logo onderzoeksgroep

Actueel
Publicaties
Artikelen
Antisemitisme
Links
Contact
Zoeken

antifa-vakblad Alert!

Beroering over Armeense genocide in Nederland

Print versie

In Nederland is grote beroering ontstaan over de Armeense genocide; alle fases van ontkenning van deze volkerenmoord uit 1915 passeerden in verschillende vormen de revue. Pakweg 3 varianten zijn te onderscheiden; de eenvoudigste is dat er eenvoudigweg geen genocide op ArmeniŽrs heeft plaatsgevonden. De tweede variant is een gedeeltelijke erkenning van de gebeurtenissen, gekoppeld aan een vergaande betwijfeling van de ernst van het gebeurde en van historische bronnen. Bij de derde variant wordt bewust een vervaging bewerkstelligd tussen daders en slachtoffers, of daders worden slachtoffers en vice versa. Een reconstructie van de ophef.

Het begon eigenlijk met een brief van de Armeense organisatie FAON aan het CDA op 8 september. Hierin werd de voorzitter van het CDA gevraagd om duidelijkheid te verschaffen aan haar leden en kiezers over de kandidaatstelling van Ayhan Tonca op plaats 35 van de groslijst voor de verkiezingen van 22 november aanstaande. Tonca zou volgens het FAON het officiŽle standpunt van de Turkse regering inzake de Armeense genocide, ontkenning van de Armeense genocide, vertolken en verdedigen. Het FAON vond dit niet kunnen rijmen met een initiatiefwetsvoorstel dat, aangenomen door het CDA, op 21 december 2004 in het Nederlandse parlement werd aangenomen en de strafbaarstelling van de ontkenning van de Armeense genocide beoogt en vroeg of deze standpunten bij Tonca nog leefden. Tonca is overigens voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland (ISN), de Nederlandse afdeling van Diyanet, het Turkse ministerie van religieuze zaken. Helemaal verwonderlijk is het dan ook niet dat hij staatsloyale meningen verkondigt.

Ook Osman Elmaci, op plaats 56 van de groslijst, ontkent de genocide uit 1915 en stelt bovendien dat het strafbaar stellen van de genocide in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Hij wijst erop dat er in Nederland 300.000 Turken zijn die niet geloven in de Armeense genocide en somt in een brief van 31 mei 2005 de klassieke argumenten van Turkse (extreem-) nationalisten op; In 1922 zouden Turken zijn vrijgesproken van de zogeheten Malta-tribunalen, die de volkerenmoord onderzocht; ArmeniŽrs werden niet onderdrukt tijdens het Ottomaans bewind, integendeel, ze waren vrij om hun religie en cultuur te beleven en bekleedden hooggeplaatste functies; De relocatie van de ArmeniŽrs was een voorzorgsmaatregel als gevolg van collaboratie van sommige ArmeniŽrs die met de vijanden van het Ottomaanse Rijk meevochten en als gevolg van hun terreur en opstanden werden er maar liefst 500.000 Turken vermoord.; de toch omgekomen ArmeniŽrs stierven als gevolg van kou, honger en ziektes of door wraakacties van soldaten of groepen Turkse, Koerdische of Arabische bandieten. Uiteindelijk zouden er tussen de 200- en 300.000 ArmeniŽrs zijn omgekomen, volgens historici als Justin McCarthy, Bernard Lewis en Andrew Mango. Overigens spreekt ook Lewis over 'misschien wel een miljoen slachtoffers bij de deportaties', maar rept niet over genocide.

Foto van Versam van de site van Osman Elmaci
  Versam  
Elmaci blijkt ook kind aan huis te zijn bij extreem-nationalistische organisaties, zoals het Rotterdamse Versam, een lid-organisatie van de Turkse Federatie Nederland, de mantelorganisatie van de Grijze Wolven. Vrijwel direct publiceert het CDA een verklaring dat ze ervan uitgaat dat beide kandidaten zich zullen voegen naar het partijstandpunt en Elmaci en Tonca zien zich door alle publiciteit gedwongen te verklaren dat zij, indien zij in die periode in de Tweede Kamer hadden gezeten, de motie over de Armeense genocide hadden gesteund.

Hoe zeer die feitelijk nietszeggende verklaring daadwerkelijk een wassen neus bleek te zijn, werd snel duidelijk. Eerst liet de extreem-nationalistische advocaat Kemal Kerincsiz, bekend van zijn pogingen tot vervolging van de Turkse schrijvers Elif Shafak en Orhan Pamuk, vanuit Turkije weten de beide CDA-kandidaten voor de rechter te willen slepen wegens schending van artikel 301 uit de Turkse strafwet, het verbod op het bezoedelen van Turkije's reputatie. Dankzij deze wet moet de Turks/Armeense journalist Hrant Dink 6 maanden de gevangenis in, omdat hij zich uitliet over de Armeense genocide.

Tegelijk bleek dat ook de PvdA een probleem had; Erdinc Sacan, op plaats 53 van de groslijst van de kandidatenlijst en lid van de Provinciale Staten in Noord-Brabant, bleek ook aan de anti-Armeense lobby tegen het initiatiefwetsvoorstel in de Tweede Kamer te hebben deelgenomen en was bovendien voorzitter van de Turkse Jongeren Vereniging van 2002 tot 2004 uit Den Bosch, in wiens blad lovend werd gesproken over een bijeenkomst ter gelegenheid van de sterfdag van Alparslan Turkes, tot zijn dood in 1997 grote leider van de Grijze Wolven. Sacan beheert ook een chatbox voor Turkse nationalisten, waarin allerlei (extreem)-nationalistische en staatsgetrouwe opinies worden verkondigd, waaronder ook de ontkenning van de Armeense genocide. Sacan schaart zich echter snel achter de verklaring van Tonca en Elmaci. Voor zowel het PvdA als het CDA is hiermee de kous af.

Dan mengt Nebahat Albayrak, de nummer 2 van de PvdA en van Turkse afkomst, zich in de discussie; zij beweert dat het aantal van 700.000 omgekomen ArmeniŽrs, dat zij erkent, niet het belangrijkste is. Ze geeft toe dat ze er weinig van, maar toen ze zich erin verdiepte kwam ze erachter dat 'alle bronnen zijn bevuild' en ze pleit voor een 'open debat' en opening van zowel Turkse als Armeense archieven, zodat er kan worden vastgesteld of er een planmatige opzet achter de moorden zat. Maar opening van beide archieven heeft al plaatsgevonden, al zijn de Turkse moeilijker toegankelijk. En geschiedkundige feiten kun je niet met een 'democratisch debat' herschrijven. Bovendien zijn er voldoende betrouwbare wetenschappelijke en geschiedkundige bronnen om de volkerenmoord op de ArmeniŽrs te bewijzen, waaronder die van de Duitse buitenlandse dienst ui 1919. Daarnaast werpt Albayrak de vraag op dat onderzocht moet worden of 'de ArmeniŽrs daadwerkelijk collaboreerden met de Russische vijand', waarmee zij impliceert dat ze wellicht terecht zijn omgebracht? Een week later bedrijft zij in een opinie-artikel typische brandweerpolitiek en roept wederom op tot dialoog en 'onafhankelijk onderzoek'. Typerend voor het intellectueel niveau onder Nederlandse politici.

Maar terug naar de verklaring van Tonca en Elmaci; de waarde ervan was ongeveer een kleine week houdbaar. Op 26 september belegden zij, als reactie op de dreigementen van advocaat Kerincsiz, een persconferentie voor Turkse media en in een interview met de Turkse krant Sabah geven zij toe dat ze 'altijd zouden blijven volhouden dat er geen genocide onder de ArmeniŽrs had plaatsgevonden' en worden na een gesprek met de CDA-leiding van de kandidatenlijst afgevoerd. Tonca blijft overigens wel fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad van Apeldoorn. Ook Sacan wordt dezelfde dag bij de PvdA weggestuurd, als blijkt dat hij is teruggekomen op zijn eerdere verklaring. Hij krijgt steun van de voorzitter van het Turkse parlement Bulent Arinc die hem opbelt en verklaart achter hem te staan.

Intussen demonstreren in Nederland tientallen Turkse studenten met afgeplakte monden bij de partijkantoren van de PvdA en het CDA in Amsterdam en Den Haag. Ook hier zijn de gevolgen van 80 jaar Turkse ontkenningspolitiek, een mengeling van extreem-nationalisme en superieur patriottisme, invloed van de Turkse overheid door het Turkse beheersnetwerk in Nederland en geÔndoctrineerd onderwijs in Turkije zichtbaar. Waarom demonstreren deze zichzelf democratische, moderne en liberale jongeren niet met afgeplakte monden als symbool van de in gevaar zijnde vrijheid van meningsuiting, op het moment dat Turkse schrijvers als Shafak of Pamuk voor de rechter worden gesleept? Op 8 oktober komen dan de conservatieve, religieuze en nationalistische Turkse organisaties in Nederland 'in crisisberaad' bij elkaar in Capelle aan den IJssel, met ook een verdwaalde democratisch-linkse organisatie, wiens oproep tot erkenning van de genocide werd weggehoond. Uiteindelijk rolde er geen verkiezingsboycot uit, maar een oproep tot een 'tactische stem'. Wat dat voor gevolgen zal hebben voor vooral de PvdA, traditioneel goed voor 80% van de stemmen van de Nederlandse Turken, valt nog te bezien.

Dit artikel verscheen in het november-december nummer 2006 van De Koerden, www.kurdishinstitute.be

Jeroen Bosch

Top