logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

De Hollandse Leeuw en de Grijze Wolf

Inhoud
Over de Hollandse leeuw...
Colofon
Voorwoord
1. Inleiding
2. Grijze Wolven en gemeentesubsidies
arrow 3. Grijze Wolven in de gemeentepolitiek
4. TFN spreekt zich uit over aantijgingen
5. Verkiezingen in Turkije
6. Intimidatie en wraak van Turkse geheime dienst in Europa
7. De acties van de MIT in West-Europa
8. CEM - Een nationalistische alevietische organisatie
9. Incidenten in Nederland
10. Incidenten in Europa en Turkije
11. Dag van het Turkisme
12. De internetrelatie tussen de MHP en de TFN
13. Overzicht bestuur TFN
14. MHP'ers in de ANAP
15. Bibliografie
16. Namen van organisaties
17. Bronnen

pdf / rar

3. Grijze Wolven in de gemeentepolitiek

Print versie

De poging van Grijze Wolven om invloed te krijgen in de Nederlandse politiek lijkt voorlopig te zijn mislukt. Na in de afgelopen jaren een aantal kleine succesjes te hebben geboekt in de gemeentepolitiek - met name in Amsterdam - is hun aanwezigheid in de politiek momenteel onbeduidend. Mede door de toenemende publiciteit rond de Grijze Wolven in 1997 en 1998 werden de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 1998 voor hen een mislukking.

Op 4 maart 1998 vonden er in Nederland gemeenteraadsverkiezingen plaats. Net als bij de voorgaande gemeenteraadsverkiezingen stelden zich daarvoor Turken kandidaat die op dat moment of in het verleden actief waren in extreem-nationalistische kring. (1) In Amsterdam deden diverse Turken afkomstig uit de hoek van de Turkse Federatie Nederland (TFN) mee aan de verkiezingen als kandidaat voor de Partij voor de Mensenrechten (PvdM). Daarnaast kandideerde Ibrahim Çitil zich voor Bewonersbelangen Bos en Lommer en Mustufa Ustalar voor Lokaal Belang Zeeburg. In Utrecht kwam de prominente Grijze Wolf Güven Isçi met een eigen lijst, de Lijst Isçi. (2)
Opvallend was dat alle Turkse raadsleden die in de periode voor de verkiezingen waren beschuldigd van banden met de Grijze Wolven geen kandidaat meer waren voor hun oude, vaak grote en gevestigde partij (Ibrahim Çitil - CDA, en Mustufa Ustalar - PvdA) of helemaal van het toneel waren verdwenen (Ahmet Ceyhan - NIVO, en Faiz Yerlibuçak - PvdA). (3) Het lijkt erop dat de grote politieke partijen zijn afgestapt van hun opportunistische beleid om zonder al te veel screening bekende migranten in hun partijen op te nemen vanwege de zetelwinst die dat zou kunnen opleveren. Blijkbaar vonden de partijen in kwestie een schoon blazoen toch belangrijker. Daarbij deed het er niet toe of de beschuldigde personen daadwerkelijk Turkse extreem-nationalisten waren. De beleidswijziging schoot zo haar doel voorbij.

CDA en Grijze Wolven
De Turkse extreem-nationalisten konden bij de afgelopen verkiezingen alleen nog terecht bij kleine buurtpartijtjes of - in het geval van Utrecht - op een eigen lijst. De oude partij van Çitil, het CDA, deed zelfs helemaal niet meer mee aan de verkiezingen in het stadsdeel Bos en Lommer. Officieel deed deze partij niet mee omdat zij geen kandidaten zou hebben. De werkelijke reden zou volgens niet nader genoemde politici het optreden van Çitil zijn geweest. (4) De commotie over de infiltratie van Grijze Wolven in de Nederlandse parlementaire politiek zou volgens deze personen slecht voor de naam van het CDA zijn, en mogelijk zouden meer Grijze Wolven zich aanmelden als lid van het CDA. Vandaar deze stap, aldus de politici. Overigens stelt de CDA-wethouder S.M. Stam van Bos en Lommer dat Çitil geen lid is of was van de Grijze Wolven. (5) In Utrecht ving een andere Grijze Wolf ook bot bij het CDA. Güven Isçi wilde volgens eigen zeggen op de lijst van het CDA omdat hij een moslim is en het CDA een partij met een christelijke gezindheid. (6) Maar Isçi raakte teleurgesteld omdat hij op de lijst van deze partij niet bij de eerste dertig kandidaten stond. Isçi kwam vervolgens met een eigen lijst, waarover later meer.

Extremisme en mensenrechten
In Amsterdam hadden de Wolven aanvankelijk zelf een partij willen oprichten. Vermoedelijk om geld en tijd te besparen, besloten zij zich aan te sluiten bij de nieuwe PvdM. De PvdM profileerde zich als een migrantenpartij. In haar verkiezingsmateriaal zei de PvdM zich te baseren op de Universele Verklaring van de Mensenrechten. Daarnaast wilde zij zich sterk maken voor de bestrijding van discriminatie, armoede en sociale onveiligheid en het behoud van de culturele identiteit van migranten. De PvdM kreeg in Amsterdam 2208 (0,8%) stemmen - onvoldoende voor een zetel. Ook in de stadsdeelraden - de PvdM deed mee in acht stadsdelen - verwierf de partij geen enkele zetel.
De vertegenwoordiging van Grijze Wolven in de PvdM was spectaculair. Met name in het stadsdeel Zeeburg zetten de Grijze Wolven sterk in. (7) Daar stond een flink aantal van hen kandidaat, waaronder op nummer 1 de toenmalige secretaris van de Turkse Federatie Nederland (TFN), Fedayi Eken. In Zeeburg kreeg de PvdM de meeste stemmen: 3,1%. (8) Ook voor de gemeenteraad stonden diverse Grijze Wolven verkiesbaar voor de PvdM. Zo stond Abdullah Sari, bestuurslid van de TFN, op nummer 5. (9)
De coördinator van de PvdM, Bihari, werd vlak voor de verkiezingen gewezen op de extreem-nationalistische achtergrond van een deel van de Turkse kandidaten. Hij bleek verrast te zijn. De betrokkenheid bij de TFN was hem onbekend. (10) De voorzitter van PvdM, Alhaj Momin Babul Ahmed, zei vlak voor de verkiezingen een onderzoek toe naar de achtergrond van bepaalde partijleden, omdat "extremisme en mensenrechten niet samen gaan". (11) Als dit onderzoek al is uitgevoerd, dan heeft dit niet geleid tot openlijke stappen jegens de Wolven in de PvdM.
Dat de PvdM het niet haalde in Zeeburg had vermoedelijk te maken met de concurrentie die ze daar had van Lokaal Belang Zeeburg. Deze buurtpartij werd aangevoerd door Mustafa Ustalar. (12) Ustalar was PvdA-raadslid in Zeeburg, maar moest waarschijnlijk weg bij deze partij vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de Grijze Wolven. Ustalar distantieerde zich overigens wel nadrukkelijk van de Grijze Wolven. De buurtpartij had als speerpunten: veiligheid, welzijnswerk, onderwijs en openbare voorzieningen. Lokaal Belang Zeeburg kreeg 5,5% van de stemmen in het stadsdeel. Dat was voldoende voor een zetel, die werd ingenomen door Ustalar. Op de lijst van de partij komen we overigens ook personen tegen die lid zijn van het Platform tegen racisme en fascisme in Amsterdam-Oost, te weten Peter Posthumus en Jan Müter. (13)

Nationalisme op bevel
De enige Grijze Wolf in Amsterdam die een zetel wist te bemachtigen was de al eerder genoemde Ibrahim Çitil. De inmiddels ex-banenpoler van het Turks Cultureel Centrum in Amsterdam stond als derde op de lijst van de buurtpartij Bewonersbelangen Bos en Lommer. Deze partij meldde in de verkiezingscampagne dat zij zich wilde inzetten voor onder andere de uitbreiding van voorzieningen, een beter parkeerbeleid en renovatieprojecten. De partij behaalde 13,8% van de stemmen en kreeg zodoende drie zetels in de stadsdeelraad Bos en Lommer. Çitil kreeg bij de verkiezingen geen steun meer van de TFN. Hij had in Bos en Lommer de PvdM tegenover zich als concurrent.
De lijstrekker van 'Bewonersbelangen', Wil de Graaff, maakte zich niet zo druk over de achtergrond van Çitil. Desgevraagd zei De Graaff over de aanwezigheid van Çitil bij bijeenkomsten van Grijze Wolven, "dat komt omdat Çitil daartoe door zijn baas gedwongen wordt. Hij heeft namelijk een betaalde baan in het Turks Cultureel Centrum. Als je baas wil dat je naar zo'n bijeenkomst gaat, dan moet je wel." (14)

Utrecht
In Utrecht deed de Lijst Isçi mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Uit een folder die de lijst verspreidde blijkt dat zij wilde opkomen voor tweezijdige participatie, gelijke rechten en mogelijkheden voor migranten en de beëindiging van ghettovorming. De Lijst Isçi had als lijsttrekker Güven Isçi, een prominente Utrechtse Grijze Wolf. (15) Daarnaast stonden er op de lijst een Turk en twee Marokkanen, die alle drie afkomstig zijn uit islamitische kring. (16) Isçi zegt dat hij "Turken [wil] betrekken bij de politieke besluitvorming. (...) Ik vind dat in ieder besluit ook de stem van de allochtonen en Turken moet doorklinken." (17)
In Utrecht gingen 40% van de stemgerechtigde Turken stemmen. Van dit percentage ging 61% naar kleine partijen. De Lijst Isçi kreeg 1705 stemmen (1,6%), onvoldoende voor een zetel. (18)
In tegenstelling tot andere verkiezingskandidaten die tot de Grijze Wolven kunnen worden gerekend, probeerde de maatschappelijk werker Isçi zijn achtergrond niet te verhullen. Tegen een medewerker van het Utrechts Nieuwsblad gaf hij toe Grijze Wolf te zijn. Hij ontkende echter een stroman te zijn van de MHP. Een vertegenwoordiger van de Turkse Adviesraad in Utrecht, Oguz Kayar (fictieve naam), is echter een andere mening toegedaan. Kayar: "Ik herinner mij een foto in een Turkse krant, waarop hij (Isçi, red.) tijdens een MHP-bijeenkomst in Oss onderscheiden wordt voor zijn inzet voor de Turkse zaak. Als hij geen MHP'er zou zijn, was hij niet zo gauw voor zo'n onderscheiding in aanmerking gekomen." (19)
De partijen in de Utrechtse gemeenteraad waren niet erg ingenomen over de kandidatuur van Isçi. Zij waren bang voor een averechts effect op de integratie als buitenlandse politieke bewegingen inbreng hebben op de parlementaire politiek. Ook de fractieleider van GroenLinks in Utrecht, Jan van Leijenhorst was niet erg content met de Lijst Isçi: "Politiek moet niet worden bedreven via etnische scheidslijnen. Zeker niet als daarin politieke elementen vanuit de landen van herkomst een rol gaan spelen." (20) Mesut Çavasoglu, gemeenteraadslid voor GroenLinks, meldde in het Utrechts Nieuwsblad dat hij in de gemeenteraad een discussie wilde over de kandidatuur van Grijze Wolven. Tot deze discussie kwam het echter niet, vermoedelijk omdat Isçi het niet haalde. Als men er wel over zou gaan praten, zou waarschijnlijk de subsidieverstrekking door de gemeente Utrecht aan het TKC aan de orde komen. En zoals al eerder bleek, praten de politieke partijen in Utrecht liever niet over deze subsidierelatie. (21)

Aansluiting verloren
De gevestigde partijen hebben niet openlijk de discussie durven aangaan over Grijze Wolven in hun eigen gelederen of over andere politieke activiteiten van Turkse extreem-nationalisten. (22) Vermeende Grijze Wolven werden zo geruisloos mogelijk partijen uitgewerkt. Dit ging veelal gepaard met ontkenningen van de partijen dat het Grijze Wolven betrof. De zuiveringsactie noopte de Grijze Wolven elders hun heil te zoeken; bij kleine buurtpartijen of met eigen lijsten. Deze partijen deden het bij de afgelopen verkiezingen niet goed, waardoor de vertegenwoordiging van de Wolven in politieke partijen is afgenomen en zij de aansluiting met de gevestigde politiek hebben verloren.

Noten:
I): In periode voor maart 1999 zaten er in Amsterdam een aantal Turken in staddeelraden die een Grijze Wolvenverleden hadden: Ahmet Ceyhan, Ibrahim Çitil en Mustufa Ustalar.
2): Zie voor meer informatie over Çitil, Ustalar en Ceyhan en de betrokkenheid van Grijze Wolven bij de Nederlandse politiek: Stop de Grijze Wolven!, Turks extreem-rechts, 4.3 Deelname aan parlementaire politiek, pp.55-56, Stella Braam, Mehmet Ülger, Grijze Wolven, een zoektocht naar extreem-rechts, pp. 126-140.
3): Zie voor de affaire-Yerlibuçak: Özkan Gölpinar, Wolvenjacht, De Groene Amsterdammer, 11 juni 1997.
4): CDA Bos en Lommer zou bang zijn voor de Grijze Wolven, Nieuws van de Dag, 23 januari 1998.
5): ibid.
6): Tuncay Çinibulak, Isçi maakte geen geheim van voorkeur, Utrechts Nieuwsblad, 18 februari 1998.
7): De volgende bij ons bekende Grijze Wolven stonden in Zeeburg op de lijst van deze partij: op nummer 1 Fedayi Eken, de toenmalige coördinator en secretaris van de TFN en bestuurslid van de TFN-organisaties TDJV, Hilal en Ulu Camii (stedelijk: plaats 4), nummer 2 Asir Sari, penningmeester TFN en penningmeester TDJV (stedelijk: plaats 3), nummer 6 Alpaslan Sütçü, kreeg een bestuursfunctie bij de TFN bij haar tweede congres in mei 1998, nummer 7 Fuat Akkoç, bestuurslid Hilal en Ulu Camii en nummer 9 Süleyman Koyuncu, kreeg een bestuursfunctie bij de TFN bij haar tweede congres in mei 1998.
8): Andere stadsdelen waar de PvdM redelijk scoorde waren Zeeburg (3,1%), Bos en Lommer (2,4%), Geuzenveld/Slotermeer (2,1%) en Westerpark (1.3%). Het gaat bij de eerste drie stadsdelen om buurten waar vroeger ook al redelijk werd gescoord door Turkse extreem-nationalisten of ex-Grijze Wolven. Opvallend is dat de lijsttrekker van de PvdM in Westerpark en nummer 15 op de stedelijke lijst, Ferit Çifçi, de dag na de verkiezingen officieel een bestuurspost (tweede secretaris) krijgt bij de stichting Hilal (TFN-lid).
9): Abdullah Sari is dan tevens voorzitter van de TOS en de TDJV en bestuurslid van Hilal.
10): Tuncay Çinibulak, Turkse nationalisten op eigen lijsten, Contrast, 19 februari 1998.
11): Stella Braam, Amsterdam heeft een partij in wolfskleren, Vrij Nederland, 14 februari 1998.
12): Mustafa Ustalar liet het afgelopen jaar landelijk van zich horen, middels een ingezonden brief in Trouw, met een voorstel om in Kosovo Turkse grondtroepen in te zetten. Ustalar deed dit voorstel samen met Ron Haleber (islamoloog, IKV) en Rachid Jamari (consulent arbeidsmarkt). De inzet van de troepen zou diverse voordelen met zich mee kunnen brengen. Zo zouden de Turkse grondtroepen een gevoelige klap kunnen toebrengen aan de "Servische oorlogshysterie" en de voortwoekerende "Servische mythen" (o.a. de Groot-Servische gedachte, red.). Daarnaast zou het samen strijden van Turkse Koerden en Turken de oplossing van de Koerdische kwestie mogelijk dichterbij kunnen brengen.
De auteurs van de brief gaan er in hun oproep volledig aan voorbij dat het Turkse enthousiasme voor de inzet van Turkse grondtroepen mede wordt ingegeven door de islamistische achtergrond van de Kosovaren en nationalistische gevoelens. De schijnbare kameraadschap, die wordt veroorzaakt door de extremen van een oorlog, is volgens ons geen garantie voor de verbetering van de rechten van Koerden in Turkije. Ustalar en co negeren de oorlogshysterie in Turkije: in dat land willen de staat en de politiek niets weten van zelfbeschikkingsrecht voor Koerden en wordt de uitdrukking van deze wens zeer gewelddadig onderdrukt. Het bestrijden van Servisch nationalisme met Turks nationalisme lijkt ons geen oplossing van de door de schrijvers gesignaleerde problemen. (bron: Ustalar, Jamari, Haleber, Dubbele winst met inzet Turkse grondtroepen, Trouw, 21 april 1999)
13): Voor meer informatie over het platform zie het artikel 'Tijdverspilling en onzinnig ' elders in deze publicatie.
14): Stella Braam, Amsterdam heeft een partij in wolfskleren, Vrij Nederland, 14 februari 1998.
15): Isçi was secretaris van het TKC van 1989 tot begin 1997. Hij was secretaris van de Stichting voor Turks-Islamitische Cultuur en Onderwijs (TFN-lid) vanaf eind 1992 tot in ieder geval 22 december 1999. Isçi had ook een bestuursfunctie bij de TFN. Hij was verantwoordelijk voor de public-relations van 16 oktober 1995 tot en met 1 juni 1997. Hij is waarschijnlijk ook vice-voorzitter van het TKC in Utrecht geweest.
16): De namen van de andere personen op de Lijst Isçi zijn: M. Kaplan, M. Bennamar en A. Mahdad.
17): Tuncay Çinibulak, Isçi maakte geen geheim van voorkeur, Utrechts Nieuwsblad, 18 februari 1998.
18): Isçi kreeg 1235 stemmen (72% van alle stemmen op zijn lijst), Kaplan kreeg 401 stemmen, Mahdad kreeg 47 stemmen en Bennamar kreeg 22 stemmen.
19): Tuncay Çinibulak, Turkse nationalisten op eigen lijsten, Contrast, 19 februari 1998.
20): Raad Utrecht niet blij met kandidatuur 'Grijze Wolf', Utrechts Nieuwsblad, 18 februari 1998.
21): Zie het artikel 'Grijze Wolven en gemeentesubsidies' elders in deze publicatie.
22): Eén van de weinige positieve uitzonderingen was een initiatief van de raadsleden van de stadsdeelraad Geuzenveld/Slotermeer. Zij stelden een intentieverklaring op die iedereen in de raad ondertekende, waarin democratische principes worden erkend als leidraad voor politiek handelen. Met de verklaring stellen de raadsleden dat zij "organisaties of personen (zoals A. Türkes) die op welke wijze dan ook nationalistische gevoelens aanwakkeren hoogst verwerpelijk vinden." De ex-voorzitter van de TFN, Ahmet Ceyhan, ondertekende deze verklaring ook. Dat maakte verder optreden tegen hem moeilijk. (bron: Stella Braam, Amsterdam heeft een partij in wolfskleren, Vrij Nederland, 14 februari 1998).

Top

arrow