Revisionistische rector aan Islamitische Universiteit Rotterdam


Sinds enige tijd kent Nederland weer een nieuwe exponent van de Turkse lobby. De rector van de Islamitische Universiteit van Rotterdam (IUR), Ahmet Akgündüz, profileert zich in ieder geval sinds eind 2003 publiekelijk als belangenbehartiger van de Turkse staat. Daarbij gaat hij dubieuze contacten niet uit de weg. In december 2003 gaf Akgündüz namelijk een lezing over de Armeense genocide bij een Rotterdamse organisatie die is aangesloten bij de extreem-nationalistische Turkse Federatie Nederland (TFN). Het artikel over deze bijeenkomst in het Turkse dagblad Türkiye is tamelijk slordig, dit zorgt er mede voor dat onduidelijk blijft of de bijeenkomst plaatsvond bij Versam of Versaar (in de tekst is sprake van Versaam). (1) Akgündüz ging zich tijdens zijn voordracht te buiten aan revisionistische opvattingen over de begin vorige eeuw in het Osmaanse Rijk gepleegde Armeense genocide. Volgens hem heeft er "in geen enkel islamitisch land ter wereld een genocide plaats gevonden. Onze voorvaderen hebben nooit voor iets dergelijks toestemming gegeven. De Armeniërs zijn alleen gedwongen te migreren." In dat kader merkt hij verder nog op: "in de islam is sprake van gedwongen migratie omwille van de veiligheid van de staat en van die mensen. Daarom heeft de Turkse staat ondanks het verraad van de Armeniërs al hun waardevolle spullen en onroerend goed voor de hoogste prijs aangekocht en het geld dat ze ervoor kreeg aan hen overgedragen." Tevens stelt Akgündüz dat er geen twee miljoen Armeniërs zijn omgebracht en dat er veeleer sprake is van een bijna Turkse genocide gepleegd door Armeniërs (sic!). Na de lezing liet de rector zich door de TFN fèteren en nam hij verschillende geschenken van de federatie in ontvangst.

Akgündüz (links) neemt een presentje in ontvangst tijdens de lezing
  Ahmet Akgunduz  
Centraal in Akgündüz betoog staat de stelling dat de deportatie van de Armeniërs noodzakelijk was voor de veiligheid van de staat en de Armeniërs. Het wekt dan op zijn zachtst gezegd bevreemding dat ook talloze Armeniërs, die buiten de oorlogsgebieden leefden, werden gedeporteerd. Daarnaast lijkt de bestemming van de Armeniërs - de woestijn - op gespannen voet te staan met de zorg om hun veiligheid. Veiligheid had dan ook niet de aandacht van de toenmalige Turkse machthebbers, de leden van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang (IT). Zij stonden namelijk het behoud van het grondgebied van het Osmaanse Rijk voor en zagen de Armeniërs daarin als een onzekere factor. Ze wilden daarom van hen af. Deze vaststelling van de IT leidde tot het uitmoorden van circa 600.000 tot 800.000 Armeniërs. Verschillende processtukken van het Osmaanse tribunaal dat de vervolging van de Armeniërs onderzocht, wijzen er op dat deze uitroeiing planmatig werd doorgevoerd. (2)

Na de lezing in Rotterdam verstuurde het IUR in mei 2004 een tweetalig persbericht rond via e-mail dat tevens de Armeense genocide tot onderwerp heeft. Het persbericht, dat is ondertekend door Akgündüz, behandelt de rechtmatigheid van de deportatie van de Armeniërs bezien vanuit het toentertijd geldende islamitische recht en de historische omstandigheden die tot deze deportatie leidden. Hij gaat hierbij uit van het weinig wetenschappelijke uitgangspunt "Hoe kunnen we een antwoord geven op de beweringen van Armeense en westerse schrijvers met betrekking tot dit onderwerp". Akgündüz komt in dit persbericht wederom tot de conclusie dat er geen sprake was van een massamoord op Armeniërs (zo was dit bijvoorbeeld verboden) en stelt dat er eerder sprake was van een Turkse massamoord. Hij noemt een miljoen Turkse slachtoffers van Armeens geweld. Daarnaast geeft hij aan dat met de openstelling van de Osmaanse archieven de Turkse Republiek het juiste antwoord heeft gegeven op de beschuldigingen. Men kan dan immers zelf verifiëren of er documenten bestaan die dit al dan niet aantonen. Volgens Akgündüz is dit uiteraard niet het geval. Interessant in deze context is dat de Turkoloog Zürcher stelt dat "omdat de archieven van zowel het IT als de Teskilat verdwenen zijn, het moeilijk [is] tot definitieve conclusies te komen." (3)
Dat Akgündüz bij een lidorganisatie van TFN aanschuift, mag een verrassing lijken, maar is dat zeker niet. De afgelopen jaren heeft hij frequent zijn gezicht laten zien bij activiteiten van organisaties die behoren tot het Turkse extreem-nationalistische spectrum. (4) In verslagen in kranten of in aankondigingen van deze organisaties wordt hij steevast gepresenteerd als een functionaris van de IUR. Het is dus onwaarschijnlijk dat hij puur op persoonlijke titel dergelijke bijeenkomsten bezocht.
Eén van de door hem bezochte bijeenkomsten leidde in 2003 nog tot commotie in de (Amsterdamse) pers en het onder druk verplaatsen van de bijeenkomst naar een andere locatie. De Stichting Turkse Islamitische Hulpverlening en Solidariteit (TIHS) organiseerde in juni van dat jaar deze 'culturele' bijeenkomst. De meest vooraanstaande gast was de voorzitter van de Turkse Grote Eenheids Partij (BBP), Muhsin Yazicioglu. De BBP splitste zich in 1992 af van de extreem-nationalistische Partij van de Nationalistische Actie (MHP). Yazicioglu is de onbetwiste leider van deze Turkse islamitische Grijze Wolven. Wij kennen hem van de uitspraak dat "We vast overtuigd [zijn] van de theorie van een superieur ras... Het Turkzijn is een onontbeerlijk goed dat bestaat uit religie en ras. Het Turkse ras is edeler dan alle andere." (5) Voor zover Akgündüz' verlichte opvattingen. De publiciteit vooraf in het Parool was voor Akgündüz geen aanleiding om verstek te laten gaan. Daarmee bevestigde hij zijn affiniteit met het gedachtegoed van de BBP-wolven.
De betrokkenheid van de IUR bij extreem-nationalistische organisaties blijft overigens niet beperkt tot de contacten van Akgündüz, maar is zover wij kunnen inschatten mogelijk op beperkte schaal van meer organisatorische aard. Op de website van de IUR treffen we namelijk een Turkstalig bericht aan over een bezoek in 2002 van een culturele delegatie van de NAF aan deze universiteit. (6) De delegatie sprak over Turkse leerkrachten in Europa en de dienstverlening aan het Europese "Turkendom". In dat kader rijkte zij ook enkele prijzen uit, waaronder één aan Akgündüz.
In de publicatie The Islamic University of Rotterdam into the Third Millenium uit 2002 van de IUR wordt de doelstelling van de universiteit geformuleerd. (7) In algemene termen behelst die het leveren van een bijdrage aan de Nederlandse multiculturele samenleving. Daaronder valt onder andere specifieker "to work for the achievement of harmony, dialogue and balance in life, production and reproduction of knowledge within an Islamic paradigm". We kunnen ons afvragen of een rector, die ook al in 2000 in opspraak kwam doordat hij het slaan van moslimvrouwen door hun echtgenoten in bepaalde omstandigheden billijkte, en zich associeert met organisaties die bekend staan om hun intolerantie tegen minderheden (in Turkije) en mensen met andere geloofsopvattingen (bijvoorbeeld joden, christenen en alevieten), de aangewezen persoon is om bij de IUR zorg te dragen voor het vervullen van het mission-statement van deze universiteit.

Noten:
1): Osman Duman, 'Müslümanlar hiçbir zaman soykirim yapmanmislardir', Türkiye, 24 december 2003. Voor een volledige vertaling van het stuk uit de Türkiye zie: 'Moslims hebben nooit genocide gepleegd'
2): Erik J. Zürcher, Een geschiedenis van het moderne Turkije, Sun, 1995, pp. 139-141.
3): ibidem, p. 141. De Teskilat, voluit Teskilati Mahsusa (Speciale Organisatie), was een kleine geheime organisatie binnen de IT, opgezet door de het centraal comité van deze organisatie.
4): Akgündüz was aanwezig of aangekondigd bij de volgende bijeenkomsten: april 2001, aanwezig bij een bijeenkomst van de Nizam-i Alem Federatie (NAF) in Amsterdam, waar onder andere aanwezig BBP-voorzitter Yazicioglu, Avrupa Türk Islam Birligi (ATIB) voorzitter Abullah Güven en NAF-voorzitter Orhan Kavuncu; 12 mei 2001, aangekondigd als gast bij het dertiende congres van de ATIB, andere aangekondigde gasten: Yazicioglu (BBP), Musa Serdar Çelebi (ATIB) en Kavuncu (ANF); mei 2003, aanwezig bij het veertiende congres van de ATIB, andere gasten: Çelebi (ATIB), Kavuncu (NAF) en ATIB-voorzitter Fikret Ekin; en juni 2003 aanwezig bij de TIHS-bijeenkomst in Amsterdam, andere gasten: NAF-voorzitter Recep Yildirim, Alperen Haarden voorzitter Ibrahim Yilman en de BBP-voorzitter Yazicioglu. Overigens ontving Akgündüz in 2002 een prijs van de ATIB vanwege zijn activiteiten op het gebied van onderwijs. De ATIB, BBP, NAF en TIHS zijn allen organisaties die kunnen worden aangemerkt als afsplitsingen van de idealistische beweging rond de Partij van de Nationalistische Actie (MHP). Ze zijn meer op de islam georiënteerd als de laatst genoemde beweging en behoren tot het Turks extreem-nationalisme. Voor meer informatie over deze organisaties zie: Ursula Spuler-Stegemann, Muslime in Deutschland, Informationen und Klärungen, Herder, 2002, pp. 94-96 en 116-119.
5): Hugh Poulton, Top Hat, Grey Wolf and Crescent, New York University Press, 1997, p. 153.
6): www.islamicuniversity.nl/home/home.php?lang=turkce&part=8&section=4#4 Mayıs, afgelezen op 31 oktober 2004.
7): IUR (red.), The Islamic University of Rotterdam into the Third Millenium, 2002, p. 18.