollah in Libanon in de zomer van 2006, het wapengekletter van IsraŽl (en dus de VS) tegen SyriŽ, de fatale inval in Irak en een blik op de toekomst; hoe gaat de VS om met Iran? Zou het de agenda van IsraŽl volgen, dan zouden Iraanse nucleaire installaties gebombardeerd moeten worden, maar Bush heeft aangegeven daar niets meer voor te voelen. Overigens heeft de IsraŽl-lobby in Nederland, in de vorm van de IsraŽlische ambassade en het CIDI, in dat laatste dossier ook pleitbezorgers in de Nederlandse politiek. Zo bepleitte Geert Wilders, de fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, als enige West-Europese politicus het bombarderen van Iran.

Jeroen Bosch, redacteur Vakblad voor antifascisten Alert! (www.alertafa.nl)

John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt. De IsraŽl-lobby, Uitgeverij Atlas, 2007, 560 pagina's € 29,90

Deze recensie verscheen eerder in Soemoed, tweemaandelijkse uitgave van het Nederlandse Palestina Komitee, jaargang 36, nummer 1-2 (januari-april 2008). Abonneren voor € 32,50 per jaar via npk@xs4all.nl. Zie ook www.palestina-komitee.nl.

back