Westelijke Jordaanoever
Droogte en IsraŽlische politiek bedreigen recht op water

Stephen Lendman

Schoon water is overal kostbaar, maar zeker in een van de droogste en heetste plekken op de wereld: het Midden Oosten. Water is een strategisch middel en de reden dat landen als Israel er alles aan doet om een betrouwbare levering van schoon water te verzekeren. In de woorden van voormalige premier Moshe Sharett: "Water is voor ons als het leven zelf." Het heeft Israels politiek sinds de vroege mandaatperiode vormgegeven.

Korte voorgeschiedenis
Na de Eerste Wereldoorlog wilden zionisten de 'Skyes-Picot'-grenzen verleggen zodat de Jordaan, de laaggelegen rivier Litani, de oost-kust van de Zee van Galilea en de laaggelegen Yarmouk hoofdstromenen en zijrivieren ingelijfd werden. Dit water is van belang voor Palestina, Zuid-Libanon, SyriŽ en de Jordaanse vallei. Pogingen om zich te verzekeren van deze waterbronnen stuitten op Franse oppositie. Dit weerhield de zionisten er niet van om verdere hydrologische studies voor de regio te ontwikkelen. De studies waren nodig omdat het einde van de Tweede Wereldoorlog een acute groei van de Palestijnse en Joodse bevolking met zich meebracht.

Israels 'onafhankelijkheidsoorlog' volgde in 1947-1948. Dat verzekerde ook soevereiniteit over water. Israel kon onbelemmerd en unilateraal opereren en gebruikte en ontwikkelde alle beschikbare bronnen en welke ze ook maar later nog konden innemen. Die waren nodig nadat in Israel in 1950 de 'Wet op terugkeer' van kracht werd. Deze wet gaf joden wereldwijd speciale rechten om onbekommerd te emigreren en burger van Israel te worden. Het bracht golven nieuwe immigranten met flinke behoeftes aan water, maar Israels beschikbare voorraad was ontoereikend. In die dagen deelden 4 landen de Jordaan-Yarmouk stroombedding. Ontwikkeling daarvan was essentieel. Elk land had groeiende behoeften dus het zich verzekeren van een betrouwbare toelevering van water was van levensbelang.

Verschillende regionale voorstellen om water te delen mislukten omdat Israel afspraken bleef koppelen aan de erkenning van de joodse staat. Israel verwierp ook oplossingen die niet in haar strategisch belang waren en handelde in plaats daarvan unilateraal. Neem Israels 'National Water Carrier'-project. De bouw daarvan begon eind vijftiger, begin zestiger jaren en werd het grootste waterproject van het land. Het bracht water uit het Noordelijk deel van de Zee van Galilea naar de dichtbevolkte gebieden in het midden en zuiden en vergemakkelijkte efficiŽnt watergebruik. Voor de Arabische buurlanden was het echter een vijandelijke daad, en zij reageerden met eigen omleggingsplannen. Israel zag deze op haar beurt als bedreiging voor de nationale veiligheid.

Een confrontatie volgde. Het 'National Water Carrier'-project werd aangevallen. Israel vergeldde met aanvallen op Syrische bouwinstallaties. Schermutselingen volgden en de oorlog van 1967 was het resultaat. Volgens officiele lezing begon deze oorlog op 5 juni 1967. Anderen, onder wie Ariel Sharon, zeggen dat het tweeŽneenhalf jaar eerder begon toen Israel optrad tegen de omlegging van de Jordaan. Eerder waarschuwde Ben-Gurion dat joden en Arabieren zouden strijden om strategische waterbronnen en dat dat Palestina's lot zou bepalen; en dat van de inwoners zelf. Naast het bezetten van andere strategische stukken land om regionale controle uit te oefenen, verzekerde Israel zich van waterrijke gebieden in Zuid-Libanon, JordaniŽ, de Golanhoogte en de Westelijkse Jordaanoever.

Israel exploiteerde de gebieden volledig en dat is een belangrijke reden waarom de Golan nooit aan SyriŽ is teruggegeven. Het water op de Westelijke Jordaanoever is een andere kwestie. Dat gebied heeft drie 'aquifers', ondergrondse, verzadigde, watervoerende zandafzetteing, die in een kwart van Israels waterbehoefte voorziet, inclusief dat voor de nederzettingen en ongeveer alles wat de Palestijnen krijgen. Dat zijn:

De Yarkon-Tanninim aquifer dat jaarlijks 340 miljoen kubieke meter water levert, vooral aan Jeruzalem en Tel Aviv. De Palestijnen krijgen nogal wat minder, ongeveer 20 miljoen kubieke meter per jaar.
De Nablus-Gilboa aquifer, dat 115 miljoen kubieke meter per jaar levert, vooral voor landbouwirrigatie in kibboetsen in Galilea and de coŲperatieve nederzettingen van Moshavim De Oostelijke aquifer, die 40 miljoen kubieke meter per jaar aan nederzettingen in de Jordaan-vallei levert. Nog eens 60 miljoen kubieke meter gaat naar Palestijnen

Water komt ook van de bovenstroomse Jordaan en haar aftakkingen, de zee van Galilea, de Yarmouth en de benedenstroomse Jordaan. De Palestijnen wordt de meeste van deze waterbronnen onthouden. Terwijl de bevolking groeit worden tekorten steeds nijpender door Israels beperkende maatregelen.

Israels waterpolitiek in de bezette gebieden
Deze politiek werkt als volgt; het instandhouden van een ongelijke verdeling van water op de westelijke, oostelijke en noordelijke Westelijke Jordaanoever. Zo ging het ook bij een aquifer in Gaza voordat deze werd ontmanteld. Het resultaat is een enorm disproportionele distributiepolitiek met groeiende tekorten voor de Palestijnen als gevolg. Israel doet weinig om de lasten te verlichten. Het investeert nauwelijks in infrasctructuur voor water, zodat 20% van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever niet zijn aangesloten op het waterleidingnet;

* Ongeveer 227.000 mensen in 220 dorpen en steden
* Nog eens 190.000 mensen die gedeeltelijk zijn aangesloten; en
* Zelfs in dorpen en steden met een waternetwerk is de toevoer vaak onregelmatig, slechts enkele uren per dag en soms wisselend. In afgelegen gebieden is de toevoer soms dagenlang of voor weken afgesloten. Dat is onderdeel van het discriminerende beleid van Mekorot, het nationale Israelische waterleidingbedrijf, dat ervoor moet zorgen dat de kolonisten in de nederzettingen verzekerd zijn van watertoevoer.

Daar komt nog bij dat het Israelisch onderhoud (voor wat betreft Palestijnen) nalatig is. Waterpijpleidingen zijn oud en lekken en in sommige gevallen verliezen ze 50% van het schone water. Vooral Qalqiliya en Tulkarem worden hierdoor benadeeld.

Neem het essentiŽle verschil tussen levering aan Israelis en Palestijnen. Voor Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever is er per hoofd per dag 60 liter voor thuis-, stedelijk, landbouw en industrieel gebruik beschikbaar. Dat is ver onder de 100 liter grens die de Wereld Gezondheids Organisatie heeft vastgesteld. In contrast daarmee, zie hoeveel Israelis krijgen, 280 liter per hoofd per dag, voor thuisgebruik, landbouw en stedelijk gebruik, dat is viereneenhalf maal zoveel als de Palestijnen tot hun beschikking hebben en inclusief gebruik voor industrieŽn, 330 liter, dus vijfeneenhalf maal de Palestijnse consumptie.

Israels schendingen van internationale waterwetten in de bezette gebieden
Door het integreren van waterbronnen in de bezette gebieden in haar juridisch en bureaucratisch systeem en het ontzeggen van het recht voor de Palestijnen om deze voor eigen gebruik te ontwikkelen, schendt Israel artikel 43 en 55 van de in 1907 vastgesteld internationale Haagse Resoluties. En ook artikel 27 van de 4e Geneefse conventie die ziet op het behandelen van "alle beschermde personen...met dezelfde achting door de partij in het conflict onder wiens macht zij vallen..."

Dan is er nog artikel 6 van de VN conventie op de wet van het niet gebruiken van internationale waterstromen voor scheepvaart. Deze wet vindt dat het nodig is dat waterverdeling door staten redelijk en gelijkwaardig moet zijn. Niet volgens een specifieke formule, maar met inachtneming van 7 factoren:

* De kenmerken van de waterloop, haar geografie, het klimaat enz.
* De sociale en economische behoeften van elke staat
* De omvang van de bevolking
* Hoe het gebruik van een waterloop in de ene staat van invloed is op de ander
* Het huidige en potentiele gebruik van de waterloop
* De conservering, bescherming en ontwikkeling van de waterloop en de kosten van maatregelen om dit mogelijk te maken, en
* Gepland of bestaand gebruik van alternatieven.

Met de internationale wetten en de bovengenoemde factoren in het achterhoofd, worden de Palestijnse rechten ernstig geschonden.

Waterzekerheid is cruciaal voor Israel. Het zich verzekeren en behouden van watertoevoer essentieel. In de bezette Westelijke Jordaanoever is het verboden voor Arabieren om zonder speciale toestemming naar nieuwe waterputten te boren, maar het is practisch onmogelijk zo'n toestemming te krijgen en dat zal hoogstwaarschijnlijk niet veranderen. Veel bestaande waterbronnen zijn afgesloten, om de Palestijnen tot een beperkt quotum te dwingen, ver onder Israels quotum. Het meeste water van de Westelijke Jordaanoever gaat naar Israel en de uitdijende nederzettingen. Zo'n 50-75% van het water uit de Jordaan wordt ook omgeleid. Als de bevolking groeit, zo ook de behoefte aan water. Dat was een van de factoren achter de invasie van Libanon in 1982, om de rivier Litani in het zuiden van het land onder controle te krijgen. Vandaag de dag is deze buiten bereik, maar een grotere bron zou het verzekeren van toegang voor Israel tot grote rivieren als de Nijl en de Eufraat zijn en toegang tot Ceyhan in Turkije.

Sinds de jaren negentig zijn water en andere milieuvraagstukken terug te vinden onder de belangrijkste zaken in Israels bilaterale relaties. Het vredesakkoord met JordaniŽ in oktober 1994 bevatte 5 aanhangsels, waarvan er twee handelden over water en milieuzaken.

Het waterrijke Golan is een struikelblok gebleken in pogingen een soortgelijk akkoord met Syrie te sluiten. Het is meer van hetzelfde in bilaterale gesprekken met Palestijnen. De waterbronnen van de bezette gebieden zijn jarenlang overgexploiteerd, waarvan zeer weinig voor Palestijns gebruik. Het is een belangrijke destabiliserende factor en een obstakel voor echte vrede en veiligheid. Zoveel zaken staan op het spel. Een zelden bediscussieerd onderwerp is de onrechtvaardige verdeling van schaarse en waardevolle waterbronnen.

Zomer 2008. Droogte maakt het probleem ingewikkelder
Israeli's hebben vrijwel altijd genoeg water voor hun behoeften qua landbouw, drinkwater, om te baden, het gazon te sproeien, auto's te wassen en om de zwembaden van hen die er een hebben te vullen. In tegenstelling tot de Palestijnen, die buitengewoon weinig hebben. In de zomer is het altijd erger, maar de zwaarste droogte in de laatste tien jaar van afgelopen zomer, heeft het bijzonder erg gemaakt. In het noorden van de Westelijke Jordaanoever is de waterconsumptie op eenderde van het vereiste minimum. Regen viel dit jaar minder dan tweederde van de normale neerslag. In zuidelijke gebieden is het net iets meer dan de helft. Steden als Tubas, Jenin, Nablus en de heuvels ten zuiden van Hebron zijn in het bijzonder getroffen.

Volgens schattingen van de Palestijnse Water Autoriteit is het watertekort op de Westelijke Jordaanoever tussen de 42 en 69 kubieke meter. Het verbruik ligt op 79 kubieke meter, dus noodvoorzieningen zijn nodig. Per hoofd van de bevolking is het gebruik 66 liter (voor huishoudelijk, stedelijk, buitenstedelijk en industrieel gebruik), ver onder het door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde minimum van 100 liter voor persoonlijke behoeften.

Wat de situatie nog ernstiger maakt is de prijs van geprivatiseerd water, dat 50% van de toevoer op de Westelijke Jordaanoever uitmaakt, dat loopt van 15 tot 30 shekel, 3 tot 6 maal zoveel als de Israeli's betalen. Vanwege de tekorten dit jaar lopen de prijzen op en legt een zware last op arme Palestijnen die niet genoeg water kunnen aanschaffen. Het alternatief is drinken uit dubieuze bronnen als het in de reservoirs verzamelde water op is Ė brak water of vervuilde bronnen kunnen gebruikers aan terugkerende en gevaarlijke ziektes blootstellen.

De verbroken belofte van Oslo II
Het Oslo II akkoord van 1995 verzekerde "de rechtvaardige benutting van gemeenschappelijke waterbronnen voor uitvoering in en na de interim periode." Het is nooit gebeurd, want Israels akkoorden met Palestijnen zijn vrijwel altijd onbetrouwbaar. Israel zet vallen en gebruikt misleidende taal om te verzekeren dat interpretaties in haar voordeel uitvallen.

Na Oslo II werd een gezamenlijk watercommitee (JWC) opgezet om nieuwe projecten op de West Bank over water en riolering goed te keuren. Het is samengesteld uit een gelijk aantal Israelische en Palestijnse vertegenwoordigers, maar hier houdt de gelijkwaardigheid ook direct op. Alle besluiten berusten op consensus, maar er is geen procedure beschikbaar om meningsverschillen te slechten als er geen akkoord kan worden bereikt. Resultaat is dat Israel over elk verzoek van de Palestijnen om nieuwe bronnen een veto kan uitspreken, alhoewel Oslo II gelijkwaardigheid verzekerde.

Ontziltingsplannen
De publicatie New Scientist schreef over "het laatste wetenschappelijke en technologische nieuws, rapporten, ontwikkelingen en onderzoek" van de laatste 50 jaar. In mei 2004 berichtte het blad dat Israel 'een geheim plan voor de bouw van een ontziltingsinstallatie had ontwikkeld, om (geprivatiseerd) drinkwater aan Palestijnen op de West Bank te leveren." Het was bedoeld om de toevoer van schoon water aan Israeli's in stand te houden, maar er zit een adder onder het gras. Israel gaat het niet financieren, de Palestijnen kunnen het niet. Dat betekent dat de wereldgemeenschap of mogelijk de Verenigde Staten dat moeten doen. Even erg, als het ooit al afkomt, zijn de kosten zoals vooraanstaande waterwetenschappers aantonen: "Het ontzouten van zeewater en het pompen ervan naar de Westelijke Jordaanoever...zal een dollar per kubieke meter gaan kosten," een onmogelijk bedrag voor Palestijnen tegen een koers van 3.3 shekel voor een dollar, en ook voor veel zo niet alle Israeli's.

Niettemin werd het project gesteund door Alvin Newman, het hoofd van het kantoor van USAID in Tel Aviv, en met een goede reden. Als financiering is verzekerd, dan zou dat lucratieve contracten voor door USAID uitgezochte bedrijven betekenen. Palestijnen aan de andere kant zijn huiverig. Zij maken bezwaar tegen de ontziltingsplannen die afhankelijk zijn van het laten vallen door de Palestijnen van claims op waterbronnen op de Westelijke Jordaanoever. Ihad Barghothi, hoofd waterprojecten van de Palestijnse Water Autoriteit: "We kunnen dat niet doen en we hebben ook geen geld noch de expertise voor ontzilting."

De Gaza-strook is een andere zaak. Het is vrijwel geheel afhankelijk van kleine putten die hun water trekken van de aan de kust gelegen aquifer. Maar als het waterpeil zakt worden de putten in toenemende mate vervuild met zout zeewater. Wetenschappers uit de Verenigde Staten hebben berekend dat de Gaza-strook binnen 15 jaar (vanaf 2004) geen drinkbaar water meer heeft en zal het moeten gaan importeren. Maar ook nu al rapporteert de Wereld Gezondheids Organisatie dat de waterkwaliteit in de Gaza-strook tot beneden acceptabele normen is gezakt, door de aantasting van de aquifers. Daarnaast heeft volgens de Palestijnse Water Autoriteit 40% van de huishoudens in de Gaza-strook geen stromend water.

Een andere mogelijke oplossing is een goedgekeurde en klaarblijkelijk gefinancierde zogenaamde 'omgekeerde osmosis' installatie in de oceaan om in de behoefte aan water in de bezette gebieden te voorzien. Het is een andere methode of zeewater te ontzilten, maar ook hier zijn de kosten het probleem.

De New Scientist benadrukt dat als deze twee projecten gerealiseerd worden dat "Palestina meer afhankelijk wordt van ontzilting dan welk ander land ter wereld ook." En gezien de prijs voor het ontzilte water, zal het buiten bereik van de grote meerderheid van de in armoede levende Palestijnen blijven.

Palestijnse veerkracht en geweldloos verzet
De Palestijnse veerkracht is indrukwekkend ondanks talloze obstakels. Neem het dorp Nahhalin, 20 kilometer ten zuidoosten van Bethlehem, waar een onderzoeksinstituut uit Jerusalem, het ARIJ, actief is. Het ARIJ behartigt al 17 jaar de Palestijnse belangen op het gebied van economie, samenleving, grondstoffen, duurzame landbouw, politiek en water management.

In 2007 begon het een project om afvalwater geschikt te maken voor irrigatie-doeleinden met de bedoeling het concept ook in andere niet-stedelijke gebieden toe te passen. In Nahhalin zou het ARIJ bij 180 huizen zulke systemen installeren, welke ten goede zouden komen aan 1800 mensen. In 2010 zou het project afgerond moeten worden. ARIJ ziet haar plan als een van de meest uitvoerbare en economische manieren om een schoon gebruik van huishoudelijk afvalwater te garanderen. Als het is geinstalleerd zal het landbouwbedrijvigheid en voedselzekerheid bevorderen, een vitaal Palestijns aandachtspunt.

ARIJ ziet nog meer voordelen; de installaties zullen lokaal gefabriceerd worden, zodat ook de werkgelegenheid in het dorp zal toenemen. In aanvulling daarop laten projecten als deze zien dat geweldloos verzet effectief en vreedzaam kan zijn.

De Palestijnse Hydrologische Groep (PHG) vult ARIJ's pogingen aan met eigen projecten. De PHG is een non-gouvernmentele organisatie die 'de rol van vrouwen in burgerlijke samenlevingen in het managen van lokale waterhuishouding en daaraan gerelateerde milieubronnen om transparantie, goede omgang met water en een rechtvaardige en gelijkwaardige verdeling van water en sanitaire service te verzekeren voor de plattelands- en afgelegen gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook."

Een van haar projecten is in de dorpen Jayyus en Karr Jammal vlakbij Qalqilya in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, waar de Israelische afscheidingsmuur boeren van hun land heeft gescheiden. PHG helpt hen pompen en irrigatiesystemen in stand te houden, zodat de boeren een grotere controle over hun natuurlijke hulpbronnen hebben, ondanks enorme Israelische beperkingen. Het is een andersoortige uiting van geweldloos verzet en dat neemt toe.

Internationale wetgeving is hierin ondersteunend. Het erkent toegang tot voldoende schoon water zonder discriminatie als een fundamenteel mensenrecht en legt aan bezettende machten op om dit mogelijk te maken. De Algemene vergadering van de Verenigde Naties bevestigde het recht van de Palestijnen op zelfbeschikking en controle over hun eigen natuurlijke hulpbronnen in resolutie 1803 (1962), 2672c (1970), 2787 (1971) en 3098d (1980).

In december 1996 nam de VN het Internationaal Convenant betreffende economische, sociale en culturele rechten aan. Artikel 1 bekrachtigd zelfbeschikking, artikel 2 zegt: "Alle volkeren moeten, voor hun eigen doeleinden, vrijelijk kunnen beschikken over hun eigen natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen zonder voorwaarden die uit internationale economische samenwerking voortvloeien, gebaseerd op het principe van wederzijds voordeel en internationale wetgeving. In geen geval mag een volk haar eigen middelen van bestaan ontzegd worden." Het is nu aan het internationale orgaan om haar eigen resoluties daadwerkelijk op te leggen.

Door Stephen Lendman, Dissident Voice 16 juli 2008

Lendman is als onderzoeker verbonden aan het Center for Research on Globalization (Montreal)

Vertaling: Jeroen Bosch

Verder lezen?

* De witte olie, water, vrede en duurzame ontwikkeling in het Midden-Oosten, Henk Donkers. Uitgeverij Jan van Arkel, 1994 (nog via Boekwinkeltjes.nl verkrijgbaar)

* Water as an element of cooperation and development in the Middle East, eindredactie Ali Hagan Bagis. Uitgegeven door Hacettepe University en Friedrich Naumann Foundation in Turkey, 1994. isbn 975-7286-00-1

Eerder verschenen in Soemoed, de tweemaandelijkse uitgave van het Nederlands Palestina Komitee, jaargang 36, nummer 5, september-oktober 2008. Voor een jaarabonnement, maak € 32,50 over op giro 2047409 t.n.v. Stichting Palestina Publikaties, Amsterdam. Zie ook www.palestina-komitee.nl

back