Antisemitisch gif van Cevat Rifat Atilhan


In Alert! wordt in een serie artikelen aandacht geschonken aan het nationaal-socialistische gedachtegoed en het antisemitisme in Turkije. Centraal in de artikelen staat het antisemitisme binnen de extreem-nationalistische beweging en islamistische organisaties. De personen en organisaties die onder meer aan bod komen betreffen: Harun Yahya, de Nationalistische Actie Partij en diverse islamitische partijen als de Welzijnspartij. Tevens zal de ontkenning van de holocaust in Turkije in een apart artikel onder de loep worden genomen. Over deze onderwerpen is in het Nederlandse taalgebied weinig tot niets gepubliceerd. Dat verklaart ook voor een deel waarom we tijdens het onderzoek voor de artikelen regelmatig stuiten op de opvatting dat het in 'Turkije met het antisemitisme wel meevalt'. Dit blijkt juist niet het geval te zijn. De artikelen zullen op internet worden aangevuld met extra informatie, onder andere met een uitgebreide incidentenlijst en vertalingen van primaire en secundaire bronnen. In het onderstaande artikel zal de vooraanstaande Turkse antisemiet Cevat Rifat Atilhan worden besproken.

De bekendste en invloedrijkste Turkse antisemiet in Turkije in de periode rond de Tweede Wereldoorlog was zonder twijfel de oud-militair Cevat Rifat Atilhan. Hij 'verdient' deze positie vanwege zijn aantoonbare contacten met Duitse nationaal-socialisten in de jaren dertig, zijn internationale netwerk met andere antisemieten en zijn antisemitische en nationaal-socialistische propaganda in Turkije. Hij is voor een deel verantwoordelijk voor de hedendaagse anti-joodse, anti-zionistische en anti-Israëlische houding van de islamisten in Turkije.

Atilhan
  Atilhan  
Atilhan werd in 1892 in Istanbul (toen nog Constantinopel genaamd) geboren en overleed in 1968. Hij was officier in het Osmaanse leger. Atilhan was onder meer inlichtingenman en was op dat terrein actief betrokken bij taken aan het front tijdens de oorlog van de Osmanen tegen de geallieerden. Over zijn ervaringen aan het front schreef hij onder meer Filistin Cephesinde Yahudi Casuslar Suriyenin Mataharisi Simi Simon ('Joodse spionnen aan het Palestijnse front, Simi Simon, de Mata Hari van Syrië'). Dit boek werd in diverse talen vertaald, maar daarover later meer.
Volgens de Turkse wetenschapper Rifat Bali is Atilhan een schoolvoorbeeld voor de ontwikkeling van nationalistische haat op minderheden, via antisemitisme met een nationaal-socialistische inslag, naar islamitische haat op joden en Israël. (1) Ongetwijfeld is Atilhans antisemitisme gestimuleerd door zijn ervaringen in Palestina. Hij kwam door zijn inlichtingenwerk frequent in aanraking met joodse spionnen en zag zijn opvattingen over de vermeende verraderlijkheid en onbetrouwbaarheid van joden bevestigd. (2)

Bezoek aan Nazi-Duitsland
Atilhan kreeg al vroeg tijdens zijn politieke loopbaan internationale contacten met andere jodenhaters. Van grote invloed op zijn ontwikkeling als antisemitisch agitator was zijn bezoek aan Duitsland begin jaren dertig van de vorige eeuw. Atilhan werd in 1933 door Julius Streicher, prominent schrijver van de nationaal-socialistische partij en uitgever van het blad Der Stürmer, uitgenodigd om naar München te komen. Atilhan aanvaardde de uitnodiging en werd door Streicher en zijn metgezellen met alle egards ontvangen. Ze noemden hem 'Herr Major'. Atilhan leerde van Streicher hoe die zijn acties voor de boycot van joden opzette (die hij in 1933-1934 in heel Beieren voerde), hij kreeg inzicht in intimidatietechnieken, methodes om met geweld de heerschappij op straat in handen te krijgen en manieren om paramilitaire groepen, jongerenverenigingen, culturele centra in te zetten voor 'kwade bedoelingen'.

Der Stürmer, april 1934, voorpagina. Titel van de karikatuur: "Dodendans". Onderschrift: "Met open ogen rent een volk dat het rassenvraagstuk niet kent zijn ondergang tegemoet."
Milli Inkilap, 1 juni 1934. Voorpagina. Onderschrift bij de karikatuur: "De joden hebben eeuwenlang de mensheid met hun doodsadem in slaap gesust en trekken ons aan het parelsnoer in het ongeluk. De liefde voor het ras en voor het nationalisme zijn belangrijke geneesmiddelen tegen dit gevaar." (bron onderschriften en foto's: H. Bayraktar, Türkische Karikaturen über Juden (1933-1945), in: Jahrbuch für Antisemitismusforschung 13, Metropol Verlag, 2004)
  Bron foto's: Hatice Bayraktar  


Atilhan keerde later naar Istanbul terug met een berg aan antisemitisch propagandamateriaal, de drukclichés van antisemitische spotprenten en plannen om zelf een nazi-partij op te richten. Hij deelde daar speldjes met hakenkruisen uit en hij schilderde hakenkruisen op de veerponten. In Istanbul vond hij echter geen medestanders; de plannen voor een partij liepen op niets uit. (3)
Volgens een rapport over Atilhan van februari 1951, toegeschreven aan Max Bilen (lid van de joodse gemeenschap in Istanbul) en opgestuurd naar het American Jewish Committee, zou Atilhan in Duitsland ook ontvangen zijn door Hitler. Tijdens zijn verblijf in Duitsland werd hij op 5 december 1933 uitgenodigd door de top-NSDAP'er Alfred Rosenberg. Atilhan werd door Rosenberg rondgeleid in het concentratiekamp Oranienburg, dat door Atilhan werd geprezen omdat het er zo brandschoon en comfortabel was, en zo ruim van opzet (sic). (4) De Duitse wetenschapper Hatice Bayraktar acht het echter onwaarschijnlijk dat Atilhan Hitler of Rosenberg heeft ontmoet. (5)
De contacten van Atilhan met Streicher en andere Duitse nazi's pakten publicitair productief voor hem uit. Der Stürmer publiceerde over Atilhan. (6) Atilhan publiceerde daarnaast hoogstwaarschijnlijk zelf in Duitse nationaal-socialistische bladen. We vinden hem vermoedelijk zelfs terug in een Nederlandstalig nazi-blad. In het nummer van 15 april 1943 van het tijdschrift Wereld-Dienst treffen we namelijk het artikel De Turksche regeering houdt opruiming onder de joodsche staatsvijanden (pdf-file, 3.9 mb) aan. (7) In het stuk wordt vrij uitgebreid verslag gedaan van maatregelen in het Osmaanse Rijk en de Turkse Republiek tegen joden en dönme. (8) Onder andere komt de Varlik Vergisi aan de orde. (9) Volgens de onbekende auteur van het artikel is deze wet "een offer [...] van de bezittende klasse ten bate van het vaderland". De teneur van het artikel is dat de joden en de dönme gewetenloze uitbuiters zijn en "staatsvijanden".
De Turkse krant Milli Inkilap, een uitgave van Atilhan, wordt in het stuk aangehaald als bron voor de these dat de joden en vrijmetselaars achter de coup zaten van 1908 tegen de Osmaanse sultan Abdulhamid II. Verder wordt gemeld dat in deze krant Emanuel Karasso (10), een vooraanstaand couppleger, geciteerd is over de plannen van de joden en de vrijmetselaars met Turkije:
"Hebt gij er wel eens naar gekeken, hoe de bakker deeg kneedt? Wanneer gij aan ons denkt, dan zult U zich deze gelijkenis herinneren. De bakker kneedt het deeg, rekt het uit, drukt het samen, bewerkt het met de vuisten en zoodoende wordt het deeg bruikbaar. Met Turkije willen wij precies zo te werk gaan. Als het den goeden vorm heeft aangenomen, willen wij het inslikken." De auteur van het stuk heeft een uitstekende kennis van wat er in de kranten en bladen in Turkije wordt geschreven en van de geschiedenis van dit land. De schrijver moet daarom bijna wel Turks zijn of adequate Turkse bronnen hebben. Daarnaast is er via de uitgever een link naar de uitgave 'Simi Simon' en heeft Atilhan op een eerder tijdstip minstens eenmaal in de Duitse editie van Wereld-Dienst (de Welt-Dienst van 15 juli 1934) en ook in Der Stürmer gepubliceerd onder het pseudoniem 'Djev'. (11) Bovendien haalt de auteur het antisemitische krantje Milli Inkilap aan en huldigt identieke opvattingen als Atilhan met betrekking tot de joden in Turkije. Het is daarom goed mogelijk dat Atilhan als bron dan wel als schrijver achter dit artikel zit.
Het blad Wereld-Dienst was een halfmaandelijks verschijnend nationaal-socialistisch blad afkomstig uit Duitsland. Dit tijdschrift verscheen in het Nederlands vanaf oktober 1939 (de Duitse editie verscheen al vanaf december 1933) en was een uitgave van de Welt-Dienst. (12) Deze organisatie beoogde, onder meer met dit in diverse talen verschijnende blad, een bijdrage te leveren aan de opbouw van een antisemitisch propaganda-instrument met internationale contacten. Dit uitgangspunt kwam in het blad tot uitdrukking door de 'praktijken' van het jodendom in tal van landen over de hele wereld onder de aandacht van het publiek te brengen. De activiteiten van de Welt-Dienst vonden plaats met instemming van het nazi-regime: van 1933 tot 1937 werd de 'dienst' gefinancierd door het Duitse ministerie voor propaganda en daarna door het buitenlandbureau van de NSDAP onder leiding van Alfred Rosenberg.
De drijvende kracht achter Welt-Dienst was de oud-militair Ulrich Fleischhauer. In 1939 trok Fleischhauer zich grotendeels terug uit de activiteiten van Welt-Dienst en kwam de organisatie eerst onder leiding te staan van August Schirmer en daarna Kurt Richter. Fleischhauer was tevens in 1919 oprichter van de Verlag U. Bodung, dat organisatorisch zeer nauw verbonden was met de Welt-Dienst. Bodung gaf in de reeks Welt-Dienst Bücherei een serie brochures uit, waaronder het al genoemde 'Simi Simon'. Bodung publiceerde in de jaren dertig tevens Die echten Protokolle der Weisen von Zion, waarin onder andere de volledige tekst van de protocollen was opgenomen. (13)

'Mata Hari'
Over Die Schöne Simi Simon, Die Mata Hari der türkischen Front uit 1934 bestaat geen twijfel dat Atilhan de auteur is. Het verscheen in 1934 in Duitsland en werd vertaald in het Engels, Frans, Fins en Hongaars.
In het voorwoord van het boekwerkje meldt de uitgeverij dat het naast de tweemaandelijks - en toentertijd nog slechts in drie talen verschijnende - Welt-Dienst boeken wil gaan uitgeven die voor belang zijn inzake de joodse kwestie en die van buiten het Duitse taalgebied komen. Atilhans brochure is in dat streven de eerste uitgave. Op een apart bijgevoegd velletje papier laat de uitgeverij specifieker weten wat ze juist met deze uitgave beoogt: "Dieses Heft ist als Lehrmittel in der türkischen Armee in Massen verbreitet worden. Es soll auch jeden deutschen Soldaten, SS- u. SA-Mann, an der Hand von Beispielen in die Arbeitsweise der Spionage einführen." (14)
'Simi Simon' is een verslag van de ontmanteling van een joodse spionage-organisatie, die met name actief is in Palestina en het gebied dat nu in Libanon en Syrië ligt, door een militaire eenheid van het Osmaanse leger onder leiding van Atilhan. Eén van de voornaamste spionnen in het boek is de vrouw Simi Simon. Zij wordt als een joodse Mata Hari neergezet. In het boek worden alle bevolkingsgroepen met respect bejegend. De joden zijn daarop 'uiteraard' de uitzondering. Enkele gevallen daargelaten zijn ze in de ogen van de schrijver allen onbetrouwbaar, ondankbaar, verraderlijk, op geldelijk gewin uit en ontberen ze idealistische motieven voor hun handelen. Kortom, Atilhans beeld van de joden in het boekwerkje is ronduit antisemitisch. Dat wordt met name duidelijk als hij zich aan meer algemenere uitspraken over joden waagt. In de tekst treffen we een dozijn van dergelijke passages aan. Bij voortduring maakt Atilhan gewag van het vermeende feit dat joden - vanwege hun karakter - voor geld zonder meer tot verraad bereid zijn. Twee passages ter illustraties: "Wir müssen daran denken, dass alles das, was in Palestina vom Juden uns angetan wurde, ja allen Völkern geschah, die die jüdischen Fremdkörper in sich bargen, und dass alles deshalb, weil feiger Verrat um klingenden Lohn eben der Psyche dieser demoralisinisten Rasse entspricht!" (p. 34) en "Das gesamte übrige Gesindel aber der jüdischen Spionageorganisation diente seiner Geldgier, triebhaft angeregt zudem durch die rasseeigentümliche Befriedigung an schmutziger und hinterhaltiger Betätigung." (pp. 50-51)

Türk Oglu! Düsmanini tani!
Turkenzoon! Ken je vijand!
  Turk Oglu  
Wat later in de tekst komt Atilhan, op basis van de interpretatie van zijn ervaringen met diverse joden in het Midden-Oosten, tot de conclusie 'wat met deze verraderlijke joden te doen' die we van radicale antisemieten maar al te goed kennen: "Jeder gefangene Jude verriet ja mehrere seiner Genossen. Kaum irgendwo so wie hier zeigte sich der erbärmliche Charakter dieser Rasse. (...) In der Tat: Hätte man nach dem Wortlaut des Gesetzes verfahren wollen, so hätte man nahezu die gesamte jüdische Einwohnerschaft Palästinas ausrotten müssen." (p. 45)

Anti-joodse internationale
Atilhan raakte door zijn contacten betrokken bij internationale antisemitische congressen die door Ulrich Fleischhauer vanaf 1934 werden georganiseerd met de bedoeling om de mythen van De protocollen van de wijzen van Sion en de 'joodse wereldheerschappij' te verspreiden en een fanatieke aanhang van antisemieten te creëren. Het eerste congres werd op 4 maart 1934 in München gehouden. Het was een congres van de vijanden van het zionisme, communisme en de vrijmetselarij. Atilhan zou daar, anti-islamitische sentimenten ten spijt, gekozen zijn tot congresvoorzitter, en hield ook een lezing over de vrijmetselarij. Hatice Bayraktar heeft in haar onderzoek echter in de Duitse pers en diverse Duitse archieven geen sporen aangetroffen van een dergelijk congres in München. Zij vindt het derhalve twijfelachtig of een dergelijke bijeenkomst wel heeft plaatsgevonden. (15) Het tweede congres vond in 1935 plaats in Denemarken; hij vervulde daar de functie van algemeen secretaris.
Tijdens een internationaal anti-joods congres op initiatief van de Welt-Dienst in oktober 1934 in België, wordt door de aanwezigen besloten tot de oprichting van een anti-joodse internationale. De naamgeving van deze organisatie, de Union Anti-Judaique Universelle, leverde een hoop gesteggel op. De naam 'Pan-Arische Liga' werd bijvoorbeeld afgekeurd, omdat er ook niet-ariërs lid waren zoals Hongaren, Arabieren en Turken. Tijdens het congres werd ook besloten tot de oprichting van een centraal bureau. Er werd tevens in voorzien dat indien versterking van dit bureau noodzakelijk zou zijn daar naast een aantal anderen ook een Turk zitting in zou nemen. Het is zeer goed denkbaar dat Atilhan deelnam aan dit congres dan wel anderszins betrokken was bij de Anti-Judaique Universelle. Eén aanwijzing daarvoor is, naast de aanwezigheid van Turken in de organisatie, dat hij na dit congres, in 1935 aanwezig was bij het al genoemde Welt-Dienst-congres in Denemarken. (16)
In de jaren vijftig was Atilhan betrokken bij de publicatie van The Islamic United Nations. Dit antisemitische blad werd gefinancierd door de Pan-Islamic League in Pakistan. De hoofdredacteur was R. Ettenheim, een Duitser die bij de oprichting van Israël had geprobeerd een eenheid samen te stellen van Turkse vrijwilligers die aan Arabische zijde zouden vechten, maar daarin niet slaagde. (17)
Uit het gebruik van bronnen in zijn publicaties - hij verwijst naar allerlei buitenlandse teksten - zou volgens Rifat Bali blijken dat Atilhan voortdurend contact onderhield met extreem-rechtse en antisemitische kringen in de Verenigde Staten. Als dat niet zo was, had hij nooit aan zoveel van dit soort bronnen kunnen komen, zo schrijft Bali. (18)

pdf, 2.4 mb
  Artikel Dogus  
Dogus en het Dagboek van Anne Frank
In het in Nederland verschijnende Turkstalige nieuwsblad Dogus (oplage 12.000) uit Rotterdam, dat gratis in de Turkse gemeenschap in Nederland wordt verspreid, wordt in de editie van februari 2005 een artikel gepubliceerd over het Dagboek van Anne Frank. In het artikel wordt aan de echtheid van het dagboek getwijfeld, omdat de belangrijkste delen met een ballpointinkt zouden zijn geschreven, die in de oorlogsjaren nog niet bestond. Volgens de auteurs van het stuk is het dagboek een fabricatie, een leugen van de zionisten om hun wandaden te verhullen.
De auteur, kortom, huldigt revisionistische opvattingen. De stelling van revisionisten en nazi's met betrekking tot de inkt heeft overigens doorgaans betrekking op correcties die zouden zijn aangebracht en niet op de inkt van de oorspronkelijke tekst. Eind jaren tachtig is naar aanleiding van een rechtszaak in Duitsland uit wetenschappelijk onderzoek onomstotelijk gebleken dat dergelijke inkt niet kan worden aangetroffen in het originele manuscript. Er zijn tijdens het onderzoek slechts twee, niet voor de feitelijke inhoud van het dagboek van belang zijnde, vellen met ballpointschrift aangetroffen die niet van de hand zijn van Anne Frank. Tijdens een andere rechtszaak in Nederland in 1998 is nogmaals de authenticiteit van het dagboek vastgesteld en een verbod gelegd op het verspreiden van publicaties die de authenticiteit van het boek van Anne Frank ontkennen. Dogus speelt dus met vuur.

pdf, 0.9 mb
  rectificatie Dogus  
Toevoeging 18 oktober 2005
In Dogus van augustus 2005 publiceerde het tijdschrift een rectificatie waarin onder meer gesteld werd dat "er geen twijfel mogelijk is over de authenticiteit van het dagboek".

Bronnen: Yahudileri aklama projeleri, Dogus, nummer 72, februari 2005, Dogus, editie augustus 2005, Teresien da Silva, Publiciteit rond Anne Frank en haar dagboek, Ontkenning authenticiteit dagboek, Anne Frank Stichting, 1999, RIOD, De Dagboeken van Anne Frank, SDU/Bert Bakker, 1986, pp. 181-185

Pogroms in Thracië
Nadat Atilhan er niet in geslaagd was een politieke partij in Turkije van de grond te krijgen, richtte hij in 1934 het blad Milli Inkilap ('Nationale Revolutie') op om antisemitische propaganda te bedrijven. Milli Inkilap, een soort Turkse variant van het uit Duitsland afkomstige blad Der Stürmer, speelde een beperkte rol in het ophitsen van de bevolking in Thracië tegen de in die regio levende joden. (19) In een artikel in deze krant van 1 juli 1934 worden de joden in harde bewoordingen aangevallen en wordt de bevolking opgezet om tegen de joden in opstand te komen. In het citaat dat Rifat Bali afdrukt in een artikel van hem over Atilhan wordt de situatie in Edirne beschreven: joden hebben de zaak overgenomen, van de heilige vrijdag is niets meer te merken, er wordt nu sabbat gehouden, enz. Volgens Bali bevestigt Atilhan dat zijn artikel van begin juli 1934 de bevolking van Thracië en de Bosporus, "die te lijden heeft van allerlei soorten van bedrog door een minderheid, terecht in een staat van opwinding bracht". (20) Hatice Bayraktar wijst er echter op dat Atilhan in de laatste editie van Milli Inkilap van 15 juli 1934 in een artikel ontkent dat hij met het tijdschrift op doorslaggevende wijze zou hebben bijgedragen aan het ontstaan van de pogroms. (21) Dat laatste zou te maken kunnen met Atilhans wens om onder juridische vervolging uit te komen.
Berichten in de Turkse pers over de nacht van de lange messen in Duitsland gooiden nog meer olie op het vuur. (22) Op 3-4 juli 1934 vonden plunderingen, verkrachtingen en overvallen plaats op joden in Kirklareli en andere steden. De joodse bevolking in Edirne werd op 2 juli al aangevallen. Na de aanval op de joodse gemeenschap in Thracië trokken 10-15 duizend joden weg, met name naar Istanbul. Toen later de Varlik Vergisi werd ingevoerd, vertrok men in 1948 in grote getale naar Israël. Thracië was tenslotte gezuiverd van joden.
Ten gevolge van het geweld tegen de joden in dit gebied werd er een onderzoek ingesteld naar Atilhan, omdat Milli Inkilap zou aanzetten tot het zaaien van tweedracht tussen 'elementen in de bevolking'. Het blad reageerde hierop in zijn aflevering van 15 juli 1934 dat men op deze manier probeert de schuld voor de gebeurtenissen in Thracië op het tijdschrift af te schuiven. Zelfs al wordt het tijdschrift verboden, dan zal men doorgaan met publiceren in de vorm van boeken. Uiteindelijk besloot de ministerraad tot een publicatieverbod van het tijdschrift, omdat volgens haar is vast komen te staan dat met de publicaties wordt nagestreefd in binnen- en buitenland een kwalijke beweging tot stand te brengen en de nationale eenheid te verstoren. (23) Het blad werd in juli verboden, Atilhan werd gearresteerd en belandde in de gevangenis.
De vervolging van Atilhan paste vermoedelijk meer in overheidsbeleid om de politieke schade voortvloeiend uit de gebeurtenissen in Thracië te beperken, dan het in praktijk brengen van een serieus justitieel onderzoek. Met de invoering in juni 1934 van een wet waarmee bevolkingspolitiek kon worden bedreven, had de overheid een instrument in handen om minderheden (met name de Koerden) onder dwang te turkificeren. In Thracië richtte dit beleid zich echter tegen de joden, omdat zij als onbetrouwbaar werden gezien. Om de joden tot vertrek te bewegen, zette de Turkse staat een geheime campagne tegen hen op touw die onder meer bestond uit boycotacties en intimidatie door bijvoorbeeld bedreigingen. De campagne liep echter (gewelddadig) uit de hand en noopte de regering tot het instellen van het al eerder genoemde onderzoek naar het geweld. Dat de Turkse staat juist een zeer stevige vinger in de pap had in de anti-joodse campagne blijkt onder meer uit correspondentie van de Britse ambassadeur Percy Loraine, waarin hij meldt uit betrouwbare bron te hebben vernomen dat "de Turkse regering enige tijd terug het besluit heeft genomen om Thracië van het joodse element te zuiveren." (24)

Protocollen en Mijn Kamp
Het verbod van het blad Milli Inkilap in 1934 betekende, zoals Atilhan zelf ook al had aangekondigd, bepaald niet het einde van zijn publicitaire activiteiten. Hij was daarna betrokken bij de uitgave van een aantal andere bladen en introduceerde in Turkije ook belangwekkende, uit het buitenland afkomstige, antisemitische werken. Zo gaf hij een samenvatting van Mein Kamp uit als artikel met de titel: 'Adolf Hitler yahudilere nicin dusman oldu', verschenen in de bundel Dunya nazarinda yahudilik ve masonluk (1935). Overigens had hij als eerste in Turkije in 1934 in Milli Inkilap een vertaling van de Protocollen van de Wijzen van Sion gepubliceerd. Met de oprichting in 1947 van de Türk Muhafazakâr Partisi (Turkse Conservatieve Partij) kreeg Milli Inkilap een tweede leven. Alle artikelen in de tweede Milli Inkilap werden geschreven door de socialistische schrijver Abidin Nesimi. Na zes afleveringen hield het blad op. Verder was Atilhan in de jaren vijftig nog betrokken bij het al eerder genoemde The Islamic United Nations.

Islami saran tehlike: siyonizm ve protokollar (plus ondertitel)
Het gevaar dat de islam omringt: het zionisme en de protocollen. Bewijst met alle documenten al het kwaad dat het zionisme aan de islam en de mensheid heeft toegebracht, van het moment dat de geschiedenis en de mensheid zichzelf kennen tot op heden...
  protocol  
Atilhan publiceerde tientallen boeken. De meeste boeken hadden een antisemitisch karakter en staan bol van samenzweringstheorieën gericht tegen joden. In 1937 schreef Atilhan het boek Musa Dagi ('de Moses Berg') in reactie op de roman De veertig dagen van Musa Dag van Franz Werfel. Het boek van Werfel gaat over de vervolging van de Armeniërs in het Osmaanse rijk. Atilhan stelt in Musa Dagi dat 'de joden' achter het boek van Werfel zouden zitten. Hij prijst 'de Moses Berg' aan met de woorden dat zijn werk geen roman is, geen legende, en ook niet van die afstotelijke laster zoals die door Werfel op papier is gezet. Zijn boek zou gaan over een joodse spionage-organisatie die aan het Palestijnse front vocht tegen het Osmaanse leger. Wie Atilhans boek tot de laatste letter zou lezen, zou volgens de auteur zien wat voor laagheden er begaan waren door degenen die de laster van De veertig dagen van Musa Dag uit hun duim hadden gezogen. Een ander bekend werk is het al besproken 'Simi Simon' en het kwa inhoud gelijksoortige Suzi Liberman uit 1935, waarin de joodse spionne Suzi voor de nederlaag van het Osmaanse leger in de Eerste Wereldoorlog verantwoordelijk wordt gehouden. Atilhans werk is overigens zeker niet vergeten in Turkije. Een viertal boeken van hem werd door Sinan Yayinlari in de jaren negentig heruitgegeven, een aantal titels zijn ook volledig online op het internet aan te treffen en in 1996 publiceerde de islamitische krant Milli Gazete een lijst van 39 boeken en pamfletten onder de noemer 'anti-zionistische boeken gepubliceerd in ons land". (25) Deze lijst bevatte ook diverse antisemitische publicaties van Cevat Rifat Atilhan.

Politieke partijen
Atilhan was betrokken bij de oprichting van een aantal politieke partijen. De eerste partij was de Milli Kalkinma Partisi (Partij voor Nationale Ontwikkeling), opgericht op 18 juli 1945, samen met Nuri Demirag en Hüseyin Avni Ulas. Atilhans verstandhouding met Demirag zou verstoord zijn door toedoen van een jood, Vitali Kalef Levi. Atilhan zou tijdens of na de ruzie met Demirag hebben geprobeerd om de leiding van de partij in handen te krijgen. Dat mislukte en Atilhan trok zich terug uit de partij. De Partij voor Nationale Ontwikkeling was overigens de eerste oppositiepartij die in Turkije na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.
De tweede partij betrof de Türk Muhafazakâr Partisi (Turkse Conservatieve Partij). Deze partij richtte Atilhan op 8 juli 1947 op samen met Sükrü Isdeger en Behçet Demirgil. De partij werd bij haar oprichting geprezen door de mufti van Jeruzalem, Haci Emin el Husseini, om haar voorgenomen strijd tegen het zionisme en haar verbondenheid met de Arabieren. De partij-organen waren de tijdschriften Mücadele ('Strijd') en zoals al gezegd Milli Inkilap. De laatste partij waarbij Atilhan was betrokken was de Islâm Demokrat Partisi (Islamitische Democratische Partij), opgericht in 1951 door zeventien mensen, waaronder Atilhan. De partij werd op 7 november 1952 verboden, omdat haar activiteiten in strijd waren met de wet. Eén van de doelen van deze partij was om "plattelandskinderen, onder anderen, 'de verheven en morele grondslagen van de Islam, gezuiverd van toevoegingen, bijgeloven en joodse verzinsels', bij te brengen." (26)

Een voorval uit de jaren zestig laat zien hoe diep geworteld Atilhans antisemitisme was. Een uitgever en jeugdvriend staat met Atilhan in 1965 op straat te wachten op een taxi of dolmus. De ene na de andere dolmus met vrije plaatsen rijdt voorbij, maar Atilhan maakt geen aanstalten om in te stappen. Zijn uitgever vraagt waarom 'de meester' blijft wachten. Atilhan antwoordt: "Kijk jongen, als volk en vaderland, als de islam je na aan het hart liggen, moet je sommige dingen toch weten. Mijn voorvaderen, mijn volk heeft heel wat te lijden gehad van dat joodse volk en die vrijmetselaars. Ik ben een van de mensen die dat aan den lijve heeft ondervonden, daarom strijd ik er tegen en dat zal ik blijven doen. Daar heeft het ook mee te maken dat ik niet in iedere taxi of dolmus stap. Voor ik in een taxi stap, kijk ik eerst naar de wielen en de banden om te zien of er een zeshoekig jodenteken op staat. Want de meeste banden worden door hen geproduceerd." "Maar als ze allemaal zo'n teken hebben, vindt u er nooit een zonder," zei de uitgever. Atilhans antwoord: "Al moet ik tien dagen lopen voor ik mijn bestemming bereik, dan nog weiger ik in die auto's te stappen." (27)

Legioen in Palestina
Een ander opmerkelijk initiatief van Atilhan waaruit zijn anti-joodse gezindheid overduidelijk spreekt, is diens oproep in 1948 om een Turks legioen te formeren. Dit legioen zou ingezet moeten worden in de strijd tegen de joden in Palestina. Hoewel er tegenstrijdige berichten zijn over dit plan, lijkt het erop dat Atilhan in ieder geval een deel ervan in praktijk heeft gebracht.

  Musa Dagi  
Aanvankelijk werden berichten over een dergelijk initiatief van Atilhan ontkend, vervolgens door Atilhan bevestigd. Berichten in de buitenlandse pers over Turkse militairen die naar het Arabische front zouden gaan, werden door het persagentschap Anadolu Ajansi ontkend. Maar volgens een korte biografie over Atilhan, geschreven door Esendal, zou Atilhan van zijn eigen middelen met 300 vrijwilligers naar Palestina zijn afgereisd, waar hij daadwerkelijk vocht en een joods dorp innam. Later zouden die vrijwilligers zich hebben aangesloten bij het Jordaanse leger.
Een andere variant van het verhaal is dat Atilhan de algemeen secretaris van de Arabische Liga, generaal Abdurrahman Azzam, en de mufti van Jeruzalem liet weten dat hij graag vrijwilligers bijeen wilde brengen. (28) De secretaris stuurde een telegram om te bedanken; de mufti liet weten dat gepensioneerde officieren welkom waren. Atilhan vroeg vervolgens de Arabische Liga om geld voor het vervoer; de mufti van Jeruzalem voorzag hem van geld. Ondertussen greep de Turkse regering zodanig in dat Atilhan van zijn plannen af zag. Het geld zou hij hebben aangewend voor zijn eigen doelstellingen.

Ernst Haffmans

Update februari 2011 n.a.v. publicatie Hatice Bayraktar
Begin 2011 verscheen bij de Duitse uitgeverij Klaus Schwarz een nieuwe studie van Hatice Bayraktar over de pogroms in Thracië in 1934. Bayraktar komt in haar gedegen boek "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht" tot andere conclusies over Cevat Rifat Atilhans contacten met nationaal-socialisten in Duitsland, de steun die Atilhan van hen zou hebben gekregen, en zijn rol met betrekking tot de pogroms tegen joden in Thracië. Naar aanleiding van door haar uitgebreid verricht onderzoek van onder meer Duitse primaire bronnen blijkt, in tegenstelling tot het algemene beeld in de wetenschappelijke wereld (vergelijk o.a Bali), dat de steun vanuit Duitsland voor Atilhan beperkter was en dat hij middels Milli Inkilap zeer waarchijnlijk geen rol van betekenis heeft gespeeld bij het opzetten van de bevolking in Thracië tegen de daar woonachtige joden. Zo ontmoette hij naar het laat aanzien nooit Rosenberg en Hitler en kreeg hij waarschijnlijk ook geen geld van Duits nationaal-socialistische zijde.

De publicatie van Bayraktar is daarom aanleiding om de html-versie van het artikel Antisemitisch gif van Cevat Rifat Atilhan her en der te herzien. Indien noodzakelijk worden in noten de bronnen aangeven voor de wijzigingen. In de pdf-versie van het artikel op deze site staat overigens nog wel de oude, onaangepaste tekst.

Update februari 2015
In de Limburger Koerier van 15 september 1934 stond een a-kritische recensie van Die Schöne Simi Simon, Die Mata Hari der türkischen Front van Atilhan. We voegen deze recensie toe aan de site.

Noten:
1): Das bestgehüte Geheimnis der Türkei: Antisemitismus, Vortrag von Rifat N. Bali, http://www.hagalil.com/archiv/2004/02/antisemitismus-tuerkei.htm, afgelezen 12 januari 2005. Ten behoeve van dit artikel is veelvuldig gebruikt gemaakt van twee artikelen van Rifat Bali over Atilhan: Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. 1, Tarih ve toplum, nummer 175 (juli 1998), pp. 15-24 en Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.
2): In interviews noemt Atilhan een actie waarbij hij twee joodse spionnen oppakte, toen hij in 1915 in Palestina het bevel voerde over Osmaanse troepen, zelfs als een van zijn drijfveren voor zijn antisemitische overtuiging. Bron: Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. 1, Tarih ve toplum, nummer 175 (juli 1998), pp. 15-24.
3): ibidem.
4): ibidem.
5): Bayraktar, Hatice, "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht", Die antisemitischen Ausschreitungen in Thrakien 1934 und ihre Hintergrunde, Klaus Schwarz Verlag, 2011, pp. 159-161.
6): In nummer 35 van Der Stürmer uit augustus 1933 staat het artikel Auch die Türkei erkennt Alljuda over Atilhan. Bron: Hatice Bayraktar, Türkische Karikaturen über Juden (1933-1945), p. 92, in: Wolfgang Benz (red.), Jahrbuch für Antisemitismusforschung 13, Metropol Verlag, 2004.
7): De Turksche regeering houdt opruiming onder de joodsche staatsvijanden, Wereld-Dienst, Internationale Correspondentie ter voorlichting omtrent het jodenvraagstuk, nummer V/8, 15 april 1943, Welt-Dienst, Frankfurt am Main. In Welt-Dienst en Wereld-Dienst staan overigens meer stukken over de joden in Turkije. In zo'n 180 bekeken uitgaven van beide bladen, die voor het merendeel uit de periode 1938-1944 stammen, troffen we circa 25 artikelen en korte berichten aan over dit thema. Overigens zijn doorgaans dezelfde artikelen zowel in de Duitse als in de Nederlandse versie van het blad opgenomen.
Het zou interessant zijn om te weten of Atilhan via Welt-Dienst ook contacten in Nederland had. Onmogelijk is dit niet daar Fleischhauer in 1937 en 1938 contacten onderhield met Arnold Meijer, de leider van Zwart Front. Bovendien organiseerde de Duitser internationale antisemitische congressen waarbij in 1937 en 1938 Nederlanders aanwezig waren. Deze personen waren of lid van de NSB, het Zwart Front of vertegenwoordigden een ander land (Herman de Vries de Heekelingen). In 1938 hield Meijer zelfs een inleiding tijdens een dergelijk congres, waarin hij onder andere sprak over de strijd van zijn organisatie tegen de joden in Nederland. (zie: Het anti-jodencongres te Erfurt 1938, Zwart Front, jaargang vijf, nummer 19, 1938) Meijers betrokkenheid bij dit congres vond zijn weerslag in het periodiek Wereld-Dienst. In het dubbelnummer van 1-15 september 1938 staat een tekst van zijn hand in verband met het congres. Hij meldt daarin onder meer: "Iedere poging, de jodenmacht te breken, heeft onze sympathie en daadwerkelijke steun. Het is daarom, dat wij ons verenigd hebben bij de "Welt-Dienst" onder leiding van den bewonderenswaardigen, energieken, Oberstleutnant Fleischhauer".
Het is onbekend of Atilhan of andere Turken de congressen van Fleischhauer in 1937 en 1838 bezochten. Uit een drietal A4'tjes tellend programma van het congres op 1-3 september 1938 te Erfurt komen we de naam van Atilhan niet tegen, overigens wel van een drietal Nederlanders (onder andere De Vries de Heekelingen en natuurlijk Meijer). Hij behoorde, zo lijkt het in ieder geval, niet tot de officiële sprekers. In het programma komen we ook geen verwijzing tegen naar andere Turkse personen. De kans dat hij bij dit congres een belangrijke rol zou kunnen hebben gespeeld lijkt daarmee klein (bron: Archief Zwart Front en Nationaal Front. 1934-1941, inventarisnummer 328: 'Anti-Jodenkongres' in Erfurt, georganiseerd door 'Internationale Welt Dienst', 1938, Brabants Historisch Informatie Centrum, Den Bosch). Atilhan was wel aanwezig bij in ieder geval een eerder congres van de Welt-Dienst in 1935.
8): De dönme, ook wel Sabatay genoemd, zijn leden van een kleine judaïstische geloofsgemeenschap in Turkije. Het zijn navolgelingen van een rabijn uit Izmir, Sabatay Sevi. Deze rabbijn riep zich in de zeventiende eeuw uit tot Messias. Korte tijd later herriep hij dit onder zware druk en gingen hij en zijn aanhangers over tot de islam. Dat was echter een schijnbekering; aanvankelijk bleven zij heimelijk de religieuze opvattingen van Sevi trouw en bleven één gemeenschap. Momenteel zijn de dönme echter overwegend atheïstisch en op zijn best cultureel sabataïstisch. De dönme kenmerken zich verder door een westerse en kosmopolitische levensstijl. Zij worden daarom door de islamisten gezien als een belangrijk obstakel bij het bereiken van een islamitisch regiem. In Turkije worden de dönme tot op heden vaak in verband gebracht met vermeende complotten om Turkije onder heerschappij te houden, dan wel te brengen van joden en de dönme zelf. Een van de laatste 'hoogtepunten' op dat vlak is het boek Sebeke – Gizli Yahudiler ('Het Netwerk – de cryptojoden') van professor Yalcin Kücük uit 2003. In het boek lanceert hij de samenzweringstheorie dat Turkije wordt beheerst door de dönme. Van het boek verschenen binnen een jaar vier drukken. Voor meer informatie over de dönme zie: Barry Seldes, Sjabbetai Zewi, messianisme en kabbala, in: Julie-Marthe Cohen en Irene E. Zwiep (red.), Joden in de wereld van de islam, Bulaaq, 1995, pp. 81-95.
9): De Varlik Vergisi, ingevoerd in 1942, was een vermogensbelasting die zeer ongunstig was voor minderheden in Turkije, omdat deze vaak tien keer hoger was voor hen en in een keer moest worden betaald. Bij in gebreke blijven van betaling werd men naar een werkkamp gedeporteerd. Ten gevolge van de uitvoering van de wet verloor de joodse gemeenschap een zeer groot deel van haar vermogen. Zie voor de Varlik Vergisi: Ad van den Oord, Allochtonen van nu & de oorlog van toen, Marokko, de Nederlandse Antillen, Suriname en Turkije in de Tweede Wereldoorlog, SDU, 2004, pp. 34-35.
10): Emanuel Karraso is volgens het artikel in Wereld-Dienst een joodse vrijmetselaar. Karasso, In Turkije bekender onder de naam Karasu, was dit inderdaad. Hij was advocaat, belangrijk lid van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang (IT) en Grootmeester van de Macedonia Risorta Loge. Bronnen stellen dat hij de IT loges ter beschikking bood als geheime vergaderplaats. In 1919 emigreerde Karasu naar Italië.
11): Op pagina 2 van de Welt-Dienst van 15 juli 1934 en in Der Stürmer, nummer 37, september 1934, pagina 5 komen we een identiek artikel tegen dat volgens Rifat Bali hoogstwaarschijnlijk van de hand van Atilhan is: Die Juden in der Türkei. Voor een integrale versie van dit artikel zie: www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/weltdienst.html.
Over 'Djev' en diens artikelen in Der Stürmer en Welt-Dienst schreef Hatice Bayraktar het volgende: "Atilhan bezog nicht nur Material für seine Zeitschrift, sondern versorgte im Gegenzug seine deutsche Gesinnungsgenossen auch mit Nachrichten aus der Türkei. Wie in Abschnitt 5.2.4 bereits dargestellt, erschienen im Sommer 1934 nicht nur im Stürmer, sondern auch im Welt-Dienst Meldungen über die Vertreibung der thrakischen Juden, deren Ursprung sicherlich auf Atilhan zurückzuführen ist. (623)" [...]
"(623) Unklar ist, ob Atilhan die Redaktion des Stürmer und die des Welt-Dienst parallel mit Nachrichten versorgte oder nur eine der beiden, die die Informationen dann an die andere weitergab. Für letzteres spricht die Beobachtung, dass Der Stürmer in seiner Juli-Ausgabe den am 15.07.1934 im Welt-Dienst erschienenen Artikel ,,Die Juden in der Türkei'' zunächst in verkürzter Form und in der September-Ausgabe dann vollständig und wortgetreu übernahm (vgl. ,,Die Juden in der Türkei'', Der Stürmer, Ausgabe 29, Juli 1934, S. 2 und ,,Die Juden in der Türkei'', Der Stürmer, Ausgabe 34, September 1934, S. 5). Da der Stürmer an Stelle eines exakten Datums nur den Erscheinungsmonat angab, ist nicht mehr nachvollziehbar, welche der beiden Zeitschriften zuerst den Artikel aus der Türkei veröffentlichte. Beide Zeitschriften bezogen sich jedenfalls auf ,,Djev'' in Istanbul als eigenen Korrespondenten." Uit: Hatice Bayraktar, "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht", Die antisemitischen Ausschreitungen in Thrakien 1934 und ihre Hintergrunde, Klaus Schwarz Verlag, 2011, p. 157.
12): Voor meer informatie over de Welt-Dienst, zie: Louis W. Bondy, Racketeers of hatred: Julius Streicher and the Jew-baiters International, Newman Wolsey Limited, 1946, pp. 66-105, en Eugen Lenhoff, Italië is een ''arisch'' land geworden, Hoe Nazi-agenten den geest van een volk veranderd hebben, De Groene Amsterdammer, 10 september 1938, p. 4.
13): De Protocollen van de Wijzen van Sion zijn de fictieve notulen van een verzonnen bijeenkomst van vooraanstaande joodse mannen eind negentiende eeuw, waarin een plan tot joodse wereldheerschappij wordt vastgelegd. De bron achter de protocollen was de tsaristische geheime dienst. De 'protocollen' worden tot op heden gebruikt door antisemieten van allerlei pluimage om joden in diskrediet te brengen. Voor meer informatie over de 'protocollen' zie: Hadassa Ben-Itto, Anatomie van een vervalsing, De protocollen van de wijzen van Sion, Aspekt, 2000, en Norman Cohn, Warrant for genocide: the myth of the Jewish world-conspiracy and the Protocols of the Elders of Zion, Scholars Press, 1981.
14): In een verklaring van het Turkse gezantschap in Den Haag, gedateerd 6 maart 1935, wordt overigens ontkend dat het boekwerkje voor instructie in het Turkse leger is gebruikt of daarvan de officiële goedkeuring geniet. Bron: Louis W. Bondy, Racketeers of hatred: Julius Streicher and the Jew-baiters International, Newman Wolsey Limited, 1946, p. 91. Daar in Suzi Liberman van Atilhan uit 1935 wordt vermeld dat de generale staf van het Turkse leger het boek aanbeveelt aan legerofficieren (met ordernummer 43782, datum 26 mei 1935) is het niet ondenkbaar dat hier al dan niet sprake is van een doelbewuste verwisseling door de Welt-Dienst van Suzi Liberman en 'Simi Simon'.
15): Bayraktar, Hatice, "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht", Die antisemitischen Ausschreitungen in Thrakien 1934 und ihre Hintergrunde, Klaus Schwarz Verlag, 2011, pp. 161-162.
16): Louis W. Bondy, Racketeers of hatred: Julius Streicher and the Jew-baiters International, Newman Wolsey Limited, 1946, p. 84-86 en Antisemitisch Wereldcongres, Union Anti-Judaïque Universelle opgericht, Het Vaderland, 30 oktober 1934.
17): Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.
18): Het gaat hierbij om tijdschriften en werken van antisemitische schrijvers als Henry Ford, Henry Coston en Theodore Fritsch. Bron: Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.
19): Atilhan nam bijvoorbeeld karikaturen uit Der Stürmer over. Milli Inkilap verscheen in totaal zes maal in 1934. In deze edities stonden zeven karikaturen die afkomstig waren van de tekenaar Philipp Ruprecht van Der Stürmer. Voor meer informatie over de karikaturen in Milli Inkilap, zie: Hatice Bayraktar, Türkische Karikaturen über Juden (1933-1945), pp. 85-108, in: Wolfgang Benz (red.), Jahrbuch für Antisemitismusforschung 13, Metropol Verlag, 2004. Overigens is Milli Inkilap niet Atilhans eerste tijdschrift. In 1930 gaf hij al Anadolu in Izmir uit. Volgens de turkoloog Stanford Shaw was dit de meest giftige antisemitische krant in Turkije die voortkwam uit de invloed van de Duitse nazi's in Turkije in de jaren dertig. Na een paar maanden verbood de Turkse staat de uitgave van Anadolu. voor de rol van Milli Inkilap bij de pogroms in Thracië zie: Bayraktar, Hatice, "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht", Die antisemitischen Ausschreitungen in Thrakien 1934 und ihre Hintergrunde, Klaus Schwarz Verlag, 2011, pp. 146-154 en p. 176.
20): Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.
21): Hatice Bayraktar, "Zweideutige Individuen in schlechter Absicht", Die antisemitischen Ausschreitungen in Thrakien 1934 und ihre Hintergrunde, Klaus Schwarz Verlag, 2011, p. 154.
22): Yelda, Istanbul'da Diyarbakir'da azalirken, Belge Yayinlari, (Marenostrum), 1996, pp. 201-227.
23): Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.
24): Corry Görgü, 4. Juli 1934, Thrazien/Westtürkei: Die antijüdischen Ausschreitungen vor 70 Jahren, INAMO, nummer 8, juli 2004. Zie voor meer informatie over de gebeurtenissen in Thracië dit artikel van Görgü.
25): Sinan Yayinlari gaf Suzi Liberman, Musa Dagi, Türk Oglu Düsmanini Tani en Gizli Devlet uit.
26): Jacob M. Landau, Radical politics in modern Turkey, Brill, 1974, pp. 185-186.
27): Volgens de New York Times stuurde de mufti van Jeruzalem, Haci Emin el Husseini, in februari 1948 een bericht aan Cevat Rifat Atilhan. In het bericht stemt de mufti in met Atilhans oproep om een Turks legioen te formeren. Bron: The New York Times, 11 februari 1948. De mufti verzorgde ook radiotoespraken vanuit nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Orient-Zone van de Deutsche Kurzwellensenders (KWS) gericht op de Arabische wereld. De Orient-Zone richtte zich ook op de Turken in Turkije. Zij had daartoe een Turkije-redactie die onder leiding stond van een zekere heer Idris. Bron: Werner Schwipps, Wortschlacht im Äther, Haude & Spenersche Verlagsbuchhandlung, 1971, pp. 58-62.
28): Rifat N. Bali, Yasam öyküsü, yayimlari ve düsünce dünyasi ile Cevat Rifat Atilhan. II, Tarih ve toplum, nummer 176 (augustus 1998), pp. 21-30.

Erratum
In het artikel De MHP en de bruine erfenis van Europa, dat werd gepubliceerd in nummer 1 van de Alert! van 2005, is het een en ander misgegaan met de noten. De juiste nummering treft men aan in de internetversie van het artikel: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/antisemitisme/artikel112.html.

De oorsponkelijke versie van dit artikel komt uit: Alert!, nummer 2, juni/juli 2005. Dit is de aangepaste versie van februari 2011.