Vragen Stadspartij Den Bosch ivm TFN-bijeenkomst Den Bosch


Aan het College van Burgemeester & Wethouders
Postbus 12345
5200 GZ 's-Hertogenbosch

's-Hertogenbosch, 7 januari 2002

Betreft: Vragen ex. Art. 34 R.v.O: Jaarcongres Turkse Federatie Nederland

Geacht College,

Via de media vernamen wij dat afgelopen zaterdag 5 januari 2002 in de Brabanthallen het jaarcongres van de Turkse Federatie Nederland (TFN) is gehouden. Alhoewel het congres was aangekondigd als culturele manifestatie, moest worden aangenomen, dat, mede gezien het bezoek van de Turkse vice-premier Bahceli, de bijeenkomst ook als een politieke bijeenkomst kon worden beschouwd. Ook ervaringen uit het verleden geven aan dat de jaarvergadering steeds meer de inslag van een politieke bijeenkomst dan een culturele manifestatie hadden. Uit diverse publicaties blijkt dat de Turkse Federatie Nederland geassocieerd wordt met facisme, rechts extremisme en de politieke groepering Turkse Grijze Wolven. De laatste groepering moet verantwoordelijk worden geacht voor martelingen en moorden in en buiten Turkije.

In ons land en ook in onze stad wonen vele allochtonen van Turkse afkomst, die - uiteraard - begaan zijn met de politieke situatie in hun land van herkomst. Wij stellen ons voor dat deze bevolkingsgroep in hoge mate verontrust is over het feit dat de TFN zonder problemen in Nederland in het algemeen en 's-Hertogenbosch in het bijzonder een dergelijke manifestatie kan houden.

De wet geeft de mogelijkheid om bijeenkomsten van rechts extremisten te verbieden. Op basis van het voorgaande wil de Stadspartij uw College onderstaande vragen te stellen:

1. De Brabanthallen organiseert regelmatig evenementen waar grote hoeveelheden bezoekers worden verwacht. Wordt voor elk van deze evenementen een vergunning aangevraagd? Zo neen: is er sprake van een globale vergunning voor het organiseren van evenementen en wordt de inhoud van de vergunning regelmatig geactualiseerd?
2. Is uw College het met ons eens dat het houden van politieke bijeenkomsten van extreem rechtse groeperingen verboden moet worden?
3. Zo ja: Wat zijn de criteria geweest om deze specifieke bijeenkomst dan toch toe te staan?
4. Zo ja: Is over de vergunning overleg geweest met justitie en politie?
5. Is uw College het met De Stadspartij eens dat - mede gezien de feitelijke inhoud van het jaarcongres - voor een dergelijk evenement in de toekomst geen vergunning meer mag worden verleend?
6. Is uw College bereid om in de Plaatselijke Verordening een regel op te nemen die ertoe leidt dat voor het houden van bijeenkomsten van welke omvang dan ook, waarbij omstreden groeperingen betrokken zijn, altijd een vergunning noodzakelijk is?

Uw antwoord zie ik met belangstelling tegemoet

Met vriendelijke groet,
Namens De Stadspartij

Jos W.F. Cozijnsen