Herdenking in Assen van de genocide op de Armeniërs



Op zaterdag 24 april 2004 vond in Assen de jaarlijkse herdenking van de genocide op de Armeniërs in de beginperiode van de vorige eeuw ten tijde van het Ottomaanse rijk plaats. Ruim 300 mensen liepen in stille tocht met rode en witte rozen richting het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de door de toenmalige regering systematisch geplande volkerenmoord.

Het initiatief voor het plaatsen van de gedenksteen door een Armeniër uit Assen had nogal wat voeten in de aarde en bracht vele protesten uit Turks extreem-nationalistische hoek teweeg en een delen van de Turkse media in gang gezette dreigcampagne richting de gemeente Assen en de initiatiefnemers. Lees hierover meer in het artikel uit de Alert! Turken ontkennen massamoord.

De gedenksteen staat op een leeg veldje aan de rand van de begraafplaats Boskamp, even buiten Assen. Na gebeden en het zingen van enkele religieuze passages, legden onder andere de ambassadeur van Armenië in de Benelux en leden van de Armeense Federatie in Nederland een krans. Daarna was het de beurt aan onder andere cabaratier Freek de Jonge, publicist Paul Scheffer en de enige consequente lobbyist voor erkenning van de Armeense genocide in het Nederlands parlement, Leen van Dijke van de Christenunie.

Onder de bloemenleggers was ook een overlevende van de genocide, een hoogbejaarde vrouw, die natuurlijk zichtbaar emotioneel bij de gedenksteen aanwezig was, maar eindelijk een plek had waar ze diegenen die ze verloren heeft kon gedenken.

In de aula van de begraafplaats vond daarna een cultureel en politiek programma plaats, dat werd geopend door 2 minuten stilte ter nagedachtenis. De politieke speeches werden afgewisseld met traditionele Armeense muziek en gedichten. Freek de Jonge stond uitvoerig stil bij de laffe houding van de Nederlandse politici, die weigeren de Armeense genocide te erkennen uit angst voor hun prestige en hun carrière. Ook hekelde De Jonge de strijd om het jaartal van de genocide, het aantal slachtoffers wat er viel en überhaupt de definitie en herinterpretatie van het woord genocide. Hij noemde de onzekerheid over het aantal slachtoffers (tussen de 1 en anderhalf miljoen) pijnlijk.

Ook de Armeense ambassadeur in de Benelux vond dat het tijd was voor erkenning van de Armeense genocide (ook wel Armenocide) genoemd, en was verheugd over dat er inmiddels tientallen staten in de Verenigde Staten dit hebben gedaan en onlangs zelfs het parlement van Canada. In Europa groeit de lijst ook gestaag, maar in Nederland is er zelfs nog geen debat over geweest. Dat doet pijn.

Naast de verschrikkingen van de genocide is het voor de slachtoffers en nabestaanden extra pijnlijk om te moeten aanvechten tegen ultranationalistische opvattingen, die stelselmatig de genocide ontkennen. Erkenning van de geschiedenis is van eminent belang voor respect voor de universele mensenrechten in elk land.

back