De Turkse Unie van Idealen en Cultuur


Op 27 mei 1960 vond in Turkije een staatsgreep plaats die lang van tevoren door militairen was voorbereid. De militaire machthebbers verenigden zich een Comité van Nationale Eenheid (MBK) onder leiding van de populaire generaal Cemal Gürsel. (1) De militairen beoogden meer dan slechts het overnemen van de macht. Ze wilden hun nieuwe machtspositie onder meer aanwenden om een nieuwe grondwet in te voeren.

Onder de groep militaire machthebbers bevond zich kolonel Alparslan Türkes, de latere MHP-leider. Türkes was in de eerste maanden van de coup in feite degene met de meeste invloed binnen het comité. Hij was de adviseur van de voorzitter van de MBK en had grote invloed op Gürsel. Türkes vertegenwoordigde binnen het MBK een radicale vleugel, van veertien officieren, die een fundamentele verandering van het politieke systeem voorstond. (2) Een radicaal voorstel om de Turkse samenleving onder controle van de staat te brengen, luidde echter het einde in van deze groep binnen het MBK.

Türkes maakt de coup bekend
  coup 1960  
Had het voorstel van Türkes en co het wel gehaald dan was het culturele en sociale leven van Turkije onder sterke controle van de staat gekomen. Het pan-Turkisme, nationalisme, racisme en anti-communisme zouden zich versterkt hebben ontwikkeld. Türkes en zijn politieke vrienden zouden Turkije in de jaren zestig hebben veranderd in de dictatuur van de Grijze Wolf. Wel valt af te vragen of het linkse en progressieve deel van de Turkse bevolking echt veel slechter af zou zijn geweest met de unie. Echte democratie en mensenrechten zijn in Turkije - zeker vanaf eind jaren zeventig - steeds een zeldzaam goed geweest.

De onderstaande passage uit een boek van Weiker (1963) over de tweede coup behandelt het omstreden voorstel van de 14 radicale officieren:

Maar het incident dat de directe aanleiding was voor het ontslag van de 'veertien' was het voorstel voor een Turkse Unie van Idealen en Cultuur (Türkiye Ülkü ve Kültür Birligi). Het zou een soort superministerie moeten worden. De unie zou in de plaats komen van het ministerie van onderwijs, de directoraten voor sport, voor godsdienstzaken en religieuze stichtingen, en voor de pers en media. (3) Enkele van de doelen van de voorgestelde nieuwe instelling waren de volgende:
Het mobiliseren van de intelligentsia van de natie om zich volledig in te zetten voor de oplossing van waargenomen problemen om zo het nationale bewustzijn van de progressieve en beschaafde Turkse natie te versterken, en om de natie vooruit te brengen naar deze doelen...
Alle stappen te nemen, vrij van politieke druk en interventie, om de natie te behoeden voor de tweespalt, achterlijkheid, inertie en duisternis waarin die zich nu bevindt... (4) De unie zou elf afdelingen moeten hebben: volk en arbeiders; universiteiten en scholen; leger, pers, publicaties en radio; kunst, culturele en sociale organisaties; vrouwen- en gezinskwesties; Turken in het buitenland; minderheden; ontdekkingen en uitvindingen; kwalijke ideologieën; buitenlandse contacten. De directeur van de unie zou worden benoemd door de president van de republiek, op aanbeveling van vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, de generale staf en de militaire rechtbanken, en rectoren van de universiteiten. Het ambt zou gelden voor een termijn van zes jaar. De directeur zou slechts afzetbaar zijn wegens immoreel handelen of een ambtsmisdrijf. Hij zou ook ambtshalve een zetel hebben in het kabinet, maar geen verantwoording verschuldigd zijn aan enig ministerie (vermoedelijk inclusief het ministerie van algemene zaken). De directeur zou de bevoegdheid hebben om alle onderafdelingen te stichten die hij nodig mocht achten. Hij zou "permanente contacten" onderhouden in dorpen, steden, scholen, universiteiten, fabrieken en het leger om fundamentele problemen aan het licht te brengen. Daarnaast zou de directeur plannen, die waren opgesteld ter oplossing van deze problemen, ter beoordeling voorleggen aan de wetenschappelijke adviesraad van de unie.
De commotie over de unie was niet zo sterk als eerder bij het ontslaan van universiteitshoogleraren en -docenten. Maar politieke leiders en intellectuelen in Ankara en Istanbul protesteerden echter wel onmiddellijk hevig. Hoewel de plannen enkel waren geformuleerd in de vorm van een conceptvoorstel dat het MBK (5) zou bediscussiëren, slaagden er slechts maar een paar kritische waarnemers in om in het voorstel voor een 'culturele unie' geen kiemen te ontwaren voor de vestiging van een dictatuur. In Ankara werd nergens anders meer over gesproken. Zelfs de verklaring van het MBK-lid generaal Sitki Ulay, die dacht dat de unie overbodig was, slaagde er niet in om de golf van bezorgdheid die de hoofdstad verzwolg tot bedaren te brengen. Hij merkte op dat hij geloofde dat de nationale eenheid reeds bestond in Turkije.
Journalist Ahmet Emin Yalman sprak voor het merendeel van de politieke gemeenschap toen hij schreef dat een dergelijk voorstel verraad betekende aan veel fundamentele vrijheden van een democratie en aan het principe van representatief bestuur. Tevens schreef Yalman dat het zeer illusoir was als de schrijvers van het concept dachten dat louter door een dergelijke instelling er onmiddellijk eenheid en ontwikkeling zou komen. Blijkbaar verlangde het ongeduld van de jongere en temperamentvolle leden van het MBK dit, aldus de journalist. Yalman: "Hun doel is om de Turkse natie tot in het kleinste detail te verenigen rond dezelfde ideeën en opvattingen..." Maar eenheid verkregen anders als door een vrije en tolerante discussie zou niets anders zijn dan steriele discipline. (6) In een persconferentie van generaal Gürsel, die plaatsvond na het ontslag van de veertien, verklaarde de generaal met klem dat "er bestaat niet zoiets als een Culturele Unie. Laat ik het zo zeggen: je verheft de Turkse natie honderd meter, maar wat betekent dat? Wat bereik je ermee? We zijn vastbesloten om de democratische geest in dit land te ontwikkelen. Er zal geen enkel besluit van het MBK komen dat een schaduw zal werpen op deze gezindheid." (7)

Noten:
1 ): De MBK bestond aanvankelijk uit 38 personen (noot redactie).
2): De radicale veertien bestonden uit de volgende personen: Alparslan Türkes, Dündar Tasar, Rifat Baykal, Fazil Akkoyunlu, Orhan Kabibay, Mustafa Kaplan, Orhan Erkanli, Muzaffer Karan, Münir Köseoglu, Sefik Soyuyüce, Ahmet Er, Numan Esin, Muzaffer Özdag en Irfan Solmazer (bron Weiker, p. 119, noot redactie).
3): Details over de doelen en de voorgestelde organisatiestructuur van de unie worden vermeld in Cumhuriyet, 7 november 1960, en Vatan, 11 november 1960.
4): Vatan, 11 november 1969.
5): MBK, Milli Birlik Komitesi, Comité van Nationale Eenheid (noot redactie).
6): Vatan, 12 november 1960.
7): Cumhuriyet, 14 november 1960.

Bron: Walter F. Weiker, The Turkish Revolution 1960-1961, Aspects of Military Politics, The Brookings Institution, 1963, pp. 133-134