Islamisme en antisemitisme in Turkije


'Jij bent een stuk stront dat in het riool belandt op het moment dat ik doortrek'

In Alert! wordt in een serie artikelen aandacht geschonken aan het antisemitisme en het nationaal-socialistische gedachtegoed in Turkije. Centraal in de artikelen staat het antisemitisme binnen de extreem-nationalistische beweging en de islamistische organisaties. Over dit onderwerp is in het Nederlandse taalgebied weinig tot niets gepubliceerd. Dat verklaart ook voor een deel waarom we tijdens het onderzoek voor de artikelen regelmatig stuiten op de opvatting dat het in 'Turkije met het antisemitisme wel meevalt'. Dit blijkt juist niet het geval te zijn. In het onderstaande artikel komt met name de islamistische beweging in Turkije aan bod.

In het hedendaagse Turkije is er sprake van een wijdverspreid antisemitisme, met name onder islamisten zijn vooroordelen over joden gemeengoed. Dit antisemitisme uit zich in het dagelijks leven in de vorm van discriminatie en zelfcensuur. Zo krijgen joden voortdurend opmerkingen over hun accent en moeten ze steeds bewijzen dat ze Turks zijn. In het straatbeeld komen we geen elementen van joodse cultuur tegen. Ondernemers met een niet-Turkse achternaam gebruiken hun achternaam niet als bedrijfsnaam, zeker niet bij openbare aanbestedingen van de overheid. Er is (bij links) wel solidariteit met Koerden, maar een zelfde solidariteit wordt in veel mindere mate opgebracht voor Armeniërs en joden. (1)
De achterstelling van de joden heeft voor een groot deel te maken met het politieke beleid dat na de vestiging van de Turkse Republiek in 1923 werd gevoerd. Met name tussen 1923 en 1945 werd er een turkificeringspolitiek in Turkije gevoerd. Niet alle minderheden (lees niet-moslims) konden in het 'juiste' tempo assimileren en werden dus geen Turken volgens de Turkse staat. Zij werden daarom het slachtoffer van een systematische discriminatie. (2) In de beginperiode van de Turkse Republiek hadden de verwijten jegens de joden vooral een xenofobisch karakter. Ze werden er in het bijzonder van beschuldigd geen correct Turks te spreken, zouden Turkije uitbuiten en niet loyaal jegens Turkije zijn. (3) Na 1945 verdwenen de meeste kritiekpunten, maar de beschuldiging van de vermeende uitbuiting van Turkije bleef.

Karikatür, voorpagina, nummer 8 oktober 1942: Degenen die leven op de rug van het volk: Woekeraar: - Vooruit, zit niet meer te kletsen, wij tweeën dragen onze vracht ('vurgun' betekent onrechtmatige winst). Bij deze karikatuur zijn in het origineel de baard en de wenkbrauwen van de grotere figuur in het rood getekend. Deze rode kleur dient als teken voor de vermeende verbinding van de joden met de duivel. (Bron illustratie en tekst onderschrift: H. Bayraktar, Türkische Karikaturen über Juden (1933-1945), in: Jahrbuch für Antisemitismusforschung 13, Metropol Verlag, pp.85-108)
  Karikatür  
Zionistische machinaties
De reden waarom de islamisten in Turkije de joden zo vijandig bejegenen, ligt met name in de oprichting van de staat Israël en de daaruit voortvloeiende Palestijnse kwestie (vanwege de sterke identificatie met het lot van moslims elders), de vermeende samenzwering van joden en vrijmetselaars uitgevoerd door het Jong-Turkse Comité voor Eenheid en Vooruitgang tegen sultan Abdulhamid II in 1909 en de antisemitische propaganda vanaf begin jaren dertig in de vorige eeuw. Bij dit laatste zijn met name de activiteiten van Cevat Rifat Atilhan en de verspreiding van de Protocollen van de Wijzen van Sion van belang. (4) In het islamitische discours in Turkije wordt overigens geen scherp onderscheid gemaakt tussen joden, zionisme en Israël. Uiteindelijk werd de jood tot de vijand bij uitstek van de islam.
In de jaren zeventig zorgde bovendien het conflict tussen links en rechts in Turkije voor een toename van het antisemitisme. Daar communisme en kapitalisme in antisemitische kringen als zionistische machinaties werden gezien, zou het zionisme hebben geprobeerd om Turkije onder controle te brengen door het in twee elkaar vijandig gezinde kampen te verdelen. Volgens zowel extreem-nationalisten als islamisten in Turkije zouden de dönme zitten achter de verspreiding van het socialistische en communistische gedachtegoed in Turkije. (5) In deze periode introduceerde de islamist Necmettin Erbakan het antisemitisme in het politieke discours. Zo propageerde hij de 'bevrijding' van Jeruzalem en veroordeelde hij de samenwerking tussen het IMF en de Turkse staat, omdat dit "de onderwerping aan de 'renteslavernij' van het joodse kapitaal" zou betekenen. (6)
Volgens de Turkse wetenschapper Rifat Bali heeft antisemitische en anti-zionistische retoriek een belangrijke plaats in de politieke islam in Turkije. (7) Dit is vooral waarneembaar bij de islamitische politieke partijen en media. De jood is in de politieke islam een schurk. Het beeld van de jood bestaat uit "mix van christelijke, anti-joodse stereotypen en vooroordelen over vrijmetselaars en zionisten". (8) Deze antisemitische projectie heeft uiteindelijk een belangrijke plaats gekregen in de islamistische 'cultuur'.
Het hoofdthema van de islamitische partijen met betrekking tot de joden is de vermeende wereldheerschappij van de joden. Dit thema komt tot uitdrukking in een aantal vormen. Zo kunnen we volgens Bali de volgende varianten onderscheiden: Groot-Israël, de gemeenschappelijke markt als een zionistisch machtsspel, zionisme als enige bron van het 'anarchisme' in Turkije en het internationale zionisme. In de islamistische krant Milli Gazete komen we de diverse onderwerpen met betrekking tot de wereldheerschappij van de joden zeer frequent tegen. Elders zullen we wat dieper ingaan op Milli Gazete en andere bladen en kranten.

Rechtvaardig Economisch Systeem
De Welzijnspartij (RP) hanteerde in 1991 het antisemitisme als een bouwsteen voor het economisch programma met de naam 'Rechtvaardig Economisch Systeem' (Adil Ekonomik Düzen). Het programma was geschreven door Necmettin Erbakan. In het traktaat werd het liberale economische systeem als een 'slavernijsysteem' gekarakteriseerd; een systeem dat zou worden aangestuurd door het zionisme. "Het 'slavernijsysteem' dat momenteel in Turkije heerst, kwam er niet vanzelf. Het is het resultaat van 'modern kolonialisme' dat de machten van het 'imperialisme' en het 'zionisme' toepassen middels plannen en programma's. We moeten weten dat de wereld niet leeg is. Zionisme, dat zijn centrum heeft in het Wall Street van New York, is een ideologische macht. Ze geloven dat ze het door god uitverkoren volk zijn en dat andere volkeren zijn gecreëerd om hun slaven te worden. (..) In Turkije steunen het imperialisme en het zionisme de 'imitatiepartijen' en deze partijen proberen, met alle middelen, het land te regeren." (9)
In 1995 verkreeg de RP in Turkije de regeringsmacht. Erbakan nam het initiatief tot het oprichten van de D-8. De D-8 is een groep van acht islamitische landen die bijeenkwam om tegenwicht te bieden aan de leidende westerse economische staten. We kunnen de D-8 zien als een project dat in de ogen van de Turkse islamisten mede bedoeld was om de macht van de joden te ondermijnen. Een uitspraak van een parlementariër van de Partij van de Deugd op 26 april 1998 in Gelsenkirchen tijdens een Duitse 'Milli Görüs'-bijeenkomst lijkt deze visie te bevestigen: "De regerenden zijn niet de leiders, maar de zionisten. Zij hebben de macht in ons land. Wij hebben tegenwicht geboden aan de macht van de joden, doordat wij de D-8 oprichtten. Nadat wij de joodse invloed aan de kaak hadden gesteld en tegenmaatregelen hadden getroffen, bracht men de Refah-regering ten val." (10)

Windowdressing?
Toen de RP in 1995 aan de macht kwam, werd de toon jegens joden en Israël desondanks zachter. Deze matiging kwam voort uit opportunisme, druk (het Turkse leger had groot belang bij samenwerking met Israël) en de zienswijze dat gelovigen in Israël zonder problemen hun geloof kunnen uitdragen - dit in tegenstelling tot in Turkije. Zodoende werd er (meer) samengewerkt met Israël en joodse instellingen en bedrijven. Prominente partijleden verklaarden tevens dat zij geen antisemieten waren, want, aldus Recai Kutan, "We zijn tegen het zionisme, niet [tegen] Israël". Rifat Bali denkt dat door deze koerswijziging van de RP het goed mogelijk is dat men in de toekomst (dat wil in dit geval zeggen na 1999) volledig dan wel grotendeels zal afzien van een anti-zionistische en antisemitische retoriek. Bovendien zullen de islamisten om te kunnen overleven het uitdragen van een gematigd imago laten prevaleren boven het uiten van radicale taal, laat staan het in praktijk brengen ervan.
Bali's opvatting is wat aan de al te rooskleurige kant, want er wordt door de Turkse staat zelden tot nooit opgetreden tegen antisemitisme en de verspreiding van dergelijk gedachtegoed vindt nog steeds op een behoorlijke schaal plaats. Bovendien maken politici van het type Kutan zich nog steeds regelmatig schuldig aan antisemitische uitspraken.
Een voorteken dat we het bij het afstand doen van anti-joodse en anti-Israëlische opvattingen met een langduriger proces te maken hebben als Bali denkt was het roemruchte Sincan-incident. Begin februari 1997 organiseerde de RP-burgemeester Bekir Yildiz in deze plaats in de buurt van Ankara een anti-Israëlische manifestatie tegen de bezetting van Jeruzalem, inclusief portretten van de leider van de Islamitische Jihad. De Iraanse ambassadeur was ook van de partij en hield een antiwesterse toespraak. Deze bijeenkomst viel zeer slecht bij het Turkse leger en zorgde voor tanks in de straten van Sincan. De gebeurtenis bleek achteraf het begin van het einde te zijn voor de regering van Erbakan. Zij viel in juni 1997. (11) En ook uitspraken van de huidige minister-president van Turkije Recep Tayyip Erdogan in deze periode stemmen weinig optimistisch: "De joden begonnen met het onderdrukken van de moslims in Palestina in de naam van het politiek judaïsme, wat zionisme wordt genoemd. Vandaag de dag is het beeld van de jood niet anders dan dat van de nazi's." (12)

Geweld
Dat het in islamistische kringen niet blijft bij woorden gericht tegen joden, mag geen verrassing heten. Zeer regelmatig worden joden in de Turkse pers gepresenteerd als op zijn best niet loyale, halve Turken tot aan menselijk afval dat op haar vernietiging wacht. Deze retoriek resulteert in regelrechte oproepen om zich te ontdoen van de joden. Met name de islamitische pers maakt zich schuldig aan de meest abjecte antisemitische uitspraken. Het gaat hierbij om kranten als Milli Gazete, Yeni Safak, Akit en haar opvolger Anadolu'da Vakit, maar ook om publicaties van terreurorganisaties als IBDA-C (Akinci Yolu: 'De beste jood is een dode jood'). Boeken van auteurs als de Milli Gazete-columnist Mehmet Sevki Eygi, creationist Harun Yahya, Yalcin Kücük en de Franse revisionist Roger Garaudy dragen ook bij aan een virulent antisemitisch klimaat. In Europa staan Turkse kranten en bladen ook hun mannetje; prominente spelers zijn daar de ook in Europa gepubliceerde Milli Gazete en Anadolu'da Vakit. Overigens publiceren de laatste jaren Duitse Milli Görüs-aanhangers geen antisemitische uitspraken meer, vanwege de problemen die Milli Görüs daarmee in het verleden in Duitsland kreeg. In Turkije daarentegen schrijven aanhangers van deze religieuze stroming 'uiteraard' nog steeds antisemitische teksten. De intensiteit waarmee dergelijke teksten worden gepubliceerd, hangt nauw samen met actuele politieke ontwikkelingen in Palestina. Zou gauw er een Israëlische wandaad heeft plaatsgevonden, neemt het aantal negatieve artikelen over de joden in de Turkse pers sterk toe.

Om een indruk te geven in welk bloemrijk proza de anti-joodse opvattingen in de media worden verwoord een tweetal citaten:

"Ik weet, dat in jouw paspoort als staatsburgerschap de Turkse Republiek staat geregistreerd. Maar in dit land ben je een toilet, dat vol is met braaksel en stront. Je moet het volgende goed beseffen: in mijn ogen heb je helemaal geen waarde. Geloof nou toch niet dat je iets bijzonders bent. Jij, weet je, bent een stuk stront, dat in het riool belandt op het moment dat ik doortrek." (Anadolu'da Vakit, 2 oktober 2003)

"Wat kunnen een handvol zionisten nu bereiken? Ze kunnen van alles aanrichten, omdat ze de baas zijn over de USA. Ze zijn het zenuwcentrum van deze wereldmacht binnengeslopen en kunnen doen wat hun belieft. De aanvoerder van de wereldwijde terreur zijn de zionisten. Als we deze mondiale terreur met een draak vergelijken, dan zijn de zionisten de kop, de USA het lichaam en de vrijmetselaarsloges, die zich wereldomvattend hebben georganiseerd, de armen van dit gedrocht. De taak van de gehele mensheid bestaat erin om zich van dit monster te ontdoen." (Milli Gazete, 10 december 2003)

Mede aangezet door dergelijke teksten hebben radicale islamitische organisaties als Hezbollah en IBDA-C vanaf de jaren tachtig regelmatig aanslagen gepleegd op joodse instellingen en met name vooraanstaande joodse personen. In onze zeker niet complete incidentenlijst tellen we in de periode 1980 - 2004 twaalf aanslagen, waarbij vijftig doden en honderden gewonden vielen. In maart 2004 viel er nog een aanslag van islamisten te noteren op een vrijmetselaarsloge in Istanbul.

Holocaustontkenning
Zeker sinds midden jaren negentig is de ontkenning van de holocaust een ander verontrustend antisemitisch fenomeen dat in Turkije opgeld doet. In de islamitische pers, maar ook daarbuiten, verschijnen artikelen, onder andere over de revisionisten Roger Garaudy uit Frankrijk en de Brit David Irving, waarin de holocaust ontkend dan wel gerelativeerd wordt. Tevens worden boeken van Garaudy in het Turks vertaald. (13)
De meest vooraanstaande Turkse revisionist was tot voor kort Harun Yahya (een pseudoniem van Adnan Oktar). Oktar is de onbetwiste leider van de Bilim Arastirma Vakfi (Stichting Wetenschap Onderzoek, BAV) die zich voornamelijk keert tegen het darwinisme middels boeken, video's, websites en symposia. Oktar was zo belangrijk omdat zijn boeken in veel talen worden uitgegeven en internationaal worden verspreid. Ook in Nederland kunnen in tal van steden Nederlandstalige boeken van zijn hand worden gekocht in boekwinkels en stands. Het gaat dan meestal om boeken die voornamelijk een anti-darwinistisch karakter hebben.

Soykirim Yalani - 'de Holocaust leugen': Turks revisionistisch 'hoogtepunt'
  Soykirim Yalani  
In 1995 verscheen Oktar's meest revisionistische werk Soykirim Yalani ('De Holocaust leugen'). Dit boek viel in ieder geval tot eind 2004 via de website van Harun Yahya te downloaden onder de titel Holocaust Violence. Na de download van deze titel bleek men in werkelijkheid het werk Holocaust Hoax ('Het Holocaust bedrog', de engelse vertaling van Soykirim Yalani) te hebben opgeslagen. (14) Momenteel is het boek niet meer te downloaden van Yahya's site. Tevens zijn andere werken van hem ontdaan van antisemitische passages. Het lijkt er dus op dat Yahya afstand heeft genomen van zijn eerdere antisemitische en revisionistische opvattingen.
Soykirim Yalani viel goed bij de islamisten van de Welzijnspartij. De Milli Gazete prees het boek in 1996 en de krant stelde dat het boek de samenzwering tussen Hitler en de zionisten bewees om de migratie van joden en de vestiging van een joodse staat te bespoedigen, en dat degenen die in concentratiekampen stierven het slachtoffer waren geworden van tyfus. Erbakan had al eerder gemeld, voordat hij premier werd, dat hij zijn partijgenoten het boek had aangeraden. (15)
Niet iedereen in Turkije was even gecharmeerd van het werkje van Yahya. De uitgave van het boek leidde tot een fel publiek debat in Turkije. In maart 1996 bekritiseerde de Turkse schilder en intellectueel Bedri Baykam in de krant Siyah Beyaz het boek scherp. Dit kwam hem op een smaadproces te staan, die was aangespannen door Nuri Özbudak. Özbudak beweerde het boek te hebben geschreven onder het pseudoniem Harun Yahya. Tijdens het proces in september toonde Baykam echter aan dat de echte schrijver Oktar was. De rechtszaak van Özbudak tegen Baykam werd door de eerste in maart 1997 ingetrokken, omdat hij en de BAV vermoedelijk beseften dat de uitspraak wel eens ten ongunste van hem zou kunnen uitvallen.

Artikel uit Vakit van 1.12.04 waarin onder meer het bestaan van gaskamers wordt ontkend. Onderschrift bij de foto van Hitler: "Hitler deed wat de joden wilden" (bron: KIGA)
  Vakit  
Auschwitz-leugen
Naast Yahya is de vooraanstaande journaliste Gülay Göktürk van belang. Zij zette zich in voor de vrijheid van meningsuiting voor de holocaustontkenner Roger Garaudy. In 1998 publiceerde Gülay Göktürk in de Turkse krant Sabah twee artikelen, naar aanleiding van de rechtszaak in Frankrijk waarin Garaudy werd veroordeeld vanwege zijn boek 'De stichtingsmythen van de Israëlische politiek'. Zij verdedigde Garaudy door, net als hem, het aantal joodse slachtoffers in de holocaust ter discussie te stellen en het bestaan van de gaskamers te betwijfelen. Volgens Göktürk is niet het aantal doden in Auschwitz van belang, maar het feit dat er mensen zijn die vraagtekens plaatsen bij de versie van de geschiedenis die in Nürnberg werd geschreven.
Dat Soykirim Yalani zo in de smaak viel bij RP-aanhangers en andere islamisten hangt nauw samen met hun visie dat het zionisme het hele Midden Oosten (inclusief Turkije) onder controle wil brengen. In een redactioneel in een editie van Milli Gazete uit maart 1998 wordt de samenhang tussen de vermeende holocaustleugen en de zionistische machtsdromen nader verklaard. In het redactioneel wordt gesteld dat de repressie gericht tegen islamisten in Turkije een geheim plan is van het zionisme. Verder kunnen we lezen: "Ze slaagden erin om de hele wereld te laten geloven in de 'holocaust' mythe. Ze waren er niet tevreden mee om zich met behulp van deze mythe meester te maken van het Midden Oosten. De zionisten slaagden er ook in om geld af te persen van alle Europese landen en de Verenigde Staten. Ze slaagden daar in met behulp van de zes-miljoen-slachtoffers-leugen." (16)

Negeren antisemitisme
In Turkije wordt het virulent aanwezige antisemitisme genegeerd, niet waargenomen dan wel ontkend. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. Het is 'logisch' dat antisemieten zelf antisemitisme niet als een probleem zullen ervaren dat moet worden aangekaard. Op zijn best ziet men - de islamistische politici die dergelijke opvattingen huldigen voorop - zich genoodzaakt om het bestaan ervan te ontkennen om een gematigd imago hoog te houden of om hun straatje schoon te vegen. In het geval van de politici komt daar als motivatie nog bij dat zij de kiezers niet van zich wensen te vervreemden. Het negeren van antisemitisme door politici deed zich onder andere voor naar aanleiding van de heropening van Yad Vashem in maart 2005. De Turkse minister van Justitie, Cemil Çicek, beweerde toen tijdens de openingceremonie dat Turkije "geen geschiedenis kent van antisemitisme". (17) Als de positie van de joden in Turkije ter sprake komt, stellen politici keer op keer dat Turkije de joden goed behandelt en dat al heel lang. Er wordt dan vaak verwezen naar het opnemen van de Sefardische joden ten tijde van het Osmaanse Rijk zo'n 500 jaar geleden.
De andere betrokken partijen - met name de joden in Turkije, joden elders en de staat Israël - hebben ook zo hun redenen om het antisemitisme in Turkije niet aan te kaarten. Israël wil een belangrijke (militaire) bondgenoot niet in verlegenheid brengen en de zeer kleine, en weinig weerbare joodse gemeenschap in Turkije wil zichzelf geen problemen op de hals halen. Joodse organisaties in de VS laten het thema rusten om de goede relaties tussen de VS, Turkije en Israël niet in gevaar te brengen. Mogelijk speelt bij het gebrek aan aandacht voor antisemitisme in Turkije het zo goed als ontbreken van niet-Turkse publicaties over dit fenomeen tevens een rol. Het is mede daardoor moeilijk voor niet-Turkse instellingen, die zich bezighouden met de bestrijding van discriminatie en antisemitisme, inzicht te krijgen in deze materie. Dat dergelijke publicaties vrijwel niet voorhanden zijn, hangt samen met de antipathie van wetenschappers in Turkije om zich met dit maatschappelijke taboe bezig te houden. Bali stelt dat antisemitisme door het negeren ervan "het best bewaarde geheim van Turkije" is.

Verspreiding antisemitisch werk van Uitgeverij Noer
Het Openbaar Ministerie maakte in april 2005 de resultaten bekend van haar onderzoek naar de mogelijke strafbaarheid van drie publicaties van uitgeverij Noer. Uit het persbericht van het OM van 5 april bleek dat het boek Gids voor Islamitische Opvoeding, strafbare, antisemitische passages bevatte. Het OM besloot niet tot juridische vervolging over te gaan omdat de "mate van verwijdbaarheid" dat niet nodig maakte. Uitgeverij Noer en de Distributie Centrale Islamitische Boeken werd wel meegedeeld dat er strafbare uitingen in het boek staan en dat "dat het OM van strafvervolging afziet indien de strafbare passages verwijderd worden dan wel onleesbaar zijn gemaakt". Verder stelde het OM in het persbericht: "Tevens zullen alle afnemers, die twee of meer boeken hebben besteld c.q. afgenomen op de hoogte worden gesteld van de strafbare passages in het boek. (...) Indien deze boeken daadwerkelijk worden verspreid, zal het OM tot opsporing en vervolging overgaan."
Uit het persbericht werd niet exact duidelijk welke passages worden bedoeld door het OM. In het persbericht werden wel delen van de gewraakte passages geciteerd. Daarin wordt onder meer gewag gemaakt van een plan van de joden om de mensheid in het verderf te storten.
Om te kijken of het boek momenteel met onleesbare passages wordt verkocht, zijn in de periode juni/juli 2005 in drie grote steden een viertal wederverkopers van het boek bezocht. Uit deze controle bleek dat de bewuste passages in het boek helemaal niet of niet afdoende onleesbaar zijn gemaakt. De boeken waarin deels onleesbaar gemaakte passages zijn aangetroffen, zijn alle op een identieke wijze onder handen genomen. De woorden 'jodendom' en 'joden' zijn verwijderd, maar de rest van de passages zijn nog leesbaar. Daarom is voor de lezer achterhaalbaar welke tekst vermoedelijk is verwijderd. Dit wordt nog vereenvoudigd doordat woorden als 'niet-joden' en 'niet-joodse' in de passages leesbaar zijn gebleven. Daarnaast werden bij drie van de vier verkopers van de Gids voor Islamitische Opvoeding tevens ongecensureerde exemplaren van deze titel aangetroffen. Het lijkt er daarom op dat de maatregel van het OM weinig effect heeft gehad.

Nader onderzoek
Het antisemitisme in Turkije, dat min of meer geïmporteerd is vanuit Europa, houdt niet op aan de grenzen van dat land. Door migratie en door de aanwezigheid van Turkse media in Europa zijn antisemitische opvattingen onder Turkse migranten in Nederland ook een veel voorkomend fenomeen. Er is tot op heden redelijk wat onderzoek gedaan naar antisemitisme onder migranten van Arabische komaf en het antisemitisme in de Arabische wereld. Helaas moet dergelijk onderzoek in relatie tot (Turkse) migranten in Nederland nog grotendeels op gang komen.
Een van de eerste aanzetten op dat gebied in Nederland vond zijn weerslag in de publicatie Antisemitisme op School? Deze uitgave van de Stichting Vredeseducatie uit 2003 doet verslag van een onderzoek naar antisemitisme en anti-joodse opvattingen onder leerlingen met een islamitische, allochtone achtergrond van basis- en middelbare scholen.
Centraal stond in dit project de vraag of "er een verschil [is] tussen leerlingen met een islamitische achtergrond en hun klasgenoten in de wijze waarop zij reageren op de Tweede Wereldoorlog, joden en de jodenvervolging?" Er wordt in het onderzoek vrijwel niet gedifferentieerd tussen moslims met een verschillende etnische achtergrond. De auteurs van Antisemitisme op School? maken wat dit betreft slechts melding van een verschil in de mate van identificatie met het Palestijnse volk bij Marokkaanse en Turkse jongeren. Marokkaanse leerlingen blijken een sterkere identificatie te hebben dan Turkse scholieren. (18)
Een ander belangwekkend initiatief was het Amsterdamse project 'Tweede Wereldoorlog in perspectief' uit 2004. Dit project van de gemeente Amsterdam gericht op dertien klassen VMBO-leerlingen werd geïnitieerd naar aanleiding van een aantal antisemitische incidenten in de hoofdstad. Bij deze gebeurtenissen waren met name Marokkaanse jongeren betrokken. Het project was qua opzet sterk gefocust op jongeren van Marokkaanse komaf. Dat is blijkens het verslag van het project deels terecht. Want het kleine aantal scholieren waarvan in het kader van het project antisemitisch gedrag werd vastgesteld, bleken voornamelijk een Marokkaanse achtergrond te hebben. (19) Echter, uit de resultaten van het project blijkt dat de Turkse scholieren nauwelijks onderdoen voor die van Marokkaanse komaf wat betreft anti-joodse opvattingen. Zo blijkt uit ingevulde vragenlijsten dat 26% van de Turkse en 11% van de Marokkaanse scholieren na afloop van het project nog steeds van opvatting te zijn dat de joden de wereld willen overheersen. (20) Kortom, er is op het gebied van de bestrijding van anti-joodse en antisemitische opvattingen zeker ook aandacht voor de migranten van Turkse komaf nodig. Wetenschappers, beleidsmakers en sleutelfiguren binnen de Turkse gemeenschap zullen zich sterker met antisemitisme in de Turkse gemeenschap in Nederland moeten uiteenzetten.

Ernst Haffmans, Onderzoeksgroep Turks extreemrechts

Noten:
(1): Interessant in de context van de Koerdische kwestie in Turkije is dat een oproep tot Turks-Koerdische vrede door de joodse zakenman Ishak Alaton in 1995-1996 meteen verdacht werd gevonden en onmiddellijk in verband werd gebracht met activiteiten die Alaton eerder zou hebben ontplooid op het gebied van de verbetering van de Turks-Armeense relaties. Bron: Yelda, Istanbul'da Diyarbakir'da azalirken, Belge Yayinlari, 1996.
(2): Zie voor de (gewelddadige) consequenties van het beleid van de Turkse Republiek jegens de joden het artikel van mijn hand in de vorige Alert!: Antisemitisch gif van Cevat Rifat Atilhan, Alert!, nummer 2, juni/juli 2005.
(3): Mehr als nur Totschweigen, Jungle World, nummer 12, 10 maart 2004.
(4): Een belangrijk werk voor de islamisten zijn de antisemitische Protocollen van de Wijzen van Sion. Bij de extreem-nationalisten is daarnaast ook Mijn Kamp een belangrijk werk. Tussen 1934 en 2003 verschenen de 'Protocollen' 97 keer, de vertaling van Mijn Kamp haalde tussen 1940 en 2003 drieëndertig uitgaven. Daarnaast zijn er tal van publicaties verschenen met allerlei samenzweringstheorieën, die de joden aanwijzen als de bron van al het kwaad.
Sebeke Network: een recente anti-joodse samenzweringsbestseller
  Sebeke Network  
(5): De dönme, ook wel Sabatay genoemd, zijn leden van een kleine judaïstische geloofsgemeenschap in Turkije. Het zijn navolgelingen van een rabijn uit Izmir, Sabatay Sevi. Deze rabijn riep zich in de zeventiende eeuw uit tot messias. Korte tijd later herriep hij dit onder zware druk en ging hij en zijn aanhangers over tot de islam. Dat was echter een schijnbekering; aanvankelijk bleven zij heimelijk de religieuze opvattingen van Sevi trouw en bleven één gemeenschap. Momenteel zij de dönme echter overwegend atheïstisch en op zijn best cultureel sabataïstisch. De dönme kenmerken zich verder door een westerse en kosmopolitische levenstijl. Zij worden daarom door de islamisten gezien als een belangrijk obstakel bij het bereiken van een islamitisch regiem. In Turkije worden de dönme tot op heden vaak in verband gebracht met vermeende complotten om Turkije onder heerschappij te houden, dan wel te brengen van joden en de dönme zelf. Een van de laatste 'hoogtepunten' op dat vlak is het boek Sebeke - Gizli Yahudiler ('Het Netwerk - de cryptojoden') van professor Yalcin Kücük uit 2003. In het boek lanceert hij de samenzweringstheorie dat Turkije wordt beheerst door de dönme. Van het boek verschenen binnen een jaar vier drukken. Voor meer informatie over de dönme zie: Barry Seldes, Sjabbetai Zewi, messianisme en kabbala, in: Julie-Marthe Cohen en Irene E. Zwiep (red.), Joden in de wereld van de islam, Bulaaq, 1995, pp. 81-95.
(6): Necmettin Erbakan was in de periode 1970 - 1998 de meest vooraanstaande vertegenwoordiger van de parlementair georiënteerde politieke islam in Turkije. In 1970 richtte hij de Nationale Orde Partij (MNP) op. De MNP werd al snel opgeheven, maar in 1973 kwam er een opvolger: de Nationale Heilspartij (MSP). Met deze partij zat Erbakan in 1973 in een coalitieregering. Erbakan nam ook deel aan de zogenaamde Nationale Frontregeringen (1974-1977), waarin onder andere de extreem-nationalisten van de MHP waren vertegenwoordigd. Na de coup in 1980 werd hij op non-actief gezet door de nieuwe machthebbers. In 1987 werd Erbakan opnieuw kopman van een nieuwe islamitische partij, de Welvaartspartij (RP). In 1996 werd hij voor deze partij de eerste islamistische premier van Turkije. In 1997 werd Erbakan met een 'koude coup' door het leger afgeserveerd en in 1998 uit de actieve politiek verwijderd.
(7): Rifat N. Bali, The image of the jew in the rhetoric of political islam in Turkey, Cahiers d'Études sur la Méditerranée et le monde Turco-Iranien, nummer 28, juni-december 1999.
(8): ibidem.
(9): Rifat N. Bali, The image of the jew in the rhetoric of political islam in Turkey, Cahiers d'Études sur la Méditerranée et le monde Turco-Iranien, nummer 28, juni-december 1999, Michael Kiefer, Antisemitismus in den islamischen Gesellschaften, Verein zur Förderung gleichberechtigter Kommunikation, 2002.
(10): Islamitische Extremisten, LVS Baden-Württemberg, juli 1999.
(11): Gregory A. Burris, Turkey-Israel: speed bumps, Middle East Quarterly, nummer 4, herfst 2003, Erik J. Zürcher, Turkey, A modern history, I.B. Tauris, 2004, pp. 300-301.
(12): Erdogan deed deze uitspraken in juni 1997 als Welzijnspartij-burgemeester van Istanbul tijdens een feestelijke bijeenkomst in het kader van de viering van de verovering van Istanbul door de Osmanen.
(13): In september 1996 verscheen een Turkse vertaling van Les myths fondateurs de la politique israélienne van de hand van de Garaudy. De meeste in het Turks vertaalde boeken van Garaudy, een achttal, worden uitgegeven door Pinar Yayinlari. Boeken van Garaudy circuleren ook in het 'umfeld' van Milli Görüs in Duitsland. Zo werden op de islamitische boekenbeurs in april 2003 in een Berlijnse Milli Görüs-moskee twee boeken van Garaudy ter verkoop aangeboden. Zie voor meer voorbeelden van Turkse kranten en bladen waarin de holocaust wordt ontkend de incidentenlijst op de website van Alert!.
(14): Zie voor de voormalige downloadpagina van Holocaust Violence het cache van google: http://66.102.9.104/search?q=cache:ajIB8AOQ5koJ:www.harunyahya.com/m_book.php%3Fqtype%3D2%26cat%3D50%26post%3D1%26pno%3D1+%22holocaust+hoax%22+yahya&hl=nl.
(15): Turkey, Latest update september 1996, http://www.axt.org.uk/antisem/archive/archive1/turkey/index.htm, Institute for Jewish Policy Research.
(16): Rifat N. Bali, The image of the jew in the rhetoric of political islam in Turkey, Cahiers d'Études sur la Méditerranée et le monde Turco-Iranien, nummer 28, juni-december 1999.
(17): Çicek: Turkey has no history of anti-semitism, Turkish Daily News, 17 maart 2005.
(18): Chris Blanken, Jan Durk Tuinier en Geu Visser, Antisemitisme op school?, Verslag van een onderzoek naar leerlingen met een islamitische achtergrond in confrontatie met de geschiedenis van de jodenvervolging, Stichting Vredeseducatie, 2003, p. 21.
(19): Eindrapport Project 'Tweede Wereldoorlog in perspectief', Gemeente Amsterdam, 2004.
(20): Als we de percentages van vier als voorbeeld gegeven vragen uit de nameting vergelijken en rekening houden met de vraagstelling is het verschil tussen Turkse en Marokkaanse scholieren in negatieve zin -13 voor de Turkse scholieren. Opgemerkt moet worden dat dit cijfer niet heel hard hoeft te zijn. De resultaten op de andere vragen zijn immers niet bekend en de groep respondenten was klein.