Beantwoording vragen Stadspartij Den Bosch ivm TFN-bijeenkomst aldaar


15 januari 2002

Geachte heer Cozijnsen,

In uw bovenaangehaalde brief stelt u als lid van de raad, met verwijzing naar artikel 34 van het Reglement van orde 1998, na enkele inleidende opmerkingen een aantal vragen aan het college van Burgemeester en wethouders over een in de Brabanthallen gehouden jaarcongres van de Turkse Federatie Nederland. Omdat de vragen zoals door u geformuleerd betrekking hebben op bestuurlijke aangelegenheden ten aanzien waarvan niet het college bevoegd is, maar ik als burgemeester competent ben, heeft het college in haar vergadering van heden besloten om de beantwoording van uw vragen aan mij over te laten. Onderstaand ga ik daar toe over.

Vraag 1
De Brabanthallen organiseert regelmatig evenementen waar grote hoeveelheden bezoekers worden verwacht. Wordt voor elk van deze evenementen een vergunning aangevraagd? Zo neen: is er sprake van een globale vergunning voor het organiseren van evenementen en wordt de inhoud van de vergunning regelmatig geactualiseerd?

Antwoord 1
Aan de Brabanthallen wordt jaarlijks een vergunning verleend krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening voor evenementen, die voor dat betreffende jaar zijn ingepland. Indien zich door het jaar heen activiteiten aanmelden, die niet in het jaarprogramma zijn opgenomen, wordt per situatie bekeken of hiervoor een evenementenvergunning kan of moet worden afgegeven. Dit laatste was hier het geval. Overigens treedt de B.V. Brabanthallen in het algemeen op als verhuurder en niet als organisator. De desbetreffende vergunning is verleend aan de Turkse Culturele Vereniging te Schiedam.

Vraag 2
Is uw College het met ons eens dat het houden van politieke bijeenkomsten van extreem rechtse groeperingen verboden moet worden?

Antwoord 2
Voor zover het gaat om evenementen in de zin van de APV ben ik als burgemeester bevoegd tot het weigeren en afgeven van vergunningen. Ook indien het grondwettelijk recht op vergadering op enig moment aan de orde mocht komen, geldt dat ik als burgemeester als bevoegd orgaan moet worden aangemerkt. Het recht tot vergadering en betoging is erkend behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Dat betekent met name dat de geboden vrijheid niet gebruikt mag worden voor het plegen van strafbare feiten. In hoeverre zich dat desondanks toch voordoet kan alleen achteraf door de rechter worden vastgesteld. Verder zijn krachtens het tweede lid van artikel 9 van de Grondwet met betrekking tot het recht tot vergadering en betoging nadere regels gesteld in de Wet openbare manifestaties. Die wet geeft aan de burgemeester onder meer de bevoegdheid om een vergadering of betoging te verbieden maar uitsluitend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Een door de burgemeester gegeven voorschrift, beperking of verbod mag nooit betrekking hebben op de inhoud van te openbaren gedachten of gevoelens. Om die reden kan van een algemeen verbod op het houden van politieke bijeenkomsten geen sprake zijn.

Vraag 3
Zo ja: Wat zijn de criteria geweest om deze specifieke bijeenkomst dan toch toe te staan?

Antwoord 3
Als burgemeester heb ik mij bij het verlenen van een evenementenvergunning aan de Turkse Culturele Vereniging gebaseerd op de desbetreffende bepalingen in de gemeentelijke APV. In artikel 111 van de APV is omschreven ter bescherming van welke belangen ik eventueel een vergunning zou hebben kunnen weigeren. Geen van die weigeringsgronden deed zich voor.

Vraag 4
Zo ja: Is over de vergunning overleg geweest met justitie en poltie?

Antwoord 4
Door de politie is over eventuele vergunningsverlening, na overleg met BVD, positief geadviseerd. Het OM komt pas achteraf in beeld als er strafbare feiten zijn gepleegd. Vooraf is vanuit de gemeente over deze aangelegenheid daarom geen contact opgenomen met justitie.

Vraag 5
Is uw college het met de Stadspartij eens dat - mede gezien de feitelijke inhoud van het jaarcongres - voor een dergelijk evenement in de toekomst geen vergunning meer mag worden verleend?

Antwoord 5
Het college beschikt in dit verband niet over bevoegdheden. In de toekomst opnieuw geplaatst voor de vraag of een evenementenvergunning moet worden verleend, zal ik mij als burgemeester opnieuw baseren op het alsdan geldend juridisch kader. Zie overigens ook mijn antwoord op vraag 2.

Vraag 6
Is uw College bereid om in de Plaatselijke Verordening een regel op te nemen die ertoe leidt dat voor het houden van bijeenkomsten van welke omvang dan ook, waarbij omstreden groeperingen betrokken zijn, altijd een vergunning noodzakelijk is?

Antwoord 6
Voor het houden van evenementen in de zin van de APV is altijd een vergunning benodigd. Ongeacht de vraag of het evenement door omstreden dan wel door onomstreden groeperingen wordt georganiseerd.

Hoogachtend,
De burgemeester van 's Hertogenbosch
Mr. Dr. A.G.J.M. Rombouts