Brief Minister van buitenlandse zaken ivm TFN-bijeenkomst Den Bosch


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 maart 2002

In uw brief van 25 januari 2002 verzocht u mij uw commissie in aanvulling op mijn brief van 3 januari 2002 nader te informeren over een bijeenkomst te Den Bosch, waarbij onder meer de Turkse organisatie MHP tegenwoordig was. Nu, zoals u in uw brief stelt, gebleken is dat bij deze bijeenkomst 'Grijze Wolven' aanwezig waren, wilt u mijn standpunt vernemen over hun komst naar Nederland. Dit in het licht van terrorisme, geweld en intimidatie waartegen de Nederlandse samenleving moet worden beschermd. In verband hiermee bericht ik u het volgende.

Voorop gesteld moet worden dat de 'Grijze Wolven' geen nauwkeurig te duiden groep personen betreft en dat organisaties als geheel ook niet met deze naam kunnen worden aangeduid. De term 'Grijze Wolven', moet veeleer worden beschouwd worden als een 'geuzennaam' voor aanhangers van een extreem Turks-nationalistisch gedachtegoed. In zijn brief van 20 november 1997 heeft mijn ambtsvoorganger minister Dijkstal de Tweede Kamer uitgebreid over de 'Grijze Wolven' geïnformeerd (TK 1997-1998, 25 801 nr.1).

Ontstaan als jeugdafdeling binnen de MHP is de benaming 'Grijze Wolven' sinds het einde van de jaren zeventig de klassieke aanduiding geworden voor alle aanhangers van extreem-nationalistische ideeën. Hoewel de MHP bij uitstek de vertegenwoordiger is van dit gedachtegoed, treft men ook aanhangers aan binnen andere politieke partijen in Turkije. Bovendien vindt de ideologie aanhang binnen de steunpilaren van de Turkse republiek: het leger, de politie en de veiligheidsdiensten. Hoofdbestanddelen van de Grijze Wolven-ideologie zijn niet alleen de onderwerping van de Turkse islam aan directieven van de Turkse staat, maar ook het zogeheten pan-Turkisme: de opvatting dat alle Turkssprekende volkeren zich met elkaar zouden moeten verenigen in een groot federatief verband.

De MHP kreeg in het verleden een slechte naam door de verwevenheid van delen van de organisatie met georganiseerde misdaad en door gewelddadigheden tegen linkse opposanten. De leiding van de MHP probeert zich sinds enkele jaren van dit slechte imago te ontdoen.

In ons land wordt de Turkse Federatie Nederland, die de bijeenkomst te Den Bosch organiseerde, veelal met de 'Grijze Wolven' geassocieerd. De TFN is een koepelorganisatie van ongeveer zestig aangesloten lidorganisaties uit het hele land. De TFN zegt zich sterk te willen maken voor integratie en participatie van Turken in de Nederlandse samenleving. In de eerder genoemde brief van mijn ambtsvoorganger wordt uitvoerig over de TFN bericht.

Er is geen aanleiding de MHP of de TFN op grond van hun hedendaags handelen in verband te brengen met terrorisme. De TFN is in Nederland ook niet verboden. Wel zijn personen uit deze sfeer de afgelopen jaren in verband gebracht met zware vormen van criminaliteit. Ook is er op individueel niveau incidenteel sprake van intimidatie en geweld tegen wat in deze kringen gezien wordt als 'anti-Turkse' krachten. Van enige vorm van regie, systematiek of organisatie is daarbij echter geen sprake.

Gelet op het bovenstaande ben ik van oordeel dat bijeenkomsten van de TFN en de komst naar ons land van MHP-vertegenwoordigers in beginsel geen gevaar opleveren voor de openbare orde en veiligheid.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

K.G. de Vries