Boekbespreking van The Israeli-Palestinian Conflict

Raja Halwani en Tomis Kapitan, The Israeli-Palestinian Conflict - Philosophical Essays on Self-Determination, Terrorism and the One-State Solution; New York, Palgrave MacMillan, 2008; 256 pp.; 50 Euro

Raymond Deane

De toch al wat moeilijk hanteerbare ondertitel van The Israeli-Palestinian Conflict - Philosophical Essays on Self-Determination, Terrorism and the One-State Solution, had nog met 'Right to Return' uitgebreid kunnen worden. Dat zou meer recht doen aan het indrukwekkende scala aan onderwerpen dat in het boek aan de orde komt. De auteurs, Raja Halwani en Tomis Kapitan, zijn Amerikaanse professoren in de filosofie, die antwoorden zoeken op 'hachelijke basisvragen' als: 'Wanneer heeft een groep mensen het recht om een bepaald gebied te besturen of te bezitten? Onder welke omstandigheden hebben mensen recht op politieke zelfbeschikking? Welke rechten komen toe aan degenen die slachtoffer zijn geworden van territoriale agressie? Hoe verwerven politieke instituties, staten of verzetsorganisaties morele legitimiteit? Is een staat ooit gemachtigd tot territoriale uitbreiding en verovering van gebied? Wanneer is gewelddadig verzet tegen een militaire bezetting gerechtvaardigd? Kan het toevlucht nemen tot terrorisme in het kader van politieke strijd ooit rechtmatig zijn?'

Sommige lezers zouden door de toevoeging 'filosofisch' afgeschrikt kunnen worden - een woord dat zonder problemen uit de ondertitel had kunnen worden weggelaten. Terwijl de concentratie van de lezer door subtiele en gedetailleerde redeneringen op de proef wordt gesteld, is kennis van filosofische tradities of terminologie niet nodig. Want theoretische verhandelingen worden steeds geconfronteerd met concrete gevolgen uit de alledaagse politieke realiteit. Meer eigenzinnige lezers zullen denken dat, in de woorden van de auteurs, 'filosofische discussie over deze basisvragen, zeker wanneer toegepast op afzonderlijke politieke conflicten', hopeloos ontoereikend is. Toch hebben Halwani en Kapitan zeker gelijk, wanneer zij stellen dat 'geen enkel systeem het definitieve antwoord heeft op hoe mensen en maatschappijen zich zouden moeten gedragen, en dat door het normatieve denken tot verordening te beperken, de wet immuun zou worden voor rationele evaluatie.'

De meest genoemde filosofen in het boek komen voort uit de Anglo-Amerikaanse school van progressieve en analytische filosofie. Over het algemeen moet gezegd worden, dat zij hopeloos hebben gefaald om Palestina in ethisch politieke kwesties te betrekken. In dit verband is het veelzeggend dat in On Immigration and Refugees uit 2001 van de Brit Michael Dummett de Palestijnen - de grootste vluchtelingengemeenschap ter wereld - niet eenmaal genoemd worden, en dat de Amerikaan Michael Walzer in zijn boek Spheres of Justice uit 1983 de vluchtelingenproblematiek uitgebreid bespreekt, zonder daarbij de Palestijnen te noemen. Terwijl Halwani en Kapitan te beleefd zijn om op deze flagrante tekortkoming te wijzen, schieten mij onwillekeurig de termen te binnen 'morele lafheid', 'intellectuele oneerlijkheid' en het trahision des clercs (hier: het opgeven van de onafhankelijkheid van wetenschappers ten opzichte van de macht).

De oneven hoofdstukken van het boek – 'Het Israelisch-Palestijnse conflict' over 'zelfbeschikking' en over 'terrorisme' - zijn geschreven door Kapitan, de overige - over 'het recht op terugkeer' en 'de één staat-oplossing' - door Halwani. Het is logisch dat het hoofdstuk over de één staat-oplossing het sluitstuk van het boek vormt, waarvan de doorvoering door beide auteurs (evenals trouwens door een groeiend aantal bezorgde mensen wereldwijd) wordt gezien als de enige acceptabele oplossing voor veel van de besproken kwesties.

Als Kapitan bijvoorbeeld zelfbeschikking bespreekt, geeft hij de voorkeur aan een regionale variant boven een nationale interpretatie van dit lastige concept, om zo handig wat Gordiaanse knopen door te kunnen hakken. 'Het gaat niet aan om een recht toe te kennen aan Palestijnse Arabieren [Palestijnen] en dat tegelijk aan Israelische joden te ontzeggen. Als principe geldt dat in Palestina het recht op zelfbeschikking niet méér geldt voor Palestijnen dan voor Israelische joden. Het recht op zelfbeschikking geldt voor alle rechtmatige bewoners, hoe deze laatsten dan ook worden aangemerkt.' In het laatste hoofdstuk verwijst Halwani naar deze redenering en voegt daaraan toe: 'Alle geledingen van de bevolking … delen in het recht op zelfbeschikking. De één staat-oplossing komt tegemoet aan dit recht, doordat de leden van beide bevolkingsgroepen in staat worden gesteld om in historisch Palestina zelfbeschikking uit te oefenen.'

Terloops zouden redeneringen van Kapitan in Hoofdstuk 1 opgevoerd kunnen worden als antwoord op het verwerpen van zelfbeschikking door Michael Neumann in zijn boek The Case against Israel. Neumann: 'Er bestaat geen recht op zelfbeschikking van volkeren. Het hele concept deugt niet.' Aangezien Neumann een van de weinige Noord-Amerikaanse filosofen is die zich direct en intensief met de Palestijnse kwestie bezighoudt en hij op verscheidene punten met Halwani en Kapitan van mening verschilt, zou het zinvol zijn geweest - en zelfs als voorbeeld hebben kunnen dienen, gegeven de zeldzame situatie waarin teksten over Palestina verband met elkaar hebben – indien zij ervoor hadden gekozen om specifiek op deze ideeën in te gaan. Nu duikt The Case against Israel op in de bibliografie, maar aan Neumann wordt in de tekst verder niet gerefereerd. En zo verdient ook Noam Chomskys recente afvalligheid in kwesties als de boycot van Israel, de één staat-oplossing en de Israel-lobby filosofische discussie, maar in dit boek is deze niet te vinden.

Over de kwestie van 'terrorisme' staat Kapitan dichter bij Neumann (en trouwens ook bij Ted Honderich, die omstreden is geworden door te schrijven dat 'de Palestijnen een moreel recht op hun terrorisme hebben'.). Neumann weigert 'een oordeel uit te spreken over Palestijns terrorisme, omdat ik [Neumann] - anders dan God - niet over alle feiten ter plaatse beschik'. Kapitan noemt drie voorwaarden waarmee hij probeert te bewijzen dat 'vergeldend terrorisme tegen degenen die [hier voor de Palestijnen] een wezenlijke, existentiële dreiging vormen, moreel gerechtvaardigd is'. Ten eerste zou het recht op zelfverdediging daden van vergelding kunnen behelzen, waarvan 'een zo grote afschrikkende werking uitgaat, dat gebruik ervan te rechtvaardigen is, indien er geen redelijke kans van slagen bestaat om een eind te maken aan een bepaalde existentiële dreiging [van de kant van de vijand] of deze te reduceren'. Ten tweede in het geval van het zich toe-eigenen van vrijwel absolute macht door welke staat dan ook, zodat slechts terrorisme als middel voor vergelding overblijft. Ten derde zou, in een situatie waarin 'een onrechtvaardige vernederende uitroeiing van zichzelf (a humiliating unjustified annihilation [sic] of oneself) aanstaande is … en men niet over de mogelijkheden beschikt om te vergelden', terrorisme 'een nuttig middel kunnen zijn om de ellende te verlichten en zelfrespect te herwinnen, terwijl men aan de dreiging van vernietiging blootstaat, en nog vóór het doek valt'.

Ook veel van de meest toegewijde pleitbezorgers van de Palestijnse zaak zullen zich bij deze redeneringen ongemakkelijk voelen, welke – toegegeven - voorzien zijn van allerlei randvoorwaarden. Persoonlijk zou ik graag een grondiger analyse hebben gezien van de begrippen 'moreel gerechtvaardigd' en 'moreel recht'. Is de 'moraliteit' in deze begrippen dezelfde als die wanneer verwezen wordt naar de 'moreel optimale' één staat-oplossing, in de slotzinnen van het boek: 'Als moraliteit aangeroepen wordt, dan moeten wij behoedzaam zijn?' En is totale machteloosheid een acceptabeler reden ('moreel' of anderszins) dan absolute macht, om de levens van burgers [non-combattanten] op te offeren? Op deze punten zou het boek wellicht baat hebben gehad bij een iets schoolmeesterachtige aandacht voor filosofische details. Overigens zou het antwoord van Kapitan heel goed kunnen luiden: 'Nu is het jouw beurt, weerleg me maar!'

Voor de duidelijkheid, dit zijn allemaal vragen die verder reiken dan de urgente kwesties in Palestina, Tibet, Sri Lanka of Kosovo. Dit is een kanttekening bij de grote relevantie in dit boek, dat versterkt wordt door het ontbreken van een polemische toon – een schier onmogelijke prestatie in deze context. Terwijl de conclusies die Halwani en Kapitan trekken de pro-Palestijnse visie krachtig ondersteunen, zijn de redeneringen zo helder en goed met feiten onderbouwd, dat er nog voldoende ruimte overblijft voor verschil van mening en debat – in zowel pro-Palestijnse als pro-Israelische kring.

Helaas is het niet erg waarschijnlijk dat zo'n debat zal plaatsvinden. Wat 'debat' wordt genoemd in het kader van het Israelisch-Palestijns conflict, is onveranderlijk een giftige mix van agressie en het betrekken van verdedigende stellingen, die aan beide zijden van de hoge muur een niet te boven te komen woede genereert. Halwani en Kapitan hebben een boek geschreven dat verdient om aan het lesmateriaal van elke universiteit toegevoegd te worden en dat verplichte kost zou moeten zijn voor een ieder die zich betrokken voelt bij een van beide partijen in het conflict.

bron: The Electronic Intifada, 19 juni 2008

Raymond Deane is componist en politiek activist, woonachtig in Ierland/Duitsland

vertaling: Jeroen Bosch

Eerder verschenen in Soemoed, tweemaandelijkse uitgave van het Nederlands Palestina Komitee, jaargang 36 nummer 4 (juli-augustus 2008). Abonneren voor € 32,50 via npk@xs4all.nl. Zie ook www.palestina-komitee.nl.

back