De Grijze Wolven


Dit artikel zal ingaan op de ontwikkeling van de Turkse extreem-nationalistische beweging in Turkije en Europa. De nadruk zal in dit stuk liggen op de Partij van de Nationalistische Actie (MHP) en organisaties die op haar zijn georiënteerd. Door intimidatie, geweld en banden met de Turkse maffia hebben zij een behoorlijke greep gekregen op de Turkse samenleving. Daarnaast is een extreem-nationalistische beweging per definitie intolerant jegens minderheden en door de controle op de Turkse gemeenschap in Nederland belemmert zij de integratie van deze groep in de Nederlandse samenleving. Dit artikel is gebaseerd op ons in april 1997 verschenen boek 'Turks extreem-rechts, Stop de Grijze Wolven!'.

De MHP, de moederpartij van de Grijze Wolven
De geschiedenis van het Turkse fascisme gaat terug tot de pan-Turkistische beweging van de veertiger jaren. Ze verenigt een biologistisch racisme, militarisme en de strijd voor een fascistische maatschappelijke orde met de laïcistische (laïcisme: term die in Turkije gebruikt wordt voor de scheiding van kerk en staat) afstand tot de Islam. Daarbij dromen de aanhangers van het pan-Turkisme van Turan: het utopische 'beloofde land' voor alle Turken binnen en buiten het huidige Turkije.

De MHP ontwikkelde zich vanaf eind van de zestiger jaren tot een bundeling van fascistische bewegingen. Haar leider was de kolonel Alparslan Türkes. Tot 1970 bleef het anti-communisme het bindende element van de partij. Daarnaast vertoonde deze partij een mengeling van turanisme, extreem-nationalistisch populisme, racisme en fascisme Hoewel de MHP in haar programma zowel het communisme als het kapitalisme afwees als een groot gevaar voor de nationalistische staat, en in plaats daarvan een tussenweg voorstelde, streed zij in de praktijk tegen links en werkte samen met kapitalisten.

Groepen MHP'ers fungeerden vooral tussen 1969 en 1971 als officieuze staatsmilitie tegen de linkse oppositie. De tot op de dag van vandaag durende nauwe vervlechting met het 'anti-terreur' apparaat van de staat vindt hier haar oorsprong. De beweging schiep een militante jeugdbeweging wiens strijders zich Grijze Wolven noemden. Na de staatsgreep van 1971 duurde het tot de tweede helft van de zeventiger jaren voordat links zich opnieuw kon organiseren. De MHP voerde tegen links in Turkije een openlijke burgeroorlogstrategie. De gewapende strijd strekte zich uit over het hele land. Het militaire apparaat ging zich te buiten aan willekeurige moorden. Het verloor daardoor binnen het anti-communistische kamp deels aan legitimiteit.

De MHP nam in 1975, 1977 en 1978 deel aan midden-rechtse coalities: de Nationalistische Front-regeringen. De voorzitter van de MHP, Alparslan Türkes, kreeg in deze regeringen een belangrijke post toegekend. Hij werd plaatsvervangend minister-president en minister van Binnenlandse Zaken. Türkes verkreeg zo de controle over de Turkse inlichtingendienst MIT. Vervolgens begon de MHP zich binnen het staatsapparaat te organiseren.

Aan het eind van de jaren zeventig voltrok zich binnen de MHP een ideologische verschuiving richting de Islam. Nadat de 'zuivere' turanisten buitengesloten waren, stelde de partij zich in toenemende mate open voor reactionaire, islamitische slogans. De uitverkorenheid van het Turkse volk als 'zwaard van de Islam' werd religieus onderbouwd. Daarnaast ontstond er in de partij een conflict tussen de leidende elite en de provinciale basis. Terwijl de leiding trouw bleef aan het regime, uitten de sterk islamitische basis kritiek op het regime. Zij vonden dat de strijd tegen het communisme weliswaar "heilig en gerechtvaardigd" was, maar dat zij door de corrupte staat waren misbruikt bij de bestrijding ervan.

De staatsgreep van 1980
De rol van de MHP in de voorbereiding van de staatsgreep van 12 september 1980 was, hoewel ze de regering steunde, van doorslaggevend belang. De Grijze Wolven, schiepen namelijk door hun gewelddadige campagne tegen links een klimaat van terreur dat de ingreep van de militairen mede rechtvaardigde. Na de militaire coup werden alle politieke partijen verboden. De militaire junta trad ook op tegen extreem-rechts om de indruk te wekken neutraal te zijn. Daarom werden veel MHP'ers gearresteerd en veroordeeld. Türkes en veel andere MHP'ers konden niet goed begrijpen waarom zij en hun partij werden vervolgd. In een brief van Türkes aan generaal Kenan Evren, de leider van de militaire junta, wordt goed duidelijk waar het onbegrip van Türkes vandaan komt. De ideologie van en de visie achter de coup van 12 september 1980 waren volgens Türkes identiek aan de nationalistische, kemalistische principes van de MHP.

MHP'ers in de ANAP en andere partijen
Na de coup door de militairen werden alle politieke partijen verboden. Nadat in 1983 de Wet op de Politieke Partijen werd aangenomen, konden er nieuwe partijen worden opgericht. Een van de partijen die aan de verkiezingen in 1983 mee deed was de Moederlandpartij (ANAP). Veel voormalige MHP'ers sloten zich aan bij de nationalistische of islamitische stroming binnen de ANAP. Later sloten zich ook bekende en minder prominente, voormalige MHP'ers aan bij andere politieke partijen als Partij van het Juiste Pad en de Welzijnspartij (RP).

De oprichting van de MP en de MÇP
Toen in 1983 de Conservatieve Partij (MP) werd opgericht in Turkije, riep Türkes alle extreem-nationalisten van de vroegere MHP op om zich aan te sluiten bij deze nieuwe partij. Een deel van de mensen die samenwerkten met de ANAP zagen dit niet zitten. Zij wezen de oproep ondermeer af omdat ze een islamisering van Turkse samenleving voorstonden. In 1985 werd de MP omgedoopt in Nationalistische Arbeid Partij (MÇP). Vervolgens werd eind 1987 Türkes tot voorzitter van de MÇP gekozen.

Splitsing binnen de MÇP
In 1992 splitste zich een groep af van de MÇP, de Grote Eenheids Partij (BBP). De BBP werd in de nazomer van 1992 opgericht door een groep MÇP-parlementariërs onder leiding van Muhsin Yazicioglu. Binnen het Turkse nationalisme zijn er vanaf dan dus twee fascistische stromingen. De reden voor de splitsing was de ontevredenheid van een deel van de MÇP'ers met de handelswijze van Türkes. Deze MÇP-leden vonden dat de MÇP teveel 'verturkst', verwesterst en afhankelijk van het westerse kapitaal was. Türkes was volgens hen te veel ge´ntegreerd in het politieke systeem in Turkije. Ook namen deze MÇP'ers het Türkes zeer kwalijk dat hij in 1991 samen op één lijst met de RP en de Reformistische Partij van de Democratie de verkiezingen was in gegaan. Deze lijstverbinding, zorgde voor een parlementair succes en daarmee voor een versterking van de positie van de MÇP. Türkes gebruikte de speelruimte die hij door dit succes verkreeg voor een verzoening met de Turkse staat. Deze verzoening zorgde voor partij-interne conflicten omdat een flink aantal MÇP'ers de gevolgen voor hen van de coup van 1980 nog niet had vergeten.

Modernisering van de MÇP en MHP
De MÇP wist de klap veroorzaakt door de splitsing weer snel te boven te komen. De MÇP stelde zich opener op; werkte meer met de staat samen. Tevens werd het islamitisch karakter van de MÇP verminderd. De MHP heeft in de negentiger jaren gepoogd om een gematigdere uitstraling te verkrijgen. Ze hoopte zo een acceptabele politieke partij te worden, die niet meer in verband werd gebracht met geweld. Door te moderniseren, dat wil zeggen vrouwen een grotere rol in de partij toe te bedelen, aansluiting te zoeken bij de stedelijke jeugdcultuur en het uitdragen van neo-liberale standpunten, is zij hierin redelijk geslaagd. Het dilemma van de MHP bij deze modernisering is dat een belangrijk deel van haar basis conservatief is en niet gediend is van deze ontwikkeling.

De situatie in Europa
Halverwege de jaren zeventig begint de MHP zich in Europa te organiseren. Grofweg zijn daar twee redenen voor: de invloed van progressieve Europese stromingen op de Turkse migranten in Europa en de drang van de Turkse extreem-nationalistische organisaties om controle over deze gemeenschap uit te oefenen. De economische uitbuiting, de discriminatie en het racisme, de 'aanpassingsmaatregelen' van de overheid en de maatschappelijke achterstandspositie maakten de Turkse migranten in Europa extra ontvankelijk voor het Turkse nationalisme. Daarnaast waren er door de militaire coup van 1971 linkse Turken naar Europa gevlucht. Zij begonnen zich in Europa te organiseren. Turks extreem-rechts zag deze linkse groeperingen als 'communistisch', die daarom dienden te worden bestreden.

Oprichting extreem-nationalistische federaties
Om het 'communisme' doelmatig te kunnen bestrijden en de Turkse migranten voor de Turks-nationalistische zaak te winnen, zette de MHP in Europa federaties op. Tijdens een groot congres in 1975 in de BRD besloten de deelnemers tot het opzetten van een structuur van MHP-federaties in Europa. De MHP werkt met mantelorganisaties in Europa, omdat de Turkse Wet op de Politieke Partijen het verbiedt dat Turkse politieke partijen in het buitenland organisaties oprichten. Openlijk toegeven dat een organisatie van een Turkse politieke partij is, kan dus in principe leiden tot ontbinding van de betreffende organisatie.

In Nederland zijn de Grijze Wolven in ieder geval sinds 1975 actief. Zij richten dan in Amsterdam de Nationalistische Turkse Arbeidersvereniging op. Deze groep keerde zich ook zoals te verwachten viel tegen het 'communistische' gevaar. In 1976 vergaderen MHP-aanhangers voor het eerst massaal in Nederland. Het betreft het eerste congres van een federatie, de Vereniging van Idealistische Turkse Arbeiders in Nederland (HÜTID).

In september 1982 werd een nieuwe federatie opgericht, de Federatie van Turkse Verenigingen in Nederland (HTDF). Dat deze 'nieuwe' federatie in feite niets nieuws onder de zon was, bleek onder andere uit de overlappingen in de bestuurposten bij de HÜTID en de HTDF. Het vierde congres van de HTDF vond op 16 november 1986 plaats in Rotterdam en leidde tot een scheuring binnen Turkse extreem-nationalistische beweging in Nederland. De voorzitter van de HTDF, Cengiz Özdemir, trad af na de mislukking van dit congres. Het (tweede) vierde congres vond uiteindelijk in het geheim plaats op 15 januari 1987 in Haarlem. Tijdens dit congres werd een nieuw bestuur gekozen. Met deze bestuursverandering kwam de HTDF weer volledige onder controle van pro-Türkes gezinde Turkse nationalisten. De Nederlandse Federatie HTDF stond namelijk onder controle van aanhangers van Musa Serdar Çelebi, de toenmalige voorzitter van de Europese Federatie.

Deze coup binnen de HTDF hing nauw samen met ontwikkelingen in Turkije na de militaire coup van 12 september 1980. Doordat Türkes en veel andere topfiguren van de MHP in de gevangenis zaten, was er een grotere speelruimte ontstaan voor het kader van de voormalige MHP. Met name in Europa voerden daarom sommige Grijze Wolven, zoals Çelebi en Özdemir, een eigen koers.

In 1995 werden er in Europa door MHP-aanhangers nieuwe federaties opgericht. Deze federaties waren toen aangesloten bij de Europese federatie ADÜ;TDF. De bedoeling van deze naamsverandering was dat alle federaties door hun naam zouden aangeven te behoren bij de ADÜTDF; dus Turkse Federatie Nederland, Turkse Federatie Zwitserland, etc. In het bestuur van de HTF zit een deel van de Grijze Wolven-groep die sinds eind jaren zeventig in Nederland actief is.

Anti-fascistisch protest
Eind jaren zeventig werden er diverse acties tegen Turkse extreem-nationalistische organisaties in Nederland gevoerd. Anti-fascistische groepen verhinderden congressen en andere bijeenkomsten, lieten gebouwen van Grijze Wolven sluiten en organiseerden allerlei activiteiten om ruchtbaarheid te geven aan de kwalijke praktijken van Turkse extreem-nationalistische groeperingen.

In 1979 ontstond ook een discussie over een verbod van de Grijze Wolven in Nederland, naar aanleiding van intimidatie en geweld van Grijze Wolven tegen met name ongeorganiseerde linkse Turken. Al deze protesten hebben niet geleid tot een verbod van Grijze Wolven of mantelorganisaties van de MHP. Aanhangers van de MHP anticipeerden wel op deze kwestie door zich meer aangepast aan de Nederlandse democratische traditie te gaan presenteren. Daarom werd onder andere een nieuwe federatie (de HDTF) opgericht met een neutralere naam.

Incidenten
Het benadrukken van religieuze, politieke, regionale en etnische verschillen in Turkije, leidt in toenemende mate in Nederland tot confrontaties en uitbarstingen van nationalisme. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat het kan leiden tot isolatie van de Turkse gemeenschap en het onnodig de onderlinge verhoudingen verziekt. De afgelopen twee jaar hebben er diverse gebeurtenissen plaatsgevonden die laten zien dat de polarisatie binnen de Turkse gemeenschap in Nederland is toegenomen. Bij deze gebeurtenissen speelden (al dan niet voormalige) MHP-aanhangers en extreem-nationalistische, aan de Turkse staat verbonden organisaties een dominante rol.

De bedoeling van de provocaties van de Turks extreem-nationalisten is het intimideren van de in Europa woonachtige linkse en democratische oppositie. Zij willen Turkse linkse democratische groeperingen het werken onmogelijk maken. Het ten uitvoer brengen van dit voornemen lukt Turks extreem-rechts momenteel maar in beperkte mate. Er is echter de afgelopen jaren helaas wel een toename van incidenten waarneembaar, die zijn toe te schrijven aan Turkse extreem-rechtse organisaties en personen. Deze toename hangt voor een groot deel samen met de huidige politieke crisis in Turkije.

In Nederland is de situatie nog tamelijk ontspannen. Er hoeft echter in Nederland niet veel te gebeuren om de gemoederen te verhitten. Dat bewijst de kwestie van de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap. Na de demonstratie in Den Haag tegen de oprichting van dit Parlement is de polarisatie binnen de Turkse gemeenschap toegenomen, doordat niet iedereen achter deze demonstratie stond en sommige organisaties zich van deze actie openlijk distantieerden. Enkele andere voorbeelden van incidenten uit 1995 en 1996 in Nederland: twee demonstraties die werden aangevallen door Grijze Wolven, twee schietpartijen in Bergen Op Zoom tussen Turks rechts en links met als gevolg een dode, vijf zwaar gewonden en vier licht gewonden en de gewelddadige verstoring van het slotfeest van de Turkse Vrouwen Vereniging in Leiden door Grijze Wolven.

Activiteiten
De activiteiten van de mantelorganisaties van de MÇP en de MHP hadden aanvankelijk doorgaans een logistiek karakter. Ze waren namelijk ondergeschikt en ondersteunend aan de activiteiten van de moederorganisaties in Turkije en men leefde in de veronderstelling dat migratie een tijdelijke kwestie zou zijn. Later ontplooiden de Turkse extreem-nationalistische organisaties echter ook activiteiten gericht op de culturele, nationale, educatieve en politieke behoeften van hun achterban, omdat het ook voor hen duidelijk werd dat de Turkse migranten voor het merendeel niet meer zouden terugkeren naar hun moederland.

Centrale punten bij de activiteiten van de extreem-nationalistische organisaties zijn: geldinzameling, de Turkse cultuur, propaganda, werven van aanhangers, sport, de Islam, onderwijs. Een deel van de activiteiten van leden van deze organisaties zijn uitgesproken crimineel.

In de jaren negentig zijn de extreem-nationalistische Turkse organisaties in Europa een stuk actiever geworden ten opzichte van de tweede helft van de jaren tachtig. Deze ontwikkeling heeft aan de ene kant plaatsgevonden omdat Turks links in periode '85-'90 in Europa en Turkije dermate was verzwakt dat zij geen gevaar meer vormde voor de Turkse staat. Zodoende hoefde zij dus niet meer door de Turks extreem-nationalistische beweging bestreden te worden. Aan de andere kant zorgde de intensivering van het conflict rondom de Koerdische kwestie en het uiteenvallen van de Sowjet-Unie voor een opleving van het Turkse nationalisme. Hieronder zullen een aantal activiteiten van de Turkse extreem-nationalistische organisaties worden uitgediept die het extreem-nationalistische, politieke en criminele karakter van deze organisaties duidelijk aantonen.

Culturele activiteiten
Voor het uitdragen van het eigen culturele en politieke erfgoed, alsmede het werven van nieuwe aanhangers en het verzamelen van geld, worden er regelmatig culturele - en daarmee niet minder politieke - manifestaties georganiseerd. Dit soort bijeenkomsten is voor Nederlandse begrippen nog tamelijk opmerkelijk. Men zal echter kunnen constateren dat dit soort bijeenkomsten zeer regelmatig in Duitsland plaatsvinden.

Deelname aan parlementaire politiek
In de jaren tachtig waren er op politiek gebied enkele ontwikkelingen in Nederland die het voor de MHP-hoek interessant maakte om zich in de lokale politiek te storten. In 1986 kregen migranten namelijk stemrecht. Turks extreem-rechts maakte gebruik van deze mogelijkheid om ook in de politiek hun stem te kunnen laten horen. Zo konden zij invloed uitoefenen op het beleid van de overheid ten aanzien van (Turkse) migranten. Vooral in Amsterdam komt dit voor, met name doordat het vrij eenvoudig is om in een stadsdeelraad te worden gekozen. Momenteel zitten in Amsterdam drie Grijze Wolven in een stadsdeelraad: Mustafa Kemal Ustalar (PVDA), Ahmet Ceyhan (voorheen NIVO, nu onafhankelijk) en Ibrahim Çitil (CDA).

Criminele activiteiten
Na de militaire coup van 1980 nam de betrokkenheid van Grijze Wolven bij criminele activiteiten sterk toe. De MHP'ers die waren opgepakt en in de gevangenis waren gekomen, raakten verbitterd. Ze voelden zich verraden door de Turkse staat, omdat zij zichzelf zagen als inofficiële staatsambtenaren die evengoed vervolgd werden. Toen zij midden jaren tachtig werden vrijgelaten, besloten zij voor zichzelf te gaan werken. Turkije zat in deze periode in een economische crisis. Hierdoor gingen talloze bedrijven over de kop en konden hun schulden niet afbetalen. De Grijze Wolven gingen opereren als 'incasso-bedrijf'. Talloze bendes ontstonden die onder dreiging van geweld geld gingen innen.

In het extreem-rechtse Turkse milieu zijn er talrijke connecties met de Turkse maffia. Deze verbindingen zijn dusdanig dat er gesproken kan worden van overlappingen in de organisaties. Een van de belangrijkste criminele activiteiten waar fascistische Turken in Nederland bij betrokken zijn, is de handel in drugs.

De Turkse maffia heeft in Nederland een monopoliepositie in de heroïnehandel. In 'Inzake Opsporing van de Enquètecommissie Opsporingsmethoden', in het gedeelte over Turkse criminele groepen, valt over de connectie tussen de Grijze Wolven en de Turkse mafia het een en ander te lezen: "De opbrengsten van de georganiseerde misdaad, en dan gaat het vooral om de handel in drugs waarop men zich in de jaren zeventig en tachtig richt, dient om de beweging te financieren. (...) In Europa fungeren vooral import-export-winkels en theehuizen als dekmantel. ...Leden van de klassieke mafia hebben de Grijze Wolven gesteund en Grijze Wolven zijn op hun beurt tot de mafia toegetreden."

Liquidaties en moorden
De Grijzen Wolven zijn vanaf de jaren zestig betrokken geweest bij liquidaties en moorden in zowel Turkije en Europa. De motieven voor deze gewelddaden waren zowel politiek als crimineel. In de jaren zeventig werd het geweld van de Grijze Wolven tegen de linkse oppositie in Turkije flink opgevoerd. Zodoende schiepen de Grijze Wolven door hun gewelddadige campagne tegen links een klimaat van terreur die de coup van de militairen in september 1980 mede rechtvaardigde.

De gewelddadigheden van de commando's van de MHP pasten binnen het concept van de speciale, psychologische, oorlog tegen het 'communistische' gevaar. Turkije moest worden gedestabiliseerd om het leger of de MHP de kans te geven om de macht te grijpen. In de jaren zeventig werden onder andere talloze leiders en hoge functionarissen van vakbonden en politieke partijen, docenten, studenten en journalisten door de teams van de Grijze Wolven en contra-guerilla vermoord. Om een indicatie te geven van de omvang van het aantal moorden: alleen al in 1978 werden 1300 extreem-nationalistische Grijze Wolven gearresteerd. Enkele honderden van hen werden wegens moord aangeklaagd of veroordeeld. Totaal werden er in de regeringsperiode van minister-president Bülent Ecevit (78-79) 2245 mensen vermoord.

Na de militaire coup van 12 september 1980 hadden de knokploegen van de Grijze Wolven hun taak volbracht: het leger had de macht overgenomen. De nieuwe militaire machthebbers onderdrukten Turks links vervolgens dusdanig dat links voor de extreem-nationalisten nauwelijks nog als een gevaar kon worden opgevat. Veel Grijze Wolven waren inmiddels doorgestroomd naar de contra-guerilla-krachten van de Turkse staat. Momenteel bestaat de contra-guerilla voor een groot deel uit Grijze Wolven.

Het nieuwe doelwit van de contra-guerilla werd de PKK en Turkse organisaties als Devrimci Sol. Deze organisaties dienden te worden uitgeroeid met alle ter beschikking staande middelen. Inmiddels is de contra-guerilla verantwoordelijk voor honderden moorden in heel Turkije, vooral Koerdische politici en journalisten werden het slachtoffer van deze organisatie.

Ook in Nederland en andere landen waren Grijze Wolven betrokken bij moorden, liquidaties of pogingen daartoe. Enkele voorbeelden: de moord op Muzaffer Cavusoglu in 1981 in Utrecht, de moord op Seyfettin Kalan in 1995 en de moord op Ercan Alkaya in 1997. Ook de moord in 1988 op de voorzitter van de Turkse arbeidersvereniging HTIB in Amsterdam, Nihat Karaman, werd in verband gebracht met Grijze Wolven.

Comité Stop de Grijze Wolven