logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

De Hollandse Leeuw en de Grijze Wolf

Inhoud
Over de Hollandse leeuw...
Colofon
Voorwoord
1. Inleiding
arrow 2. Grijze Wolven en gemeentesubsidies
3. Grijze Wolven in de gemeentepolitiek
4. TFN spreekt zich uit over aantijgingen
5. Verkiezingen in Turkije
6. Intimidatie en wraak van Turkse geheime dienst in Europa
7. De acties van de MIT in West-Europa
8. CEM - Een nationalistische alevietische organisatie
9. Incidenten in Nederland
10. Incidenten in Europa en Turkije
11. Dag van het Turkisme
12. De internetrelatie tussen de MHP en de TFN
13. Overzicht bestuur TFN
14. MHP'ers in de ANAP
15. Bibliografie
16. Namen van organisaties
17. Bronnen

pdf / rar

2. Grijze Wolven en gemeentesubsidies

Print versie

Ondanks alle commotie rond de extreem-nationalistische beweging Grijze Wolven in 1997 zijn er op regeringsniveau nauwelijks maatregelen genomen om de invloed van deze extreem-rechtse Turken in te dammen. Op lokaal niveau ontstonden een paar dappere initiatieven, maar passiviteit overheerste in de Nederlandse gemeentes. De gang van zaken in Utrecht, Zwolle en Deventer is een voorbeeld van hoe gemeentes met de Grijze Wolvenorganisaties omgaan. De relatie van de Utrechtse gemeenteraad met het Turks Cultureel Centrum Utrecht is zelfs exemplarisch te noemen voor overige gemeentes in Nederland.

Op zondag 17 maart 1979 maakte Utrecht voor het eerst kennis met de Grijze Wolven. Een moord op een 27-jarige Turk uit Utrecht tijdens een partijtje voetbal tussen twee Turkse teams, leidde direct tot een discussie over de vraag of de moordenaar lid was van de Grijze Wolven, destijds in het Utrechts Nieuwsblad omschreven als "een als fascistische bekend staande Turkse terreurorganisatie". Tijdens het proces dat volgde, verklaarde de moordenaar dat hij was misbruikt door de Grijze Wolven, dat hij was opgezet tegen zijn slachtoffer door leden van "de militante fascistische organisatie Grijze Wolven, de gewapende arm van de Turkse politieke partij MHP". (1)
Burgemeester Vonhoff van Utrecht vroeg om actie tegen de Grijze Wolven en cultureel antropoloog Penninx bevestigde tijdens de rechtszitting dat Grijze Wolven via infiltratie in sport- en jeugdverenigingen leden proberen te werven. Er werden daadkrachtige stappen geëist van het gemeentebestuur door een breed spectrum van progressieve en democratische Utrechtse organisaties. Zo valt in een verklaring te lezen: "Ook in Utrecht zijn de Grijze Wolven in toenemende mate actief. Regelmatig worden er vergaderingen gehouden. Er worden op gezette tijden fascistische films vertoond, gekoppeld aan scholing in de fascistische theorie. Progressieve Turken worden bedreigd en geïntimideerd. De Grijze Wolven spelen vooral in op de gevoelens van onzekerheid van de Turkse jongeren. Door hun nationalistische propaganda geven zij deze jongeren, die tussen twee culturen in leven, een (vermeend) gevoel van zekerheid. Dat de Turkse jongeren een gemakkelijke prooi zijn voor fascistische organisaties wordt mede veroorzaakt door een falend overheids- en gemeentebeleid waardoor de onderwijskansen nihil zijn, de huisvestingssituatie zeer slecht is, mogelijkheden voor werk zeer gering en recreatieve voorzieningen nauwelijks aanwezig. Wij vragen de gemeente Utrecht dan ook zeer dringend om nu eindelijk met concrete plannen te komen en een duidelijk standpunt en maatregelen te nemen tegen Grijze Wolven en andere fascistische organisaties." (2)
Uiteindelijk besloten Vonhoff en zijn gemeenteraad geen maatregelen te nemen "omdat een verbod van een politieke organisatie het eerste middel is waar een dictatuur naar grijpt". Dit was een duidelijk standpunt, en daarmee leek de kous af. Of de gemeenteraad andere stappen ondernam om de invloed van Grijze Wolven in te dammen is nooit duidelijk geworden. De opmerking van toenmalig minister van Justitie De Ruiter, dat Grijze Wolven in Nederland niet bestonden, spoorde de Utrechtse gemeenteraad niet bepaald aan tot handelen. (3)

Eerste subsidies
Na de turbulente jaren in Utrecht, eind jaren zeventig begin jaren tachtig, besluiten de Grijze Wolven zich anders te organiseren en zich meer te plooien naar de democratische regels van het Nederlandse systeem. Er worden verenigingen opgericht en er worden pogingen gedaan om subsidiebanden aan te knopen met gemeentes. In Utrecht wordt in 1986 het Turks Cultureel Centrum (TKC) opgericht. In het rapport Het kalf en de put, van M. Kemal Belli van de Nederlandse politie-academie, wordt hierover opgemerkt: "Dit centrum is opgericht in 1986 door de aanhangers van de Turks-Nationalistische Partij." (4) Het TKC is een lidorganisatie van de Hollanda Türk Federasyon, de Turkse Federatie Nederland (TFN) uit Amsterdam. (5)
Op 12 mei 1987 treedt het TKC voor het eerst officieel naar buiten en schrijft een brief naar de gemeenteraad van Utrecht met haar doelstellingen, begeleid door een stapel handtekeningen. Op de handtekeningenlijst staan overigens ook mensen die niets met Grijze Wolven van doen hebben en waarschijnlijk niet zouden hebben getekend als ze geweten hadden dat hun handtekening gebruikt zou worden ter ondersteuning van de oprichting van een centrum voor Grijze Wolven. In haar analyse van de problemen waarin Turkse gastarbeiders in Utrecht zich bevinden, schrijft het TKC het volgende: "Wij zijn ook op de hoogte van de hulp die U tot nu toe heeft verleend en we weten dat U die zult voortzetten. Tot nu toe zijn enkele verenigingen er niet in geslaagd om de problemen van de Turkse gastarbeiders op te lossen. Dergelijke verenigingen zijn er tot nu toe niet in geslaagd en zullen er nooit in slagen om samen te werken met de Turkse gastarbeiders. Een goed voorbeeld is dat tot nu toe de problemen van de Turkse gastarbeiders niets zijn verminderd maar nog steeds groter worden. De financiering die U tot nu toe heeft verstrekt aan dit soort verenigingen heeft niets opgeleverd en zal ook niets opleveren." (6)
In 1989 ontvangt het Turks Cultureel Centrum Utrecht voor de eerste maal een incidentele eenmalige subsidie van de gemeente Utrecht, "in afwachting van een door ons in dit najaar te starten onderzoek naar het functioneren van zelforganisaties". (7) Een onderzoek dat tot op heden onvindbaar is. Overigens wordt in dezelfde brief ook maar direct de incidentele subsidie voor het jaar 1990 toegekend, wat na diverse afrekeningen uiteindelijk een bedrag van f 4.170 oplevert voor het Turks Cultureel Centrum.

De grote Turkse natie!
Op 13 november 1990 ontvangt de gemeente Utrecht een verzoek van het TKC om een reis van bestuursleden naar Azerbeidzjan te financieren met een bedrag van f 7.000. Bijgevoegd is een in het Nederlands vertaald Turks pamflet, dat begint met de volgende woorden: "De grote Turkse natie! Voor het oog van de wereld worden de Azerbeidzjaanse Turken onder de Russische tanks verpletterd en het bloed stroomt overvloedig. De Russen en de Amerikanen die miljoenen dollars uitgeven om het leven van een paar walvissen te redden, hebben nu in overeenstemming met elkaar het plan om de Turkse wereld te vernietigen bij de onderhandelingen in Malta afgebakend." Het pamflet sluit af met wat leuzen: "De Turkse natie is een ondeelbaar geheel. Leve de onafhankelijkheidsoorlog van het Turkendom in de wereld. Azerbeidzjan is onze ziel. Wij gunnen ons bloed van harte aan haar. Er is geen grens bij Khazar en Aras; zij kan Turken niet van de Turken scheiden. Weg met de samenwerking van Amerika-Rusland-EEG-Armeniërs! (Voetnoot: Turks Cultureel Centrum Utrecht zorgt voor een bus om er gezamenlijk heen te gaan.) (...) Het doel is de heilige strijd niet zonder steun te laten en is een noodkreet aan de mensheid in de wereld. Wij nodigen al onze landgenoten uit voor deze heilige plicht... Grijp herder, grijp, laat je eigendom niet achter! Nachtegaal laat de Turk in den vreemde niet alleen!" (8)
Acht jaar na dato stuurt Mustufa Güzel namens het TKC een brief aan de gemeente Utrecht waarin hij probeert te verklaren waarom deze brief in het (openbare) gemeente-dossier van het TKC zit. Güzel schrijft: "Ik deel u het volgende mee, in onze administratie hebben we niet zo'n brief gevonden. Volgens ons mening heeft iemand namens ons zo'n brief geschreven en naar de Gemeente Utrecht opgestuurd, of iemand heeft een brief in het turks geschreven en vertaald naar de gemeente Utrecht. Als dat zo zou zijn, willen we graag een copie van een originele brief. Dan kunnen we pas zien of dat echt door ons geschreven is. Volgens ons is de gemeente bevooroordeeld. We zijn een legale vereniging. Als er iets mis is, dan willen we dat graag van de gemeente weten of de Turks Cultureel Centrum illegale vereniging is." Dat Güzel het er niet zomaar bij laat zitten blijkt uit de laatste zin in de brief: "Wij hebben een van deze brief naar de Sector bestuursrecht van de rechtbank te Utrecht opgestuurd."
Ondanks het stempel, de naam en handtekening van de toenmalige voorzitter van het TKC én het TKC als vertrekplaats voor de bus en als contactnummer, wil het TKC blijkbaar uit alle macht bewijzen dat dit pamflet niet van hen afkomstig is. Op een rechtszitting bij de arrondissementsrechtbank te Utrecht op 19 november 1999 wordt het TKC in het gelijk gesteld. De gemeente Utrecht heeft niet kunnen achterhalen hoe de brief in het dossier van het TKC terecht is gekomen en blijkt niet in staat zich inhoudelijk te verweren. De gemeente Utrecht moet f 420 griffiekosten betalen en f 9,50 aan het TKC ter vergoeding van de gemaakte kosten.
Het hoofd van de afdeling Welzijn van de gemeente Utrecht weigert in 1990 de subsidie voor de reis naar Azerbeidzjan te verstrekken omdat hij vindt dat dergelijke activiteiten niet subsidiabel zijn en niet in het gemeentelijk beleid passen. Daarnaast mist de gemeente Utrecht de financiële middelen om dergelijke activiteiten te subsidiëren. Geen woord over de op zijn minst dubieuze inhoud van het pamflet. Naar later blijkt was dat geen kwestie van beleefdheid, maar eerder van desinteresse. De gemeente Utrecht stoort zich kennelijk niet aan de denkbeelden die men er binnen het TKC op na houdt. In 1991 en 1992 krijgt het TKC dan ook f 14.842 subsidie, waaronder een bedrag van f 2.199 voor het organiseren van een conferentie op 16 oktober 1992, waar de Turkse schrijver Ilhan Bardakçi gastspreker is. (9) Bardakçi is een oude bekende van de MHP, de Partij van Nationalistische Actie. Hij is al jaren één van de partij-ideologen en schreef voor en na de staatsgreep van 1980 in Turkije voor de krant van de MHP. Hij is nog steeds een prominent lid van de MHP.
Ook in 1991 (de precieze datum ontbreekt in de definitieve toekenning van de gemeente Utrecht) organiseerde het TKC een conferentie. Hier spraken M. Erkal, journalist en redacteur van het blad van de MHP in de periode dat MHP-leider Alparslan Türkes in de gevangenis zat, Yavuz Bülent Bakiler, partijdichter en al jaren lid van de MHP, en de schrijver A. Karakoç, ook MHP'er. Alle sprekers waren afkomstig uit Turkije. Kortom, de gemeente Utrecht vergoedde de reis- en verblijfskosten van prominente Turkse fascisten, die in Nederland voor geloofsgenoten en extreem-nationalisten in spé hun ideologieën kwamen uitleggen.
In 1995 krijgt het TKC een projectsubsidie toegekend van f 2.200 die onder andere bestemd is voor kadertraining van bestuursleden. Dit is f 450 meer dan het aangevraagde bedrag van f 1.750. Bij dit project was Fedayi Eken betrokken, de algemeen coördinator van de TFN. (10) In 1996 krijgt het TKC voorlopig voor de laatste keer subsidie. Voor een serie van tien voorlichtingsbijeenkomsten ontvangt het TKC een bedrag van f 3.000 van de gemeente Utrecht. (11)
In 1997 wordt een subsidieverzoek voor een voorlichtingsbijeenkomst afgewezen omdat de aanvraag geen inzicht geeft in de kosten van het project. Voor een sazcursus wordt doorverwezen naar de Gemeentelijke Muziekschool. Uit latere correspondentie blijkt dat de gemeente Utrecht geen subsidie verstrekt aan mensen die uit Turkije komen om hun expertise los te laten op de Turken hier. Genodigden moeten ter plekke deskundig zijn, zo stelt de Dienst Welzijn. (12) En dat terwijl de eerdere subsidies bestemd waren voor conferenties met louter deelnemers uit Turkije. De gemeente Utrecht wordt dus wat strenger, maar het is niet uit te sluiten dat het TKC nog een keer in de prijzen zal vallen. De gemeente Utrecht heeft, net als andere gemeentes in Nederland, nauwelijks middelen om een subsidie-aanvraag op principiële gronden af te wijzen en moet dus vluchten in formele afwijzingen. Dit houdt bij de TKC de hoop op nieuwe subsidies levend. Men hoeft zich alleen maar naar de subsidieregels te schikken.

In 1996 bezoekt een lid van het TKC Cyprus, waar op dat moment escalaties plaatsvinden tussen de Griekse en Turkse Cyprioten. Hij vertelt hierover: "In 1996 was ik op Cyprus bij de grensgevechten. Ik heb meegedaan met stenen gooien en zo. De Grieken vinden dat heel Cyprus van hun is. We waren met een heleboel Grijze Wolven, wel met vijfduizend.(...) Het was een schitterende reis. Hij was georganiseerd door de Ülkü Ocaklari. In Lefkose was er overal live televisie. Daar keken we naar om te zien waar de Grieken de grens over kwamen, daar gingen we dan heen met bussen. Niet allemaal tegelijk, maar vijfhonderd hier, duizend daar, op verschillende posten. De Turkse militairen, die wij volledig vertrouwen, dat zijn echt onze jongens, hadden ons geweerd bij de Groene Zone. Wij mochten daar niet komen van hun. Als de Grieken verder komen dan de Griekse zone mogen jullie je gang gaan, hadden ze gezegd. ( ... ) Een Griek is toen doodgeslagen omdat hij op Turks grondgebied kwam." (13)

Loze toezeggingen
Even leek het erop dat een daadkrachtiger beleid gestalte zou krijgen. Naar aanleiding van de publicatie van het boek Grijze Wolven, een zoektocht naar Turks extreem-rechts van Stella Braam en Mehmet Ülger, waarin het TKC een aantal keer werd genoemd, werd er gedebatteerd in de Utrechtse gemeenteraad. Toenmalig burgemeester Opstelten stelde dat de gemeenteraad beter af kon gaan op informatie van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de politie inlichtingendienst. Dat het hier een politieke en geen politionele zaak betrof wilde er bij Opstelten niet in. De wethouder van Welzijn beloofde een inventarisatie van de diensten binnen de gemeente die subsidies verstrekken aan organisaties als het TKC. Tot op heden heeft dit overzicht het licht niet gezien. Na deze loze toezegging bloedde het debat dood. Er werd nog wat heen en weer gepraat, de fracties maakten op pijnlijke wijze duidelijk dat ze geen idee hebben van wat er leeft binnen de Turkse gemeenschap in Utrecht, en vervolgens sloot toenmalig burgemeester Opstelten de discussie met de toezegging dat er nog verder zal worden gekeken naar dit onderwerp. (14)
De laatste keer dat gemeenteraadsleden, weliswaar buiten de raad, over het onderwerp Grijze Wolven praatten, was in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 1998. De fractievoorzitters reageerden eenstemmig afkeurend op de kandidatuur van Güven Isçi voor de gemeenteraadsverkiezingen. (15) Isçi maakte er geen geheim van dat hij sympathiseerde met de Grijze Wolven en dat hij bij het Turks Cultureel Centrum actief is. Maar toen de verkiezingskoorts was gezakt en Isçi het niet had gehaald, verslapte de aandacht van de Utrechtse gemeenteraad weer snel. Waarschijnlijk wist de grote meerderheid in de raad niets af van de subsidierelatie die de gemeente Utrecht een aantal jaren onderhield met de Grijze Wolven van het Turks Cultureel Centrum.

Grijze Wolven in Zwolle
Ook in Zwolle bevindt zich een Turkse stichting die aangesloten is bij de TFN in Amsterdam. De Stichting Turks Cultureel en Solidariteitscentrum Zwolle (STCSZ) doet haar best om een subsidierelatie met de gemeente Zwolle op te bouwen. In Zwolle zouden zo'n honderdvijftig Grijze Wolven wonen. Tachtig van hen staan vermeld op een lijst als de "Oprichters van de Stichting", afkomstig uit oktober 1996. (16)
In april 1997 werd de gemeente door de Anti-Fascistische Actie (AFA) in Zwolle gewaarschuwd voor deze stichting. Eén van de belangrijkste concrete bewijzen om aan te tonen dat de Turkse stichting is gelieerd aan de Grijze Wolven is een rouwadvertentie in de rechtse Turkse krant Türkiye op 9 april 1997. In april van dat jaar overleed Alparslan Türkes, de leider van de MHP. De voorzitter van de STCSZ, Namik Demircan, plaatste een grote rouwadvertentie in Türkiye onder het logo van de TFN en de vlag van de Grijze Wolven. Letterlijk staat er in de advertentie: "De Zwolse Idealistische Beweging brengt haar condoléance uit aan de geëerde voorzitter van de MHP, het symbool van de Turks Islamitische wereld, Alparslan Türkes. Hij zal voortleven in de harten van ons Turks-nationaal gezinden, hun stemmen zullen zich verheffen. Ons innerlijk vervult zich met bitterheid."
Op 23 maart 1997 op een TFN-bijeenkomst in Huizen, is een delegatie van de STCSZ aanwezig. In een uitzending van de Turkse Omroep Stichting (TOS) uit Amsterdam is duidelijk te zien dat er een spandoek van de Zwolse Stichting aan de muur hangt. Op de interne lijst van de TFN staat Demircan als contactpersoon genoemd. De Zwolse afdeling van de TFN is dus redelijk actief binnen de organisatie.

Informatiebijeenkomsten
Eind 1997 vraagt de STCSZ bij de gemeente Zwolle voor een bedrag van fl 5.005 subsidie aan, voor het organiseren van drie informatiebijeenkomsten. Het College van B&W besluit de subsidie te verstrekken en zendt in maart 1998 een positief voorstel aan de raadscommissie. (17) In de motivering van het College aan de raadscommissie staat onder andere dat de STCSZ "constateert dat bij haar achterban een achterstand is in informatie over voorzieningen op het terrein van maatschappelijke-, hulp- en dienstverlening, gezondheidszorg en onderwijs." In dat kader wil de stichting informatiebijeenkomsten organiseren. De thema's van de bijeenkomsten hebben volgens de stichting tot doel de integratie en participatie te bevorderen. Die activiteiten voldoen aan de criteria van de subsidieregeling minderhedenorganisaties. Het STCSZ krijgt uiteindelijk dan ook f 4.530 subsidie. Het College vermeldt in haar motivering overigens ook dat zij signalen heeft ontvangen van onder andere AFA dat de stichting lid is van de TFN en dat de TFN nauwe banden 'zou' hebben met de Grijze Wolven. "Voorts zou in een Turkse krant bij het overlijden van een bekend lid van de Grijze Wolven in Turkije een rouwadvertentie door de Hollanda Türk Federasyon zijn gepubliceerd, ondertekend door de voorzitter van de stichting STCSZ", aldus het College. (18)
AFA-Zwolle wijst in een brief aan de raadscommissie van 20 maart 1998 op de samenwerking die Demircan heeft gezocht met andere Turkse organisaties. Opmerkelijk is dat Demircan niet rept over bijvoorbeeld de Koerden en de alevieten in Zwolle, die een belangrijke onderdeel vormen van de Turkse bevolking in Zwolle. Tevens wordt er in de brief op gewezen dat de genoemde advertentie wel degelijk gepubliceerd is en dat het gaat om de grote leider van de Grijze Wolven en niet om zomaar "een bekend lid". Om Türkes een bekend lid te noemen is een understatement van de bovenste plank.
De voorzitter van de STCSZ ging overigens in de Zwolse Courant van 20 maart 1998 in op de beschuldigingen dat hij en de andere leden van zijn stichting Grijze Wolven zijn. Hij verklaarde zelfs niet te weten of zijn stichting nog aangesloten is bij de TFN. De rouwadvertentie zou hij op persoonlijke titel hebben geplaatst.

Vragen aan het Zwolse College
Naast organisaties uit Zwolle (AFA, GroenLinks, SP, Swollwacht) maken organisaties uit de rest van het land bezwaar tegen de subsidieverstrekking van de gemeente aan STCSZ. (19) De Commissie voor Beroep- en Bezwaarschriften oordeelt echter, na een hoorzitting, dat alle organisaties niet ontvankelijk worden verklaard. Zij hebben niet genoeg aan kunnen tonen dat zij werden geschaad in hun belangen. Vragen van GroenLinks en de SP aan het College van B&W leveren onbevredigende antwoorden op. Het College vindt dat iedereen die (nu nog) bezwaren heeft tegen de subsidieverstrekking zelf maar met bewijslast moet komen. Verder vindt het College dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan de informatie van de politie over STCSZ. En mochten de beschuldigingen waar zijn, en een reden om de subsidie stop te zetten, dan nog "biedt de subsidieverordening formeel geen mogelijkheden om subsidies te weigeren, of er moet een redelijk vermoeden zijn dat de activiteiten niet zullen worden uitgevoerd op de manier zoals in de aanvraag is aangegeven." (20) Twee van de drie avonden vonden doorgang. De derde avond werd uitgesteld en heeft tot op heden niet plaatsgevonden.

Gemeente Deventer: opzienbarende nota
Burgemeester en Wethouders van Deventer kregen lof van media en zelforganisaties voor de nota Benadering tegenstellingen binnen de Turkse - en Koerdische gemeenschap in Deventer van 6 april 1998. Er werd door de leden van de raadscommissie voor advies en bijstand zelfs gesproken over "een allesomvattende aanpak om een nieuw conflict tussen beide bevolkingsgroepen te voorkomen". De nota doet allerlei aanbevelingen, zoals de opbouw van een netwerk aan contacten, subsidies aan integratie bevorderende organisaties en (zo nodig) een repressieve aanpak van extreme elementen. Met de leden van de raadscommissie was beleidsambtenaar minderheden Johan Kuiper van mening, dat het beleid niet gericht is op het volledig opgaan van Turken en Koerden in de Deventer samenleving (assimilatie). "Het is veeleer gericht op het bieden van kansen in de Nederlandse samenleving, met name op school en werk." In een toelichting vertelde Kuiper dat onder de achtduizend Turken en Koerden in Deventer vijftien organisaties actief zijn. Ze zijn opgebouwd volgens Turks nationale lijnen, wat de integratie niet direct bevordert. "Als het in Turkije stormt, waait het hier", karakteriseerde hij. Na een windstilte van zes jaar hebben de BVD en Binnenlandse Zaken zich landelijk bekeerd tot een groepsgewijze aanpak van extreme groeperingen. Kuiper ziet hier overeenkomsten met de Deventer nota. "Er is een kentering van de analyse naar het strategisch handelen en dat is heel positief".
De nota van 6 april 1998 erkent dat de situatie in Turkije van directe en grote invloed is op de Turkse en Koerdische gemeenschap in Nederland. Punt is: hoe kunnen deze woorden in daden omgezet worden? Het zal de gemeente Deventer vast wel lukken om te monitoren, te netwerken en te overleggen, maar wat doet ze aan de oorzaken die Turkse jongeren vatbaar maken voor de extreem-nationalistische ideologie van de Grijze Wolven? Zeven van de tien Turkse jongeren verlaten school zonder diploma, bij het arbeidsbureau in Deventer staan er vierhonderd als langdurig werkloos ingeschreven. Relatief veel jonge Turken zijn vaste klant bij de politie en het verdienen van 'snel geld' lonkt nog altijd met de drugsmaffia.
De gemeente Deventer start als antwoord op de nota na de zomer van 1998 een 100-banenproject, toegesneden op Turkse jongeren, en een persoonlijk begeleidingsproject voor verslaafde, dakloze Turkse jongeren. Wethouder Knol van minderheden: "We moeten als gemeente van een defensieve houding naar actieve beïnvloeding. Zo niet, dan zullen de tegenstellingen zich verscherpen en negatief uitpakken op het integratieproces en op de acceptatie bij Nederlanders. En wat de Turkse jongeren betreft, we mogen het ons niet permitteren om ze tussen wal en schip te laten vallen." (21)

Argumenten tegen subsidie
Toenmalig minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken wees er in 1997 al op: "... zijn gemeenten autonoom in het al dan niet toekennen van subsidies en in het daaraan verbinden van voorwaarden. Organisaties dienen zich vanzelfsprekend te houden aan deze subsidievoorwaarden en in meer algemene zin aan de geldende wet- en regelgeving. Het is aan de subsidie verstrekkende overheid om na te gaan, of de gesubsidieerde organisatie de subsidiegelden besteedt overeenkomstig het doel waartoe zij zijn verleend, aan de gestelde voorwaarden beantwoordt en de geldende wet- en regelgeving respecteert. (...) Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat gemeentebesturen hun verantwoordelijkheid daarin zouden verwaarlozen. Als coördinerend minister voor het integratiebeleid acht ik het overigens wenselijk dat overheden zich bij het verlenen van subsidies en bijdrages voor activiteiten in relatie tot de multiculturele samenleving uitdrukkelijk laten leiden door de doelstellingen van het integratiebeleid etnische minderheden." (22)
Tot nu toe heeft alleen de gemeente Deventer het bovenstaande positief geïnterpreteerd door een nota te maken. Deze is echter nooit actief in gebruik genomen vanwege een gebrek aan financiering voor het project. Ook werd gesteld dat de noodzaak voor specifieke maatregelen op het ogenblik wat minder is, daar de situatie weer wat rustiger is geworden. Een vermeende toename van Grijze Wolven-activiteiten in de regio van Deventer is uitgebleven door de mislukte poging om een TKC op te richten in Apeldoorn. De gemeente Deventer blijkt helaas dezelfde kortzichtigheid te etaleren die spreekt uit de voorbeelden van Utrecht en Zwolle. Gemeentes grijpen de kans op autonoom handelen wat betreft subsidiëring niet aan om de subsidieverstrekking aan Grijze Wolven-organisaties te beëindigen. De gemeente Zwolle verwoordde het hierboven het treffendst: zelfs als er sluitende bewijzen zijn voor Grijze Wolven-activiteiten, dan nog biedt de subsidiewetgeving geen opening om in te grijpen. Overigens heeft de gemeente Zwolle ook alle formele bezwaren tegen de subsidieverstrekking afgewezen. Zo waren er onder andere niet verstrekte documenten en niet volgens statuten ondertekende formulieren. Dit duidt op een lijn, die we ook bij andere gemeentes aantroffen; die van de handhaving van de bestaande status quo en de ontkenningspolitiek.

Eén Nederlandse gemeente heeft wel haar nek uitgestoken. De gemeente Tilburg trok de subsidie aan de Turkse Jongeren Vereniging in op grond van lidmaatschap van de Turkse Federatie Nederland. De vraag die rijst, is of in deze beslissing geen juridische gaten te schieten zijn. Mocht deze beslissing standhouden dan ligt de weg open voor andere gemeentes om, het liefst in combinatie met de uitgangspunten van de Deventer nota, de subsidies aan Grijze Wolven met inhoudelijke, politieke argumenten stop te zetten.
Geen enkele gemeente durft - als zij daar het nut al van inziet - de subsidieregelgeving te veranderen en de controlemogelijkheden te verruimen. Ook een constructief debat op lokaal niveau, een gezamenlijke lijn of onderling overleg tussen gemeentes is nauwelijks of nooit gevoerd of uitgestippeld. Dit lijkt gezien de voortdurende situatie en uit vrees voor de toekomstige groei en toename van activiteiten van Grijze Wolven in Nederland wel wenselijk.

Noten:
1): Utrechts Nieuwsblad, 23 oktober 1979.
2): Utrechts Nieuwsblad, 29 maart 1979.
3): Utrechts Nieuwsblad, 14 november 1979.
4): M. Kemal Belli, Het kalf en de put, Buiten-Band, 1997.
5): Zie Stop de Grijze Wolven!, Turks extreem-rechts, hoofdstuk 3.2.3. De Turkse Federatie Nederland en bijlage 2.
6): Brief TKC Utrecht d.d. 12 mei 1987 aan alle leden van gemeenteraad en alle partijfracties.
7): Brief H. Bosch, chef afdeling Welzijn d.d. 23 oktober 1989, gericht aan het bestuur van het Turks Cultureel Centrum Utrecht.
8): Pamflet gevoegd bij brief TKC aan de burgemeester van de gemeente Utrecht van 13 november 1990, ondertekend door M. Alaca, voorzitter van het Turks Cultureel Centrum.
9): Brief Afdeling welzijnszaken aan het bestuur van het Turks Cultureel Centrum Utrecht over de definitieve vaststelling incidentele gemeentesubsidie 1991 en 1992 van 29 november 1993.
10): Brief F. Eken aan het bestuur van Turks Cultureel Centrum van 15 april 1995.
11): Brief Afdeling Welzijnszaken gemeente Utrecht aan Turks Cultureel Centrum ter attentie van het bestuur van 9 september 1996 inzake aanvraag projectsubsidie 2e helft 1996.
12): Brief Hoofdafdeling Welzijnszaken gemeente Utrecht aan Turks Cultureel Centrum ter attentie van het bestuur inzake aanvraag subsidie informatiebijeenkomsten van 8 oktober 1997.
13): Miriam Geerse, Turkse idealen op Nederlandse bodem, een kwalitatief onderzoek onder Ülkücüs (idealisten) in Nederland, doctoraal scriptie Vakgroep Culturele Antropologie Universiteit Utrecht, Utrecht, 1998.
14): Notulen middagvergadering 2 oktober 1997 gemeente Utrecht.
15): Utrechts Nieuwsblad, 18 februari 1998.
16): Bijgevoegd bij brief bestuur STCSZ aan 'Alle Raads- en Commissieleden van Gemeente Zwolle' van 31 oktober 1996.
17): Brief hoofd Afdeling Maatschappelijke en Culturele Zaken gemeente Zwolle, mw. drs. H.M.M. Smits van 30 maart 1998 aan het bestuur van STCSZ.
18): Beantwoording vragen SP door gemeente Zwolle, 2 juni 1998.
19): Bezwaarschriften werden onder andere ingediend door de Fabel van de Illegaal uit Leiden, het Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme, Amersfoort Solidair en de Stichting Initiatiefgroep Koerdistan uit Amsterdam.
20): Beantwoording vragen SP door gemeente Zwolle, 2 juni 1998.
21): Alert!, nummer 4, AFA, 1998.
22: Brief minister Dijkstal aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal, 20 november 1997.

Top

arrow