Bijlage:
Arka Sokak (2004)
Turken, Koerden
Met menselijkheid is dit in geen geval te rijmen,
voor wie versterking van buitenaf krijgt is de naam hond nog te goed.
Ze legden een hinderlaag en schoten onze soldaten neer,
moordenaars als jullie wordt ooit om verantwoording gevraagd.
Wij, het Turkse volk, laten ons nergens door afschrikken,
voor moordenaars als jullie zijn we nooit ofte nimmer bevreesd.
Sultan Mehmet de Veroveraar heeft ons [dit] in bewaring gegeven,
dank aan ons leger en het nobele volk.
[...]
Weet je hoe het afloopt met een uitzinnige hond,
die worden een voor een gepakt en krijgen een kogel door hun kop.
Onze soldaten zullen jullie toch wel uitroeien,
het Turkse volk heeft een bloedhekel aan jullie.
Turken, Koerden, we zijn allemaal broeders,
we moeten ons niet laten gebruiken door schoften.
Turken, Koerden, we zijn allemaal broeders,
we moeten ons niet laten gebruiken door moordenaars.
[...]
De eenheid van het Turkse volk valt nooit te verbreken,
terroristen kunnen onder ons niet gedijen.
Mogen jullie ouders jullie weigeren als hun kind,
moge het Turkse volk korte metten met jullie maken.
[...]
Dat het ooit gedaan zou zijn met barbaarse daden en domheid was een leugen.
Wie de Koerden opzette tegen de Turken was een vijand.
Wie Turks en Koerdisch vanaf zijn geboorte kende
was een geheim agent van buitenlandse herkomst.
Oorspronkelijke titel:
Türk Kürt. Vertaling uit het Turks van het eerste, tweede, vierde, vijfde, negende en vijftiende couplet.