Racisme in Turkije: de case Hüseyin Nihal Atsiz


Umut Ezer

Inleiding
Na het uiteenvallen van het Osmaanse Rijk kwam met de revolutie van Mustafa Kemal Atatürk een seculiere Turkse nationale identiteit op. De rivaliserende identiteiten van islam, Osmanisme en Turkisme vielen uiteen, of dat leek toen zo te zijn, ten gunste van een vredelievend Turks nationalisme. Dit nationalisme beperkte zich tot de grenzen van de nieuwe republiek. Er werd sterk de nadruk gelegd op de oorsprong van de Turken en hun plaats in de geschiedenis, wat tot uitdrukking kwam met de oprichting van de Turkse Historische Vereniging (Türk Tarih Kurumu) en de Turkse Taalvereniging (Türk Dil Kurumu). (*1) Wetenschappelijke publicaties en conferenties op het gebied van turkologie namen snel toe. Alle burgers werden beschouwd als Turks.
Hüseyin Nihal Atsiz (1905-1975) bracht een andersoortig nationalisme tot uitdrukking: etnisch in plaats van burgerlijk, irredentistisch en racistisch in plaats van vredelievend. Dit is met name opvallend aangezien racisme een zeldzaam fenomeen is in Turkije, zelfs onder nationalistische denkers. (*2) Een reden voor deze situatie is de belangrijke rol van de islam in de Turkse nationale identiteit, ondanks het secularisme van de republikeinse regering. Dit vooronderstelt niet noodzakelijkerwijs religiositeit, maar betekent gewoonweg dat als een Turk zijn identiteit definieert etnisch Turks-zijn wordt aangevuld met islam. Voor veel Turken sluiten deze twee zaken elkaar niet uit, maar vullen ze elkaar aan. Zoals de eminente historicus Bernard Lewis betoogt, "Turken verankerden hun nationale identiteit in de islam zoals de Arabieren en de Perzen dat nooit hadden gedaan" (3) In deze geest werden alle moslims gezien als broeders in een sociale, niet noodzakelijkerwijs in een politieke, pan-islamitische betekenis, die racisme uitsloot. Het bestaan van zeer weinig niet-islamitische Turken, in tegenstelling tot de aanwezigheid van veel christelijke Arabieren, versterkte de identificatie van de Turken met de islam. Dit is de reden waarom Hüseyin Nihal Atsiz' ideologie velen vreemd aandeed, aangezien het verstoken was van de islam als een centraal component van de Turkse nationale identiteit. Hij werd evenzeer afgewezen door de meerderheid van het gewone volk als door de elite. Hij was succesvoller in het populariseren van de Turkse geschiedenis en de voorstellingswereld van de grijze wolf met zijn romans Bozkurtlarin Olumu (De dood van de Grijze Wolven, 1946) en Bozkurtlar Diriliyor (De wedergeboorte van de Grijze Wolven, 1949), die vol staan met Turks heroïsme en derhalve bijdroegen aan het gevoel van trots binnen de Turkse natie.

Nihal Atsiz
  Nihal Atsiz  
Controversieel
Hüseyin Nihal Atsiz was één van de controversieelste personen in de geschiedenis van het Turkse politieke denken. Hoewel hij zijn hele leven actief was in Turkse nationalistische kringen verkreeg hij noch materiële voordelen, noch verbeterden zijn carrièrekansen. Zijn betrokkenheid bij het Turks nationalisme vormde een belemmering bij het uitoefenen van zijn baan aan de Universiteit van Istanbul. Hij was daar postdoctoraal student. Atsiz bekritiseerde zonder aanzien des persoon - van intellectuelen tot politici - mensen waarvan hij van oordeel was dat zij negatieve opvattingen huldigden ten aanzien van nationale kwesties. Zijn publieke kritiek op de regerende functionarissen van Republikeinse Volkspartij (CHP) sloot voor hem iedere mogelijkheid uit om zijn wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit voort te zetten. Hij werd dientengevolge ontslagen op de universiteit en hij verdiende de kost met het uitgeven van tijdschriften en het doceren van literatuur aan verschillende middelbare scholen. Atsiz werd ten slotte aangesteld op de Suleymaniye Bibliotheek in Istanbul. Hij werkte daar als vakexpert. Het is dus duidelijk dat zijn opvattingen zijn leven bemoeilijkten. Atsiz kon de dromen over iedere ambitieuze baan die hij gehad zou mogen hebben vergeten. Daarbij is cruciaal dat hij geen berouw had. Hij bracht zijn opvattingen tot uitdrukking ongeacht de ernst van de consequenties ervan. Een analyse van zijn artikelen uit de jaren dertig tot de jaren zeventig laat zien dat zijn ideeën geheel niet veranderden. Vanaf zijn tijdschriften Atsiz Mecmua, via Orhun naar Ötüken zien we dezelfde Atsiz, met dezelfde eenvoudige schrijfstijl. (*4) Zijn vasthoudendheid aan het ideaal (mefkûre-ülkü) waarin hij geloofde en de daardoor veroorzaakte vervolging kunnen worden vergeleken met die van de islamist Necip Fazil Kisakürek en de links georiënteerde Nazim Hikmet. (*5) De crux van de kwestie is dat in republikeins Turkije iedere uiting van een gedachte of ideologie die buiten de officiële kemalistische ideologie valt, niet acceptabel is en daarom niet wordt getolereerd. De vervolging van de Turkisten in de jaren veertig werd voortgezet met vergelijkbare maatregelen als tegen de communisten. (*6) Het staatsapparaat trof het turanisme en socialisme met een verschillende intensiteit, maar beide vervolgingen waren onaanvaardbaar. Sevket Süreyya Aydemir, een intellectueel wiens persoonlijke, ideologische werdegang zich ontwikkelde van pan-Turkisme via communisme naar kemalisme, vatte de logica van de revolutie als volgt samen: "Revolutie betekent het gehoorzamen aan de wil van degenen die de revolutie ondersteunen door degenen die de revolutie niet steunen middels geweld en dwang". (7)
Atsiz was een denker, romancier, dichter, wetenschapper en ideoloog. (8) Hij had een aantal authentieke gedachten op het gebied van de Turkse geschiedenis, waaronder het idee over een monolithische Turkse natie en cultuur van de Balkan tot de Altay en het bestaan van één of twee Turkse staten in de geschiedenis, in tegenstelling tot de officiële theorie over zestien staten. Die werd getypeerd en vertekend door het waarnemen van geschiedenis vanuit het perspectief van de dynastieën. Hij was een goede romanschrijver, wiens boeken makkelijk te lezen zijn en die het heroïsme van de 'klassieke' Turken bevatten en een aantal generaties inspireerden met de voorstellingswereld van de grijze wolf. Zijn gedichten waren tevens geslaagd, wat terug gaat op het gebruik van simpel Turks. Romantiek valt waar te nemen in al zijn geschriften, hoewel hij weigerde om zichzelf als romanticus te zien.
Nihal Atsiz is een van de weinige Turkse denkers die openlijk voorstander was van racisme en turanisme. Hij moet los gezien worden van eerdere Turkse nationalisten als Ziya Gökalp en Yusuf Akçura. Atsiz is een product van de jaren dertig die waren gekleurd met racistische theorieën en een politieke sfeer die zich kenmerkte door expansionistische en irredentistische logica. Hij veranderde eenvoudigweg zijn opvattingen over ras, nationaliteit, religie en oorlog niet. Daarnaast verschilde hij ook van eerdere denkers in zijn opvattingen over religie. Terwijl hij niet openlijk het geloof bestreed en schreef dat zij belangrijke sociale functies heeft, toont een grondige studie van zijn artikelen zijn anti-religieuze neigingen. Voor Atsiz moet alles nationaal zijn: de taal, de literatuur, de muziek en de manier van leven. In dit opzicht is hij niet iemand die sterk gelooft in de republiek, omdat volgens hem Turkije in 1044 werd gevestigd met de oprichting van de staat van de Seldjoeken. Het politieke regime is aldus geen kwestie van belang voor hem. Wat ter zake doet is echter of een staat nationaal is of niet.

Voortdurende strijd
Nihal Atsiz werd geboren in Istanbul op 12 januari 1905. Zijn ouders waren afkomstig uit het Zwarte Zeegebied van Turkije. Hij bezocht de lagere en middelbare school in Istanbul. In 1922 werd hij toegelaten tot de Militaire Medische School. Hij streed tegen 'communisten' in de school en was betrokken bij veel incidenten. (9) Hij werd van school gestuurd in 1925 omdat hij niet voor een Arabische officier had gesalueerd. In zijn memoires geeft hij echter toe dat bepaalde andere factoren ook een rol speelden bij zijn verwijdering van school, zoals een opstandige houding jegens zijn superieuren en relaties met vrouwen. (10)

  Atsiz Mecmua  
Controversieel
Atsiz werkte, om in zijn levensonderhoud te voorzien, op de Babatas Middelbare School als docent en publiceerde vervolgens een artikel in het tijdschrift Türkiyat. Dit artikel trok de aandacht van de eminente professor geschiedenis Fuat Köprülü. Atsiz schreef zich op aanmoediging van Köprülü in bij de faculteit der letteren, waarvan hij in 1930 afstudeerde. In hetzelfde jaar werd hij medewerker bij Köprülü. In 1931 publiceerde hij zijn eerste blad, Atsiz Mecmua, dat bleef uitkomen tot 1932. Zijn eerste botsing met de autoriteiten was in verband met een intellectuele twist. (11)

Aanval op de Turkse Historische These
Het eerste Turkse Historische Congres kwam op 2 juli 1932 bijeen. Tijdens dit congres werd het Turks-zijn van Anatolië 'bewezen' en werd gesteld dat Turken tot het witte ras behoorden. Centraal Azië was de bron van alle beschavingen en de Anatolische beschaving was afkomstig van de immigranten die uit Centraal Azië kwamen. (12)
In een van de zittingen bekritiseerde Resit Galib, een lid van de heersende elite in Turkije, professor Zeki Velidi Togan door te zeggen dat hij zeer blij was dat hij geen student was van Togan. Als antwoord stuurde Atsiz een telegram naar Galib dat op het volgende neerkwam: "We zijn er trots op om Zeki Velidi's studenten te zijn". (13)
Professor Togan was eigenlijk kritisch ten aanzien van de stelling en het boek Turk Tarihinin Ana Hatlari (De voornaamste tendensen in de Turkse geschiedenis) geschreven door Afet Inan, Yusuf Akçura, Resit Galib en Sadri Maksudi Arsal. Met de laatste leefde hij voortdurend in onenigheid vanaf hun tijd in Rusland. (14) Het conflict tussen Togan en Arsal in die dagen kwam voort uit Togans steun voor territoriale autonomie voor de Turken in Rusland, terwijl Arsal nationaal-culturele autonomie voorstond. (15)
Togan bekritiseerde de stelling omdat erin toevlucht werd genomen tot het veranderen van de geschiedenis middels onjuiste veronderstellingen. De Turkse geschiedenis had dergelijke falsificaties niet nodig. Hij stelde dat de Turkse geschiedenis diende te worden geanalyseerd als een ondeelbaar geheel. (16) Op dit punt was Atsiz beïnvloed door Togan, die de Turkse geschiedenis ook een holistisch karakter vond hebben. Tijdens het congres steunde professor Fuat Köprülü Togan nogal met tegenzin, maar hij hamerde niet sterk op zijn eigen opvattingen. (17) Ten gevolge van al deze problemen nam Togan ontslag bij de Universiteit van Istanbul. (18)
In de nasleep van het Historische Congres gebeurde er iets vervelends voor Atsiz. In september 1932 werd Resit Galib namelijk minister van onderwijs en in 1933 stelde hij Atsiz bij wijze van straf aan op een middelbare school in het oosten van Turkije (Malatya). In hetzelfde jaar werd hij overgeplaatst naar Edirne in West-Turkije, waar hij Orhun uitbracht. Van 1934 tot 1944 was hij docent literatuur op de Yuce Ulku en Bogazici middelbare scholen in Istanbul. (19) In 1944 werd hij beschuldigd van turanisme en werd hij gearresteerd, wat de intolerantie van de staat jegens rivaliserende ideologieën toonde.

Turanisme in Turkije
In de gedichten van Gökalp kwam turanisme tot uitdrukking als de eenheid van alle Turken:

Het land van de vijand zal worden vernietigd
Turkije zal zich verenigen tot Turan
(20)

of specifieker:

Het vaderland is noch Turkije noch Turkestan
Het vaderland is een groot en eeuwig land: Turan
(21)

Turanisme of pan-Turkisme werd het 'buitenland-beleid' van het Turkisme (lees Turks nationalisme) waarmee werd nagestreefd om alle Turken op de wereld te verenigen. Het Turkse nationale bewustzijn kon worden gedateerd met de Orhun-inscripties uit de zesde en de zevende eeuw, het woordenboek Divanu Lugatit Türk en het Turks tot officiële taal van de staat maken door Karamanoglu Mehmet Bey. (22) Later, in de vijftiende eeuw, onder de heerschappij van Murad II, werd de Osmaanse dynastie verbonden met de legendarische Oguz Khan, een link die de vereenzelviging van de dynastie toont met het Turkse verleden. (23) We kunnen dus betogen dat er door hele Turkse geschiedenis heen een latent Turks-zijn aanwezig was. Het nationalisme, zoals dat in een modern debat wordt begrepen, begon echter in de negentiende eeuw met oriëntalistisch werk met betrekking tot de geschiedenis van de Turken en later met vergelijkbare werken van Turkse wetenschappers. De migratie van Russische Turken naar het rijk alsook de politieke omstandigheden die islamisme en Osmanisme in diskrediet brachten, stimuleerden de opkomst van het Turkse nationalisme. (24)

  kaft Atsiz  
Atsiz, hoewel hij zich wijdde aan een Turks-nationalistisch discours en beïnvloed was door de oudere schrijvers, was een denker met een eigen, bijzondere aard, en hij verschilde van mening met hen over een aantal kwesties. Hij deelde, wat van groot belang is, met Gökalp, Akçura en Agaoglu, de gedachte over de kracht van het nationale ideaal (mefkûre) zodat de natie kan bestaan en belangrijke zaken kan bereiken, maar hij verschilde van hen door zijn racisme. Van de eerdere schrijvers was niemand openlijk racistisch. Desondanks valt er een direct verband waar te nemen tussen Gökalp en Atsiz. Na de dood van Gökalp in 1924 en de sluiting van de Turkse Haarden (Türk Ocaklari) in 1931 was Atsiz de leider van het Turkisme geworden. (25) Atsiz deelde tevens Zeki Velidi Togans opvatting dat de Turkse geschiedenis bezien moest worden als een onafgebroken geheel van Centraal Azië tot Anatolië. (26)
Atsiz was een product van de jaren dertig en veertig. Gedurende deze jaren waren democratieën op internationaal niveau in diskrediet gebracht, en racisme, zoals dat zich manifesteerde in haar Duitse variant, alsook autoritaire systemen wonnen terrein. In het binnenland waren er talloze publicaties die neigden naar racisme/turanisme. Naast de tijdschriften van Atsiz waren er Reha Oguz Türkkan's Ergenekon en Bozkurt en ook andere als Geçit, Birlik, Çaglayan, Tanridag (onder redactie van dr. Riza Nur), Gökbörü en Çinaralti. (27) De activiteiten van Atsiz moeten dus worden bezien onder deze buiten- en binnenlandse ontwikkelingen.
Tijdens de eerste twintig jaar van de republiek viel het pan-Turkisme niet erg op, er was echter eerder sprake van een latent turanisme. Pas in 1944 was er een botsing tussen de Turkisten en de regering. Het is moeilijk om vast te stellen of dit kwam doordat de nationalisten zelfverzekerder waren geworden of dat de regering wilde laten zien dat er slechts één legitieme en toegelaten ideologie was.

Het 'racisme-turanisme incident' in 1944
Nihal Atsiz' openlijke uitdaging gericht aan de 'communisten' in het staatsapparaat leidde tot de onderdrukking van nationalistische persoonlijkheden. In feite werden de turanisten er van beschuldigd contacten te onderhouden met het nazi-regime in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. (28) Atsiz publiceerde twee open brieven gericht aan premier Sükrü Saracoglu in Orhun gedateerd 1 maart 1944 en 1 april 1944. In deze brieven bekritiseerde Atsiz communisten als Pertev Naili Boratav en Sabahattin Ali, die werkzaam waren in onderwijsinstellingen en die hij persoonlijk kende. Het belangrijkste in de brieven was dat de minister van onderwijs Hasan Ali Yücel ervan werd beschuldigd dat hij zich met deze personen inliet. Hij werd verzocht om af te treden. Sabahattin Ali bracht Atsiz voor de rechtbank met de aanklacht dat Atsiz hem had beledigd. Op 3 mei 1944 (deze dag werd later ieder jaar door nationalisten gevierd als Dag van het Turkisme) demonstreerden studenten van de universiteit voor de rechtbank ten gunste van Atsiz. (*29) Later ontwikkelde de zaak zich tot een aanval op nationalisten, die leidde tot de arrestatie van onder andere Zeki Velidi Togan, Reha Oguz Türkkan, Fethi Tevetoglu, Hikmet Tanyu en Alparslan Türkes (de dan toekomstige oprichter en leider van Partij van de Nationalistische Actie MHP) (*30). Zij werden beschuldigd van het voorbereiden van een coup tegen de regering. Zij werden gemarteld in de beruchte Sansaryan Han. Op 19 mei 1944 veroordeelde president Ismet Inönü in zijn speech tijdens Dag van de Jeugd het turanisme. Het turanisme zou de relaties van Turkije met haar buren in gevaar brengen, hetgeen in het belang zou zijn van Duitsland. (31) Op 29 maart 1945 werd Togan veroordeeld tot tien jaar en Atsiz tot zes jaar gevangenisstraf. Op 31 maart 1947, na een verblijf van zeseneenhalf jaar in de gevangenis, werden alle aangeklaagden vrijgesproken daar het Militaire Hof van Beroep de uitspraak vernietigde. (32) Tijdens de zittingen van de rechtbank was Atsiz door de openbare aanklager ervan beschuldigd van Griekse afkomst te zijn, een aanklacht die Atsiz ontkende. (33) Later werd door velen gesteld dat dit vonnis politiek smeergeld was voor de Russen, die toen enige tijd terug de Duitsers hadden verslagen. (34)
Atsiz en de andere aangeklaagden werden door de politici en de journalisten bekritiseerd omdat zij turanisme zagen als avonturisme in het buitenland en racisme als een opvatting die het land intern zou verdelen. Desondanks zeiden velen van hen, waaronder Sükrü Saracoglu, Fatih Rifki Atay, Hüseyin Cahid Yalçin, dat ze Turkisten waren; niettemin waren ze tegen racisme. Zelfs de conservatieve romanschrijver Peyami Safa vereenzelvigde zich niet met Atsiz. (*35) Bovendien werd het kemalisme bepleit als de enige legitieme ideologie, terwijl extreem links en extreem rechts als gevaarlijke ideologieën werden gezien. (36) In feite toonde het ontslag in 1947 van Pertev Naili Boratav, Behice Boran en Niyazi Berkes van respectievelijk de faculteiten van taal, geschiedenis en aardrijkskunde vanwege de beschuldiging dat zij communisten zouden zijn (37), de intolerantie van het regime ten opzichte van links en rechts. De racisme-turanisme rechtszaak in 1944 en de beslissing in 1947 met betrekking tot de linkse professoren moet bijgevolg gezien worden in het perspectief van hetzelfde beleid van de staat. De aanval op rechts was desalniettemin veel harder dan die op links.
Atsiz had geen baan tussen 1947 en 1949. In 1949 begon hij te werken als een vakexpert in de Suleymaniye Bibliotheek. In 1969 nam hij ontslag. In een artikel van Atsiz in Ötüken beschuldigde hij bepaalde parlementariërs ervan pro-Koerdisch te zijn, wat tot een andere rechtszaak tegen hem leidde. Hij werd gearresteerd in 1973 vanwege het beledigen van de betroffen personen. President Fahri Korutürk verleende hem echter later gratie. (38) Atsiz stierf in 1975.

Turkse wereld
Eenheid in taal, in opvoeding
De idealistische jongeren
  sticker  
De gebeurtenissen in de jaren veertig lieten zien dat iedere afwijking van de officiële ideologie niet werd getolereerd in Turkije. Atsiz leed zijn hele leven onder de gevolgen van zijn publicaties, waarin hij zij opvattingen uiteenzette. Hüseyin Nihal Atsiz leefde als een man van de ideologie, zonder bang te zijn om zijn controversiële gedachten te articuleren. Zijn racisme in een islamitisch milieu - ondanks de secularisatie van het land - sprak de massa's niet aan. Turanisme werd aan de andere kant echter door de staatsbureaucratie gezien als een gevaarlijk denkbeeld dat de Sovjets zou provoceren. Zodoende kregen zijn ideeën weinig steun, noch van de massa noch van de politici. De acceptabele vorm van nationalisme was een Turks nationalisme dat binnen de grenzen bleef van Turkije. Het was de MHP van Türkes die tot op zekere hoogte de opvattingen van Atsiz op politiek niveau tot uitdrukking bracht. (*39) Deze partij had niet de meerderheid van de stemmen, maar was wel een kracht om rekening mee te houden in de Turkse staat.
Het pan-Turkisme had aan het eind van de eeuw veel van haar agressiviteit verloren. In haar plaats is de opkomende culturele en economische samenwerking binnen de Turkse wereld populair geworden. Aldus mag worden gesteld dat Atsiz (deels, red.) gerehabiliteerd is op politiek-ideologisch vlak, aangezien zelfs linkse partijen de versteviging van de relaties met de Turkse landen steunen.

Het militarisme van Atsiz

Voor Atsiz gaat het bij het leger om de wetenschap van de confrontatie. Om te kunnen leven moet men vechten; vechtkunst leidt dus tot het recht om te leven, de enige echte wetenschap. Turkisme ondersteunt de schepping van een gedisciplineerde natie, wat despotisme en extreme vrijheidsgezindheid uitsluit. De traditionele en hedendaagse vijanden van Turkije zijn de Russen, het communisme, de vrijmetselarij en het zionisme. Om deze vijanden het hoofd te bieden moeten de Turkisten zich inschrijven voor de militaire scholen en de School voor Politieke Wetenschappen (Mulkiye), die de toekomstige bureaucraten opleidt. (40)
In zijn voorstel voor de hervorming van het middelbaar onderwijs, staat Atsiz de introductie voor van zowel theoretisch als praktisch militair onderwijs. Nationale sporten als worstelen zouden op school moeten worden onderwezen. (41) Een van Atsiz' leuzen was 'Alle Turken zijn een leger'. (42) Hij geloofde tevens dat de nationale economie, waaronder de nationale landbouw, essentieel was om het leger te voeden. (43)

Noten:
*1: Zie: Erik Jan Zürcher, Een geschiedenis van het moderne Turkije, SUN, 1995, pp. 233-235. Noten met een * zijn overigens toegevoegd door de Onderzoeksgroep.
*2: Wij delen Uzer's opvatting als zou racisme in Turkije maar op beperkte schaal voorkomen niet. Zie voor een andere visie: Yücel Yesilgöz, Double standard: the Turkish state and racist violence, uit: Racist violence in Europe, Tore Björgo en Rob Witte (red.), St. Martins's Press, 1993, pp. 179-193.
3: Bernard Lewis, The Middle East: 2000 Years of History from the Rise of Christianity to the Present Day, Weidenfeld, 1995.
*4: Zie voor meer informatie over de tijdschriften van Atsiz en andere pan-Turkistische tijdschriften: Charles Warren Hostler, De jeugd en de pan-Turkistische massa-propaganda in Turkije, Alert!, nummer 1, jaargang 8, maart/april 2004 (op internet: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/artikel/artikel97.html).
*5: Zie voor Kisakürek: Margreet Dorleijn, Hanneke van der Heijden, Poëet achter Turks terrorisme, De Groene Amsterdammer, 13 december 2003. Zie voor Hikmet: Mehmet Emin Yildirim, Inleiding, in: Nazim Hikmet, De mooiste van Hikmet, Lannoo/Atlas, 2003, pp. 5-20 .
*6: zie: De Dag van het Turkisme, http://www.xs4all.nl/~afa/comite/boek/h11.html.
7: Sevket Sureyya Aydemir, Inkilap ve Kadro (De revolutie en het kader), Remzi, 1990.
8: Hikmet Tanyu over Atsiz in: Refet Koruklu and Cengiz Yavan, Turkculerin Kaleminden Atsiz (Atsiz bezien vanuit het perspectief van de Turkisten), Turk Dunyasi Arastirma Vakfi, 2000. 9: Mustafa Ozden, 'Olumunun 21. Yildonumunde Kusaklara Oncu olmus Buyuk Onder: H. Nihal Atsiz' ('De grote leider Atsiz, die een gids is geweest voor generaties, op het 21e jaar van zijn dood), Turk Dunyasi Tarih Dergisi, jaargang 21, nummer 121, 1997, p. 46.
10: Hüseyin Nihal Atsiz, Canakkale'ye Yuruyus. Turkculuge Karsi Hacli Seferleri (Mars naar Canakkale: Nieuwe kruistochten naar het Turkisme), Irfan, 1997, p. 232. Voor een andere interpretatie van zijn ontslag, zie Sakin Oner, Nihal Atsiz, Toker, 1988, p. 10.
11: Atsiz'dan Adile Ayda'ya Mektuplar (Brieven van Atsiz aan Adile Ayda), geen uitgever, 1988, p. 12.
12: Nadir Ozbek, 'Zeki Velidi Togan ve Turk Tarih Tezi' ('Zeki Velidi Togan en de Turkse Historische These'), Toplumsal Tarih, jaargang 8, nummer 45, 1997, p. 21.
13: Atsiz, Turkculuge Karsi, op. cit., p. 72.
14: Turgut Akpinar, 'Sadri Maksudi Arsal', Tarih ve Toplum, jaargang 27, nummer 162, 1997, p. 57.
15: Ozbek, 'Zeki Velidi Togan', op. cit., p. 21.
16: Ibidim, pp. 22-23.
17: Ibidim.
18: Jacob Landau, Pan-Turkism: From Irredentism to Cooperation, Indiana University Press, 1995, p. 95. Toevoeging Onderzoeksgroep: Zie voor meer informatie over Togan: Friedrich Bergdolt, Der geistige Hintergrund des türkischen Historikers Ahmed Zeki Velidi Togan, nach seinen Memoiren, Klaus Schwarz Verlag, 1981.
19: Atsiz'dan Adile Ayda'ya Mektuplar, op. cit., p. 13.
20: Ziya Gökalp, Kizil Elma (De rode appel), Toker, 1995, p. 108.
21: Ziya Gökalp, Turklesmek, Islamlasmak, Muasirlasmak (Turkificering, islamisering en modernisering, Toker, 1988, p. 63.
22: Ali Engin Oba, Turk Milliyetciliginin Dogusu (De geboorte van het Turkse nationalisme), Imge, 1994, pp. 13-15.
23: David Kushner, The Rise of Turkish Nationalism 1876-1908, Cass, 1977, p. 2; and Lewis, The Middle East, op. cit., pp. 108-109.
24: Ziya Gökalp, Turkculugun Esaslari (The Principles of Turkism, Brill, 1968), Inkilap, 1994, pp. 4-11.
25: Atsiz'dan Adile Ayda'ya Mektuplar, op. cit., p. 5.
26: Ozbek, 'Zeki Velidi Togan', op. cit., p. 25.
27: Landau, Pan-Turkism, op. cit., pp. 88-92.
28: Jacob Landau, Jews, Arabs, Turks. Selected Essays, Magnes Press, 1993, p. 180.
*29) zie: De Dag van het Turkisme, http://www.xs4all.nl/~afa/comite/boek/h11.html. En zie voor een actueel voorbeeld van de aandacht van Turkse extreem-nationalisten het korte artikel '3 Mayis Türkçüler Bayrami kutlu olsun' www.turkfederasyon.nl/modules.php?name=News&file=article&sid=33 op de nieuwe website van de Turkse Federatie Nederland.
*30): Voor een volledige lijst van alle arrestanten zie: Günay Göksu Özdogan, The Case of racism-turanism, Turkism during single-party period, 1931-1944, A radical variant of turkish nationalism, Bogaziçi University, 1990, p. 415. Op internet: http://www.xs4all.nl/~afa/comite/boek/h11.html.
31: Irkcilik-Turancilik (Racisme-Turanisme), Milli Egitim Basimevi, 1944, pp. 6-8.
32: Mustafa Ozden, 'Atsiz ve 1944 Irkcilik-Turancilik Olayi' ('Atsiz en het 1944 Racisme-Turanisme Incident'), Turk Dunyasi Tarih Dergisi, jaargang 21, nummer 122, 1997, pp. 22-23.
33: Ugur Mumcu, 40'larin Cadi Kazani (De heksenketel van de jaren veertig), Tekin, 1992, p. 82.
34: Ozden, 'Atsiz ve 1944', 1997, op. cit., p. 47.
*35: Peyami Safa (Server Bedi, 1899-1961), schrijver en journalist, behoorde overigens ook tot de personen die naar aanleiding van het 'racisme-turanisme incident' in 1944 werden gearresteerd, hij werd trouwens niet berecht. Safa schreef in 1948 voor het pan-Turkistische blad Çinaralti. In de jaren zestig was Safa een vooraanstaand lid van een anti-communistische organisatie.
36: Irkcilik-Turancilik, op. cit., pp. 36-38.
37: Mumcu, 40'larin Cadi, op. cit., p. 99.
38: Atsiz'dan Adile Ayda'ya Mektuplar, op. cit., p. 15.
*39: Türkes en Atsiz kenden elkaar vanaf de tijd dat de eerste op de middelbare school zat en waren beiden betrokken bij het 'racisme-turanisme incident' in 1944. In de beginperiode van MHP kwam het echter tot een breuk tussen Atsiz en Türkes. Volgens Türkes zou Atsiz zich erop beroemen dat hij het eigenlijk was die de MHP leidde. Deze claim werd door Türkes afgewezen. Daarnaast schreef Atsiz in 1971 een aantal artikelen waarin hij zijn racistische theorieën nog eens uit de doeken deed en waarin hij tevens de islam bekritiseerde. Volgens Atsiz was de islam inferieur ten opzichte van het sjamanisme. Türkes, bezorgd over het imago van zijn partij, voelde zich genoodzaakt om zich, middels een aantal brieven, van Atsiz' opvattingen te distantiëren. De breuk tussen beiden zou zich later nog verdiepen. Zo was Türkes in 1975 zelfs niet op de begrafenis van Atsiz. (bron: Jacob M. Landau, Atsiz and Türkes: A Note on The History of Pan-Turkism in Turkey, The International Journal of Turkish Studies, jaargang 26, nummer 1, 2002).
40: Atsiz, Turk Ulkusu (Het Turkse ideaal), pp. 103-104, 106-107.
41: Atsiz, Makaleler III (Artikelen III), Irfan, 1992, pp. 189-190.
42: Ibidim, p. 253. 'Butun Turkler bir Ordu'.
43: Ibidim, p. 261.

Dit artikel is een vertaling en bewerking van: Umut Uzer, Racism in Turkey: The Case of Huseyin Nihal Atsiz, Journal of Muslim Minority Affairs, jaargang 22, nummer 1, 2002. Een ingekorte versie van deze vertaling is verschenen in Alert!, nummer 3, september/oktober 2004.

Vertaling en bewerking: Onderzoeksgroep Turks extreem-rechts

Meer lezen over Atsiz:
Hostler, Charles Warren, Turkism and the Soviets, The Turks of the World and Their Political Objectives, George Allen & Unwin, 1957

Landau, Jacob M., Atsiz and Türkes: A Note on The History of Pan-Turkism in Turkey, The International Journal of Turkish Studies, jaargang 26, nummer 1, 2002

Landau, Jacob M., Pan-turkism, From irredentism to cooperation, Hurst & Company, 1981

Landau, Jacob M., Radical Politics in Turkey, Brill, 1974

Landau, Jacob. M., Ultra-nationalist literature in the turkish republic: a note on the novels of Hüseyin Nihâl Atsiz, Middle Eastern Studies, jaargang 39, nummer 2, april 2003

Özdogan, Günay Göksu, The Case of racism-turanism, Turkism during single-party period, 1931-1944, A radical variant of turkish nationalism, Bogaziçi University, 1990