De Idealistische Haarden

De grootste organisatie van het radicaal nationalisme in Turkije


Kemal Can

Inleiding
Bij de Turkse landelijke verkiezingen van 18 april 1999 kreeg de Partij van de Nationalistische Actie (Milliyetçi Hareket Partisi, MHP) grote steun van het electoraat en werd daarmee de op één na grootste partij. De ideologische identiteit van de MHP en de totstandkoming van haar militante jongeren-vleugel is in belangrijke mate beïnvloed door de Idealistische Haarden (Ülkü Ocaklari). (1) Hoewel er zo nu en dan sprake is van verschillen tussen de Haarden en de partij, bestaat er een directe relatie tussen deze organisatie en het politieke avontuur van de MHP.
Met haar duizend afdelingen, bijna 20.000 actieve leden, en naar eigen zeggen ongeveer 100.000 aanhangers, is de Idealistische Haarden momenteel één van de grootste organisaties in Turkije. Niet alleen haar omvang, maar ook haar grote vaardigheid om doeltreffend op te treden maken een nauwgezette analyse van deze organisatie noodzakelijk.
De Idealistische Haarden trad op als basis en centrum voor actie van Turkije's extreem-nationalistische jeugd. De organisatorische capaciteiten van de Haarden genereren niet alleen leden voor de MHP, maar ook voor andere nationalistische en conservatieve partijen. Het ideologische karakter van de Idealistische Haarden is altijd radicaler geweest dan dat van de MHP. Ze stelt zich onverzoenlijker en 'harder' op in de politieke strijd en neigt naar extremere ideologische tendensen.
Vanaf het begin van haar bestaan heeft de Idealistische Haarden gezorgd voor nationalistische ideologische scholing. Tegelijkertijd verleende zij hulp en verschafte kansen aan emigranten uit de provincie in de grote steden.


1. De oorsprong van de Idealistische Haarden

1.1. Verenigingen die aan de basis van de Haarden stonden
De Idealistische Haarden heeft een volledig organische relatie met de MHP. Ze is in ieder opzicht een parallelle organisatie. Wel is het mogelijk om een verband te leggen tussen de jongerenactiviteiten van de Idealistische Haarden en de traditie van eerdere jongeren- en studentenorganisaties in Turkije.
De Turkse Haarden (Türk Ocaklari) werd opgericht in 1912. Na de stichting van de Turkse Republiek trok zij de aandacht met haar reactie op linkse stromingen. In 1932 werd de Turkse Haarden gesloten en in 1949 werd ze heropend onder de protectie van de Democratische Partij (Demokrat Partisi, DP). In de jaren zeventig gebruikten nationalistische theoretici de Turkse Haarden als centrum voor anti-communistische activiteiten. In 1975 nam de controle van de idealisten over de Haarden toe. Na de coup van 12 september 1980 ontstond er echter een breuk tussen de Haarden en de idealisten. Een groep MHP-leden die van Alparslan Türkes (2) waren vervreemd, gebruikten de afdelingen van de Haarden die zij controleerden als hoofdkwartier. Na de dood van Türkes keerden deze personen terug naar de MHP. De huidige algemeen secretaris van de Turkse Haarden, Nuri Gürgür, is een man die al lange tijd deel uitmaakt van de idealistische traditie. Op dit moment staat de Turkse Haarden in de directe nabijheid van zowel de MHP als de idealisten.
De Nationale Turkse Studentenunie (Milli Türk Talebe Birligi, MTTB) werd opgericht in 1924. In 1945 organiseerde deze studentengroepering een publieke verbranding van de linkse krant Tan. Deze actie vond plaats tijdens een gewelddadig anti-communistisch protest, waar leuzen werden geroepen als 'Lang leve het turkisme'. In 1947 vonden op de Turkse universiteiten gelijksoortige gebeurtenissen plaats. Onder het motto 'We willen geen communistische docenten' werd er een campagne gelanceerd die gericht was tegen de linkse hoogleraren Niyazi Berkes, Behice Boran en Pertev Naili Boratav. Veel personen die later een belangrijke plaats zouden innemen binnen de idealistische beweging ontwikkelden zich binnen deze groepering. In 1969 verlieten de idealisten de MTTB en kwam deze onder controle van de meer islamistisch georiënteerde Nationale Heilspartij (Milli Selamet Partisi, MSP). De bozkurt (grijze wolf) werd opgegeven. (3)

  bozkurt  
De Turkse Verenigingen tot Bestrijding van het Communisme (Türkiye Komünizmle Mücadele Dernekleri, TKMD) werd in 1950 opgericht om de strijd tegen het communisme te intensiveren. In de jaren zestig nam haar effectiviteit toe. Er werd beweerd dat zij een belangrijke rol speelde in de anti-communistische strategie in deze periode. In de jaren zestig was er binnen deze groepering ook een machtsstrijd gaande tussen de Gerechtigheidspartij (Adalet Partisi, AP) en de nationalistische Republikeinse Boeren Natie Partij (Cumhuriyetçi Köylü Millet Partisi, CKMP). Na verloop van tijd werd de AP invloedrijker en kwam de organisatie verder af te staan van de CKMP. Deze situatie duurde voort tot het eind van de jaren zestig. In de jaren zeventig kwam de organisatie volledig onder de controle van de AP. In 1977, toen het anti-communisme het monopolie werd van de Idealistische Haarden, werden de verenigingen gesloten. Na de moord op Ilhan Darendelioglu, een voormalige voorzitter van de vereniging, in 1979, maakten de idealisten aanspraak op hem en zijn werkwijze.
De Turkistische Vereniging (Türkçüler Dernegi) werd in 1962 opgericht door de fameuze Turkse nationalistische denker Nihal Atsiz. In 1972 werden personen die dichtbij de MHP stonden uit de vereniging gezet. Met andere woorden, zowel de MHP als de turkisten zuiverden hun gelederen van elkaars aanhangers. Tijdens deze periode was er sprake van enige bloedige afrekeningen en de turkisten werden aan de kant geschoven. Abdülhak Çay, sinds de verkiezingen van 1999 een MHP-minister, was één van de leiders van de vereniging tijdens deze periode. Necdet Sevinç, de hoofdredacteur van de semi-officiële publicatie van de MHP, Kurultay, ontwikkelde zich ook in dit klimaat. Desalniettemin blijft het blad Yeni Hayat, dat wordt uitgegeven door personen van deze tak van het nationalistische gedachtengoed, de MHP op de sterkst mogelijke manier bekritiseren.
De Culturele Vereniging van Universitaire Studenten (Üniversiteliler Kültür Dernegi, ÜKD) werd in 1961 opgericht onder de naam Culturele Sociëteit van Universitaire Studenten. Galip Erdem, één van de theoretici en legendarische figuren binnen de idealistische beweging, behoorde tot de oprichters. De groep veranderde in 1965 haar naam van 'sociëteit' in 'vereniging'. In 1965, de periode waarin Türkes en zijn aanhangers de CKMP overnamen, ontving Türkes de grootste steun van deze groep. (4) Nadat de controle over de CKMP was geconsolideerd, vroeg Türkes de ÜKD om namen van haar leden voor posten binnen de partij. De relatie tussen de vereniging en de partij werd in 1975 organischer. Een groot aantal leden van de vereniging kwam terecht in de leiding van de partij.

1.2. Jongerenvleugel
Men moet de jongerenafdeling van de CKMP en later de jongerenafdeling van de MHP zien als de organisatorische voorgangers van de Idealistische Haarden. De Idealistische Haarden was noodzakelijk vanwege de juridische problemen bij het organiseren van jongeren binnen de partij. Bovendien deden ook andere overwegingen, zoals de wens om meer aanhangers te werven, om via alternatieve kanalen te werken, en mogelijk ook om nog jongere mensen te bereiken, de noodzaak voelen om een jeugdorganisatie op te richten die formeel op zichzelf stond, maar tegelijkertijd volledig onder controle viel van de partij.
Belangrijke personen in de partij, waaronder Türkes, waren bijzonder geïnteresseerd in de jongerenvleugel. Met name in Türkes' opvatting over organiseren, zoals ook bij gelijksoortige partijen elders in de wereld te zien is, speelde de 'jeugd' een belangrijke rol. Theoretici van de MHP als Dündar Taser en Muzaffer Özdag organiseerden de 'scholingsprogramma's' van de jongerenafdelingen. In de jaren zeventig voerde de 'scholingsgroep', die was opgezet tijdens het leiderschap van Namik Kemal Zeybek, een professioneel scholingsprogramma door.
In 1967 riepen de 'Bijeenkomsten van het Oosten', die werden georganiseerd door linkse activisten en enkele Koerdische organisaties, anti-communistische activiteiten op. Daardoor nam de invloed van de CKMP-jongerenafdeling toe. Elk jaar werden er jongerencongressen georganiseerd onder supervisie van de partij. Omdat het op dat moment voor studenten wettelijk niet was toegestaan om lid te zijn van politieke partijen, waren de voorzitters meestal 'inofficiële' voorzitters. Gedurende deze periode werd er steeds serieuzer nagedacht over de noodzaak een jongerenorganisatie op te richten die op zichzelf zou staan en tegelijkertijd onder controle van de partij viel. De basis hiervoor werd gelegd met de Idealistische Haarden, waarvan op de ene na de andere universiteit afdelingen werden opgericht.

1.3. Wat vooraf ging: Unie van Idealistische Haarden
De Idealistische Haarden werden in 1966 in Ankara opgericht op de rechtenfaculteit, de faculteit der letteren, geschiedenis en geografie en op de landbouwfaculteit. De statuten waren geschreven door niemand minder dan de algemeen secretaris van de CKMP, Muzaffer Özdag. De voorzitter van de jongerenafdeling van de CKMP, Namik Kemal Zeybek, hield de inaugurele rede voor de unie. In 1968 breidde de organisatie zich meer uit. Haar eerste activiteiten werden gecoördineerd door de jongerenafdeling van de CKMP. In 1969 werden de Haarden gecentraliseerd onder de naam Unie van Idealistische Haarden (Ülkü Ocaklari Birligi, ÜOB). Haar eerste voorzitter was Aytekin Yildirim. Ramiz Ongun, een van de voorzitters van de jongerenvleugel van de MHP en kandidaat voor het voorzitterschap van de MHP, werd voorzitter van de unie. De landelijke vice-voorzitter van de CKMP, Dündar Taser, legde een grote belangstelling voor deze groep aan de dag. In zekere zin was Taser de intellectuele vader van het begrip 'idealisme'.
De Unie van Idealistische Haarden stond onder volledige controle van de partij. De Unie van Idealistische Haarden had, vanwege haar activiteiten op de universiteiten, een directer contact met nationalistische intellectuelen. In de jaren zestig stonden nationaal-socialistische thema's meer op de voorgrond in de partij-ideologie. Zowel in het beleid van de partij als in de ideologische koers van de Haarden was de islamitische kleur nog niet overheersend, terwijl, in reactie op de opkomende linkse oppositie, impulsen voor onafhankelijkheid dat wel waren. Zo was één van de belangrijkste campagnes van deze groep in de jaren zeventig bijvoorbeeld 'Nee tegen de Gemeenschappelijke Markt' (van de Europese Economische Gemeenschap, red.).
Vanaf de jaren zeventig begonnen islamitische thema's in de officiële partijverklaringen door te dringen. Woordvoerders van de partij, met name Türkes, begonnen de islam te definiëren als een element 'dat onlosmakelijk met de Turkse geschiedenis verbonden is'. Deze ontwikkeling had evenveel te maken met de provinciale achtergrond van velen binnen de idealistische beweging als met de praktische rol die islamitische uitspraken konden spelen bij het verkrijgen van een grotere steun onder de bevolking. Türkes' fameuze verklaring dat 'We net zo Turks zijn als de Tien Shan en net zo islamitisch als de Hira Berg' (5) kan in deze context worden geplaatst. Deze verandering werd versneld door de ontvankelijkheid van de islamitische massa's voor anti-communistische provocaties en leuzen.
Na 1969 namen de spanningen op de universiteiten toe vanwege een intensivering van linkse activiteiten. In hetzelfde jaar fuseerden, zoals al gezegd, de verschillende Haarden en gingen voort onder de naam Unie van Idealistische Haarden. De ideologische ontwikkeling van de Haarden nam een explicietere anti-communistische vorm aan. In dit verband is het veelzeggend dat de periode waarin de 'commando-kampen' van de idealistische beweging actief waren, samenviel met de vorming van de 'anti-communistische Gladio-organisatie' in Europa. In deze kampen, die officieel geregistreerd waren bij de Turkse overheid, zouden idealistische jongeren onderworpen worden aan een militaire training. Na 1970 kwam de rol van de Idealistische Haarden bij gewapende acties onder de publieke aandacht en deze werd druk bediscussieerd. Desondanks gingen op hetzelfde moment hoge overheidsambtenaren door met het verlenen van steun aan de Haarden. De toenmalige president, Cevdet Sunay, refereerde aan deze groep in een fameuze uitspraak gericht tot Ismet Inönü dat 'die jongens de communisten bestrijden'. De unie steunde de militaire coup van 1971. Het meest frappante voorbeeld daarvan is dat zij in de verkiezingsverklaring van 1973 meedeelde dat 'met de 12 maart [coup, red.] de idealistische jeugd haar verantwoordelijkheden had overdragen aan de nobele militaire strijdkrachten'. Desalniettemin werden de Haarden onder de staat van beleg verboden.

1.4. De Vereniging van Idealistische Haarden
De Vereniging van Idealistische Haarden (Ülkü Ocaklari Dernegi, ÜOD), die haar activiteiten zou voortzetten onder een verscheidenheid van namen en rechtsvormen, werd in 1973 opgericht in Bursa. Alparslan Türkes bemoeide zich persoonlijk met haar oprichting. Later werd het hoofdkwartier overgeplaatst naar Ankara. Haar eerste voorzitter was Muharrem Simsek. Binnen een korte tijd breidde het aantal afdelingen van de Idealistische Haarden uit. In 1977 waren er al meer dan 1100. Na 1974 groeide de Haarden uit tot een belangrijke kracht tegen links. In deze periode waren er ernstige politieke botsingen, waarbij een groot aantal linkse wetenschappers, intellectuelen en journalisten werd vermoord. In 1978 namen bloedbaden de plaats in van simpel straatgeweld en politieke moorden. Bij incidenten in Kahramanmaras, Çorum en Malatya vonden honderden mensen de dood. In 1978 werd de ÜOD, volgend op een besluit onder de staat van beleg, gesloten.
Toen in 1977 duidelijk werd dat een sluiting van de ÜOD op handen was, werd de Idealistische Jongeren Vereniging (Ülkücü Gençlik Dernegi, ÜGD) in Konya opgericht. De oprichter en voorzitter was Muhsin Yazicioglu. Abdullah Çatli, die later één van de sleutelfiguren bij het 'Susurluk-incident' (zie 4.4. Susurluk, 'bandieten' en de maffia) zou zijn, werd vice-voorzitter. In 1978 was Çatli betrokken bij een incident in wijk Bahçelievler in Ankara waarbij zeven jeugdige leden van de Arbeiders Partij Turkije (Türkiye Isçi Partisi, TIP) werden gemarteld en door wurging om het leven werden gebracht.
Met het instellen van de staat van beleg in 1978 beëindigde de ÜGD haar activiteiten in de regio's die onder de staat van beleg stonden. De ÜGD werd gesloten in 1980. Benadrukt moet worden dat gedurende deze jaren de tegenstellingen tussen de Haarden en de partij duidelijker werden. Met name het tijdschrift Nizam-i Alem bracht deze tegenstellingen in alle duidelijkheid tot uitdrukking. Deze publicatie stond onder controle van Yazicioglu, maar werd later door Türkes verboden.
Omdat de ÜGD in 1980 juridische problemen kreeg, werd de Vereniging van het Idealistische Pad (Ülkü Yolu Dernegi, ÜYD) opgericht als 'reserve-organisatie'. Yasar Yildirim, momenteel de hoofdadviseur van de voorzitter van de MHP, werd naar voren geschoven als voorzitter van de ÜYD. Bij de coup van 12 september 1980 werden de MHP en alle andere idealistische organisaties gesloten. Uiteraard trof dat lot ook de ÜGD en ÜYD. Hun bestuurders werden in het proces tegen de MHP vervolgd als leden van aangesloten organisaties. Een groot aantal idealisten werd gevangengezet, terwijl anderen de illegaliteit in gingen.

1.5. De Haarden in de jaren zeventig
De Idealistische Haarden functioneerde in de jaren zeventig als een haard van verzet tegen het in opkomst zijnde links. Dit verzet bracht in de tweede helft van de jaren zeventig gewelddadige conflicten met zich mee. Die conflicten droegen bij aan het ontstaan van een zeer sterke subcultuur , die een fundamenteel stempel op de Haarden drukte. Het klimaat van gewelddadige botsingen creëerde een sfeer waarin men 'harde' beelden van moed, dapperheid, krijgshaftigheid en strijdlust positief waardeerde. Een omvangrijke literatuur over 'martelaars' gaf extra voeding aan dit klimaat. Aan het einde van de jaren zeventig bereikte dit geweld snel de periferie en raakte behoorlijk wijdverbreid. Het onttrok zich in zekere zin aan de controle en kreeg een spontaan karakter.
Het is uiteraard niet mogelijk om de basis van de subcultuur, die zich in de jaren zeventig binnen de Idealistische Haarden ontwikkelde, eenvoudigweg te verklaren uit een ideologische reactie en elementen van geweld. In deze periode had de Idealistische Haarden ook een belangrijke functie als centrum voor socialisatie en politisering. De fundamentele klassekenmerken van de groep mensen die de idealistische beweging vormt, kunnen als volgt worden samengevat: in het algemeen gaat het om leden van de middenklasse, verbonden met de traditionele cultuur, die vrezen dat ze in het steeds sneller voortschreidende proces van kapitalisering geen leefruimte voor zichzelf kunnen opeisen. Ze worstelen met en voelen zich bedreigd door de sociaal-economische en culturele veranderingen. Daarnaast zijn er de groepen die op het punt staan om hun bezit te verliezen en een klasse naar beneden te vallen. Verder is er het arme deel van de bevolking in de steden, die haar banden met het platteland nog niet heeft verloren. En dan is er nog een groep armen die geneigd is om verandering op te vatten als een morele bedreiging. Zij reageert haar sociaal-politieke reactie af op de ander. Deze reactie, in wezen bezorgdheid, werd, overeenkomstig het algemene karakter van het Turkse nationalisme, gepolitiseerd als een gemoedstoestand die deed terugdenken aan 'de goeie oude tijd' en een psychologisch verband creëerde tussen haar eigen verleden en een 'gouden historische periode'. Er moet desalniettemin meteen op gewezen worden dat er ook enige verschillen bestaan tussen het stedelijke en het provinciale profiel van de idealistische basis.
De provinciale idealistische basis is in belangrijke mate beïnvloed door het officiële nationalisme, maar die invloed wordt nog overtroffen door het effect van haar conservatieve reactie op stedelijke, kosmopolitische elementen. In principe is het mogelijk om te spreken van een basis die sterk gehecht is aan traditionele waarden en die vastbesloten is om zich de islam als moreel-ethische identiteit toe te eigenen, ook al heeft zij de islamitische ideologie niet als geheel in zich opgenomen. Het is een bevolkingsgroep die zich zeker voelt zolang zij deel uitmaakt van een sfeer van traditionele relaties met het eigen huis, de buurt, vrienden, en familie, maar zeer heftig reageert wanneer zij wordt geconfronteerd met factoren waarvan ze denkt dat ze de 'vertrouwde omgeving' verstoord. Ook de toegenomen etnische en religieuze spanningen in bepaalde gebieden hebben bijgedragen aan deze reactionaire houding. Van beide soorten reactionisme kan worden gezegd dat ze in belangrijke mate afkomstig is van stedelijke notabelen en ouders.
In de steden maakte de bovengenoemde groep van migranten uit de provincie echter een grote meerderheid uit van de idealisten. Sommigen kwamen voor werk, maar de meerderheid kwam om te studeren. Toch was het niet deze recente migrantengroep die de dienst uitmaakte bij de idealisten. De werkelijk invloedrijke groep bestond uit de tweede- en derde-generatie stadsbewoners, die zich hadden gevestigd in ghetto's en de banden met hun streekgenoten niet hadden verbroken. Zodoende verschilde deze groep sterk van de provinciale bevolking: zij had geen status te beschermen. Bij de ouders van deze groep is het waardensysteem, ondanks het feit dat ze gehecht zijn aan de conservatieve Anatolische tradities, toch stevig uitgehold. Daarbij vergt de culturele verandering veel van hen. Deze tweede- en derde-generatie stadsbewoners heeft de bovengenoemde reactie van hun ouders overgenomen en omgezet in haat. Geconfronteerd met de sociale ongelijkheid stond zij dichter bij een 'linkse' reactie, maar desondanks was haar hang naar een volkse straatcultuur krachtiger. Dit verschil tussen het platteland en de stad valt te lezen in de impressies van idealisten die van het platteland emigreerden naar de stad. De memoires van Haluk Kirci, wiens naam ook in verband wordt gebracht met het Susurluk-incident (6), bieden de mogelijkheid om saillante vergelijkingen te maken met betrekking tot deze kwestie:
'De straten van Erzurum hebben ons nooit verraden, waren nooit hypocriet (…) Ze boden ons altijd bescherming. In plaats van het koffiehuis, vond ik een nieuwe plek waar ik altijd terecht kon. Bovendien was er in dit nieuwe leven dat ik had gevonden, of in zekere zin had ontdekt, niets dat als slecht kon worden beschouwd. Alles was goed; er was liefde, er was studie en discipline (…) Nu was ik in Ankara. Ik vertrapte de lanen en straten van deze grote stad, die mijn dromen kleur gaven. De tijd was aangebroken om deze straten en lanen in mijn vuisten te vermorzelen. De sfeer was er compleet anders. De strijd, de strijdbare mentaliteit had hier een andere respons. Er was voortdurend actie, opwinding, strijd (…) De Idealistische Haarden werden meegesleurd in een dynamiek van verdediging en aanval, en begon daardoor steeds meer te verzwakken. Toen de gebeurtenissen tot uitbarsting kwamen, sloten een groot aantal mensen zich aan bij de Idealistische Haarden. Maar de Haarden waren niet langer in staat iets te doen aan scholing van deze mensen.' (7)

1.6. Na 12 september 1980
De traumatische effecten van de coup van 12 september op de idealistische beweging zijn buitengewoon belangrijk omdat, door de hele jaren tachtig heen, dit trauma wezenlijke invloed had op de dynamiek van de beweging. In de jaren zeventig werden de idealisten opgeleid en geïnstrueerd om 'de verantwoordelijkheid te nemen voor het vaderland, de natie, de staat, en de vlag op het moment dat de staat in zwakheid vervalt'. Desondanks maakte het militaire bestuur vanaf de eerste dag duidelijk dat zij deze missie niet legitiem vond, en één voor één verdwenen de idealisten achter de tralies. Dit trauma had ook een sterke invloed op degenen die niet in de gevangenis belandden, maar boven alles dwong het degenen die wel vast zaten tot een periode van zelfonderzoek. De coup zorgde dus voor een identiteits- en legitimiteitscrisis.
Veel idealisten schrijven in hun memoires over deze periode hoe zij in eerste instantie verheugd reageerden op het nieuws van de coup. Op het kaderniveau (in het bijzonder bij degenen die niet vast zaten) was de poging om zich te verenigen met de 12 september-regering bepalend. Türkes stuurde hoogstpersoonlijk een brief naar de leden van de Nationale Veiligheidsraad (Milli Güvenlik Konseyi, MGK) die een aaneenschakeling was van complimenten. De idealistische publicaties die uit konden blijven komen, deden een onbeschaamde poging om aansluiting te vinden bij het regime. De rechtszaak tegen de MHP, bijvoorbeeld de tenlastelegging en de verdediging, maakte de verdeeldheid binnen de idealistische beweging met betrekking tot 12 september groter. Een serieus discussieproces onder de idealisten in de gevangenis, van wie de meesten afkomstig waren uit de Haarden, ging gepaard met beïnvloeding door islamitische stromingen. Dit proces vormde de basis voor de latere verdeeldheid. De idealisten poogden na 12 september overeind te krabbelen door zich te organiseren rond tijdschriften die niet waren verboden of door kleine groepjes te vormen. Het eerste resultaat van de poging van de idealisten om een organisatie in het leven te roepen was de Conservatieve Partij (Muhafazakar Parti, MP), opgericht in 1983. Leden van de Haarden hielpen ook een jongerenorganisatie rond het tijdschrift Bizim Ocak van de grond. Vertegenwoordigingen van Bizim Ocak begonnen te opereren als organisatiecentra. Bizim Ocak had in 1988 24 grote provinciale centra en 24 regionale vertegenwoordigers.
Nochtans slaagden deze initiatieven er in eerste instantie slechts in om een zeer beperkte groep aan te spreken. Bizim Ocak stelde zich aanvankelijk afstandelijk op ten opzichte van de partij, omdat het de MP niet als de 'ware partij' van de beweging zag. Bovendien bracht het trauma de verdeeldheid tussen de partij en de Haarden, die voor 12 september al duidelijk was, nog duidelijker aan de oppervlakte. De artikelen in Bizim Ocak uit die periode stelden vaak het verleden ter discussie en, belangrijker nog, bekritiseerden de staat en het systeem. Islamitische opvattingen werden veel sterker geuit. Bizim Ocak werd gekarakteriseerd door een vastberaden en dominante Haarden-identiteit of 'puur idealisme' en zelfs door het 'Turks-islamitisch idealisme' van Seyit Ahmet Arvasi (1932-1988), een belangrijke denker binnen de beweging. Bizim Dergah, dat vanaf 1988 werd gepubliceerd door gevangenzittende idealisten, was de tweede publicatie van deze groep.
Begin 1987 greep Türkes persoonlijk in binnen de partij; de huidige voorzitter Devlet Bahçeli trad in die periode toe tot de partij. Deze ingreep was desalniettemin onvoldoende om een hartelijke verstandhouding tot stand te brengen tussen de gewone leden van de Haarden en de partij. Zelfs het feit dat Türkes voorzitter werd van de Nationalistische Arbeidspartij (Milliyetçi Çalisma Partisi, MÇP) kon het verwachte herstel niet bewerkstelligen en de MÇP was niet in staat om flinke vooruitgang te boeken bij de verkiezingen in 1987. Het congres van 1988 was aan de andere kant een belangrijk keerpunt voor zowel de leden van de Haarden als voor de MÇP. Türkes betrad de congresruimte samen met personen die in diverse periodes voorzitter van de Haarden waren geweest; toch kregen hooggeplaatste personen die verbonden waren met de Haarden en vooral de leiders van de 'turks-islamitische idealisten', geen belangrijke rol toegekend in de leiding van de partij. Vanaf 1990 nam de invloed van Türkes op Bizim Ocak toe. Door middel van enkele bestuurswisselingen probeerde hij zijn controle te vergroten.

1.7. De splitsing en wat volgde
De spanningen tussen de leiding van de MÇP (op 24 januari 1993 werd de MÇP overigens herdoopt in MHP, red.) en de turks-islamitische idealisten, die werden aangevoerd door Muhsin Yazicioglu, bereikte haar hoogtepunt in 1992. Türkes verbood de verkoop van Bizim Dergah in de Haarden. Toen het kantoor van Bizim Dergah werd binnengevallen en de hoofdredacteur, Emir Kusdemir, gewond raakte, was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Na dit incident trad Yazicioglu met een groep vrienden uit de partij. Deze groep richtte allereerst de Grote Eenheidspartij (Büyük Birlik Partisi, BBP) op en begon daarna met het openen van de Haarden van de Wereldorde (Nizam-i Alem Ocaklari) om tegenwicht te bieden aan de Idealistische Haarden.
Op het moment dat de turks-islamitische idealisten de partij verlieten, kwam de controle over de Haarden volledig in handen van de leiding van de partij (onder leiding van Alparslan Türkes). Alaaddin Aldemir werd in deze periode naar voren geschoven als voorzitter. Onder zijn leiding kreeg een groep waarvan de meeste leden in de gevangenis van Malatya hadden gezeten, diverse posities binnen de leiding van de Haarden. Deze groep had zich verzet tegen de islamitische tendens van andere idealisten die vastzaten. Niet alleen werd alles gezuiverd van islamitische uitspraken, ook trad een sfeer van 'hernieuwde turkificatie' op de voorgrond, in het bijzonder in Bizim Dergah. Zo werd de traditie om artikelen te beëindigen met de leus 'God behoede de Turken' (Tanri Türkü korusun) in ere hersteld.
In 1997 werd Azmi Karamahmutoglu binnengehaald om Aldemir te vervangen als voorzitter van de Idealistische Haarden. Belangrijk aan Karamahmutoglu was dat hij behoorde tot de generatie van na 1980; hij was geen product van de tradities uit de jaren zeventig. Een andere belangrijke karakteristiek waren zijn nauwe contacten met de zoon van Alparslan Türkes, Tugrul Türkes. Deze nauwe band leidde ertoe dat hij tijdens het MHP-congres van juli 1997, gehouden na de dood van Alparslan Türkes, de opdracht gaf de zaal te 'verbouwen' toen Tugrul Türkes daar een nederlaag leed. Karamahmutoglu, die de ruzie begon, kwam naar het podium en maakte bekend dat hij en zijn groep klaar waren om ondergronds te gaan. (8)
Nadat Karamahmutoglu zijn positie als voorzitter van de Idealistische Haarden tijdens het congres in 1997 had opgegeven, werd deze functie overgenomen door Atilla Kaya. Kaya bezet deze post overigens nog steeds. Kaya is afkomstig uit de generatie van de jaren zeventig. Hij is geboren in Kars in 1957 en afgestudeerd bij de studierichting wiskunde van de lerarenopleiding. In de jaren tachtig vervulde hij diverse functies binnen de Idealistische Haarden. Direct na 12 september 1980 werd hij gearresteerd. Hij zat elfeneenhalf jaar in de gevangenis. Hij kon de gevangenis verlaten na een wetswijziging met betrekking tot de tenuitvoerlegging van vonnissen. In opdracht van Türkes bracht hij daarna enige tijd door bij Ebulfeyz Elçibey in Azerbeidzjan. Elçibey zou overigens in 1992 de eerste democratische verkozen president van dat land worden. Momenteel is Kaya ook lid van het landelijk dagelijks bestuur van de MHP.
Kaya's benoeming tot voorzitter en de overwinning van de Devlet Bahçeli-groep op het MHP-congres, zetten binnen de Haarden op twee terreinen belangrijke ontwikkelingen in gang. Enerzijds werden traditionele namen binnen de leiding van de Haarden steeds invloedrijker, anderzijds werden hervormingen gericht op het vergroten van de controle krachtiger doorgevoerd. Sommige Haarden-afdelingen werden gesloten, terwijl bij anderen het bestuur werd gewijzigd. In een interview gaf Kaya de volgende toelichting: 'Tegen die eerloze figuren die onze idealistische identiteit, zo schoon en helal (helal is een islamitische term, die betekent dat iets - bijvoorbeeld consumptie van bepaalde voedingsmiddelen - gelegitimeerd is volgens islamitische wet, red.) als de melk van onze moeders, willen uitbuiten of willen gebruiken ten eigen bate, zullen we ons hard en onverzoenlijk opstellen'. (9) Kort daarna verklaarde hij: 'Met name in de grote steden komt het soms voor dat er per wijk meer dan één kantoor van de Haarden is. Om aan deze situatie een einde te maken zullen de kantoren die niet nodig zijn, worden gesloten. Dit proces zal worden voortgezet'. (10)


2. De organisatorische traditie van de Idealistische Haarden

Hoewel de Idealistische Haarden een massa-organisatie is die bewezen heeft efficiënt te kunnen opereren, kan zij geen non-gouvernementele organisatie (ngo) worden genoemd in de klassieke zin. In feite heeft zij in juridisch opzicht niet eens een volledig onafhankelijke status. De Idealistische Haarden zijn op dit moment juridisch gezien namelijk de vertegenwoordiger van het blad Ülkü Ocagi. Ze is geen rechtspersoon, in ieder geval geen rechtspersoon die alles omvat. De Idealistische Haarden heeft een strikt gecentraliseerde structuur, die eerder wordt bestuurd van boven naar beneden dan andersom. Bestuursleden worden benoemd. Een ander kenmerk van de organisatie is dat zij onder volledige politieke controle staat van de MHP.
Hoewel de mate van de 'politieke controle door de partij' in de 35-jarige traditie van de Haarden van tijd tot tijd varieerde, is deze altijd aanwezig geweest. Momenteel is deze controle, zowel om politieke als organisatorische redenen, nog veel evidenter. Men kan deze kwestie niet los zien van de civiele dynamiek van de Idealistische Haarden. Zowel in hun politieke rol, als in de sociale functie die ze vervult, blijven de Idealistische Haarden een belangrijke centrum voor socialisatie en identificatie.

2.1. Het begrip organisatie in de Haarden-traditie De Idealistische Haarden en de meeste van haar voorgangers waren overeenkomstig de wettelijke bepalingen in de jaren zeventig georganiseerd als verenigingen; gezien de wetgeving van die periode was een verenigingsstructuur namelijk de geschiktste organisatievorm. Desondanks kan, op enkele extreme uitzonderingen na, moeilijk worden volgehouden dat de Idealistische Haarden een vereniging waren die de wensen van de leden opvolgden of waarvan het bestuur werd bepaald op grond van civiel-democratische processen. Het bestuur werd van bovenaf opgelegd en congressen werden eenvoudigweg gebruikt om te voldoen aan de wettelijk vereiste verplichtingen. Er bestond een rechtstreekse relatie tussen de MHP en de Idealistische Haarden, die eveneens was gebaseerd op 'van bovenaf-principes'. De voorzitter van de MHP, Türkes, had direct contact met de Idealistische Haarden en stelde persoonlijk de voorzitters van de Haarden aan. Türkes' 'jongeren-adviseur' voerde het secretariaat voor de contacten tussen de MHP en de Idealistische Haarden. De oorzaak voor de spanningen tussen de partij en de Haarden, die in de jaren zeventig vaak onder de aandacht van de publieke opinie kwamen, was deze gecontroleerde autonomie. Het gaf de 'leider' de mogelijkheid te opereren binnen het machtsevenwicht van de beweging en gaf hem een instrument in handen dat hij bij andere sociaal-politieke operaties direct kon gebruiken. Met name machtige Haarden konden zich zo nu en dan onafhankelijk van het hoofdkwartier van de partij opstellen en soms zelfs afwijkende standpunten innemen.
Aan het einde van de jaren zeventig waren de Idealistische Haarden een machtscentrum geworden binnen de wijken waarin zij waren gevestigd. Deze macht zorgde voor een grotere lokale invloed. Bovendien werden er in stadsdelen waar ze actiever wilden optreden, één of meer Idealistische Haarden geopend; op deze wijze breidden ze hun regionale invloed uit. Deze werkwijze, die plaatsvond in een gewelddadige sfeer, leverde een organisatiestructuur op die leek op de semi-feodale 'Sipahi'-organisatievorm van de Osmanen. (11) Gaandeweg ontstonden er lokale leiders, 'regionale basbugs'. (12)
Idealistische Haarden en studentenhuizen die onder controle van de idealisten stonden, functioneerden als een belangrijk sociaal toevluchtsoord voor jongeren, die veelal van het platteland kwamen. Met name aan het einde van de jaren zeventig was deze opvang essentieel, maar uiteraard beperkte de functie van deze opvang zich niet tot het bieden van geborgenheid. Voor plattelandsjongeren die in de stedelijke jungle verbleven en voor mensen aan de rand in de stad, die zich met moeite staande hielden, leverde de opvang zeer belangrijke voordelen op op het gebied van scholing en onderwijs, de ambtelijke bureaucratie, werk, levensonderhoud en een netwerk. Het ideologische en sociale klimaat binnen de Idealistische Haarden maakte deze relatie ook mogelijk. Het verschil tussen de Idealistische Haarden en andere socio-politieke organisaties, met name religieuze verenigingen, die gelijksoortige mogelijkheden boden, was dat de Haarden een makkelijk toegankelijke identiteit verschafte. Bovendien kon ze de jongeren makkelijker motiveren om de relatie met de Haarden voort te zetten.

2.2. De organisatiestructuur na 12 september 1980
Vanwege de wettelijke beperkingen die golden na de coup van 1980 werd de organisatie op een nieuw ontdekte manier vorm gegeven, namelijk als organisatie rond het tijdschrift Bizim Ocak, en later rond het tijdschrift Ülkü Ocagi. Momenteel hebben de Idealistische Haarden 956 afdelingen, die de volledige status hebben van agentschap voor een tijdschrift. 74 Van deze afdelingen bevinden zich in provinciehoofdsteden, 882 in districten en kleinere gemeenten. Er zijn 59 afdelingen in Istanbul, 43 in Ankara en 36 in Izmir. De provincies waar daarentegen geen Idealistische Haarden worden aangetroffen zijn: Diyarbakir, Tunceli, Sirnak, Batman, Hakkari en Mardin. Afdelingen hoeven niet beperkt te worden tot een bepaalde provincie, regio of gemeente. Soms zijn er twee Haarden in dezelfde straat gevestigd.
Het hoofdkantoor van de Idealistische Haarden, dat is gevestigd in Ankara, is zowel het hoofdkantoor van de tijdschriften als het centrum van de Stichting Onderwijs en Cultuur van de Idealistische Haarden. (13) Met andere woorden, de enige echte rechtspersoon is het hoofdkantoor van de Idealistische Haarden. Het toezicht op de agentschappen of 'afdelingen' door het hoofdkantoor wordt verricht door een 'regionale inspecteur' (waarvan er negen zijn).
Deze handelswijze past volledig binnen de traditie van de Idealistische Haarden om onenigheid te voorkomen, door het afdekken of het overtuigen van dissidenten voordat onderlinge strijd publiekelijk tot uitbarsting kan komen. Sinds de oprichting hebben de idealistische organisaties niet alleen een hiërarchische organisatiestructuur. Ze hebben allemaal ook veiligheidsmechanismen ontwikkeld: elke leiderspositie wordt in een net van andere relaties ingekapseld, voor iedere positie in de leiding wordt een potentiële kandidaat met dezelfde achtergrond in reserve gehouden en informatie wordt via een groot aantal kanalen ingewonnen. Soms worden deze uitwijkmogelijkheden gebruikt om machtsrelaties onder controle te houden. We kunnen de machtsverhouding binnen de Idealistische Haarden dan ook niet simpelweg kenschetsen als een hiërarchische piramide. Bovendien, als een persoon die een leidinggevende positie heeft gehad deze positie verlaat, doet hij geen afstand van de voorzitterstitel en zijn voormalige ondergeschikten blijven hem op zijn minst op een symbolische wijze respect betonen. Dit creëert een tweede mogelijkheid tot controle.

2.3. De hiërarchie van de organisatie
De hiërarchie van de Idealistische Haarden ziet er bij nadere beschouwing als volgt uit. Overeenkomstig de traditie zijn de Haarden hiërarchisch georganiseerd. Allereerst wordt de provincie georganiseerd, dat wil zeggen dat een 'uitgekozen' persoon of bestuursgroep de bevoegdheid wordt gegeven om een vertegenwoordiging op te richten. Later worden de onderafdelingen opgezet. In principe is het opzetten van de lagere geledingen van een afdeling in handen van een hogere afdeling, maar zelfs dit staat altijd open voor bemoeienis van nog hogere geledingen of de allerhoogste leiding. Volgens Atilla Kaya, voorzitter van de Idealistische Haarden, is er 'onder normale omstandigheden iedere twee jaar een verandering in het bestuur van een afdeling'. Ook deze verandering vindt in het algemeen plaats van boven naar beneden, dat wil zeggen door benoeming. Kaya verklaart dat er bij de benoemingen van voorzitters gebruik gemaakt wordt van 'committerend bestuur'. (14)
De interne organisatie van het hoofdkwartier van de Idealistische Haarden bestaat uit vijf 'bureaus': het Bureau Organisatie, het Bureau Pers en Internet, het Bureau 'Buitenlandse Turken' (15), het Bureau Sociale Activiteiten en Propaganda, en het Bureau Academie en Onderwijs. Deze bureaus hebben tegenhangers in de kantoren van de lokale vertegenwoordiging; en ook daar heeft ieder bureau een voorzitter. Behalve deze interne organisatiestructuur op lokaal vertegenwoordigingsniveau is er in steden met een universiteit ook sprake van universiteitsvoorzitters, die aan het hoofd staan van weer een nieuwe hiërarchie, bestaande uit een faculteitsvoorzitter, een vakgroepsvoorzitter, een studentenhuisvoorzitter, een gangvoorzitter, en een klassevoorzitter. Daar deze voorzittersfuncties per periode in aantal variëren, zorgt dit voor een grote fluctuatie in het totale aantal voorzitters.
Een hiërarchie met een groot aantal voorzitters en korte lijnen is een gebruik dat kenmerkend is voor de Haarden-traditie. Er zijn drie belangrijke motieven voor deze praktijk. De eerste is de al eerder genoemde controle via veel kanalen; de tweede is het instellen van een keten van discipline, gezag en verantwoordelijkheid; de derde en belangrijkste is de vorming van een sterk identiteitsbesef, die het 'lidmaatschap' omvormt tot het gevoel er echt bij te horen. Voor een jongere van een jaar of 15, 16 is het vereerd worden met de functie van 'voorzitter' een bron van zelfvertrouwen en daarnaast creëert het een sterke motivatie om een hogere positie te bereiken. Haluk Kirci beschrijft in zijn boek Zamani Süzerken dit proces als volgt: 'Op de middelbare school was ik school-voorzitter. Het was een erezaak om op zo'n jonge leeftijd zo'n verantwoordelijkheid te krijgen, zeker omdat 't ook nog ging om een voor mij heilige zaak. Het op de juiste manier omgaan met die eer was een carrière op zichzelf'. (16) Eén van de belangrijke tussenstations in het verhogen van je status binnen de Idealistische Haarden is een functie die we kunnen omschrijven als 'multi-functionele assistent'; belangrijke voorzitters in de Haarden hebben, naar gelang hun mate van belangrijkheid, één of meerdere Haarden-jongeren aan hun zijde. Deze dienstverlening is er ook voor de bestuurders van de partij, dat wil zeggen de MHP. Dit wordt 'hoofdkwartier- of partijdienst' genoemd. Deze 'assistenten' brengen een grote hoeveelheid tijd met hem door. Ze staan de voorzitters bij in hun werkzaamheden en treden op als body-guards. Deze 'dienstverlening' is er een ten behoeve van de zaak, een noodzakelijke stap in een carrière binnen de organisatie, een periode van 'rijping'. Zo begeleidt ook de voorzitter van de Haarden de partijleider bij belangrijke bezoeken.

2.4. Publicaties, 'avonden' en activiteiten
Alle afdelingen van de Idealistische Haarden moeten de financiën voor hun activiteiten zelf zien te genereren. Tegelijkertijd storten ze een deel van de opbrengsten van hun activiteiten naar het hoofdkantoor. De speciale 'avonden', die na donaties de belangrijkste bron van inkomsten vormen, soms in de vorm van concerten door een in idealistische kringen populaire 'idealistische artiest', hebben soms de vorm van een 'herdenkingsavond'. Deze activiteiten verkrijgen de organisatorische steun van het hoofdkantoor en vinden plaats in diverse delen van Turkije. Naast het verschaffen van inkomsten dienen de herdenkingsavonden ook om belangrijke ideologische of politieke personen en degenen die een grote maatschappelijke populariteit genieten te vereren. Voorbeelden van deze activiteiten zijn de herdenkingsavonden voor belangrijke turanisten, zoals Enver Pasja, voor de legendarische stichter van de Bektasji orde, Haci Bektas Veli, en vieringen van de overwinning van de slag van Malazgirt (1071, die de 'Turkse verovering' van Anatolië markeert).
Net zoals de donaties is ook de verkoop van tijdschriften een belangrijke inkomstenbron. Er zijn drie tijdschriften die worden gepubliceerd in de kringen van Idealistische Haarden. Ülkü Ocagi, de theoretische spreekbuis van de Haarden. Dit blad heeft circa 35-40.000 lezers. Genç Ülküdas is agressiever van toon en heeft een oplage van 20.000 exemplaren. Dan is er nog het blad Türkü voor kunst en literatuur, waarvan circa 2000 exemplaren per nummer worden verkocht.
In Ülkü Ocagi worden theoretische artikelen geplaatst van de hand van belangrijke en invloedrijke personen binnen de MHP of de idealistische beweging en van academici die dichtbij deze beweging staan. In veel tijdschriftenafleveringen zijn bijvoorbeeld artikelen van Türkes te vinden en van Bahçeli sinds hij voorzitter is geworden. Ten tijde van het schrijven van dit artikel werden er voorbereidingen getroffen om naast deze maandbladen een weekblad uit te geven.
Ondanks het feit dat de Idealistische Haarden, zoals wordt aangegeven in de statuten van de stichting, op een zeer breed terrein actief is en een brede organisatiestructuur heeft, zijn de activiteiten die zij ontplooit niet zeer divers. De voornaamste oriëntatie van de activiteiten lijkt te zijn de ideologische versterking van de doelgroep en het hoofddoel is de ontwikkeling van een duurzaam kader. De kreet 'We proberen idealisten te zijn', die eensgezind uit de kelen klinkt van jongeren op weg naar de Idealistische Haarden, brengt dit tot uitdrukking. (17)

2.5. Het profiel van de leiding en de leden
De huidige top van de leiding van de Idealistische Haarden is aanzienlijk ouder dan ideaal zou zijn voor een jongerenorganisatie. De meerderheid van het afdelingsbestuur kan door de doelgroep worden gezien als 'oudere broer'. De kenmerken van het gebied waar de afdeling is gevestigd komt tot uiting in het profiel van de 'voorzitter'. De afgelopen jaren hebben we kunnen waarnemen dat met name in universitaire centra idealistische academici een grotere leidende rol hebben gekregen.
Het profiel van de leden van de Idealistische Haarden verschilt eveneens per gebied. Soms kan dat tot frappante contrasten leiden binnen één stad. In Sanayi bijvoorbeeld, een arme buurt aan de rand van Istanbul, heeft de organisatie heel andere leden dan in rijke wijken als Levent en Bakirköy. Leiders van de Idealistische Haarden stellen dat de meerderheid van hun leden student is, maar als men kijkt naar de drukte bij de activiteiten van de Haarden voor het grote publiek, dan is het duidelijk dat dit alleen waar is voor het leidende kader. Bovendien, de idealisten op de universiteiten verschillen aanzienlijk van de overige leden. Een markant voorbeeld werd hiervan gegeven door Atilla Kaya tijdens ons interview in het hoofdkwartier van de Haarden in Ankara in september 1999: 'Op een dag kwamen bekenden van ons van de Bilkent Universiteit op bezoek. (18) Net toen zij vertrokken kwam een groep van de Haard uit Malatya binnen. Een vriend uit Malatya zei, refererend aan de studenten van Bilkent, "jullie hadden zeker gasten uit het buitenland"'.
De krachtige golf van 'pop-nationalisme' in Turkije in de jaren negentig had een grote invloed op het profiel van de leden van de Haarden. Can Kozanoglu, die deze pop-golf in zijn boek Pop Çagi Atesi (19) onderzocht, wijst op deze verandering in een artikel in de krant Milliyet: 'Het nieuwe idealisme gaf mensen een identiteit waarmee ze de moskee of de disco, de legerbasis of de voetbalwedstrijd, het arabesk- of het heavy metal-concert binnen konden gaan.' (20) Deze golf veranderde in de jaren negentig het standaard idealistische type inderdaad in belangrijke mate. Jongeren met lang haar en oorringen, uit onverwachte sectoren van de maatschappij, werden idealisten of beweerden dat te zijn. Deze ontwikkeling werd bevestigd door de vice-voorzitter van de Idealistische Haarden, Alisan Satilmis: 'Op het moment worden de liedjes waarvan onze achterban houdt (...) gedraaid of aangevraagd.'
Dit 'popificatie'-proces had een ingrijpend effect, in het bijzonder op middelbare schoolleerlingen. Tussen 1992 en 1997 steunde een deel van de leiding van de MHP dit proces zelfs en beschouwde het soms als een eigen verdienste. Desondanks moet gezegd worden dat dit proces sterke weerstand opriep bij de traditionele aanhang. Zo viel in een ingezonden brief in de krant Ortadogu te lezen: 'Nationalisme is niet het simpelweg bij de ingang staan zwaaien met de Turkse vlag terwijl binnen de Amerikaanse cultuur tentoon wordt gespreid.' (21)
De Idealistische Haarden maakte in de jaren negentig diverse hervormingen door. Deze waren in eerste instantie gericht op het evenwicht binnen de beweging, later op haar publieke imago, en uiteindelijk op het machtsperspectief van de MHP. In dezelfde periode vonden ontwikkelingen plaats met betrekking tot het imago van de Idealistische Haarden die sommige columnisten als zeer belangrijk inschatten. Zij schreven daar artikelen over met titels als 'De Idealistische Haarden heeft nu internet'. Wat dat betreft; heel wat afdelingen hebben inmiddels internet. En de Idealistische Haarden beschikt ook over een website. (22) Maar idealisten die chat rooms gebruiken en op het internet surfen, praten niet echt over andere zaken dan de andere gebruikers van het internet. Zelfs al worden er af en toe provocerende zaken ingetikt, dan nog begeven idealistische jongeren op het internet zich niet in een essentieel ander klimaat dan anderen van hun leeftijdsgroep. Wat dit betreft dient te worden opgemerkt dat idealisten die internet gebruiken niet representatief zijn voor de gemiddelde idealist. De website van de Idealistische Haarden stond lange tijd zonder enige wijziging op internet. Ten tijde van het schrijven van dit artikel was de website gesloten met de mededeling dat hij opnieuw werd opgemaakt.

2.6. Waarom wordt men idealist?
Misschien vanwege de al bestaande verschillen in de Haarden-populatie die alleen nog maar toenemen, kunnen de bestuurders geen duidelijk antwoord geven op de vraag wat de centrale motivatie is die de gevarieerde groep personen bijeenbrengt. Men heeft het over morele waarden, in de meest algemene zin. Als een gelijksoortige vraag wordt gesteld aan personen die de Haarden bezoeken, geven zij soortgelijke antwoorden: 'Dan merk ik dat ik Turk ben', 'Het is beter dan het koffiehuis', 'Ik ben een nationalist en ik ga naar de Haard.' Leiders van de Idealistische Haarden zeggen dat in de afgelopen jaren sommige jongeren door hun familie bij de Haarden worden gebracht. (23) Atilla Kaya geeft op de vraag 'wat maakt jongeren tot leden van de Idealistische Haarden?' het volgende antwoord:
'De idealistische beweging is een beweging met een duidelijke boodschap. Bepaalde gebeurtenissen hebben ons gelijk aangetoond. Dan heb ik het over de kwestie van de Turken in het buitenland, het feit dat het communisme de mensheid vijandig gezind is, en het gevaar van het separatisme. Al onze overtuigingen zijn juist gebleken.' Kaya maakt duidelijk dat hij de toenemende aantrekkingskracht van de Haarden ziet als een gevolg van het succes van de MHP bij de verkiezingen. (24)
Necmettin Hacieminoglu, een hoogleraar die een belangrijke ideoloog van deze beweging is, betrekt het verleden bij zijn verklaring voor de belangstelling ten aanzien van de Idealistische Haarden: 'Idealisme is een terugkeer naar de essentie, naar het eigen wezen… Idealisme is net zoiets als de natuurlijke reactie op een bacterie die een organisme binnendringt… De Turk is in feite een idealist vanaf zijn geboorte, het is een eigenschap van zijn voorvaderen.' (25) Deze opvattingen komen ook tot uitdrukking in vaak herhaalde slogans binnen de beweging. De slogan, nog steeds in gebruik, 'Turk, huiver en kom tot jezelf', Nevzat Kösoglu's 'nationale reflex-thesis', ontwikkeld na 12 september, alsmede de verklaring van Alisan Satilmis, ondervoorzitter van de Idealistische Haarden, dat 'idealisme geen materiële verdienste is maar een sociale' (26) geven blijk van de duurzaamheid van deze ideologische basis.
Het is praktisch onmogelijk dat de veronderstelde honderdduizenden leden van de Haarden één enkel antwoord geven op de vraag waarom zij idealisten werden. De genoemde redenen zijn vooral terug te voeren op het bieden van een toevluchtsoord, wat wij hebben aangeduid als een traditionele functie van de Haarden, de belangrijkste pijler, die bescherming en protectie biedt en de overgang van de provincie naar de stad en van traditie naar moderniteit vereenvoudigt. Een ander belangrijk punt is dat de Idealistische Haarden jonge mensen een identiteit biedt die makkelijk aan te nemen en te behouden is nu de Turkse maatschappij een periode doormaakt van ernstige versplintering. De opvatting dat de Idealistische Haarden mogelijkheden kan creëren op het vlak van primaire sociale en materiële behoeften, zoals werk en opleiding, wordt versterkt naarmate de kansen op regeringsmacht toenemen. Een andere belangrijke reden die kan worden genoemd is het veilige gevoel dat wordt gecreëerd door het samenzijn met mensen 'die net zo zijn als jezelf', het betrokken zijn bij een sociaal-politieke activiteit en de verwachting van status die dat oproept. Deze lijst kan worden uitgebreid. De idealistische organisatie is echter een beweging waarin een groot aantal drijfveren samenkomt. Ze heeft een grote aantrekkingskracht, en nog belangrijker, ze weet deze voor een lange periode in stand te houden. Doordat de Idealistische Haarden deze losse structuur in een rigide organisatie heeft omgevormd, heeft zij aan belang gewonnen.


3. De ideologische structuur van de Idealistische Haarden

3.1. Het karakter van het Turkse nationalisme
Om het binnen de Idealistische Haarden heersende ideologische klimaat te begrijpen is het noodzakelijk om terug te blikken op de geschiedenis en de wortels van het Turkse nationalisme. Als portretten van Enver Pasja nog steeds de muren van Idealistische Haarden sieren, dan moet dit iets te betekenen hebben. De MHP, de idealistische beweging, en daarmee ook de Idealistische Haarden, verklaren zichzelf tot het centrum van het hedendaagse doctrinair nationalisme. Maar ondanks deze bewering is het duidelijk dat idealisten sterk worden beïnvloed door het Turkse nationalisme uit het verleden.
Vergeleken met nationalisme in het Westen is het Turkse nationalisme laat tot ontwikkeling gekomen. In de laatste periode van het Osmaanse Rijk heeft het Turkse nationalisme onder sterke invloed gestaan van 'concurrerende nationalismen', waarvan het Balkan-nationalisme de belangrijkste was. Een andere belangrijke bron zijn de turkistische filosofische stromingen die zich ontwikkelden onder Turkse elementen in de Sovjet-Unie en in intellectuele kringen binnen deze gemeenschappen. Het is bekend dat sommige nationalistische intellectuelen na de jaren dertig beïnvloed waren door het Duitse en Italiaanse nationalisme.
De bronnen die het Turkse nationalisme voeden en de dynamiek waardoor deze bronnen op de voorgrond treden, maken haar reactionaire en defensieve karakter zeer dominant. Deze reactionaire positie wordt door nationalistische schrijvers halsstarrig en soms verbolgen van de hand gewezen. In de geschriften van de ideologen zelf zijn deze reactionaire rechtvaardigingen niettemin vaak aan te treffen. Sommige nationalistische schrijvers pteren deze reactionaire positie openlijk. Maar als men kijkt naar de drijvende kracht van de idealistische beweging, die in zekere mate is beïnvloed door de leerstellingen van de islam, dan is men het denkkader gebaseerd op de 'herleving van het verleden' nog niet te boven gekomen.
Nationalisme, een belangrijk bindmiddel tijdens de stichting van de Turkse Republiek, is het belangrijkste referentiekader voor de 'nationale identiteit'. Deze nationale identiteit ontstond gelijktijdig met de stichting van de Republiek. De fundamenteel 'defensieve' houding van het Turkse nationalisme is organisch verbonden met de 'existentiële strijd' van de Turkse Republiek. Daarom is nationalisme een soort 'staatsideologie' en heeft het zich geworteld als sociaal onderbewustzijn. In de geschiedenis van de Turkse Republiek komt het veelvuldig voor dat in tijden van 'crisis', waarin de kwestie van het 'voortbestaan' op de agenda staat, hetzij de staat, hetzij centra van het heersende denken een golf van nationalisme teweeg brengen die een nationalistische waanzin creëert. In historische perioden waarin het buitenlandse gevaar toenam of waarin men vond dat vanuit het 'buitenland gepropageerde' dreigingen - zoals communisme, separatisme, of fundamentalisme - sterker werden, beleefde het nationalisme een forse opleving.

3.2. De componenten van de idealistische ideologie
Toen rechtse en linkse accenten in Turkije's politieke spectrum na 1960 zich begonnen af te tekenen, werd het nationalisme één van de belangrijkste bestanddelen van Turks rechts. Sterker nog, 'nationalisme was de 'grammatica' van Turks rechts', zoals Tanil Bora het in zijn boek Türk Saginin Üç Hali formuleert. Daar vond ze voornamelijk de inspiratie om stellingen, begrippen en symbolen aan te passen of te verzinnen. (27) Tegelijkertijd was het nationalisme steeds verbonden met de twee andere aspecten van Turks rechts, islamisme en conservatisme. Ook al was het karakter van deze relatie in verschillende perioden afhankelijk van strategische overwegingen, het begrip 'nationalistisch-moralisme' (milliyetçi-maneviyatçi) dekt de lading het beste. Het Turkse nationalisme is daarom niet volledig beperkt tot een onafhankelijk en puur turkisme, behalve binnen een paar onbeduidende filosofische kringen die bij gelegenheid hun invloed vergroten. 'Ras-georiënteerde', of racistische turkistische opvattingen, worden weliswaar af en toe geuit in het centrum van de idealistische beweging, maar worden regelmatig afgewezen en gemarginaliseerd. Dat geldt zeker voor wat betreft de vertegenwoordiging in de bestuurlijke macht van de Haarden. De buitengesloten, oppositionele 'ras-georiënteerde' turkisten trekken soms zelfs de raciale puurheid van sommigen in de leiding van de MHP in twijfel. Het turanisme, dat is beïnvloed door de islam, heeft aan de andere kant haar invloed altijd behouden. De opvatting dat de 'islam een ondeelbaar element van het turkisme is' verschaft de relatie tussen nationalisme en islam een stevige basis. Kazim Ütük, één van de personen die regelmatig een bijdrage levert aan Ülkü Ocagi, benadert deze kwestie in zijn artikel 'Waarom Turks nationalisme?' op de volgende wijze: 'Turkisme is het zelfstandig naamwoord waar we deze natie mee omschrijven, de islam hoort daar bij als een bijvoeglijk naamwoord. Omdat het bijvoeglijk naamwoord nu eenmaal voor het zelfstandig naamwoord komt, zijn we dus islamitische Turken. Aangezien bijvoeglijke naamwoorden eigenschappen beschrijven die we kunnen verwerven en verliezen, bidden we 'Heer, neem ons bij onze laatste ademtocht tot U als moslims'. In tijden dat het zelfstandig naamwoord Turk krachtig was, was het bijvoeglijk naamwoord moslim ook krachtig. Als het zelfstandig naamwoord Turk verzwakte, dan werd ook het bijvoeglijk naamwoord moslim zwakker.' (28)
De populairste karakterisering in de idealistische beweging van de verhouding tussen nationalisme en islam is de 'turks-islamitische ideologie'. Deze visie is afkomstig van Seyit Ahmet Arvasi (1932 - 1988), een belangrijke idealistische ideoloog. Benadrukkend dat 'Turkisme een perfecte eenheid vormt met de islam', verklaart Arvasi dat 'de Turkse natie zowel samenvalt met het ideaal van wereldwijde heerschappij als met de strijd van de islam voor een rechtvaardige wereld.' Hij gaat zelfs nog verder door te zeggen dat 'god het bestuur van de wereld heeft gegeven aan de Turkse natie, vertegenwoordigd door de Turkse Khan.' (29)
Om haar eigen concept van nationalisme te onderscheiden van andere bewegingen in de wereld, benadrukt de idealistische beweging met name haar afkeer van racisme. Bij het uitbannen van 'ras-georiënteerde' turkistische stromingen, die van tijd tot tijd in het discours op de voorgrond treden, is het afwijzen van racisme vaak als argument gebruikt. Sommige turkisten zijn zelfs aangevallen door de leiding van de Haarden omdat ze 'Hitler en Mussolini willen imiteren'. Om op dit verschil te wijzen bedient men zich meestal van de term 'cultureel nationalisme' van Ziya Gökalp. (30) Er kan echter onmogelijk gezegd worden dat deze these van Gökalp binnen de idealistische beweging volledig wordt geaccepteerd. In tijdschriften van de beweging komt men artikelen tegen waarin deze benadering wordt gezien als een afwijking naar rechts - zonder dat Gökalps naam overigens wordt genoemd (maar het uiten van openlijke kritiek is in de idealistische beweging niet bepaald usance) en waarin tegenover het 'cultureel nationalisme' het 'natie-nationalisme' wordt uitgewerkt.
Een ander argument dat wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen nationalisme en racisme wordt beschreven door Nevzat Kösoglu. Hij schreef een boek over nationalisme en de geboorte van het Turkse nationalisme voor het politiek scholingsinstituut van de MHP. Kösoglu: 'Turks nationalisme is niet gebaseerd op enige strijd met of haatgevoelens jegens een andere natie. Het is, van het begin tot het einde, gebaseerd op het in een nieuw licht zien van de eigen identiteit.' (31) Desalniettemin zijn leuzen als 'alles door de Turken, voor de Turken, en zoals de Turken het willen' en de omschrijvingen van de kenmerken van de 'Turkse natie', die nog steeds door de idealistische beweging worden gebruikt, de basis voor het aanspraak maken op superioriteit. De negatieve motivatie van deze houding blijkt uit de reactie die tot uitdrukking wordt gebracht met de woorden van Necip Fazil Kisakürek, één van de dichters die het meest wordt vereerd door de idealisten, 'een vreemdeling in zijn eigen vaderland, een paria in zijn eigen land'. De leus 'neem je land zoals het is, of verlaat het', die eens heel populair was en nog steeds wordt gebruikt, is het treffendste voorbeeld dat 'de ander' slechts zal worden verdragen, zolang hij gehoorzaamheid betracht.

3.3. Het socialisme en haar relatie met rechts
Naast de islamistische golf en de turkistische tendensen was een 'socialistisch' discours invloedrijk binnen de idealistische beweging. Het begrip 'socialistisch nationalisme' wordt zelfs veelvuldig gebruikt. Dit soort benaderingen heeft niet alleen conjecturele en pragmatische oorzaken, maar komt ook voort uit de ideologische basis van de beweging. Socialistische opvattingen als anti-kapitalisme, anti-imperialisme, en een kritische kijk op rechts of op de staat hebben altijd een plaats gehad binnen de idealistische ideologie. Al in 1968, in een verklaring ondertekend door 'de socialistische nationalisten' en verspreid door idealisten op het congres van de Verenigingen tot Bestrijding van het Communisme, werd gesteld dat 'we de natie moeten laten zien, dat we de kapitalisten, de feodale leenheren, de kolonialistische handelaren, de rijken, en de vijanden van de natie en het land niet beschermen. We moeten laten zien dat we net zo weinig moeten hebben van het materialistische kapitalisme als van het communisme'. (32) De 'socialistische' benadering binnen de ideologie ondersteunde ook enigszins demagogische programma's van de MHP als die met betrekking tot de 'nationale sector'.
Na 12 september 1980 werden socialistische opvattingen gevoed door twee fundamentele bronnen: de eerste was de islamistische tendens, die zich binnen de idealistische basis ontwikkelde, en die zelfs nog sterker binnen haar kader tot ontwikkeling begon te komen. De tweede was de vijandige houding van het 12 september-bestuur jegens de idealisten. Kritiek op het 'systeem' speelde in deze periode een steeds belangrijker rol. In januari 1996 schreef de voorzitter Alaaddin Aldemir in het tijdschrift Ülkü Ocagi: 'Het systeem wilde de scherpe kantjes afhalen van het idealistische aanhang, de enige kracht die haar weerstond, de enige groep die niet was gekocht of te koop was, en in zichzelf opnemen.' (33) Toch bleef deze houding niet lang in stand, in de tweede helft van de jaren negentig waren dergelijke uitvallen vrijwel volledig uit het discours verdwenen. 'De staat' werd door hen weer gezien als de hunne.
Eén van de belangrijkste aanwijzigingen voor de afstand tussen de idealistische beweging en rechts is de uitspraak van Alparslan Türkes in de jaren zeventig dat 'ten gevolge van het bijna verraderlijke gedrag van links, we onze strijd met rechts op moesten schorten.' De ooit populaire 'these van de derde weg' is een demagogisch uitvloeisel van de behoefte om dit onderscheid te benadrukken. De voorzitter van de Idealistische Haarden, Azmi Kahramahmutoglu, bracht deze uitspraak van Türkes tijdens een partijbijeenkomst in de jaren zeventig weer in herinnering door te stellen dat 'we de strijd tegen rechts, die we eens terzijde hebben geschoven, nu weer oppakken'. (34) Deze 'strijd' van de idealisten met rechts duidt aan dat het niet alleen handelt om een ideologische kwestie, maar dat er ook wordt uitgevochten wie de 'controle' krijgt over het 'nationalisme', één van de fundamentele pijlers van Turks rechts. Hedentendage is het duidelijk dat vanuit het perspectief van 'realpolitik', de MHP, en dus ook de beweging van de Idealistische Haarden, een belangrijke concurrent heeft aan 'rechts'.

3.4. Is nationalisme een ideologie?
Eén van de recente populaire ideologische debatten binnen de idealistische beweging heeft betrekking op het ideologie-concept. Hacieminoglu, een belangrijke ideoloog van de Idealistische Haarden, omschrijft nationalisme op de volgende manier: 'Nationalisme is geen reactionaire beweging, voorbestemd om te strijden tegen ideeën die haaks op de hare staan, noch is het de antithese van een of andere verzameling van stellingen. Het is een zelfstandige these, een opzichzelfstaand wereldbeeld en ideologisch systeem.' (35) Volgens Hacieminoglu is nationalisme eerder een doel dan een middel, en daarom is het niet simpelweg een politieke doctrine, maar een denksysteem. De hoofdredacteur van Ülkü Ocagi, Gökhan Yilmaz, stelt in een interview heel duidelijk dat 'nationalisme een ideologie is. Het is uniek en geldt voor alle naties. Het Turkse nationalisme is de Turkse interpretatie van de ideologie van het nationalisme.' (36)
Yilmaz besteedt in dit vraaggesprek ook ruime aandacht aan visies ten aanzien van democratie en liberalisme: 'Als we het hebben over de soevereiniteit van de natie (millet), dan bedoelen we de soevereiniteit van die waarden die de natie tot natie maken. Waarden zijn nooit afhankelijk van tijd en plaats. Democratie is nergens op gebaseerd… De natie van 'hier en nu' is uiteraard belangrijk, omdat die het voertuig is van de waarden. Desalniettemin is de natie zich niet bewust van wat ze draagt of waar ze dit heen voert.' (37)
Vanuit het gezichtspunt van de MHP en de idealistische beweging is de voornaamste bron waarop het ideologische raamwerk is gestoeld, of preciezer gezegd, die richting aan de beweging geeft, Alparslan Türkes' 'Nationale Doctrine der Negen Lichten'. (38) Hedentendage wordt deze doctrine, die ook de kern vormt van de educatieve activiteiten van de Idealistische Haarden, nogmaals uiteengezet in het boek 'De dynamiek van de MHP', uitgegeven door het politiek scholingsinstituut van de MHP. (39) De 'Nationale Doctrine der Negen Lichten' bestaat uit negen principes: nationalisme, idealisme, moraal, gemeenschappelijkheid, wetenschappelijkheid, liberalisme en individualisme, zorg voor de dorpen, ontwikkeling en populisme, concentratie op industrie en technologie. Van alle idealisten wordt verwacht dat ze de 'Negen Lichten' door en door kennen.
De geschriften van de belangrijkste ideologen, die het gedachtengoed vormen van de idealistische beweging, boeken met idealiseringen van de idealistische beweging, meestal in de vorm van een gedicht, en opzwepende muziekproducties vormen het leeuwendeel van het culturele materiaal dat de idealisten verorberen. Nochtans is momenteel één van de meest bediscussieerde kwesties het gebrek aan ideeën binnen de beweging. Er wordt van alles aan gedaan om dit te veranderen, maar dat er door de idealisten veel gelezen wordt is niet vol te houden. (40)

3.5. Leider, aanhang en organisatie
De leider is van levensbelang voor de idealistische beweging. Natuurlijk was deze leiderspositie tot 1997 nauw verbonden met 'basbug' Alparslan Türkes, en dit werd tot uitdrukking gebracht met een speciale status (basbug). Het beeld van 'de leider' binnen de partij werd door Seyit Ahmet Arvasi, in een artikel dat hij in 1976 als partij-interne publicatie uitbracht als volgt omschreven: 'Een leider kan niet worden gefabriceerd; hij is het product van de nationale omstandigheden en de maatschappelijke situatie… De leider is de kern van het selecte gezelschap van kaderleden, dat de strijd leidt en vooruitbrengt. Het organisatieproces ontwikkelt zich organiek rond deze kern. De leider moet de beweging structureren door juist de krachtigste mensen om zich heen te verzamelen in plaats van de zwakste…' (41)
In de loop van de tijd is deze visie ten opzichte van het begrip leider nauwelijks aan verandering onderhevig geweest. De voormalige voorzitter van de Idealistische Haarden, Alaaddin Aldemir, spreekt dan ook over een 'idealistische staf die een stalen pantser vormt rond de leider en die diens opdrachten direct uitvoert.' (42) Een andere voormalige voorzitter van de Haarden, Azmi Karamahmutoglu, brengt de fameuze uitspraak van Dündar Taser in herinnering: 'een fout van de leider gaat boven mijn eigen waarheid', en spreekt over 'een totaal vertrouwen in en gehoorzaamheid aan de leider'. (43) Devlet Bahçeli, die na de dood van Türkes werd gekozen tot algemeen voorzitter, neigde er tijdens zijn uitverkiezing niet toe om de status van Basbug voort te zetten. En ook in het beeld dat hij later neerzette, was dat niet het geval. Desondanks blijft 'leiderschap' voor de idealistische beweging een belangrijkere betekenis houden dan abstracte, ideologische vereisten.
Ook organisatie en kader heeft voor de beweging een speciale betekenis. We kunnen hiervoor opnieuw gebruikmaken van Arvasi's artikel uit 1976, omdat dezelfde stellingen in 1997 worden herhaald in het blad Ülkü Ocagi:
'Onder degenen die een strijd steunen treft men niet alleen mensen aan uit verschillende lagen van de bevolking, maar ook mensen met verschillende capaciteiten. A-klasse aanhangers: geloven echt in de strijd, zijn er uit liefde mee verbonden, hebben hun angst overwonnen, zijn niet te bedotten met beloftes over persoonlijk gewin. B-klasse aanhangers: onverschrokken strijders voor de zaak, bestaan uit heroïsche, temperamentvolle en overtuigde vechters. Zij ontlenen hun vurigheid vooral aan hun enthousiasme. C-klasse aanhangers: bestaan uit al dan niet georganiseerde sympathisanten en medestanders van de beweging. Als ze georganiseerd zijn, voelen ze zich sterker en neemt hun steun voor de beweging toe. D-klasse aanhangers: zijn aan de beweging verbonden in de hoop daar zelf voordeel mee te behalen. Naarmate de strijd meer successen boekt, neemt hun omvang toe, maar in gevaarlijke en moeilijke tijden neemt hun aantal snel af. E-klasse aanhangers: het is ook noodzakelijk om de mensen van de tegenpartij te kunnen organiseren, die zich uit angst voor de kracht van de zaak aansluiten zodat ze beter in de gaten kunnen houden wat er gebeurt, of die zich aansluiten omdat zij niet met hun vrienden overweg kunnen of zich door hen beledigd voelen en zich op die manier afscheiden.' (44)
Het kader van de Idealistische Haarden beschouwt zichzelf altijd als lid van de A- en B-groepen en vindt dat zijzelf de ware protagonist van de strijd is. Hierin ligt ook de morele basis van de debatten die soms uitbreken onder de gewone leden van de partij. Deze houding voedt het subculturele element van de Haarden en houdt het, in zekere zin, in stand. Ook de romantische benaderingen die corresponderen met het woord 'idealisme', een onstuimig 'jonge honden-gedrag' (delikanli) en een levendig gehouden radicalisme, houden dit klimaat in stand. Suat Basaran, momenteel lid van de raad van voorzitters van de MHP en een voormalig leider van de Haarden, beschrijft in de krant Milliyetçi Çizgi, in de periode waarin de subculturele exponenten deel uitmaakten van de interne oppositie van de partij, deze gemoedstoestand als volgt: 'de 'bazen' van het systeem in Turkije willen dat de leden van de idealistische beweging gewone, brave burgers worden. Dat is wat de sensatiepers onder de noemer van het herontdekken van idealisten poogt te verbreiden. Dat wil zeggen, ze willen een idealisme dat ver af staat van een ideologisch en radicaal discours, een [idealisme] dat zich voegt in het bestaande systeem. Laten we niet in deze val trappen.'
Subculturele motieven die de ideologie steunen worden van een behoorlijk opzwepende inhoud voorzien, met name voor jongeren van middelbare schoolleeftijd. Het tijdschrift van de idealistische jongeren, Genç Ülküdas, dat als ondertitel voert: 'met de woede van Yavuz (45) en de passie van Yunus' (46), brengt deze extreme houding op treffende wijze tot uitdrukking:
'Met de gloed van je grenzeloze hart, dat bergen van ijzer doet smelten heb je de capaciteit en de kracht om alle obstakels te overwinnen. Wat moeilijk is voor de zwakkere en angstaanjagend voor de lafaard, is voor helden ideaal… Jonge man, jij bent de held in deze rampspoed. Jij bent de man op wie jaren verlangend is gewacht… Gegroet Kürsad (47) harten, afstammend van de wolf, die hun rancune, hun woede, hun haat steeds levend houden, die het verleden niet vergeten, die gezegend zijn door de brug die zij slaan naar het heden… Jij bent het desem voor de wedergeboorte, de laatste kans voor de islamitische Turk...' (48)


4. Wat hebben de Idealistische Haarden gedaan?

4.1. Haarden in de scholen
Zoals haar eigen leiding stelt, is de Idealistische Haarden een organisatie die zich voornamelijk richt op de schooljeugd. Ze is daarom het actiefst op middelbare scholen en universiteiten. Men kan rustig zeggen dat in vergelijking met de jaren zeventig de idealisten tegenwoordig beschikken over een soepeler functionerende en wijdverbreidere organisatie op de middelbare scholen. Hierbij moet benadrukt worden dat het gebrek aan concurrentie hierbij een belangrijke rol speelt. In de jaren tachtig werden linkse organisaties namelijk sterk onderdrukt en ook daarna bleven zij zwak. Na 28 februari 1997 werden islamitische groepen voor een groot deel gepacificeerd. (49) Bovendien maakte het socio-politieke klimaat de weg vrij voor de idealisten. De organisatiegraad van de idealisten op middelbare scholen nam in het begin van de jaren negentig dan ook zeer snel toe. Hoewel op het platteland nog steeds sprake is van groei, is de organistiegraad in de steden op een gegeven moment juist aanzienlijk afgenomen. De meerderheid van de middelbare-schoolleerlingen die toetreden tot de Idealistische Haarden hebben een extreem zwak, instinctief, of zelf helemaal geen begrip van ideologie. De behoefte om ergens bij te horen is veel sterker. Deze behoefte is een belangrijk element, met name binnen de structuur van het met veel 'leiders' toegeruste lokale organisatiemodel.
De idealistische organisatiestructuur binnen de universiteiten verschilt enigszins van die op de middelbare scholen, omdat de overgrote meerderheid van de idealisten op de universiteiten reeds lid was van de idealistische beweging op het moment dat men met een studie begon. Een ander element dat de organisatie en het activisme op de universiteiten tekent, is de mogelijkheid dat men in deze educatieve instellingen wordt beïnvloed door 'rivaliserende' politieke groeperingen. (50) Zo kwamen de Idealistische Haarden in de jaren negentig in het nieuws met een groot aantal gewelddadige incidenten op de universiteitscampussen. Idealisten hebben vooral een rol gespeeld bij conflicten op universiteiten in de grote steden, die vaak leidden tot gewonden en soms tot doden. In het academische jaar 1996/1997, toen gewelddadige incidenten op universiteiten dramatisch toenamen, maakten de Idealistische Haarden bekend dat ze hun leden hadden voorgesteld een semester niet naar college te gaan om zo de spanningen te verminderen. (Deze geweldadigheden hielden onder meer verband met de ramadan en met linkse activiteiten die plaatsvonden op de universiteiten, zoals acties tegen de Hoger Onderwijsraad (Yüksek Ögretim Kurulu, YÖK) en corruptie/georganiseerde misdaad, red.)

1 Mei-demonstrant mishandeld door idealisten in de Kagithane Ülkü Ocagi te Istanbul (1 mei 1998)
  ocagi  
In diverse verklaringen van leiders van de Idealistische Haarden en in verschillende edities van het blad Ülkü Ocagi wordt herhaaldelijk beweerd dat idealisten geen rol speelden in de incidenten op de universiteiten. Tegelijkertijd werd in de meeste van dergelijke verklaringen benadrukt dat 'er personen zijn die ons bij gewelddadige conflicten willen betrekken'. In de periode dat deze incidenten toenamen verklaarde de voorzitter van de Idealistische Haarden Azmi Karamahmutoglu: 'Mochten groeperingen die het tegen ons opnemen met bepaalde provocerende ideeën of activiteiten op de proppen komen, dan zijn we voorbereid. Als er wapens aan te pas komen, dan zijn wij degenen die tijd en plaats van het gevecht bepalen.' (51)
Vooral linkse studenten hebben vaak verklaard dat bij gewelddadige incidenten op de campussen van universiteiten waaraan idealisten deelnemen, de veiligheidstroepen de idealisten beschermen en toleranter tegen hen optreden. Het grote aantal verwondingen toegebracht door scherpe voorwerpen op scholen waar fouilleringen plaatsvinden wordt als bewijs hiervoor aangevoerd.
Incidenten op de universiteiten zijn recentelijk aanmerkelijk afgenomen. De huidige voorzitter van de Idealistische Haarden, Atilla Kaya, zei hierover in een gesprek dat ik met hem had: 'Het is belangrijk om lering te trekken uit de geschiedenis. In het verleden vonden dergelijke incidenten plaats. In de jaren zeventig namen ze in hevigheid toe. Maar nu weten we dat het niet mogelijk is om je ideeën met onderdrukking en geweld te propageren. Van gedrag dat een fatsoenlijke idealist niet betaamt zullen we afstand nemen. Als er personen zijn die hun emoties niet onder controle kunnen houden, dan nemen we gepaste maatregelen.' Uiteraard houdt de grote voorzichtigheid van de Idealistische Haarden verband met de deelname van de MHP aan de coalitie-regering; men is daardoor uitermate bezorgd over het imago.

4.2. Secularisme en de hoofddoek
De idealistische beweging is altijd nauw verbonden geweest met islamitische reflexen, al was de relatie niet altijd even hecht - soms ook lagen er zeer pragmatische overwegingen ten grondslag aan deze verbondenheid met de islam. In de jaren zeventig en tachtig trad in de idealistische beweging het islamistische accent op de voorgrond.
In 1992, het jaar waarin de BBP zich afscheidde, begon de MÇP zich in toenemende mate aan de kant van het seculiere kamp te scharen. Türkes nam zelfs samen met de leiders van een centrum-rechtse en centrum-linkse partij, Tansu Çiller en Murat Karayalçin, deel aan een 'secularisme-bijeenkomst' op een centraal gelegen plein in Istanbul. Tot 1994 ontwikkelde de MÇP/MHP zich steeds sterker in deze richting. Deze lijn was minder duidelijk in de Idealistische Haarden aanwezig dan in het politieke strijdperk. Alleen in het discours werd het secularisme en het kemalisme benadrukt. Het duurde niet lang voordat de afstand tot de islamitische reflexen en de nieuw ingeslagen weg voor een reactie zorgde onder de traditionele achterban. Het hoogtepunt van deze ontwikkeling kwam na een toespraak in de aanloop voor de verkiezingen van 1995 door de MHP-kandidaat en voormalige openbare aanklager van de Rechtbank voor Staatsveiligheid (Devlet Güvenlik Mahkemesi, DGM), Nusret Demiral, waarin hij zich uitsprak voor de herinvoering van de oproep tot het gebed in het Turks.
Tijdens het '28 februari-proces' mengde de MHP zich niet in de gespannen situatie. De interne problemen en het vrijwel volledig-in-beslag-genomen-zijn met congressen alsook strategische overwegingen waren een belangrijke reden om buiten deze twisten te blijven. De mobilisatie van de traditionele achterban en het kader van de MHP na de verkiezing van Devlet Bahçeli tot voorzitter maakte evenmin de weg vrij voor een invloedrijke houding ten opzichte van '28 februari'. Nochtans, toen de verkiezingscampagne voor de verkiezingen op 18 april 1999 begon, was één van de belangrijke thema's op het Anatolische platteland de 'angsthazerigheid' van de Welvaartpartij (Refah Partisi, RP). Dat wil zeggen, in tegenstelling tot de 'angstige' houding van de RP en haar opvolger de Partij van de Deugd (Fazilet Partisi, FP) ten aanzien van het '28 februari proces', presenteerde de MHP zichzelf als de partij die zich juist manhaftig in deze zaak kon opstellen. Deze kwestie werd niet benadrukt in de officiële propaganda van de MHP, maar in persoonlijke propagandistische activiteiten werd aan islamitische gevoeligheden een bijzonder belang gehecht. Er werd zelfs gesteld dat 'wij degenen zijn die korte metten maken met de hoofddoekenkwestie'.
De hoofddoekenkwestie is gezien vanuit het gezichtspunt van de Idealistische Haarden van essentieel belang. Het niet toelaten van hoofddoekdragende studentes op de universiteiten had namelijk direct gevolgen voor de Haarden die actief probeerden te zijn op de campussen. Desondanks stonden de idealisten achter het beleid van de MHP: ze steunden acties met betrekking tot de hoofddoekenkwestie niet. De Idealistische Haarden uitten zelfs felle kritiek op het verenigde optreden van islamitische studenten en sommige linkse groepen. Toen na de verkiezingen Merve Kavakçi, volksvertegenwoordigster voor de FP, met hoofddoek het parlement betrad, terwijl MHP-parlementariër Nesrin Ünal haar hoofddoek wel verwijderde toen zij haar plaats in het parlement innam, bracht dat de MHP in de provincie in een lastige positie. De MHP-aanhang en de FP-achterban zijn op dit punt namelijk even gevoelig. De overeenkomsten tussen hun aanhang en het gemak waarmee de kiezers van de ene naar de andere partij overstappen, houdt de spanning tussen de twee partijen springlevend. De regeringsdeelname van de MHP en het beleid van de FP om vooral in de provincie op voor de MHP hinderlijke wijze oppositie te voeren, voert deze spanning alleen maar verder op. Desalniettemin is de verdediging van de MHP en de idealisten niet zozeer gebaseerd op het op de voorgrond plaatsen van secularisme, maar eerder op het benadrukken van FP-praktijken die 'gelovigen in de problemen brengen'. De MHP en de Idealistische Haarden volgen in de hoofddoekenkwestie nog steeds dezelfde lijn. Atilla Kaya zei in gesprekken die ik met hem over deze kwestie voerde: 'Als iemand een hoofddoek draagt vanwege haar geloof, dan kan men haar dit recht niet ontnemen. Maar dit [deze kwestie, red.] wordt politiek uitgebuit. De oplossing ligt niet op straat. We staan achter deze vrienden, maar we zijn op onze hoede om niet te worden misbruikt. Wij, als ngo, blijven hun woordvoerder maar zonder iets onwettigs te doen.'

4.3. De Koerdische kwestie
De tweede helft van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig was de periode dat de Koerdische kwestie als een sociaal-politiek en militair probleem op de voorgrond trad. Toen Turkije met dit klimaat aan de jaren negentig begon, bereikte de MÇP/MHP een belangrijk keerpunt in haar eigen politieke avontuur. De MÇP kwam in 1991 in het parlement; dankzij de media was haar imago en vooral dat van Türkes grotendeels hersteld. De sociale omstandigheden zorgden voor een vruchtbare voedingsbodem voor allerlei soorten van nationalisme: de meeste, hoopvolle verwachtingen uit de jaren tachtig waren teniet gedaan (de EU en de Turkse republieken boden bijvoorbeeld niet de aanlokkelijke mogelijkheden voor toetreding tot de markten van die landen die waren verwacht) en een zeer negatieve sfeer versterkte de tendens om in zichzelf te keren. Het officiële discours en de media creëerden een chauvinistische sfeer die de radicale nationalisten met afgunst vervulde.
De invloed van dit socio-politieke klimaat op de MÇP werd snel merkbaar. Eén van de meest frappante gevolgen was te zien bij een militaire begrafenis in 1991 in de Centraal-Anatolische stad Kayseri. In pamfletten die werden verspreid op deze manifestatie, aangevoerd door idealisten, werd verkondigd: 'Eenieder die zich niet actief opstelt tegen het separatisme wordt behandeld als een verrader van het vaderland.' Het duurde niet lang of iedere militaire begrafenis veranderde in een demonstratie, waar men met de vlag met de drie halve manen zwaaide en het grijze wolven-teken maakte. In sommige gebieden bleven de manifestaties na de begrafenissen niet meer beperkt tot het vervloeken van de PKK, maar veranderden ze in anti-Koerdische aanvallen. Dergelijke incidenten vonden bijvoorbeeld plaats in Alanya, één van de belangrijkste toeristische centra in het Middellandse Zeegebied). In sommige plaatsen trad dergelijk impulsief gedrag ook op naar aanleiding van andere gebeurtenissen. (52)

Militair commandant maakt Grijze Wolven-teken
  grijze wolven-groet  
Idealistische symbolen konden niet alleen worden waargenomen bij grootschalige emotionele reacties op bepaalde gebeurtenissen. Ook bij vieringen na Europa Cup voetbalwedstrijden was de vlag met de drie halve manen van de MHP en het grijze wolven-handgebaar in zwang. Het zingen van het volkslied voor aanvang van competitiewedstrijden werd in deze periode populair en werd later officieel ingesteld. In een interview dat ik in de zomer van 1995 hield met een voormalige leider van de Idealistische Haarden, beschreef deze hoe in het weekend teams van de Haarden de opdracht kregen om met vlaggen naar dergelijke wedstrijden te gaan. Het veelvuldige gebruik van idealistische symbolen voor accessoires als kettingen, oorbellen en sleutelhangers en de frequente aanwezigheid ervan in taxi's en minibusjes was een resultaat van deze periode. Ook werden in deze periode door de pers foto's gepubliceerd waarop politieagenten staan behorend tot speciale eenheden in het zuidoosten van Turkije (Turks-Koerdistan, red.), die dergelijke symbolen hebben aangebracht op hun wapens of kleding.
Deze ontwikkelingen leverden duidelijke resultaten op in de grote steden, aan de Egeïsche Zee en de zuidkust. In deze gebieden bestond er een aanzienlijke migratie vanuit Zuidoost-Anatolië. De uitslag van de lokale verkiezingen in 1994 liet zien dat er sprake was van een aanzwellende reactie tegen de jaren van oorlog en het toenemende aantal militaire begrafenissen in deze regio's. Hier kwam nog een soort 'welzijnschauvinisme' bij dat in deze gebieden de economische aspecten van deze situatie op de voorgrond plaatste. In Centraaloost-Anatolië was, zo stelde de MHP, de onderontwikkeling niet beperkt gebleven tot het zuidoosten. En hun reactie oriënteerde zich dan ook op andere economische prioriteiten. Zo stelden MHP-parlementariërs bijvoorbeeld als alternatief voor het Zuidoost-Anatolië Project (Güneydogu Anadolu Projesi, GAP) het Centraaloost-Anatolië Project (Orta-Dogu Anadolu Projesi, ODAP) voor.
In officiële verklaringen van de MHP en de Idealistische Haarden werd benadrukt dat dit proces niet het resultaat was van hun eigen verrichtingen en dat 'deze ontwikkeling zichzelf voortbrengt'. MHP-woordvoerders verklaarden dat 'als we dat zouden willen, dan zouden we deze kwestie op de spits kunnen drijven - dat zou bergen stemmen opleveren - maar dit doen we niet'. Desondanks waren deze woorden een duidelijk signaal: 'we hebben de mogelijkheid'. Een plaatselijke leider van de MHP vestigde de aandacht op de psychologische kant van deze ontwikkeling. Hij zei dat 'als mensen erg blij of kwaad zijn, zij de straat op gaan en daar zien zij ons; in dat geval is er sprake van een natuurlijke en ongedwongen samenkomst.' (53)
Niet alle provocaties van de idealisten staan in verband met de Koerdische kwestie. In 1996 organiseerden idealisten een protest in reactie op een Griekse motor-optocht op Cyprus. Een serie activiteiten met betrekking tot problemen in Azerbeidzjan, Abchazië, Bosnië en Kosovo bracht de idealisten in een pioniersrol. Maar omdat deze gemeenschappen meer een islamitische dan een Turkse identiteit hadden, en omdat ook andere politieke groeperingen deze onderwerpen hadden toegeëigend, werden deze kwesties toch geen 'echte gangmakers'.
Dit proces, dat de beweging aanvankelijk populair maakte en legitimeerde, werd na verloop van tijd minder opvallend. Incidenten op universiteiten, sommige demonstraties die uit de hand dreigden te lopen en die blijkbaar ontsnapt waren aan de strakke controle, en een steeds negatievere reactie van de bevolking, zorgden ervoor dat de MHP-leiding ingreep. Partijvlaggen werden verboden op militaire begrafenissen. Er werd bekend gemaakt dat het idealisten voor een bepaalde periode niet was toegestaan om naar school te gaan. Leiders van de Idealistische Haarden legden ook verklaringen af die eerdere experimenten herriepen en waarin zij stelden dat 'de strijd tegen het terrorisme niet onze taak is, maar die van de staat.' Het '28 Februari-proces' gaf de spanning een andere wending. In de nasleep van het falen van de MHP om na de verkiezingen in 1995 in het parlement te komen, de dood van Türkes, en de ontwikkelingen op het congres, hielden de idealisten zich enige tijd bezig met zelfonderzoek. De MHP en de leiders van de Idealistische Haarden speelden geen toonaangevende rol in de protesten tegen Italië die waren gestart nadat Abdullah Öcalan daar in 1998 was gearresteerd. Zij waren in deze periode betrokken bij een toenemend aantal semi-officiële activiteiten. De centrum-rechtse Partij van het Juiste Pad (Dogru Yol Partisi, DYP) legde in dezelfde tijd zelfs veel provocatievere verklaringen af en nam verdergaande initiatieven aangaande deze kwestie. De afdelingen van de Idealistische Haarden goten hun acties met betrekking tot de Koerdische kwestie in de vorm van de 'Hang Apo op-campagne', die net voor de verkiezingen was gestart. Terwijl de MHP-verkiezingscampagne niet direct inging op deze kwestie, pakte de Idealistische Haarden deze 'gemiste kans' aan middels een poster-campagne vlak voor de verkiezingen. Er moet worden opgemerkt dat de idealisten na de verkiezingen, en zeker na de vorming van de regering, op dit punt hun best deden om niet te fel over te komen en zich behoorlijk afstandelijk opstelden tijdens de 'Öcalan-zittingen'. Nadat Öcalan ter dood was veroordeeld, probeerde de MHP een beleid te initiëren dat bestond uit een delicaat evenwicht tussen aan de ene kant een houding gericht op de snelle executie van Öcalan en aan de andere kant een beleid juist gericht op het niet overhaasten van deze terechtstelling. Dat deed zij door gelijktijdig te pleiten voor de dood van Öcalan en zo haar eigen achterban gerust te stellen, maar daarnaast herhaaldelijk op te roepen tot 'behoedzaamheid en bezonnenheid'. Zonder de kwestie van de doodstraf in het parlement aan te kaarten, stemde de MHP in met het opschorten van de tenuitvoerlegging van het vonnis.

4.4. Susurluk, 'bandieten' en de maffia
Voor de idealistische beweging werd de 'maffia-kwestie' een belangrijk agendapunt vanaf de tweede helft van de jaren tachtig. Deze kwestie werd een probleem omdat, ondanks het gegeven dat deze ontwikkeling iets eerder was begonnen, het begrip 'idealistische maffia' in deze jaren vaak werd gebruikt, en wat belangrijker was: het begrip dook ook op in de media. Met name kwam onder de publieke aandacht dat door idealisten gerunde 'kantoren' een belangrijk aandeel hadden in het innen van 'promessen'. (54) De MÇP wees deze beschuldigingen fel van de hand. Maar ondanks deze officiële ontkenningen bleef de kwestie de beweging achtervolgen. De vice-voorzitter van de MHP, Sevket Bülent Yahnici, kenschetst deze ontwikkeling als een ethisch probleem: 'Een beweging die over zichzelf verklaart dat zij wordt geleid door humanistische, nationale en islamitische waarden, slaagde erin om een factor te worden van angst, geweld en gevaar voor de mensen. Je geeft niet terug wat je hebt genomen, je wist de gewoonte om schulden te betalen uit, je zegt tegen de 'armoedzaaiers' die aan je deur komen, 'we zijn idealisten; van ons kun je geen geld krijgen'… Op de achtergrond zijn de onvermijdelijke foto's en plaatjes zichtbaar, staat de bozkurt op tafel, en zijn de vlaggen met de drie halve manen en de grijze wolf aanwezig…' (55)
Er zijn verschillende redenen waarom mensen met een idealistische achtergrond zich in de georganiseerde misdaad zouden begeven. Zo speelde de gewelddadige en van machismo doortrokken subcultuur, die zich voor 1980 ontwikkelde, een niet mis te verstane rol. Tegelijkertijd zorgde de economische ontwikkeling in het begin van de jaren tachtig en de problemen die dit veroorzaakte (bankschandalen, faillissementen, dubieuze aanbestedingen, speculatie in de steden) voor een groei van de georganiseerde misdaad. Voor het oude idealistische kader, dat op economisch en ideologisch terrein sterk onder druk stond, was het niet moeilijk om aan dergelijke activiteiten deel te gaan nemen. Vooral ook omdat dit kader niet beschikte over de 'dappere en onverschrokken' karakterkenmerken die geliefd zijn in de subcultuur waarvan zij deel uitmaakt en waardoor zij gevormd is. 'Incassowerk', dat aanvankelijk onder een moreel sausje verscholen ging zoals het 'sturen van geld naar onze vrienden in de gevangenis', werd allengs gangbaarder en groeide zodanig dat er kleine kantoortjes en 'onderaannemers' aan te pas kwamen. Binnen korte tijd begonnen idealisten zich te presenteren als 'maffia-bazen' (babalar). Deze maffiosi waren berucht geworden in de jaren tachtig en hadden politieke invloed verkregen. Na 1990 zorgde het voortdurende gebruik door 'maffia-bazen' van het begrip 'idealist' in relatie tot henzelf dat de MHP in de ogen van het publiek verbonden bleef met deze kwestie. De officiële ontkenningen van de MHP en de Idealistische Haarden werden steeds hardnekkiger. Veel energie werd gestoken in activiteiten om hun imago te verbeteren met betrekking tot deze kwestie. Zo werden er bijvoorbeeld buiten bij de Idealistische Haarden spandoeken opgehangen met de tekst 'Er kan geen idealistische maffia bestaan' en werd er in 1998 door de Idealistische Haarden een 'maffia-panel' georganiseerd. Eén van de meest markante incidenten in deze kwestie was Nihat Akgün's verwijdering uit de vergaderzaal door de voorzitter van de Idealistische Haarden te Istanbul bij een bijeenkomst waarbij ook Alparslan Türkes aanwezig was. Akgün stond algemeen bekend als een idealistische maffia-baas en hij werd op 25 november 1999 vermoord (een afrekening in de onderwereld, red.). Na de breuk met de BBP in 1992 kwamen de hervormingen met betrekking tot de Haarden en de beweringen aangaande de maffia op het congres onder de aandacht van de publieke opinie.
Een leider van de Haarden sprak zich in een interview in 1995 in opvallende bewoordingen uit over de activiteiten van de georganiseerde misdaad: 'Als dergelijke activiteiten eenmaal beginnen, de persoon in kwestie langs komt, ons treft, en om iets vraagt, dan kun je geen nee zeggen.' Vanwege de deelname van de MHP aan de regering geniet deze partij een groot vertrouwen bij de pers. Dergelijke beweringen worden de laatste tijd dan ook niet meer gehoord. Leiders van de Idealistische Haarden zijn bijzonder alert om de kwestie buiten de publieke opinie te houden. De vice-voorzitter van de MHP, Sevket Bülent Yahnici, zegt in een interview: 'Met betrekking tot de klachten over mensen die zichzelf idealist noemen terwijl ze betrokken zijn bij illegale activiteiten, heeft [de beweging] een vastberaden houding laten zien, door te zeggen dat 'ze bij de politie moeten worden aangegeven''.
3 November 1996 betekent een belangrijk keerpunt voor Turkije. Op deze dag kwam het bewijs in de openbaarheid dat er een hechte driehoeksrelatie bestond tussen staat-politiek-maffia en dat misdaad binnen de staat niet alleen goed georganiseerd was maar ook op grote schaal voorkwam. Dit werd duidelijk na een verkeersongeval dat plaatsvond in het Susurluk-district van Balikesir. In dezelfde auto zaten een veiligheidsbeambte, een parlementslid en een gezochte voormalige idealist (Abdullah Çatli). Hierdoor werden diverse aspecten van deze toenemende vorm van criminaliteit onthuld. In de beschuldigingen van criminele betrokkenheid die na het Susurluk-incident werden uitgesproken, vielen de namen van veel oude idealisten, waaronder de namen van voormalige leiders. Het officiële standpunt van de MHP met betrekking tot deze gebeurtenissen luidde dat 'ze onder ons plachten te zijn, maar dat er al lang geen contact meer met hen was geweest'. Türkes kreeg hoogstpersoonlijk vragen gesteld over deze kwestie. Deze bendes, die geworteld waren in de staat, bleken nu kenmerken en relaties te bezitten die nog bepalender waren dan hun 'oude identiteit'. Het officiële standpunt van de MHP leek hiermee bevestigd. Bovendien vestigden sommige leiders van de MHP de aandacht op andere politieke connecties van de criminelen. Zo zeiden ze onder meer: 'Alle beschuldigingen zijn tegen ons gericht, maar iedereen blijkt erbij betrokken te zijn behalve wij'.
De MHP kwam in het geweer tegen activiteiten die haar in verband zouden brengen met deze kwestie. Zo werd bijvoorbeeld de aanwezigheid van partijvlaggen bij de begrafenis van Çatli verboden en namen er geen partijfunctionarissen aan de begrafenis deel. De partij waarschuwde onlangs voor het gevaar die een door Haluk Kirci aan sommige MHP-parlementariërs gestuurde brief met zich mee kon brengen. Kirci is één van de criminele 'helden' uit de Susurluk-affaire. Ondanks dit alles konden sommige incidenten die zich afspeelden binnen de idealistische achterban niet worden voorkomen. Een grote groep idealisten nam deel aan de begrafenis van Çatli. Zij riepen leuzen ter ondersteuning van Çatli. Later werd, ondanks de negatieve reactie van de bevolking op het Susurluk-incident, een tegenprotest in Susurluk georganiseerd. Op deze bijeenkomst werden leuzen geschreeuwd als 'De vlakte van Susurluk is het nest van de bozkurts'. Desalniettemin verklaarden de Idealistische Haarden en de MHP dat zij niet betrokken waren bij deze demonstratie. Het boek 'Onze Çatli' (56), dat Çatli verdedigt, voorzag in een behoefte onder idealisten. De leus 'Turkije is trots op jullie' werd geschreeuwd naar Susurluk-verdachten door kleine groepjes die naar de rechtszittingen van deze verdachten kwamen en door grote menigten als zij hun woonplaatsen bezochten. Mehmet Agar, één van de belangrijke betrokkenen bij het Susurluk-incident, ontving aanzienlijke steun van idealisten bij zijn verkiezingscampagne in Elazig. (57) Deze stad is een idealistisch bolwerk in Oost-Turkije.

5. Conclusies
De Idealistische Haarden is een populaire en wijdverspreide organisatie. (58) Zij ziet zichzelf als de ware belichaming van het nationalisme. De Haarden is van essentieel belang vanwege haar vermogen om de 'civiele maatschappij' te beïnvloeden. Het belang van de Idealistische Haarden is bovendien toegenomen doordat ze jongeren een structuur biedt. Dat ze hen een complete ideologische identiteit verschaft die, op haar beurt, de toekomst van de 'civiele maatschappij' zal beïnvloeden, is nog belangrijker. Het maatschappelijk krachtenveld dat in Turkije wordt aangetroffen (en dat nog wel enige tijd zal voortbestaan), met name met betrekking tot de integratie met Europa, zal het belang van de 'civiele maatschappij' en het nationalisme doen toenemen. Om de vermoedelijke rol van de Idealistische Haarden in dit proces te bediscussiëren is het noodzakelijk om een blik te werpen op de korte- en langetermijnstrategieën van de MHP, hoe die tot uitdrukking komen en wat hun resultaten zijn.
De MHP bracht na de het congres in 1998 en onder leiding van Devlet Bahçeli een behoedzaam beleid ten uitvoer. De verkiezingen van 18 april 1999 waren een bevestiging voor de rijpheid van de nieuwe leiding en een belangrijke test voor de organisatie. Tijdens dit proces werden de Idealistische Haarden in volle kracht in de richting van de verkiezingen geleid. Elk nummer van Ülkü Ocagi bevatte artikelen over 'het doel om de MHP aan de macht te brengen'.
De verkiezingsuitslag liet een overwinning zien die zelfs de leden van de MHP verbijsterde. (59) Deze uitslag maakte het noodzakelijk om de leus 'en nu wij' in praktijk te brengen. Deze leus had de sfeer van de verkiezingen bepaald. De MHP maakte het tot haar doel om deel te nemen aan de coalitie-regering. Opgemerkt moet worden dat invloedrijke groepen als de media en handelskringen zware druk uitoefenden op de MHP om deel te nemen aan de regering. De MHP, die ministeries onder controle kreeg die niet erg in de publieke belangstelling stonden, stelde zich buitengewoon coöperatief op, op het vlak van een groot aantal wettelijke kwesties waar haar eigen achterban zich aan zou kunnen storen (internationale arbitrage, de sociale zekerheidwetgeving, voorwaarden voor het toetreden tot de EU, het uitstel van de executie van Öcalan, etc). Terwijl MHP-leiders spraken van 'voorwaarden voor een coalitie, verantwoordelijk staatsmanschap, en het landsbelang', werd dit op 'harmonie' gerichte beleid zo nu en dan gecompenseerd met 'harde' uitspraken in interne publicaties en discussies van de parlementaire fractie. Gedurende deze periode maakten de Idealistische Haarden geen ernstige bezwaren, hoewel sommige leiders stelden dat 'de regering niet ons probleem is; we zullen duidelijk maken waar we het niet mee eens zijn'.
De MHP heeft met haar optreden tot nu toe laten zien dat haar strategie op de korte en middellange termijn met name gericht is op het voorzetten van de regering. In ieder geval, en dat zeggen de MHP-leiders in alle openheid, geloven ze dat ze in staat zullen zijn om de goede prestaties van de regering veel beter te gebruiken dan hun coalitiepartners. En ze beschouwen hun politieke positie als het 'nationale en sociale centrum'. Het gegeven dat de oppositie-partijen geen enkele groei vertonen wordt opgevat als een veilig signaal. De volgende verklaring van de vice-voorzitter van de MHP, Sevket Bülent Yahnici, is wat dit betreft duidelijk: 'We zullen onze ideologische basis net zo beschermen als onze 25 procent van de stemmen.' (60)
Ondanks het zelfvertrouwen en de positieve verwachtingen van de MHP laat het zich voorspellen dat er obstakels op deze weg te vinden zullen zijn. Zelfs nu hebben binnen de MHP andersdenkenden een luide stem. Dit verschil van mening vloeit voort uit 'idealisme'. De BPP en Tugrul Türkes' Partij van Verlicht Turkije (Aydinlik Türkiye Partisi, ATP, opgericht na het MHP-congres in 1998) zijn de groepen die deze kwestie het meest naar voren brengen. Desondanks is er kritiek geuit direct vanuit de partij, en zelfs door sommige leden van het dagelijks bestuur van de MHP. Deze kritiek is soms ideologisch, wanneer men beweringen doet over 'aanpassing aan het systeem', maar kan net zo goed betrekking hebben op de praktijk en het kader. Uitspraken als 'idealisten krijgen geen kaderposities', 'de meeste MHP-ministers komen niet uit de idealistische traditie' en 'de idealistische ideologie heeft de regering niet beïnvloed', worden bijvoorbeeld vaak gehoord. Het is niet toevallig dat weerspannige elementen, die niet gewend zijn om openlijk oppositie te voeren, hun kritiek uitten op basis van 'idealisme'. Deze fracties weten heel goed dat het traditionele evenwicht tussen 'idealisme' of 'haarden-ideologie' (ocaklilik) en 'macht' of 'partij-loyaliteit' een gevoelig punt vormt. Daarom zullen de Idealistische Haarden één van de belangrijke mikpunten zijn van offensieve uitingen die zich uiteindelijk zullen manifesteren, en het concept waarop die fracties zullen hameren is 'idealisme'.
Je kunt moeilijk beweren dat de houding die de Idealistische Haarden de laatste tijd heeft aangenomen, die overigens wel altijd al een radicalere positie heeft ingenomen dan de partij, dit soort verwachtingen over het succesvol aanzwengelen van oppositie vanuit de Idealistische Haarden erg rechtvaardigt. Dit komt omdat de Haarden en de MHP mogelijkerwijs hun meest harmonieuze periode doormaken. Een ander belangrijk punt is dat het proces dat de MHP en de idealistische beweging momenteel ondergaan, de snelle veranderingen waarin Turkije wordt meegesleept, en het feit dat de MHP zich heeft opengesteld voor een breder electoraat dat niet enkel bestaat uit idealisten, belangrijke gevolgen voor de Haarden lijken te gaan hebben. Het tijdperk van 'ons deel van de macht verkrijgen', die de plaats heeft ingenomen van een sfeer van gewelddadige strijd, heeft bij de Haarden geleid tot een proces van 'ontspanning' van de top tot in de onderste geledingen. De rigide opvatting erbij te horen kan nu vervangen worden door een flexibel besef van lidmaatschap.
Er zijn diverse richtingen mogelijk waarin de Idealistische Haarden zich zou kunnen ontwikkelen. De eerste weg zou de terugkeer van de Haarden betekenen naar een pad dat meer verwant is met hun oude radicale nationalisme en waarbij men zich minder gebonden voelt aan de verantwoordelijkheden van de MHP als coalitiepartner. Deze weg kan worden ingeslagen omdat oppositionele geluiden binnen de MHP overspringen naar de Haarden, maar dit kan even goed het gevolg zijn van de noodzaak die het MHP-bestuur zelf voelt om de 'ideologische' basis, die door de 'coalitie' is verzwakt of verdwenen, weer te verstevigen. De MHP heeft daarnaast de behoefte om een krachtige ideologische massapartij te worden. Daarom is de tweede weg die de Idealistische Haarden zou kunnen inslaan het overbrengen van de aanpassingen waaraan de MHP behoefte heeft naar de achterban van jongeren.
De Idealistische Haarden is gebonden aan een politieke beweging en is geen klassieke ngo. Ze is van belang vanwege haar huidige rol en de rol die zij in de toekomst zou kunnen spelen. Het is desondanks noodzakelijk om erop te wijzen dat, in overeenstemming met de traditionele logica van organiseren binnen de idealistische beweging, deze organisatie naar buiten toe volledig is afgesloten. In de opvatting van de Idealistische Haarden over het organiseren en het beïnvloeden van de civiele maatschappij is geen plaats voor het spelen van een actieve rol binnen bestaande ngo's of het aangaan van een machtsstrijd met rivaliserende politieke groeperingen. Afgezien van een paar kleine uitzonderingen geven idealisten er de voorkeur aan om hun eigen organisatie en identiteit te ontwikkelen. Ondanks de uitspraak van de voorzitter Atilla Kaya dat 'we ons eindelijk zullen open stellen voor de buitenwereld', hebben we nog geen getuige mogen zijn van gemeenschappelijke activiteiten of een levendig contact tussen de Haarden en andere ngo's.


6. Bronnen

6.1. Monografieën
21. Yüzyilda Türk Milli Egitim Sistemi, Ankara: MHP AR-GE 1999
Arvasi, Seyit Ahmet, Türk Islam Ülküsü, Ankara: Burak 1988
Bahçeli, Devlet, Milliyetçi Hareket ve Türkiye'nin Gelecegi, Ankara: Hareket 1998
Bora, Tanil, Milliyetçiligin Kara Bahari, Istanbul: Birikim 1995
Bora, Tanil, Türk Saginin Üç Hali, Istanbul: Birikim 1998
Bora, Tanil, Kemal Can, Devlet Ocak Dergah, Istanbul: Iletisim 1990
Çakir, Rusen, Hidir Göktas, Vatan Millet Pragmatizm, Istanbul: Metis 1991
Çalik, Mustafa, MHP Hareketi, Ankara: Cedit 1995
Genç, Nihat, Dün Korkusu, Istanbul: Iletisim 1999
Güngör, Erol, Kültür Degismesi ve Milliyetçilik, Istanbul: Ötüken 1997
Kiliç, Sengün, Biz ve Onlar, Istanbul: Metis 1992
Kirci, Haluk, Donmus Zaman Manzaralari, Ankara: Burak 1999
Kirci, Haluk, Zamani Süzerken, Ankara: Burak 1998
Kozanoglu, Can, Pop Çagi Atesi, Istanbul: Iletisim 1995
MHP ve Ülkücü Kuruluslar Davasi, Istanbul: Mayis 1982
Müftüoglu, Riza, Ekonomik Milliyetçilik, Ankara 1997
Nihat, Mehmet, Emre Cemiloglu, Milliyetçi Hareket, Ankara: Turkuaz 1995
Öznur, Hakki, Ülkücü Hareket, deel 4, Ankara: Alternatif 1999
Pekmezci, Necdet, Nursen Büyükyildiz, Ülkücüler, Istanbul: Kaynak 1999
Sezgin, Ümit, Aydinlanmamis Cinayetler, Istanbul: Iletisim 1987
Türkes, Alparslan, Dokuz Isik Doktrini, Ankara, Ocak Kitabevi, 1980
Yahnici, Sevket Bülent, Dünümüz Halimiz Gelecegimiz, Ankara 1997
Yildiz, Lütfi, Bizim Çatli, Istanbul: Karaca 1997
Yurdakul, Dogan, Cengiz Erdinç, Çetele, Ankara: Ümit 1998
Yurdakul, Dogan. Soner Yalçin, Reis, Ankara: Öteki 1998

6.2. Pamfletten
[Bahçeli, Devlet], Milliyetçiler Günü: Devlet Bahçeli'nin Konusmasi, MHP Basin ve Propaganda Baskanligi [1998]
[Bahçeli, Devlet], Kurultay Konusmalari, MHP Basin ve Propaganda Baskanligi [1998]
[Bahçeli, Devlet], Seçimlere Dogru: Devlet Bahçeli'nin Konusmasi, MHP Basin ve Propaganda Baskanligi [1998]
[Bahçeli, Devlet], Gündemdeki Meseleler: Devlet Bahçeli Konusmasi, MHP Basin ve Propaganda Baskanligi [1998]
Kösoglu, Nevzat, Milliyetçilik ve Türk Milliyetçiliginin Dogusu, MHP Siyaset Okulu [1998]
Küçük, Abdurrahman, Islam ve Türk Milliyetçiligi, MHP Siyaset Okulu [1998]
Öksüz, Enis, MHP'nin Dinamikleri, MHP Siyaset Okulu [1998]
Toskay, Tunca, Türkiye'nin Ekonomik Sorunlarina, MHP Siyaset Okulu [1998]

6.3. Tijdschriften en kranten
ArtiHaber
Birikim
Bizim Ocak
Bizim Dergah
Çare
Genç Ülküdas
Gündüz
Hergün
Kurultay
Milliyet
Milliyetçi Çagri
Milliyetçi Çizgi
Ortadogu
Türk Yurdu
Ülkü Ocagi
Yeni Dünsünce
Yeni Forum
Yeni Gündem
Yeni Harman
Yeni Hayat


Noten:
1): Noot van Howard Eissenstat (de vertaler van het Turks naar het Engels): enkelvoudig Ülkü Ocagi. Vanaf het einde van de negentiende eeuw gebruikte de Turkse nationalistische beweging lokale ocaklar, of haarden, voor het verspreiden van idealen en het mobiliseren van gemeenschappen op buurt- of dorpsniveau. Het huidige gebruik van het begrip door militante nationalisten vloeit voort uit deze traditie. Het begrip ülkü, een neologisme voor ideaal, is lang geassocieerd met extreem-rechts binnen de Turkse politiek, en is bedoeld om gunstig af te steken tegenover het 'materialisme' van het communisme (en tegenover de compromissen van het 'realistische' centrum).
2): Noot van Eissenstat: Alparslan Türkes (1917-1996) was de belangrijkste leider van extreem-rechts in Turkije tijdens de republikeinse periode. Tot aan zijn dood in 1997 was hij de voorzitter van de MHP.
3): Dit symbool verwijst naar het Turkse epos Ergenekon, waarin een vrouwtjes-wolf genaamd Asena enkele Turken, die vluchten voor het Chinese leger, in veiligheid brengt. De idealistische beweging en radicale nationalisten hebben de bozkurt, het beeld van de grijze wolf, als symbool gekozen voor hun type turks nationalisme.
4): De woordvoerder van de staatsgreep van 27 mei 1960, kolonel Alparslan Türkes werd, samen met een groep vrienden ('de veertien'), uit zijn positie ontheven en gedwongen een betrekking in India te accepteren. Toen hij in 1963 terugkwam uit ballingschap wilde hij lid worden van de AP; toen dit echter niet mogelijk bleek, trad hij toe tot de CKMP. Op dat moment was de CKMP een kleine partij die werd gesteund door grootgrondbezitters en de nationalistische en conservatieve middenklasse op het platteland. Reeds na korte tijd, in 1965, was Türkes de algemeen secretaris van de CKMP en de ideologische leider van de partij. Na 1969 werd de partij voortgezet onder de naam MHP.
5): In een grot in de Hira berg, nabij Mekka, ontving de profeet Mohammed zijn eerste openbaring. De Tien Shan ligt in Centraal-Azië en volgens Türkes en de MHP komen de voorouders van de Turken daar vandaan.
6): Deze kwestie zal uitgebreid worden besproken in 4.4. 'Susurluk, 'bandieten' en de maffia'.
7): Kirci, Zamani Süzerken, Ankara, 1998, pp. 14, 46, 51.
8): Het is van belang om op te merken dat er, hoewel slechts voor een korte periode, werd geëxperimenteerd met een nieuwe vorm en traditie. Karamahmutoglu brengt dit experiment als volgt onder woorden: 'Achter begrippen als een 'zuivere MHP' schuilt plattelandsconservatisme. Iedereen maakt zich zorgen over [de periode] voor 1980. Waar we het over hebben is een stedelijke beweging van 'idealisten zonder snorren'. Dit kan beter worden gedefinieerd als behorend tot het MÇP-schap.' Citaat uit het interview 'MHP'de hesaplasma asil simdi basliyor', gepubliceerd in ArtiHaber 1, 20 december 1997, p. 74.
9): 'Ülkü Ocaklari Genel Baskani Atilla Kaya ile Söylesi', Ülkü Ocagi nr. 41, augustus/september 1997, p. 4.
10): Ülkü Ocagi nr. 42, oktober 1997, p. 4.
11): De Sipahi vormde een soort gewapende cavalerie in het Osmaanse leger.
12): Noot van Eissenstat: Basbug is het begrip dat wordt geassocieerd met extreem rechts en vergelijkbaar met het begrip Führer. Basbug is altijd met Türkes in verband gebracht tijdens zijn leidersperiode bij de MHP.
13): De Ülkü Ocagi Egitim ve Kültür Vakfi is het enige onderdeel van de Idealistische Haarden-structuur dat een rechtspersoon is. Deze stichting is in 1996 opgericht. In de statuten valt het volgende te lezen: 'De doelen van de stichting luiden als volgt: het eeuwig laten voortleven van de Turkse natie, haar verheffen en haar tot grootste steun maken voor toekomstige generaties; het beschermen van de nationale cultuur, de nationale morele en geestelijke waarden en, door middel van ontwikkeling, het verschaffen van nationale eenheid en sociale harmonie; het opvoeden, opleiden, beschermen, en ondersteunen van islamitische, nationalistische, patriottische, moreel bewuste, beschaafde, hardwerkende, capabele, en opofferingsgezinde generaties teneinde het turkisme te verheffen; het stimuleren van de jongeren die op deze wijze is opgevoed, hen op het vlak van wetenschap, denken, kunst, en werk uit te laten groeien tot uitzonderlijke personen die onze natie tot nut zijn en het voor hen ontwikkelen van mogelijkheden en terreinen voor arbeid en activiteit; hen volledig voorbereiden middels iedere soort van materiële en morele steun; het nemen van stappen om er zeker van te zijn dat toekomstige Turkse generaties gezond zijn in lichaam en geest; het materieel en moreel ondersteunen van, met name op het gebied van onderwijs, behoeftige families die leden van hun familie hebben opgeofferd als martelaar voor de staat, natie en ambt, degenen die om dezelfde reden gewond of invalide zijn geraakt in dienst van het land en hun werk of beroep zijn kwijt geraakt, en personen die op dezelfde manier zijn getroffen; het op iedere mogelijke manier, inclusief publicatie, ontwikkeling en bekender maken van het nationale gedachtengoed, cultuur, taal, en kunst; het onderzoeken, ontwikkelen en bekend maken van de culturele rijkdom van de Turkse wereld, inclusief de Turkse gemeenschappen die buiten de Turkse Republiek leven; het deelnemen aan projecten, het oprichten van instellingen, en het deelnemen aan en ondersteunen van al bestaande organisaties die toewerken naar de boven opgesomde doelen.'
14): Zowel voor deze publicatie als voor andere heb ik personen uit de leiding van Idealistische Haarden dikwijls ontmoet. Ik heb enkele niet eerder gepubliceerde passages uit interviews met hen voor dit artikel gebruikt.
15): Noot van Eissenstat: Het begrip Dis Türkler wordt vaak gebruikt door mensen uit Turkije als zij refereren aan Turken die buiten de grenzen van de Turkse staat leven.
16): Kirci, Zamani Süzerken, Ankara, 1998, p. 13.
17): Om enig inzicht te geven in de activiteiten van de Idealistische Haarden volgen hier enkele voorbeelden uit het activiteitenprogramma voor 1999-2000 van het Bureau Academie en Onderwijs:
1. Volgens de academische kalender 1999-2000 van de Stichting Onderwijs en Cultuur van de Idealistische Haarden zal een tweede aflevering van de kennis- en cultuurwedstrijd georganiseerd worden om 'de eenheid en de saamhorigheid te vervolmaken en tegelijkertijd aan idealisten de gelegenheid te geven om deel te nemen aan een vriendschappelijke wedstrijd en met als doel te bepalen hoe goed ze zich de strijd, de natie, de geschiedenis, en literatuur eigen hebben gemaakt en hedendaagse gebeurtenissen hebben gevolgd.' Wedstrijdonderwerpen waren: Turkse geschiedenis, cultuur, geografie, economie, het Turkse nationalistische gedachtengoed en organisatiekunde, idealisme en leiderschap, gedragswetenschap, sociologie, psychologie, algemene cultuur, en actuele gebeurtenissen.
2. De Kunst en Literatuur competitie riep op tot het schrijven van essays over de vraag 'wat de houding moet zijn van de idealistische beweging in de 'nieuwe wereldorde' ten opzichte van Turkije?'; dichters werden uitgenodigd 'Alparslan Türkes en zijn strijd' te bestuderen en schilderijen met als thema 'de idealistische beweging en milieubewustzijn' konden worden ingediend.
3. De activiteiten in het kader van de viering van de 700e jaardag van het Osmaanse Rijk bevatten ondermeer een ritueel in Sögüt (het gebied in West-Anatolië waar dit rijk zijn aanvang vond, red.). Bij dit ritueel wordt 'een hand vol aarde, die uit de stad Sögüt is meegenomen, onder begeleiding van gebed naar de provincies van Turan verzonden. Van god almachtig zal worden afgesmeekt dat door middel van deze grond, die begeleid door gebed over deze provincies van Turan zal worden uitgestrooid, de geest van het Osmaanse Rijk de continenten wederom tot bloei mag komen.' In Bursa bezoeken aan de mausolea van de Osmaanse sultans en een paneldiscussie over de 'idealen van de Osmaanse staat'; en gelijksoortige paneldiscussies in Istanbul ('de Osmaanse staat en haar opvatting van de mensheid') en Ankara.
18): Een Engelstalige privé-universiteit in Ankara.
19): Zie: Kozanoglu, Can, Pop Çagi Atesi, Istanbul: Iletisim 1995. 20): Zie: het artikel uit de serie 'MHP Gerçegi' [De realiteit van de MHP] in Milliyet van 14 oktober 1995.
21): Ortadogu, 8 februari 1993.
22): Zie: www.ulkuocagi.com.tr.
23): Een selectie van uitspraken uit een artikel van de serie 'MHP Gerçegi' in Milliyet van 9 oktober 1995.
24): Interview met Atilla Kaya in september 1999.
25): Töre 52, september 1975, p. 52.
26): Interview met Alisan Satilmis in 1999.
27): Bora, Tanil, Türk Saginin Üç Hali, Istanbul: Birikim 1998, p. 8.
28): Ülkü Ocagi, april 1996, p. 28.
29): Arvasi, Seyit Ahmet, Türk Islam Ülküsü, Ankara: Burak 1988, pp. 82-83.
30): Ziya Gökalp (1876-1924) staat bekend als een socioloog uit de school van Durkheim. Hij kan worden gerekend tot de belangrijkste ideologen van het Turkse nationalisme. Hij was betrokken bij de beweging voor Eenheid en Vooruitgang, die was opgericht aan het einde van het Osmaanse Rijk. In de periode waarin de Turkse Republiek werd opgericht, was Gökalp één van de meest belangrijke bronnen voor het creëren van een nationale identiteit die de officiële ideologie zou onderschrijven. 31): Kösoglu, Nevzat, Milliyetçilik ve Türk Milliyetçiliginin Dogusu, MHP Siyaset Okulu [1998], p. 45.
32): ibidem.
33): Ülkü Ocagi, januari 1996, p. 7.
34): Ülkü Ocagi, oktober 1996, p. 7.
35): Zie: E. Semih Yalçin, 'Necmettin Hacieminoglu'nun Türk Milliyetçiligi Tarifi', Ülkü Ocagi, juni 1998, p. 20.
36): Ülkü Ocagi, januari 1998, p. 40. In dit nummer van het tijdschrift wordt Gökhan Yilmaz door K. Ersagun Kavak op diverse punten bekritiseerd. Kavak is het met name oneens met het idee dat 'nationalisme' een authentieke en algemeen bruikbare ideologie is. Hij stelt dat nationalisme helemaal geen ideologie is, 'als dat wel zo zijn dan zouden bijvoorbeeld het Duitse en Turkse nationalisme hetzelfde zijn met betrekking tot politieke, sociale en economische ideeën. Terwijl in werkelijkheid de Duitse en Turkse politiek, de politieke ambities van het Duitse nationalisme en de politieke doelen van het Turkse nationalisme niet met elkaar verenigbaar zijn. Nationalisme is geen ideologie, omdat een ideologie een systeem is dat eenheid vereist'. Ülkü Ocagi, februari-maart 1998, p. 26.
37): Ülkü Ocagi, januari 1998, p. 41. Een eerder artikel van Yilmaz over 'het juiste begrip van nationalisme' staat vol met zelfs nog uitgesprokener uitspraken over deze kwestie: 'Ik heb in de geschiedenis of religie van deze natie noch democratie, noch tolerantie kunnen waarnemen. Maar ik heb andere zaken gezien als: welbevinden, traditie, recht, rechtvaardigheid, eer, en deugdzaamheid. Wat is er werkelijk met deze zaken gebeurd? Waarin hebben we ze veranderd?', ibidem, augustus-september 1997, p. 62.
38): De Nationale Doctrine der Negen Lichten werd voor het eerst gepresenteerd door Türkes op het congres van de CKMP in 1967. De 'Negen Lichten', die werden gepresenteerd met het 'zes pijlen'-embleem van de Republikeinse Volkspartij (Cumhuriyet Halk Partisi, CHP) in gedachte, was een belangrijk onderdeel van Türkes' toespraak. Later werden deze principes gepubliceerd in diverse partijteksten en nog later, in 1980, in boekvorm; vergelijk Türkes, 9 Isik.
39): Vergelijk Öksüz, Enis, MHP'nin Dinamikleri, MHP Siyaset Okulu [1998].
40): Het blad Ülkü Ocagi beveelt een lijst met honderd boeken aan. De lijst reikt van Turkse nationalistische schrijvers als Ziya Gökalp en Orhan Türkdogan tot 'wereldklassiekers' als Plato's De Staat en Friedrich Engels' Ludwig Feuerbach en het einde van de Duitse klassieke filosofie.
41): Voor het eerst gepubliceerd in Ülkücü Kadro, 15 november 1976, hier geciteerd overeenkomstig: Öznur, Ülkücü Hareket, deel 4, p. 642.
42): Ülkü Ocagi, januari 1996, p. 11.
43): Ülkü Ocagi, september 1996, p. 3.
44): Voor het eerst gepubliceerd in 1976, hier geciteerd overeenkomstig: Öznur, Ülkücü Hareket, deel 4, p. 642.
45): Met 'Yavuz' wordt gedoeld op Yavuz Sultan Selim I (1470-1520). De als moedig en hard te typeren Selim (Yavuz betekent streng, hard en moedig) staat onder andere bekend om zijn succesvolle militaire campagnes tegen Georgië, waarbij hij Kars, Erzurum en Artvin binnenviel. Selim I regeerde van 1512 - 1520, red.
46): Met 'Yunus' wordt gedoeld op Yunus Emre. Yunus Emre, een Sufi-derwisj, leefde in de dertiende eeuw in Anatolië. Hij is bekend vanwege zijn mystieke poëzie en filosofische gedachtengoed, red. Hij was een van de eerste dichters die in het Turks schreef, red.
47): Kürsad is een pre-islamitische Turkse held.
48): Atilla Kaya, voordracht in Genç Ülküdas, november 1997, p. 1.
49): Aan het einde van 1996 veroorzaakte het islamitische discours en de activiteiten van de Refahyol-regering (bestaande uit de Partij van het Juiste Pad (Dogru Yol Partisi, DYP) en de Welvaartspartij (Refah Partisi, RP)), in het bijzonder die van de RP, bezorgdheid in invloedrijke kringen, waaronder de militaire bevelhebbers. Naar aanleiding van de bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad (MGK) op 28 februari 1997 werd door de MGK een verklaring uitgegeven waarin de noodzaak om actie te ondernemen jegens de reactionaire activiteiten kenbaar werd gemaakt en de gevoeligheid van de MGK aangaande secularisme tot uitdrukking werd gebracht. Na de publicatie van dit document nam de druk op de Refahyol-regering en de RP toe. De spanning zorgde voor onderdrukking op een breed terrein, van islamitische publicaties tot bedrijven die in handen waren van islamisten, van islamitische denkers tot islamitische scholen. Dit proces bereikte een keerpunt met de val van de Refahyol-regering en het verbod van de RP door de Hoge Raad. De resultaten van deze ontwikkeling staan bekend als het '28 februari-proces'.
50): De idealisten onthielden zich niet alleen van deelname aan de acties van meestal linkse groepen tegen de Hoger Onderwijsraad (Yüksek Ögretim Kurulu, YÖK), er waren ook veel conflicten tussen deze groeperingen. Doordat tijdens het '28 februari-proces' de YÖK haar praktijken met het argument van reactionisme dusdanig uitbreidde dat ze ook universitaire docenten omvatten en doordat enkele idealistische academici getroffen werden door dit proces, begon de MHP de YÖK frequent te bekritiseren. Nadat de MHP toetrad tot de regering, zetten sommige partijbeambten deze kwestie op de agenda. Onlangs brachten de Haarden kritische publicaties uit over de YÖK en diens activiteiten. Atilla Kaya verklaart: 'We mogen dan niet in staat geweest zijn om dit te laten zien, maar we waren wel degelijk van het begin af aan tegen de YÖK'.
51): Azmi Karamahmutoglu, in: Ülkü Ocagi, september 1996, p. 21.
52): In de regio Bayramiç van Çanakkale leidden incidenten, naar aanleiding van geuite beschuldigingen aan het adres van een Koerdische bouwvakker dat hij een schaap van een dorpsbewoner zou hebben verkracht, tot een anti-Koerdische demonstratie.
53): Een uitspraak van een lokale MHP-leider in een interview in 1995.
54): Zakenlieden die niet in staat waren om diverse zakelijke betalingen te verkrijgen middels legale middelen, kregen het geld door inzet van maffia-groepen. Deze groepen ontvingen een bepaald percentage van de betalingen als commissie. In de jaren tachtig stapten veel bendes in deze 'handel', daarbij maakten ze gebruik van afpersing, ontvoering en geweld.
55): Yahnici, Sevket Bülent, Dünümüz Halimiz Gelecegimiz, Ankara 1997, pp. 12-13.
56): Yildiz, Lütfi, Bizim Çatli, Istanbul: Karaca 1997.
57): Mehmet Agar is voormalig algemeen hoofd van de Turkse politie en ex-minister van Binnenlandse Zaken van Turkije.
58): De Idealistische Haarden wordt door honderdduizenden mensen gesteund. Om de feitelijke omvang van de idealistische beweging te beoordelen, moet men echter ook rekening houden met de Nizam-i Alem. De Nizam-i Alem is een zelfstandige groepering, maar komt voort uit dezelfde idealistische traditie. Tussen beide bewegingen is er, ondanks het feit dat ze op verschillende politieke terreinen opereren, sprake van een voortdurende uitwisseling van personen. Zo werkte Emir Kusdemir, die een belangrijke rol speelde in de splitsing in MHP en BBP en die de oprichter en eerste voorzitter is van de Haarden van de Nizam-i Alem, voor de MHP bij de laatste verkiezingen. Een andere belangrijke figuur die betrokken was bij de oprichting van de BBP, Yasar Yildirim, is de hoofdadviseur van de voorzitter van de MHP. Omdat dit artikel de Idealistische Haarden behandelt, is er maar weinig aandacht besteed aan de Haarden van de Nizam-i Alem. Maar om de omvang van de idealistische beweging volledig te doorgronden moeten ook deze Haarden in aanmerking worden genomen.
59): Bij de verkiezingen op 3 november 2002 behaalde de MHP circa 8% van de stemmen en bleef daarmee onder de kiesdrempel van 10%. Met deze grote verkiezingsnederlaag verdween de MHP uit het parlement. Het aanvankelijke optimisme binnen de MHP dat men aan de macht zou blijven blijkt op zijn zachtst gezegd misplaatst te zijn geweest, red.
60): Citaat uit een interview, 'Entellektüel Bakis', Milliyet, 8 januari 2000.

Dit artikel is een bewerkte vertaling van een deel van: Can, Kemal, Youth, Turkism and the extreme right: the 'Idealist Hearths', Civil Society in the grip of nationalism, Orient-Institut, 2000.

Het Engelstalige artikel is een vertaling en bewerking (door Howard Lee Eissenstat) van: Can, Kemal, Radikal milliyetçiligin en büyük örgütü: Ülkü Ocaklari, Türkiyede Sivil Toplum ve Milliyetçilik, Stefanos Yerasimos (ed.), Iletisim Yayinlari, 2001


Namenlijst van organisaties en projecten

Arbeiders Partij Turkije - Türkiye Isçi Partisi, TIP

Centraaloost-Anatolië Project - Orta-Dogu Anadolu Projesi, ODAP

Conservatieve Partij - Muhafazakar Parti, MP

Culturele Vereniging van Universitaire Studenten - Üniversiteliler Kültür Dernegi, ÜKD

Democratische Partij - Demokrat Partisi, DP

Educatieve en Culturele Stichting van de Idealistische Haarden - Ülkü Ocagi Egitim ve Kültür Vakfi

Gerechtigheidspartij - Adalet Partisi, AP

Grote Eenheidspartij - Büyük Birlik Partisi, BBP

Haarden van de Wereldorde - Nizam-i Alem Ocaklari

Hoger Onderwijsraad - Yüksek Ögretim Kurulu, YÖK

Idealistische Haarden - Ülkü Ocaklari

Idealistische Jongeren Vereniging - Ülkücü Gençlik Dernegi, ÜGD

Nationale Heilspartij - Milli Selamet Partisi, MSP

Nationale Turkse Studentenunie - Milli Türk Talebe Birligi, MTTB

Nationale Veiligheidsraad - Milli Güvenlik Konseyi, MGK

Nationalistische Arbeidspartij - Milliyetçi Çalisma Partisi, MÇP

Republikeinse Boeren Natie Partij - Cumhuriyetçi Köylü Millet Partisi, CKMP

Republikeinse Volkspartij - Cumhuriyet Halk Partisi, CHP

Partij van de Deugd - Fazilet Partisi, FP

Partij van de Nationalistische Actie - Milliyetçi Hareket Partisi, MHP

Partij van het Juiste Pad - Dogru Yol Partisi, DYP

Partij van Verlicht Turkije - Aydinlik Türkiye Partisi, ATP

Rechtbank voor Staatsveiligheid - Devlet Güvenlik Mahkemesi, DGM

Turkistische Vereniging - Türkçüler Dernegi

Turkse Haarden - Türk Ocaklari

Turkse Verenigingen tot Bestrijding van het Communisme - Türkiye Komünizmle Mücadele Dernekleri, TKMD

Unie van Idealistische Haarden - Ülkü Ocaklari Birligi

Vereniging van Idealistische Haarden - Ülkü Ocaklari Dernegi, ÜOD

Vereniging van het Idealistische Pad - Ülkü Yolu Dernegi, ÜYD

Welvaartpartij - Refah Partisi, RP

Zuidoost-Anatolië Project - Güneydogu Anadolu Projesi, GAP