logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

Stop de Grijze Wolven! - Turks Extreem rechts

Inhoud
Colofon
1. Inleiding
2. MHP, de moederpartij van de Grijze Wolven in Turkije
3. De Turkse extreem-nationalistische beweging in West-Europa en Nederland
4. Activiteiten van de Grijze Wolven in Nederland
5. Alert tegen Grijze Wolven
6. Tussen Islam en liberalisme
7. De ideologie van de MHP
8. Grijze Wolf-zijn is net zijn als een nazi, .....maar dan voor Turkije
9. De ontwikkeling van rechtse politieke organisaties en oriëntatie van Turkse migranten in de BRD
10. De TIKDB/ATIB
11. De Turkse Republiek, Turks-Koerdische emigratie en de Islam
12. De Turks-Islamitische-synthese
13. De Turkse maffia, de Turkse staat en de MHP
arrow 14. Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla
15. Namen van organisaties
16. Bibliografie
Bijlage 1: Incidenten overzicht
Bijlage 2: Lidorganisaties van de Nederlandse en Belgische Turkse Federatie

pdf / rar - bestellen

14. Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla
Selahattin Çelik

Print versie

Hoe zij werd opgericht
Turkije werd op 4 april 1952 lid van de NAVO. In hetzelfde jaar begon de organisatie die van zich deed horen als Gladio haar activiteiten in Ankara. (1) In Turkije was deze contra-organisatie bekend als Orgaan van Tactische Mobilisatie. Het Orgaan van de Tactische Mobilisatie ontplooide haar activiteiten vanuit het gebouw van de CIA-organisatie JUSMATT.
De van de VS afhankelijke NAVO-legers begonnen in de jaren '60, na de ervaringen in Korea en Vietnam, speciale eenheden te organiseren voor de guerilla-oorlog. Het in 1959 ondertekende militaire verdrag tussen de VS en Turkije voorzag in de inzet van de contra-guerilla, "ook in het geval van een tegen het regime gerichte binnenlandse opstand." (2)
De Seferberlik Taktik Kurulu werd in 1965 geherstructureerd en kreeg de naam Özel Harp Dairesi (ÖHD; Dienst Speciale Oorlog). Zij valt onder het bevel van de voorzitter van de generale staf en staat ook wel bekend onder de namen Özel Kuvvetler Komutanligi (Hoofdkwartier van de Speciale Eenheden) en Harekât Dairesi (Afdeling Operaties).
Hoewel met de 'Gladio'-affaire in Italië in 1990 bekend werd dat er ook in andere NAVO-lidstaten dergelijke geheime organisaties bestonden, dat zij nauwe contacten onderhielden met de geheime diensten in die landen en verstrikt waren in een reeks van moorden en bomaanslagen, loochenden de verantwoordelijken bij het Turkse leger en de staat nog steeds het bestaan van een dergelijke organisatie in Turkije.
Pas nadat William Colby, voormalig chef van de CIA, verklaarde dat "ook in Turkije een dergelijke organisatie bestaat", trokken de Turkse verantwoordelijken hun valse beweringen in. Op 3 december 1990 gaven de voorzitter van de Afdeling Operaties van de Turkse generale staf, generaal Dogan Beyazit, en de commandant van de Speciale Eenheden, generaal Kemal Yilmaz, een persverklaring uit. Daarin verklaarden zij dat in Turkije de naam van de speciale organisatie van de NAVO Özel Harp Dairesi (Dienst Speciale Oorlog) was en dat het haar taak was om "in het geval van een communistische bezetting het verzet te organiseren." Verder verklaarden ze dat deze organisatie in 1974 in Cyprus en in 1980 tegen de PKK in Koerdistan had gevochten, maar dat de geheime leden van deze organisatie, die zij als patriotten betitelden, "niet in verbinding met de contra-guerilla" zouden staan. De laatste bewering is een gladde leugen, zoals zal worden aangetoond.

Hoe is de Dienst Speciale Oorlog georganiseerd?
Het doel van de Dienst Speciale Oorlog luidt: "In het geval van een communistische bezetting of een opstand, deze bezetting te laten mislukken met guerillamethoden en met gebruikmaking van alle mogelijke ondergrondse activiteiten." De methodes van de speciale oorlog, zogenaamd geleerd ter verhindering van een communistische bezetting of een opstand, omvatten onder andere "moorden, bomaanslagen, gewapende roofoverval, folter, aanvallen, ontvoering, bedreiging, provocatie, vorming van milities, gijzeling, brandstichting, sabotage, propaganda, verspreiding van desinformatie, geweld en afpersing." (3)
De leerboeken van de contra-guerilla experts in de VS werden in het Turks vertaald en daarmee werden de bovengenoemde methodes voor een speciale oorlog overgebracht naar Turkije. De Turkse contra-guerilla ontwikkelde de meest uiteenlopende en verfijnde methodes voor haar oorlog tegen de PKK. Sinds 1985 werd er een reeks nieuwe leerboeken en aanwijzingen uitgebracht.
De ondergrondse elementen van de Dienst Speciale Oorlog, dus de elementen die de acties uitvoeren, worden de contra-guerilla genoemd. De Dienst Speciale Oorlog kan met de contra-guerilla worden vereenzelvigd, want het is het element van de contra-guerilla dat de Dienst Speciale Oorlog pas tot een factor in de praktijk maakt.
De Turkse contra-guerilla heeft vele scholen in Turkije waar de contra-guerilla's worden opgeleid. "In de Bergcommando-school in Bolu werden zelfs Groene Baretten opgeleid die in Vietnam vochten." (4)
De contra-guerilla teams, fanatiek geïndoctrineerd tegen het 'gevaar' van het communisme en separatisme, hun hoofden volgepropt met chauvinisme, worden tegen iedereen ingezet die in oppositie zijn tegen het regime. Want hun doel, dat ze nastreven met steun van de VS, is de "vorming van een competente militaire en semi-militaire kracht, gemeenschappelijk met de veiligheidskrachten, ter bescherming van de binnenlandse veiligheid." (5) Niet alleen de communisten, maar alle mogelijke democratische bewegingen vormen in hun ogen een gevaar dat men met contra-guerillamethodes wil bestrijden. In de leerboeken van de Amerikaanse oorlogsdoctrine stelt men over het gevaar: "Onze veiligheid wordt niet alleen bedreigd door openlijke aanvallen, maar ook door bedreigingen van een andere soort, die nog gevaarlijker zijn dan de openlijke aanvallen, maar er niet als aanvallen uitzien. Deze gevaren bestaan uit pogingen om tot binnenlandse veranderingen te komen." (6)
De uitgekozen medewerkers van de Turkse contra-guerilla, inclusief de generaals, werden allen opgeleid aan contra-guerillascholen in de VS. De doelstelling van de opleiding wordt als volgt omschreven: "Het doel van de militaire hulp is om soldaten uit onderontwikkelde landen volgens de VS-ideologie op te leiden en deze vervolgens in de toekomst voor het besturen van hun landen in te zetten." (7) Bij de opleiding in de VS worden de contra-guerilla's "de maatschappelijke problemen in hun landen verklaard en films getoond die de agressiviteit en het gevaar van revolutie door de communisten demonstreren." Andere plaatsen waar Turkse officieren worden opgeleid zijn de Escuela de los Americas in Panama, die bij de VS-basis Southern Command behoort, de Police Academy in Washington en de bases Schongau en Oberammergau in de BRD.
Een deel van de Dienst Speciale Oorlog bestaat uit officieren van officiële eenheden, de A-eenheden of Speciale Operatie eenheden genaamd. Met de escalatie van de oorlog werden vervolgens binnen de structuur van de Dienst Speciale Oorlog de B-eenheden gevormd. De B-eenheden bestaan uit betaalde en vrijwillige commando's. Beide eenheden maken gebruik van contra-guerillataktieken. De door de Dienst Speciale Oorlog opgeleide commando's hebben overal organisaties opgericht in de vorm van cellen. Deze contra-guerilla's worden 'patriotten' genoemd en ze worden in eerste instantie als agent-provocateurs binnengesluisd bij politieke partijen, in overheidsfuncties en bij oppositionele groeperingen.
Het belangrijkste onderdeel van de Dienst Speciale Oorlog bestaat uit de geheime dienst. In Turkije valt de geheime dienst onder de generale staf en dus onder de Dienst Speciale Oorlog. De burgerregering heeft geen enkel controle-recht op de geheime dienst.
In Turkije bestaan verschillende geheime diensten. De Nationale Geheime Dienst (MIT) heeft van al deze geheime diensten de grootste invloed. De MIT opereert als een tak van de CIA en werkt onder andere samen met de Israëlische geheime dienst MOSSAD en de Duitse BND. Veel operaties van de Dienst Speciale Oorlog werden uitgevoerd in samenwerking met de MIT. Een derde van het personeel van de MIT bestaat uit militairen en de rest bestaat hoofdzakelijk uit oud-militairen. In de wet is vastgelegd dat de chef van de MIT een militair moet zijn. Een ander onderdeel van de Dienst Speciale Oorlog wordt gevormd door de Afdeling voor Psychologische Oorlogsvoering. Deze afdeling werd vanaf 1983 TIB genoemd, het ministerie voor Maatschappelijke Betrekkingen. Het hoofdkantoor van dit instituut bevindt zich in Ankara. De eerste chef van deze organisatie was Dogan Beyazit, die tegelijkertijd ook chef was van de Dienst Speciale Oorlog. Hij leidde de propaganda-activiteiten, die volgens CIA-programma's werden ingedeeld in 'witte', 'grijze' en 'zwarte' propaganda.
De TIB publiceerde veel tijdschriften en brochures. Er werden mantelorganisaties opgericht met namen als Turks Cultureel Onderzoeksinstituut, Stichting Turks Wereldonderzoek etc. Het hoofddoel van de TIB bestond in de jaren '80 uit het vormen van een psychologisch front in de oorlog tegen de PKK. Met dit doel werden brochures gedrukt waarmee geprobeerd wordt de schuld van door de contra-guerilla gepleegde bloedbaden in de schoenen van de PKK te schuiven. Dergelijke brochures werden bijvoorbeeld uitgegeven onder de naam van verzonnen uitgevers en in meerdere talen verspreid in heel Europa. Of er werden vervalste pamfletten tegen de PKK in de naam van bestaande politieke organisaties of ook wel verzonnen namen verspreid. Of men maakte TV-programma's en boeken die de PKK in een kwaad daglicht stelden. In de steden in Koerdistan hielden professoren lezingen over het feit dat Koerden Turken zouden zijn, etc. Het meest effectieve instituut van de TIB respectievelijk de Afdeling Psychologische Oorlogsvoering van de Dienst Speciale Oorlog is de pers. Turkse dagbladen als bijvoorbeeld Hürriyet, Milliyet, Türkiye en Sabah, die semi-officiële staatsorganen zijn geworden, krijgen de opdracht om systematisch propaganda te bedrijven tegen de PKK.
Een andere belangrijke invloedssfeer van de Dienst Speciale Oorlog wordt natuurlijk gevormd door de politieke partijen. Alle staatspolitici en alle burgerlijke partijen in Turkije staan onder controle van de Dienst Speciale Oorlog. Hier slechts één voorbeeld: de Turkse staatspresident Süleyman Demirel was de eerste Turk die een beurs ontving van de Eisenhower Exchange Foundation, die onder controle staat van de CIA. Later had hij jarenlang het alleenvertegenwoordigingsrecht van de firma Morriston die in Vietnam de dodencellen bouwde. (8) Toen Demirel in 1963 in de VS was, werd hij in contact gebracht met de Gerechtigheidspartij (AP). In 1965 werd hij voorzitter van die partij en nu is hij staatspresident.

De Dienst Speciale Oorlog en de MHP
In de jaren '70 ontwikkelde zich in Turkije de strijd voor democratie. In Koerdistan kwam de strijd voor nationale bevrijding tot ontwikkeling. Met behulp van de in de jaren '70 in het leven geroepen MHP werden honderden studenten, arbeiders, intellectuelen, vakbondsleden en in het onderwijs werkzame mensen vermoord, waaronder de voorzitter van de DISK (Confederatie van Revolutionaire Arbeidersvakbonden), Kemal Türkler, de journalist Abdi Ipekçi, de rector van de universiteit van Istanbul Bedri Karafakiroglu, de schrijver ümit Doganay, professor Cavit Orhan Tütengil, universitair docent Ümit Kaftancioglu, officier van justitie Dogan Öz, hoofdcommissaris van politie van Adana Cevat Yurdakul, professor Örhan Yavuz, Bedrettin Cömert en de voorzitter van de Kamer van Landbouwcoperaties van Adana Akin Özdemir.
In december 1978 slachtten de MHP'ers in Kahramanmaras honderden Koerden en alevieten af. Deze gericht uitgevoerde massamoord maakte de weg vrij voor de staatsgreep van 12 september 1980. Uit ervaringen in verschillende landen is bekend dat de CIA, in samenwerking met de politie en para-militaire groepen, een irreguliere oorlogsvoering organiseert. William Colby schreef: "Opdat Turkije niet in de handen van de communisten zou vallen, heeft de CIA anti-communistische instellingen steun verleend." (9) De gepensioneerde generaal Sezsi Orkunt, ex-chef van de geheime dienst van de generale staf, verklaarde: "De Turkse strijdkrachten hadden meer angst voor links dan voor rechts. Rechts werd met behulp van de MHP georganiseerd en Türkes werden mogelijkheden gegeven." (10) Toen tijdens de staatsgreep van 1980 het MHP-hoofdkantoor in Ankara werd doorzocht, vond men daar de "Contra-guerilla aanwijzing Code 31-15 over het schema van ondergrondse cellen." (11) De MHP kreeg dit schema van kolonel Mehmet Alanyuva van de Afdeling Agenten van de Dienst Speciale Oorlog.
De MHP'ers werden door de CIA ook op internationaal niveau voor terreuraanslagen ingezet. Zo was bijvoorbeeld de moordenaar van de journalist Abdi Ipekçi dezelfde als degene die in 1981 een aanslag pleegde op paus Johannes Paulus II.
De MHP is ook in Europa, en vooral in de BRD, georganiseerd. Tot 1976 organiseerde zij zich daar onder dezelfde naam. Daarna nam deze in Europa de naam aan van Avrupa Demokratik Ülkücü Türk Dernekleri Federasyonu (Federatie van Turks-Democratische Idealistenverenigingen in Europa). De organisatie van de MHP in de BRD onderhoudt contacten met de Duitse geheime dienst. De in 1993 bij een aanslag gedode journalist Ugur Mumcu schreef: "Dit contact werd in Keulen tot stand gebracht via een Duitser met de naam Dr. Kannapin." (12) Er bestaat nog een andere beschermheer van de MHP in de BRD: Ruzi Nazar. Hij is een CIA-agent die jarenlang in Ankara actief was en later werd overgeplaatst naar Bonn. Jürgen Roth houdt zich met dit thema uitgebreid bezig in zijn boek 'Die Verbrecher Holding' en hij kwam, gebaseerd op de informatie van een staatspresident van een van de republieken van de voormalige Sovjet-Unie, tot de conclusie dat de MIT ook betrokken is bij de heroïnehandel in de BRD.
Generaal Haydar Saltik, van de generatie van coup-plegers van 12 september 1980, werd na zijn pensionering benoemd tot consul van Turkije in Bern. Daar nam hij contact op met de Turkse nationalisten en stuurde 15.000 officieren en MHP-kaderleden, onder bevel staand van de Dienst Speciale Oorlog en al eerder betrokken bij vele aanvallen tegen Armeniërs, naar Azerbeidzjan. Deze kaderleden werden na hun opleiding naar Baku gestuurd. Ook de aanvallen op de Koerdische bevolking in Antalya en andere steden in het afgelopen jaar werden uitgevoerd door de MIT en de MHP. De MHP is nog steeds de paramilitaire organisatie van de Dienst Speciale Oorlog. Maar ditmaal was ze effectiever, want de hele staat is al overgegaan naar een nog racistischere, Koerden-vijandige en para-militaire vorm van organisatie.

De operaties van de Turkse contra-guerilla
De bloedige praktijk van de Dienst Speciale Oorlog is van een dergelijke omvang dat we hier niet op alles in kunnen gaan. Daarom willen we meteen overstappen naar Koerdistan, tegen wiens nationale bevrijdingsstrijd de contra-guerilla in eerste instantie werd ingezet. We willen echter eerst nog enige karakteristieke punten noemen van de praktijk van de contra-guerilla.
De grootste acties van de Dienst Speciale Oorlog waren de drie militaire staatsgrepen. De militaire coup van 27 mei 1961 en vooral de laatste twee staatsgrepen van 12 maart 1971 en 12 september 1980 waren staatsgrepen van de Dienst Speciale Oorlog. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Ihsan Sabri çaglanyangil, die een paar dagen voor 12 maart 1971 werd uitgenodigd naar Teheran, hoorde van de Sjah dat er in Turkije een staatsgreep zou gaan plaatsvinden. (13) De toenmalige commandant van de Turkse luchtmacht, Muhsin Batur, vertrok vlak voor de coup naar de VS en keerde meteen na de coup weer terug naar Turkije. Net zo ging het bij de coup van 12 september 1980. Weer reisde de toenmalige commandant van de luchtmacht, Tahsin Sahinkaya, naar de VS en twee dagen na zijn terugkeer werd de coup uitgevoerd. President Carter, die in de schouwburg van de coup ervoer, belde naar Paul Henze, de voor Turkije verantwoordelijke CIA-agent en zei tegen hem: "Jouw mannen hebben net een coup gepleegd." (14)
De in 1971 geopende folterkamers boden de contra-guerilla een belangrijke mogelijkheid om praktijkervaring op te doen. De contra-guerilla-generaals, die de mensen naar de folterkamers in Ziverbey, Istanbul, brachten, zeiden destijds voor het eerst tegen hun slachtoffers dat zij zich in de handen bevonden van de contra-guerilla. 'Krachten voor Correcte Informatie' (EBU) genoemde specialisten van de contra-guerilla leidden de verhoren tijdens folter. Bij de Politieke Politie in Ankara werd onder de naam DAL (Laboratorium voor Diepte Onderzoek) een specialistenteam voor verhoren gevormd. De foterspecialisten hebben honderden mensen vermoord of voor het leven verminkt. Later werden dit soort teams in heel Turkije, maar vooral in Koerdistan, opgezet. In 1971 werd het folterapparaat van de contra-guerilla geleid door generaal Faik Türün, Turgut Sunalp en Memduh Önlütürk. (15)
Ook de bezetting van Cyprus was een actie van de Dienst Speciale Oorlog. In 1955 richtte de dienst een geheime organisatie op met de naam Türk Mukavemet Hareketi (Turkse Verzetsbeweging). Deze organisatie voerde op Cyprus systematisch provocaties uit om de voorwaarden te creëren voor de coup van 1974. Om de bezetting van Cyprus voor te bereiden nestelden eenheden van Hiram Abbas en de Dienst Speciale Oorlog zich in Beiroet om vanuit die stad acties te organiseren op Cyprus. De bezetting van Cyprus werd georganiseerd door de toenmalige chef van de Dienst Speciale Oorlog, Kemal Yemek. Cyprus werd de eerste serieuze proef voor de Turkse contra-guerilla. Na 1980 trad in dat opzicht Koerdistan in de plaats van Cyprus.
De Rechtbanken voor Staatsveiligheid zijn een produkt van de Dienst Speciale Oorlog en zijn bedoeld om justitie te herstructureren volgens de behoeften van de contra-guerilla. De Rechtbanken voor Staatsveiligheid hebben volgens een aanwijzing van de contra-guerilla de taak om "aangeklaagden niet te veroordelen zoals dat is voorzien in politieke strafbepalingen, maar tot hogere straffen, zoals voorzien bij moord of andere misdaden tegen mensen." (16) De arrestanten worden eerst zwaar gefolterd door de teams van de contra-guerilla en daarna komen ze voor een rechtbank van de contra-guerilla. De meeste rechters bij de Rechtbanken voor Staatsveiligheid zijn militairen, respectievelijk medewerkers van de Dienst Speciale Oorlog.
De door de MHP gepleegde moorden en terreuracties eind jaren zeventig waren de acties van de Dienst Speciale Oorlog. Het doel was het intimideren van de oppositie en het voorbereiden van de voorwaarden voor een coup. En dat is de Dienst Speciale Oorlog ook gelukt: op 12 september 1980 voerde zij de militaire staatsgreep uit. Deze coup vormde de grootste actie van de contra-guerilla. Alle organen van de staat werden op para-militaire wijze georganiseerd. De Dienst Speciale Oorlog verkreeg de macht over de onderwereld (de Turkse maffia), over de pers, de arbeidswereld, justitie, het parlement, de universiteiten en alle andere maatschappelijke terreinen. Alle organen en wetten werden dienovereenkomstig geherstructureerd.

Noten:
  1. De organisatie Gladio (officiële naam: Super-Navo) werd opgericht in alle NAVO-landen onder controle van de CIA. De officiële doelstelling van de organisatie luidt: "In geval van een communistische bezetting met irreguliere oorlogsmethodes het verzet organiseren." De organisatie beschikt over speciale fondsen en wapendepots. Haar activiteiten hoefden niet verantwoord te worden voor de wetgevende macht van de desbetreffende landen.
  2. De voormalige VS-minister van Defensie, McNamara, verklaarde over de van de VS stammende contra-guerilla oorlog: "Partizanenoorlogen vereisen een verandering in onze opvatting over oorlogsvoering. In gebieden waar een partizanenoorlog is uitgebroken, zijn in plaats van een grote hoeveelheid militaire eenheden en wapens, kleine eenheden vereist, goed geoefend in de guerilla- en anti-guerillataktieken en uitgerust met speciale wapens." De Delta Forces in de VS, de Engelse SAS en de Duitse GSG-9 zijn eenheden van die aard. De voormalige VS-minister Johnson verklaarde in 1964 dat er in 49 landen van de wereld 344 contra-guerilla eenheden werden opgeleid door de VS. Zonder twijfel behoort ook Turkije tot die 49 landen.
  3. Aanwijzing ST 31-15 voor operaties tegen irreguliere krachten.
  4. 'Die Konterguerrilla und die MHP', deel 1, Acdinlik Yayinlar, pag. 16.
  5. 'Tijdperk van het Imperialisme', Harry Magdorff. CIA, contra-guerilla en Turkije, pag 104.
  6. Ibid, pag. 222.
  7. McNamara, 1967 (VS-ministerie van Defensie).
  8. "In 1967 werd de CIA-begroting voor 'nuttige vrienden en elementen' in het buitenland verhoogd tot 10 miljoen dollar per jaar. Een groot deel van dat geld stroomde via onze vakbonden, studentenverenigingen en speciale instituten naar buitenlandse instellingen. Het benutten van onze vakbonden en verenigingen als een soort dekmantel, zorgde ervoor dat niet bekend werd dat de bron van het geld in werkelijkheid de CIA was." (uit het boek van de voormalige CIA-chef Stanfield Turner: 'CIA, geheime dienst en democraten').
  9. Cumhuriyet, 21 november 1990.
  10. Hürriyet, 19 november 1990.
  11. Günes, 17 november 1990.
  12. Ugur Mumcu, 'Paus-Maffia-Agca', pag. 143.
  13. Cünet Arcayürek, 'Staatsgrepen en de Geheime Dienst', pag. 160.
  14. Ibid, pag. 190.
  15. Faik Turun werd in 1977 parlementslid namens de Gerechtigheidspartij (AP). Turgut Sunalp kwam in 1982 met de staatspartij Nationalistische Democratische Partij (MDP) als minister in het parlement. De gepensioneerde Memduh Önlütürk werd in 1991 door leden van de organisatie Devrimci Sol gedood.
  16. Aanwijzing ST 31-15 voor operaties tegen irreguliere krachten.

Uit: Kurdistan Report nummer 63, oktober 1993.

Top