logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

De Hollandse Leeuw en de Grijze Wolf

Inhoud
Over de Hollandse leeuw...
Colofon
Voorwoord
1. Inleiding
2. Grijze Wolven en gemeentesubsidies
3. Grijze Wolven in de gemeentepolitiek
4. TFN spreekt zich uit over aantijgingen
5. Verkiezingen in Turkije
6. Intimidatie en wraak van Turkse geheime dienst in Europa
7. De acties van de MIT in West-Europa
arrow 8. CEM - Een nationalistische alevietische organisatie
9. Incidenten in Nederland
10. Incidenten in Europa en Turkije
11. Dag van het Turkisme
12. De internetrelatie tussen de MHP en de TFN
13. Overzicht bestuur TFN
14. MHP'ers in de ANAP
15. Bibliografie
16. Namen van organisaties
17. Bronnen

pdf / rar

8. C.E.M. Vakfi - Een Turks-nationalistische alevietische organisatie

Print versie

'Er wordt beweerd dat Alevieten in kwade reuk staan bij de Grijze Wolven', meent de Turkse Federatie Nederland. Zij draagt om dit te ontkennen bewijzen aan die in Turkije zijn bekokstoofd. De TFN wil doen geloven dat de Turkse regering alevieten niet lastig valt maar juist ondersteunt. In het boek Graue Wölfe heulen wieder (F. Aslan en K. Bozay, 1997) wordt hier vanuit een andere optiek op ingegaan.

In het eerste nummer van het 'nieuws bulletin' van de Turkse Federatie Nederland (TFN), genaamd Agenda, wordt ingegaan op de publiciteit rond de Grijze Wolven in Nederland. Met name het boek van Stella Braam en Mehmet Ülger valt zeer slecht bij de makers van het blad, dat uitkomt in november 1997. In een ander artikel is al nader ingegaan op de reactie van de TFN op deze publiciteit, we zullen er daarom niet al te diep op ingaan. Men poogt in Agenda het boek van Ülger en Braam met weinig inhoudelijke argumenten te weerleggen. Daarnaast geeft men soms juist informatie die de stellingen van deze twee schrijvers onderbouwen.
Eén van deze stellingen gaat over het alevietisme. Op pagina 16 van Agenda nummer 1 wordt daarover het volgende vermeld: "Er wordt beweerd dat Alevieten in kwade reuk staan bij de Grijze Wolven. De TFN heeft in 1997 op verscheidene plaatsen in Nederland lezingen georganiseerd over Alevieten. Het is onzin om te beweren dat deze mensen niet door ons worden geaccepteerd. Dit is naar onze mening door de schrijvers opzettelijk vermeld om zo een breuk tot stand te brengen binnen de Turkse maatschappij. De heer Yildizeli (voorzitter TFN) is notabene de vertegenwoordiger van het alevietische blad Cem."
Het blad Cem is een uitgave van de C.E.M. Vakfi, een Turkse semi-overheidsinstelling die de alevieten moet pacificeren tot brave, nationalistische, soennitische staatsburgers. De C.E.M. laat de alevieten dus niet voor wat ze zijn, maar wil ze uit politieke overwegingen hun religieuze identiteit ontnemen. Over C.E.M. Vakfi en diens connecties met extreem-nationalistische Turkse organisaties wordt in het boek van Fikret Aslan en Kemal Bozay uit 1997, Graue Wölfe heulen wieder, Türkische Faschisten und ihre Vernetzung in der BRD, steekhoudend aandacht besteed. We geven hun bevindingen over C.E.M. Vakfi hieronder in bewerkte vorm weer.

Alevieten in Turkije
Met name door het sterker worden van de alevietische beweging in Turkije en Europa, traden de alevieten steeds meer op de voorgrond. Ze eisten zelfstandigheid en gelijkstelling en vrijheid voor alle geloofsopvattingen. Tot 1980 vormden de alevieten de ruggegraat van verschillende links-georiënteerde stromingen en partijen. Hierdoor waren ze de extreem-nationalisten een doorn in het oog. De alevieten waren naast de socialisten en de communisten dan ook het belangrijkste aanvalsdoel voor de MHP. Na de putsch van 12 september 1980 werd zowel door de staat als in de officiële staatsideologie gepoogd de slachtingen onder de alevieten te ontkennen of deze voor te stellen als "een daad van de communisten en de Armeniërs".
Midden jaren tachtig kwam het tot de eerste officiële organisatorische verbanden tussen alevietische verenigingen (cemaatler) en de staat. De algemene belangstelling voor de alevietische geloofsrichting, die vanaf de Osmaanse periode door de heersers permanent werd onderdrukt, was inmiddels zo sterk, dat men deze bewegingen op officieel Turks staatsniveau voor zich wilde winnen. Anderzijds zaaide men om interne conflicten uit te lokken permanent onrust in de alevietische organisaties.
Zelfs islamisten (Welvaartspartij) en extreem-nationalisten (MHP) probeerden het alevietische potentieel - meer dan een vierde van het kiezerspotentieel - voor zich te winnen. In het nabij de MÇP/MHP-staande blad Yeni Düsünce verklaarde Nazim Dede, die door Yeni Düsünce als 'leider van de Turkse alevieten' werd gepresenteerd, het volgende: "De alevieten komen eigenlijk voort uit een traditie, die zeer dichtbij de sharia staat. Daar zij echter een gemeenschap vormen die 'lichtgelovig' is, staan zij open voor het bedrog van de Koerden en de communisten. Om deze onwetendheid (cehalet) te verhelpen, is de hulp van de staat noodzakelijk." (1)

De Turkse staat ging zelfs zo ver dat zij eigen alevietische organisaties in het leven riep en deze met niet onaanzienlijke hoeveelheden geld ondersteunde. Dit deed zij om de alevietische beweging, die de Turkse staat van oudsher wantrouwt, te verdelen. Het oude, maar desondanks toch alomtegenwoordige machtsdenken in de zin van 'verdeel en heers', werd dus ook toegepast op de alevietische beweging. De meeste nieuw ontstane alevietische organisaties en verenigingen voerden een gematigde politiek en bedreven geen directe oppositie tegen het Turkse regime. Wel uitten zij van tijd tot tijd kritiek over de mensenrechtenkwesties en de kwestie van de gelijkstelling van alle volkeren in Turkije. Ze waren en zijn ver verwijderd van gehoorzaam beamen.
Gelijktijdig met de verdeel en heers politiek voerde de Turkse geheime dienst MIT een offensief tegen de alevieten. Hun onafgebroken infiltratiepogingen wierpen echter weinig vrucht af. Men besloot daarom een eigen alevietische organisatie op te richten. Men hoopte zo de kracht van de democratische, progressieve, alevietische organisaties te verminderen.

C.E.M. Vakfi
De semi-overheidsstichting Republikeinse Stichting voor Vorming en Cultuur, in het Turks Cumhuriyetçi Egitim ve Kültür Merkezi Vakfi (C.E.M. Vakfi), werd in 1995 in het leven geroepen. De afkorting van de beginletters vormt bewust het begrip C.E.M. Dit begrip moet anologieën oproepen met het alevietische ritueel de cem. Met de steun van een bekende staatsgetrouwe alevietische dede (religieuze leider van de alevieten), Izzettin Dogan, werd een bekende alevietische persoonlijkheid voor het karretje van deze beweging gespannen.
De vernietiging van de gematigde en linkse alevietische organisaties is voor de Turkse regering van grote betekenis. Dit belang valt onder meer af te leiden uit de belofte van het ministerie voor Religieuze Zaken om een deel van het budget voor de C.E.M. Vakfi apart te houden, een glossy tijdschrift met de naam Cem te subsidiëren en een reusachtig budget voor de opbouw van een C.E.M.-netwerk in binnen- en buitenland beschikbaar te stellen.

Op officieel staatsniveau poogt men, met behulp van de Republikeinse Stichting voor Vorming en Cultuur, te voorkomen dat alevieten, Koerden en andere oppositionele krachten elkaar wederzijds steunen. Een tweede front van oproer in Centraal- en West-Anatolië zou namelijk het einde betekenen voor de heersende klasse, aangezien men aan het 'Oostfront' tegen de Koerden ver verwijderd schijnt te zijn van een tevredenstellende, definitieve 'oplossing' ten behoeve van de heersenden. (2)
Het Turkse regime poogt het probleem op te lossen middels de islamisering van de alevieten. Het is geen toeval dat zich naast of in de gebedshuizen (cem evi) van de C.E.M. Vakfi ook kleine moskeeën (mescit) bevinden. De gematigde en linkse alevietische verenigingen respectievelijk hun bestuursleden worden met veel beloften systematisch geronseld. Daarnaast wordt Izzettin Dogan door de rechtse Turkse media naar voren geschoven als de enige echte 'alevietische leider'.
De onafhankelijke alevietische organisaties zijn de religieus-fundamentalistische en nationalistische machthebbers, zoals Tansu Çiller en Necmettin Erbakan, een doorn in het oog. Dit blijkt onder andere uit een geheim rapport (nummer: B050HID0000093/472) van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken van 3 januari 1997. Daarin wordt gesteld: "De personen die bij de alevieten een aangeboren leiderschap bezitten en de staat steunen, moeten in zoverre worden gesteund dat hun invloed op deze groepen toeneemt." Vanwege deze redenen werd eerst in Turkije en later ook in Duitsland een Republikeinse Stichting voor Vorming en Cultuur opgericht.

Duitse C.E.M.
De Duitse vertegenwoordiging van de C.E.M. Vakfi hield op 26 april 1997 in Essen haar oprichtingscongres. Tot vertegenwoordiger voor Duitsland werd de Essense 'sociaal-democraat' Halis Özkan aangewezen. Aan de bijeenkomst namen onder andere de Essense consul-generaal Erol Etçioglu en de Münsterse consul-generaal Günes Altan deel. De minister van de deelstaat Nordrhein-Westfalen Rau stuurde een groetboodschap. Circa vijfhonderd mensen namen deel aan de bijeenkomst.
Sinds de oprichting van de C.E.M. Vakfi hebben geen interne verkiezingen plaatsgevonden - noch in Turkije, noch in de BRD. De zelfbenoemde leider van de alevieten, Izzettin Dogan, heeft zich tot op heden (tot half 1997, red.) niet hoeven te onderwerpen aan deze democratische verplichting. Dit geldt ook voor de door de Turkse regering benoemde vertegenwoordiger voor Duitsland Halis Özkan.

Er blijken inderdaad officiële connecties te bestaan tussen de C.E.M. Vakfi en Turkse rechts-extremisten. Deze connecties kwamen onder meer aan het licht naar aanleiding van een serie bijeenkomsten met Izzettin Dogan in Nederland. Dogan had samen met de Nederlandse vertegenwoordiging van de Turkse Federatie Nederland een serie voordrachten georganiseerd, waarin hij zijn variant van het 'volkse alevietendom' wilde presenteren.
Hoewel Halis Özkan zich graag als sociaal-democraat presenteert en al jarenlang lid is van de SPD in Essen, praat hij open over zijn sympathie voor de Turkse rechts-extremisten. Zo antwoordde hij op 6 april 1997 in de Alevietische Gemeente in Velbert op de vraag "Wat vindt u van de aleviet Hüseyin Kocadag, die bij het ongeluk van Susurluk om het leven kwam?": "We moeten hopen dat onze moeders duizenden Kocadag's baren". Kocadag was een beruchte hoofdcommissaris van politie in Hakkari en Diyarbakir. Later was hij werkzaam als directeur bij de Afdeling voor Terrorismebestrijding (van de politie, red.) in Istanbul.
Terwijl Özkan aan de ene kant verklaart dat zijn chef, Izzettin Dogan, niet deelnam aan de serie MHP-bijeenkomsten in Nederland, geeft hij aan de andere kant toe dat hij zelf wel werd uitgenodigd door de voorzitter van de Turkse Federatie Nederland, Hikmet Yildizeli. Bovendien blijkt hij enkel te hebben afgezegd vanwege tijdgebrek. Tegenover de Milliyet (8 mei 1997) verdedigt hij zijn 'dialoog' met de fascisten: "Ons tijdperk is het tijdperk van de dialoog. Hoe lang willen de alevieten eigenlijk de hun toegestoken handen nog afwijzen. Ook Arafat heeft zich verzoend met Israël. Waarom zouden ook wij niet bijeenkomen (met de MHP, red.)."
Özkan verbergt zijn connecties met de in kwade reuk staande Turkse regering niet. Terwijl zelfs Europese politici direct contact met Çiller en Erbakan vermijden, beroemt hij zich op de toestemming die hij heeft ontvangen van de fundamentalistische Turkse minister-president Erbakan voor de oprichting van de Duitse vertegenwoordiging van de C.E.M. Vakfi. Hij bevestigt daarmee dat deze organisatie direct orders ontvangt van de Turkse regering.

De doelen van de Duitse C.E.M. Vakfi zijn mede daardoor duidelijk: net zoals in Turkije, moeten ook hier de progressieve alevieten in de nationalistisch-islamitische 'golven' ten onder gaan. Het doel is een eenheidsstaat met een eenheidsras en een eenheidsreligie. Werd de oppositie vroeger nog bestreden met behulp van bewapende rechtsradikale benden (Grijze Wolven), heden ten dage maakt men gebruik van subtielere methoden, zoals geformuleerd in de taakstelling van de Republikeinse Stichting voor Vorming en Cultuur.
Gesteund met het kapitaal van de staat en de onverhulde steun van de Turkse media, met het Hürriyet-concern (kranten, bladen en tv-station) als marktleider in Duitsland voorop, gelooft men binnen afzienbare tijd, de alevietische organisaties in Turkije op de knieën te kunnen krijgen. In hoeverre dit voornemen succes zal hebben, zal niet in de laatste plaats afhangen van de erkenning van de C.E.M. Vakfi door de Duitse staat als representant van de alevieten in Duitsland. De inspanningen van de Turkse consulaten en de Turkse ambassadeur daartoe mogen daarom geen succes hebben in de Duitse publieke opinie. Een marionettenorganisatie, die overduidelijk vanuit het machtscentrum in Ankara wordt bestuurd, mag geen publieke legitimatie of erkenning krijgen, opdat de alevietische bevolking in Duitsland, en daarmee ook in Turkije, het recht op vrijheid niet wordt ontnomen.

Noten:
1): Geciteerd in: Tanil Bora, Kemal Can, Devlet Ocak Dergah, pagina 489; "Sol, Alevileri Sömürüyor", 1 september 1989, "Alevilik Maskesi Altinda Bölücülük yapiliyor", 25 mei 1990.
2): Sinds de arrestatie en de gevangenhouding van de leider van de PKK, Abdullah Öcalan, begin 1999 is de Koerdische kwestie een minder groot probleem voor de Turkse staat. De 'twee fronten-theorie' van de schrijvers boet daardoor aan kracht in. (noot van de redactie)

Top

arrow