Deel arrest Gerechtshof Den Bosch i.v.m. zaak H. B.


LJN-nummer: AE5920 Zaaknr: 20.000493.01
Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak: 30-07-2002
Datum publicatie: 31-07-2002
Soort zaak: straf -
Soort procedure: hoger beroep

parketnummer: 20.000493.01
uitspraakdatum: 30 juli 2002
tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Breda van 9 februari 2001 in de strafzaak onder parketnummer 1303/98 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],
wonende te [adres],
thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuw Vosseveld / Unit I "EBI" te Vught.

[...]

5 primair.
hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats] door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van inlichtingen heeft gepoogd een ander, te weten [medeverdachte], te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] van het leven beroven, hierin bestaande dat verdachte
- aan [medeverdachte] het door verdachte veronderstelde oogmerk/voornemen van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4], te weten de uitvoering van de liquidatie van hem, verdachte, heeft kenbaar gemaakt en/of
- aan die [medeverdachte] opdracht heeft gegeven samen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] van het leven te beroven en/of
- die [medeverdachte] informatie heeft verstrekt met betrekking tot de wijze waarop het om het leven brengen van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] kon/moest worden voorbereid en/of uitgevoerd;

subsidiair:
- hij in of omstreeks de periode van [periode] 1998 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen (met name met [medeverdachte] en/of [betrokkene 8]), althans alleen [slachtoffer 4] en/of [slachtof[slachtoffer 5] opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd heeft/hebben gehouden, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die wederrechtelijke vrijheidsberoving beraamd en/of hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in een afgescheiden ruimte van of behorende bij Koffiehuis [koffiehuis], althans van een horecagelegenheid, onder bedreiging van een pistool, althans een (op een) schietwapen (gelijkend voorwerp) verhinderd dat die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (vrijelijk) die ruimte konden verlaten en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] aldaar vastgehouden en/of hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) instructies en/of aanwijzingen gegeven en/of informatie verstrekt met betrekking tot de wijze waarop die vrijheidsberoving (verder) kon en/of moest worden voorbereid of uitgevoerd;

[...]

11.2 Het beroep op noodweer

De verdediging heeft met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde een beroep gedaan op noodweer.
De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte uit betrouwbare bron had vernomen dat door de Turkse overheid een hitteam op hem was afgestuurd in een nieuwe poging om verdachte te liquideren. Vervolgens meldden zich op 18 februari 1998 twee personen bij [medeverdachte] met de vraag of ze verdachte konden spreken. Het bleek dat zij voldeden aan het signalement dat verdachte had ontvangen. Eén van beiden, [slachtoffer 5], bleek ook recent te zijn aangekomen in Nederland vanuit Turkije en in het bezit te zijn van een groen paspoort, te weten een paspoort waarop politieambtenaren uit Turkije recht hadden. [slachtoffer 5] had dienst gedaan bij de afdeling van de Turkse politie die is belast met de beveiliging van staatsfunctionarissen en buitenlandse consuls. Tijdens zijn verblijf in Nederland had [slachtoffer 5] verbleven bij de jeugdvereniging van de Grijze Wolven in Rotterdam.

Het hof verwerpt dat verweer. Uit hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht volgt niet dat er sprake is geweest van een ogenblikkelijke (dreigende) wederrechtelijke aanranding. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting hebben de beide mannen de verdachte niet ontmoet en wisten zij niet waar hij verbleef.

[...]

Bron: www.rechtspraak.nl