Turkse lobby tijdens de Belgische verkiezingscampagne


Dogan Özgüden

Op 15 april jongstleden organiseerde de secretaris-generaal van de MGK (Nationale Veiligheidsraad van Turkije), generaal Tuncer Kilinç, een bijeenkomst van alle Turkse regeringsgezinde verenigingen in de Turkse Ambassade in Brussel. Daar werd hen herinnerd aan de veiligheidsrichtlijnen van het leger. Het Coördinatiecomité van Turkse verenigingen lanceerde na afloop een campagne voor de vernietiging van het monument in Elsene voor de Armeense genocide, wat prompt één van de belangrijkste electorale inzetten voor de kandidaten van Turkse origine werd.

Op 18 mei 2003 werden in België de legislatieve verkiezingen georganiseerd. Dankzij de 'snel-Belg-wet' is het aantal Belgische burgers van buitenlandse oorsprong de laatste jaren erg toegenomen. Volgens het Turkse dagblad Hürriyet van 12 mei 2003 zouden nu reeds 86 000 op de 140 000 personen van Turkse origine in België genaturaliseerd zijn. Het aantal stemgerechtigden wordt op 55 000 geschat.
Vijfentwintig Belgen van Turkse origine hebben zich bovendien eveneens kandidaat gesteld voor de verkiezingen op 18 mei 2003, waarvan slechts enkelen van Koerdische of Assyrische origine zijn. De verdeling van deze kandidaten over de politieke partijen is als volgt: Agalev (Vlaamse Groenen) (4), kartellijst van de Socialistische Partij Anders (SP.A)-Spirit (3), Christen-democraten en Vlaams (CD&V) (2), Vlaamse Liberale Democraten (VLD) (1), Parti Socialiste (PS) (3), Mouvement Réformateur (MR) (3), Centre Démocratique Humaniste (CDH) (3), Ecolo (Franstalige Groenen) (2), PTB/PvdA (2), PCP (1), PH (1).
Dit sluit niet uit dat meerdere kandidaten zich oprecht engageren om de politieke keuzes en het programma van hun respectievelijke politieke partijen te verdedigen, maar de diplomatieke missies en de Turkse media oefenen een enorme druk uit opdat de uitspraken van 'hun kandidaten' zouden beantwoorden aan de eisen van de Turkse lobby.
Een frappant voorbeeld van de druk van de Turkse lobby is het incident op 29 mei 2002. Een senatrice van Turkse origine bevestigde in een Turkse krant dat de Belgische senaat de Turkse Republiek van Noord-Cyprus (KKTC) dankzij haar inspanningen had erkend. Dit werd gelukkig onmiddellijk ontkend door de MR-voorzitter in de senaat, Philippe Monfils, die stelde dat de uitspraak van de senatrice getuigde van 'een gebrek aan de meest elementaire deontologie.'

De bijeenkomst van de secretaris-generaal van de MGK
Krachtens het vertrouwelijk decreet van 7 november 2002, heeft de regering Ecevit een Raad voor de ontwikkeling van niet-gouvernementele organisaties (STOGK) opgericht met als voornaamste taak het toezicht op de activiteiten van contesterende organisaties binnen Europa en de onderwerping van alle Turkse verenigingen aan de Turkse staat. Onder druk van het leger werd het secretariaat van deze raad toevertrouwd aan het secretariaat-generaal van de Nationale Veiligheidsraad (MGK).
Op 15 april jongstleden organiseerde de secretaris-generaal van de almachtige Nationale Veiligheidsraad (MGK), generaal Tuncer Kilinç, een bijeenkomst van regeringsgezinde Turkse verenigingen in de Turkse Ambassade te Brussel. Deze bijeenkomst, waar slechts enkele journalisten werden toegelaten, was klaarblijkelijk een poging om alle Turkse verenigingen in België onder de controle van de Turkse lobby te plaatsen.
Voordien had de Turkse ambassadeur reeds bijeenkomsten georganiseerd, ofwel in de Ambassade, ofwel op de zetel van de Islamitische Stichting (BTIDV) – dat sinds jaren de voornaamste uitvalsbasis is voor de activiteiten van de Turkse lobby - en dit met de medewerking van verschillende regeringsgezinde Turkse verenigingen.
Een voorbeeld van zijn projecten was de organisatie van de Viering van de 40ste Verjaardag van de Turkse immigratie. Na afloop van deze Viering heeft de Ambassadeur een 'Coördinatiecomité' opgericht dat bestaat uit de Europese Vereniging van Turkse academici (EATA), de Federatie van Hedendaagse Verenigingen (CDF), de Unie van Turkse Verenigingen (TDB), de Vereniging van de Kemalistische gedachte in België (BETIAD) en de Vereniging van Turkse ondernemers in België (BETIAD). Daarnaast werden ook twee extreemrechtse organisaties van de Grijze Wolven opgenomen in het comité, met name de Unie van Turkse Verenigingen in België (BTDB) en de Turkse Federatie (Türk- Federasyon).

De redacteur van Hürriyet, Ertugrul Özkök, schreef over dit bezoek van generaal Kilinç in zijn column: “Wij kennen de standpunten van generaal Kilinç over de EU. Tijdens een van zijn toespraken aan de Oorlogsacademie had hij verklaard dat Turkije het idee van een toetreding tot de Europese Unie zou moeten laten varen en een unie met Rusland en Iran dient na te streven.” (Hürriyet, 24 april 2003).
Generaal Kilinç had zoals altijd commentaar op allerlei zaken, tot uitspraken over de kleding toe. Op een gegeven moment was de spanning in de zaal zo te snijden dat de generaal besloot om vroegtijdig de zaal te verlaten. Op het laatste moment bedacht hij zich echter en beëindigde hij zijn toespraak met de volgende woorden: “Europa heeft sinds 1850 de Armeense kwestie op de agenda staan. Door ons na WOI tot de vijand van de Armeniërs te maken, hebben zij een tiental gebeurtenissen mogelijk gemaakt. De organisatie van de PKK is een creatie van de Europese Unie. Het is de EU die verantwoordelijk is voor de dood van 33 000 van onze inwoners. De EU heeft openlijk of indirect de terroristische organisaties in Turkije gesteund. De EU is bang van de idee dat Turkije even machtig als ten tijde van de Ottomanen zou worden.” (Zaman, 25 april 2003).

Electorale ruzie over het Armeense monument in Elsene
Op 29 maart 2003 lanceerde het Coördinatiecomité van Turkse Verenigingen, met de steun van de Turkse ambassade, een campagne voor de vernietiging van het Armeense Monument in Elsene. Tegelijkertijd pleitte het comité voor de oprichting in Brussel van een monument ter ere van Atatürk. Twee weken later, op 14 april 2003, stuurde het Turkse ministerie van nationaal onderwijs naar alle scholen van Turkije - met inbegrip van de Armeense scholen – een circulaire waarin 'de organisatie van conferenties en opstelwedstrijden' wordt gevraagd met als doel om 'te strijden tegen de argumenten betreffende de Armeense genocide.' (Hürriyet, 12/05/2003) Na het bezoek van generaal Kilinç werd deze kwestie van het 'Armeens monument' een van de voornaamste inzetten van de verkiezingscampagne voor de kandidaten van Turkse origine. Sinds het bezoek werd bij elke bijeenkomst van de kandidaten van Turkse origine uitgebreid ingegaan op het standpunt van de Parti Socialiste (PS) en de Mouvement Réformateur (MR) (onder de voormalige MR-burgemeester Yves De Jonghe werd het monument opgericht, de huidige burgemeester Willy Decourty is van PS-signatuur) inzake de Armeense genocide. Er werden 'strategieën' uitgedacht die het best gehanteerd zouden worden opdat beide partijen een gunstige houding ten aanzien van de Turkse eisen zouden aannemen.

In de krant van 24 april maakt Hürriyet melding van een 'eerste gunstige reactie' op de oproep om het monument van Elsene te vernietigen en dit vanwege de voorzitter van de PS, Elio di Rupo. Dhr. di Rupo zou op 10 april gezegd hebben: “Uw vraag werd goed begrepen en er is akte van genomen. In deze context werd de noodzakelijke instructie doorgegeven aan de burgemeester van Elsene, Willy Decourty (PS).” Dezelfde krant schrijft echter in zijn editie van 7 mei 2003 dat burgemeester Willy Decourty geweigerd zou hebben het monument te vernietigen en dat Decourty benadrukte dat de Armeense genocide een historisch feit is en dat ook Elio di Rupo de aanwezigheid van het monument zou verdedigd hebben. Vervolgens heeft Hürriyet opgeroepen om niet te stemmen voor de PS en heeft ze aan de Turken op de lijst van de PS gevraagd om hun kandidatuur in te trekken. De Turkse haatcampagne tegen de PS heeft gevolgen gehad voor Emir Kir, PS-schepen in Sint-Joost, die niet werd verkozen.

Alhoewel de kwestie van het 'Armeens monument' door de kandidaten van Turkse origine in de Turkse media erg wordt uitgebuit, hebben de MR en de PS gekozen om zich over deze zaak niet meer uit te spreken. Verschillende leidinggevende figuren binnen de partijen laten zelfs geen enkele gelegenheid voorbijgaan om vriendschappelijke bezoeken af te leggen aan regeringsgezinde Turkse verenigingen of aan de Turkse zakenmilieus. Daar brengen zij dan 'op zijn Turks' hulde aan Turkije en loven zij het 'westerse en lekensysteem' van Turkije. Alle Europese kritieken betreffende de situatie van de mensenrechten en de militaristische dominantie binnen het politieke leven in Turkije ten spijt. Dit wordt door de politici volkomen genegeerd. Verder beloven deze Belgische politici dat zij er alles aan zullen doen opdat Turkije zal kunnen toetreden tot de Europese Unie. Er wordt met geen woord meer gerept over de Criteria van Kopenhagen.

Vertaling: Lieve Driesen

Uit: De Koerden, tweemaandelijks tijdschrift van het Koerdisch Instituut www.kurdishinstitute.be, jaargang 2, nummer 12, mei/juni 2003