logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

Stop de Grijze Wolven! - Turks Extreem rechts

Inhoud
Colofon
1. Inleiding
arrow 2. MHP, de moederpartij van de Grijze Wolven in Turkije
3. De Turkse extreem-nationalistische beweging in West-Europa en Nederland
4. Activiteiten van de Grijze Wolven in Nederland
5. Alert tegen Grijze Wolven
6. Tussen Islam en liberalisme
7. De ideologie van de MHP
8. Grijze Wolf-zijn is net zijn als een nazi, .....maar dan voor Turkije
9. De ontwikkeling van rechtse politieke organisaties en oriëntatie van Turkse migranten in de BRD
10. De TIKDB/ATIB
11. De Turkse Republiek, Turks-Koerdische emigratie en de Islam
12. Turks-Islamitische-synthese
13. De Turkse maffia, de Turkse staat en de MHP
14. Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla
15. Namen van organisaties
16. Bibliografie
Bijlage 1: Incidenten overzicht
Bijlage 2: Lidorganisaties van de Nederlandse en Belgische Turkse Federatie

pdf / rar - bestellen

2. MHP, de moederpartij van de Grijze Wolven in Turkije

Print versie

2.1 Het ontstaan van de MHP
De geschiedenis van het Turks fascisme gaat terug tot de pan-Turkistische beweging van de jaren veertig. Als kind van het officiële kemalisme stond de beweging vanaf het begin onder invloed van de volksduitse ideologie. Ze verenigt een biologistisch racisme, militarisme en de strijd voor een fascistische maatschappelijke orde met de laïcistische afstand tot de Islam. Het laïcisme is ook onderdeel van de officiële kemalistische ideologie. (1) Daarbij dromen de aanhangers van het pan-Turkisme van Turan: het utopische 'beloofde land' voor alle Turken binnen en buiten het huidige Turkije.
Tijdens WO II hoopte het kader van de pan-Turkistische beweging op een Duitse overwinning. In eerste instantie lukte het hen invloed op het 'ideologische' staatsapparaat te verwerven. In 1944 werd dit staatsapparaat van turanisten gezuiverd. Na een juridisch showproces gold het turanisme als extreem-rechts. Het kader sijpelde weliswaar de centrumrechtse partij binnen, maar moest zich liberaal-democratisch voordoen.
De Partij van de Nationalistische Actie (Milliyetçi Hareket Partisi; MHP) ontwikkelde zich vanaf het einde van de zestiger jaren tot een bundeling van fascistische bewegingen. Zij verenigde de oude kaders van het pan-Turkisme met de aanhang van de Verenigingen ter Bestrijding van het Communisme. In deze Verenigingen had zich in het hele land, een reactionaire massabeweging gebundeld, die alles verenigde tussen Islam en nationalisme. De eigenlijke kiem van de MHP was de Republikeinse Boeren Natie Partij (Cumhuriyetçi Köylü Millet Partisi; CKMP), die de kleinburgerlijke anti-modernistische proteststemmers van Midden-Anatolië vertegenwoordigde. Haar leider was het turanistische oud-kaderlid en kolonel Alparslan Türkes. Türkes is op 4 april 1997 in Turkije aan een hartstilstand overleden. Zijn zoon Tugrul Türkes heeft hem inmiddels opgevolgd als partijleider. Türkes was in 1960 woordvoerder van de militairen bij hun staatsgreep. Deze staatsgreep was gericht tegen de regering van de Democratische Partij (Demokrat Parti; DP). De militairen vonden dat deze regering het ideologische erfgoed van Atatürk hadden verraden en het land naar de economische afgrond hadden geleid. In 1965 nam Türkes met zijn aanhangers de CKMP over.

Türkes, de inmiddels overleden MHP-voorzitter
  turkes  
Tot 1970 bleef het - ten dele islamitisch geïnspireerde - anti-communisme het bindende element van de partij. Daarnaast vertoonde deze een mengeling van turanisme, nationalistisch populisme en anti-kosmopolitische hetze. Een partijvleugel met de naam Milliyetçi Toplumcular - letterlijk vertaald 'nationaal-socialisten' - bezigde zelfs anti-kapitalistische taal. In 1969 kwam de ideologische achtergrond van deze partij ook in haar naam tot uitdrukking doordat de CKMP zich Partij van de Nationalistische Actie ging noemen. Haar ideologie, de 'Negen Lichten-doctrine' (Dokuz Isik) omvat nationalisme, socialisme, idealisme, moralisme, wetenschappelijkheid, bevordering van de landbouw, liberalisme en individualisme, ontwikkeling van en nabijheid tot het volk en bevordering van industrie en techniek. Samenvattend kan de ideologie van de MHP omschreven worden als extreem-nationalistisch, fascistisch, anti-communistisch en racistisch. (2) Hoewel de MHP in haar programma zowel het communisme als het kapitalisme afwees als een groot gevaar voor de nationalistische staat, en in plaats daarvan een tussenweg voorstelde, streed zij in de praktijk tegen links (communisten, socialisten en sociaaldemocraten), en werkte samen met kapitalisten.
De MHP eiste dat de grondwet van 1961 volledig zou worden herzien en dat er "in plaats van een parlementair systeem een ministerieel systeem zou komen, waarin de post van minister-president en president in één persoon zou worden verenigd. Er zou een regering moeten komen die gebaseerd is op autoriteit, vertrouwen en discipline." (3) Op deze wijze zou er een staat opgebouwd worden; "een autoriteit, een macht, die van niets en niemand bevelen ontvangt, een hoogste en grootste gezag." (4)
Groepen MHP'ers fungeerden vooral tussen 1969 en 1971 als officieuze staatsmilitie tegen de linkse oppositie. De tot op de dag van vandaag voortdurende nauwe vervlechting met het 'anti-terreur' apparaat van de staat vindt hier haar oorsprong. De beweging schiep de Ülkü Ocaklari (vertaald betekent dit ongeveer zoiets als 'Idealistenhaarden'), een militante jeugdbeweging wiens strijders zich Bozkurt'lar noemden: Grijze Wolven. (5) De bozkurt was de totem van het pre-islamitische oud-turkse shamanisme. De Grijze Wolf werd als een goddelijk wezen vereerd en werd beschouwd als beschermer van de Turken, die hen hielp hun vijanden te overwinnen. Sinds de fascisten het dier adopteerden, zagen andere nationalisten ervan af om het dier als symbool te gebruiken. De MHP begon haar meest strijdbare aanhangers Bozkurt te noemen, bij wijze van erenaam. Geleidelijk werd de hele fascistische beweging onder die naam bekend.

Demonstratie van de Idealistische Haarden in Maras, links bij het kopspandoek O. Sendiller (1977)
  sendiller  
Na de militaire staatsgreep van 1971 duurde het tot de tweede helft van de jaren zeventig voordat links zich opnieuw kon organiseren. De MHP voerde tegen links in Turkije een openlijke burgeroorlogstrategie. De gewapende strijd strekte zich uit over het hele land. Daarbij bedienden de fascisten zich van een conflict dat voornamelijk in Oost-Anatolië opkwam: tussen soennitische moslims en de relatief wereldse alevieten. Het verzelfstandigde militaire apparaat ging zich te buiten aan willekeurige moorden, met de massamoord in Kahramanmaras in 1978 als dieptepunt. (6) Het verloor daardoor binnen het anti-communistische kamp deels aan legitimiteit.
De MHP nam in 1975, 1977 en 1978 deel aan midden-rechtse coalities: de Nationalistische Front-regeringen. De voorzitter van de MHP, Alparslan Türkes, kreeg in deze regeringen een belangrijke post toegekend. Hij werd plaatsvervangend minister-president en minister van Binnenlandse Zaken. Türkes verkreeg zo de controle over de Turkse Nationale Inlichtingendienst (Milli Istahbarat Teskilati; MIT). Vervolgens begon de MHP, door gebruik te maken van haar eigen ministeries en de ministeries die in handen waren van de rechtervleugel van de Gerechtigheidspartij (Adalet Partisi; AP), zich binnen het staatsapparaat te organiseren (met name politie en MIT).
Aan het eind van de jaren zeventig voltrok zich binnen de MHP een ideologische verschuiving richting de Islam. Nadat de 'zuivere' turanisten buitengesloten waren, stelde de partij zich in toenemende mate open voor reactionaire, islamitische slogans. De kaders werden voornamelijk gerecruteerd in de midden- en oost-Anatolische provincies. Trefwoorden als 'martelaarschap' en 'heilige oorlog' werden gebruikt en tegelijkertijd werd de uitverkorenheid van het Turkse volk als 'zwaard van de Islam' religieus onderbouwd. Daarnaast ontstond er in de partij een conflict tussen de leidende elite en de provinciale basis. Terwijl de leiding trouw bleef aan het regime, uitten de Ülkücü - de 'idealistische' en sterk islamitische basis - kritiek op het regime. Zij vonden dat de strijd tegen het communisme weliswaar "heilig en gerechtvaardigd" was, maar dat zij door de corrupte staat waren misbruikt bij de bestrijding ervan.

2.2. De staatsgreep van 1980
In 1979 vormde de AP van Süleyman Demirel een minderheidsregering met de steun van de Nationale Heilspartij (Milli Selamet Partisi; MSP) en MHP. De rol van de MHP in de voorbereiding van de staatsgreep van 12 september 1980 was, hoewel ze de regering haar steun gaf, van doorslaggevend belang. De Commando's (Kommandolar) van de MHP, de Grijze Wolven, schiepen namelijk door hun gewelddadige campagne tegen links een klimaat van terreur dat de ingreep van de militairen mede rechtvaardigde. De leiding van het leger pleegde deze coup vanwege de politieke en economische crisis die er in Turkije heerste. De opkomst van het islamitische fundamentalisme in deze periode, die het laïcistische principe van de Turkse Republiek in gevaar had kunnen brengen, was vermoedelijk de voornaamste aanleiding voor de legertop om tot actie over te gaan. Het geweld van extreem-rechts en links was waarschijnlijk van ondergeschikt belang.

Slachtoffers van de pogrom in Maras, 1978 (foto: R. Öztürk)
  maras  
Na de militaire coup werden alle politieke partijen verboden, waaronder de MHP. De militaire junta trad ook op tegen extreem-rechts om de indruk te wekken neutraal te zijn. Daarom werden veel MHP'ers, waaronder Alparslan Türkes, gearresteerd en gedetineerd. Hij was zelfs twee dagen 'verdwenen'. Hierna volgde een massaproces tegen de MHP, haar organisaties en leden. Deze rechtszaken vonden meestal plaats voor militaire gerechtshoven en onder de staat van beleg. De rechterlijke macht besloot om een gedeelte van de zittingen van de processen tegen MHP'ers achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, omdat de junta bang was dat de MHP-leiders hun connecties met het leger, de geheime politie en andere overheidsinstanties zouden onthullen. (7) Vijf leden van de MHP werden ter dood veroordeeld, negen kregen levenslang en 129 anderen kregen diverse gevangenisstraffen. Türkes werd op 8 april 1987 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar vanwege het vormen van gewapende bendes. Hij werd echter op 9 april 1985 al vrijgelaten. Türkes heeft dus uiteindelijk maar vijf jaar in de gevangenis gezeten. (8) Veel andere leidinggevende MHP'ers kwamen ook snel vrij. Türkes en veel andere MHP'ers konden niet goed begrijpen waarom zij en hun partij werden vervolgd. In een brief van Türkes aan generaal Kenan Evren, de leider van de militaire junta, wordt goed duidelijk waar het onbegrip van Türkes vandaan komt. Türkes stelde in deze brief dat het beleid van de junta hetzelfde was als het beleid dat de MHP al jaren had gepromoot. De ideologie van en de visie achter de coup van 12 september 1980 waren volgens Türkes identiek aan de nationalistische, kemalistische principes van de MHP. (9) De toenmalige vice-voorzitter van de MHP en huidige vice-voorzitter van de Moederlandpartij (Anavatan Partisi; ANAP), Agah Oktay Güner, formuleerde deze visie tijdens het proces tegen de MHP als volgt: "Terwijl onze ideeën aan de macht zijn, zitten wij in de gevangenis." (ibidem)

2.3. MHP'ers in de ANAP en andere partijen
Na de coup door de militairen werden, zoals gezegd, alle politieke partijen verboden. Nadat in 1983 de Wet op de Politieke Partijen werd aangenomen, konden er nieuwe partijen worden opgericht. Van de 15 partijen die in 1983 werden opgericht, mochten er uiteindelijk maar drie mee doen aan de verkiezingen van november 1983. Eén van deze drie partijen was de ANAP. De ANAP vertegenwoordigde vier stromingen: liberalisme, islamisme, nationalisme en sociaal-democratie. Deze partij stond bij haar oprichting onder leiding van Turgut Özal. Özal is in 1993 onder verdachte omstandigheden aan een hartaanval overleden. Tot op de dag van vandaag ontbreekt duidelijkheid over de omstandigheden waarin hij de dood vond. Op 18 juni 1988 werd overigens door een Grijze Wolf een mislukte aanslag op Özal gepleegd. Hieruit valt ondermeer af te leiden dat Özal vijanden had onder rechts. Deze aanslag hangt vermoedelijk samen met Özal's toenaderingspolitiek ten opzichte van Griekenland en zijn wens om tot een oplossing te komen van de Koerdische kwestie. Turks extreem-rechts was daar een grote tegenstander van.
Veel voormalige MHP'ers sloten zich aan bij de nationalistische en islamitische stromingen binnen de ANAP. In de eerste regering van Turgut Özal zaten dan ook vijf ministers met een MHP-achtergrond. Later sloten zich ook bekende en minder prominente voormalige MHP'ers aan bij andere politieke partijen als de Partij van het Juiste Pad (Dogru Yol Partisi; DYP) en de Welzijnspartij (Refah Partisi; RP). Voorbeelden van dit soort politici zijn: de huidige Refah-burgemeester van Ankara, Melih Gökçek, de huidige DYP-parlementariërs en voormalige MHP-topfiguren Ayvaz Gökdemir en Namik Kemal Zeybek en de huidige ANAP-parlementariërs Agah Oktay Güner, Avni Çarsanakli en Yasar Okuyan.

2.4. De oprichting van de MP en de MÇP
Toen in 1983 de Conservatieve Partij (Muhafazakar Parti; MP) werd opgericht in Turkije, riep Türkes alle extreem-nationalisten van de vroegere MHP op om zich aan te sluiten bij deze nieuwe partij. Een deel van de mensen die samenwerkten met de ANAP zagen dit niet zitten. Zij wezen de oproep onder meer af omdat ze een islamisering van Turkse samenleving voorstonden. De MP kwam niet tegemoet aan deze wens. Ze keurden overigens soms ook de Grijze Wolf als symbool af, omdat dit symbool berust op een sage uit voor-islamitische tijden.
De MP was in wezen een voortzetting van de MHP onder een andere naam. De oprichting van een nieuwe partij onder een andere naam was noodzakelijk vanwege het verbod op de politieke partijen van voor 12 september 1980. In 1985 werd de MP omgedoopt in Nationalistische Arbeid Partij (Milliyetçi Çalisma Partisi; MÇP). Eind 1987 werd Türkes tot voorzitter van de MÇP gekozen, nadat het verbod op politieke activiteiten van politici van de oude, verboden partijen was opgeheven naar aanleiding van een referendum.
De MÇP was overigens niet in staat om alle kiezers van de vroegere MHP aan zich te binden. Bij de verkiezingen van 1987 kreeg de MÇP maar 2,9% van de stemmen (de MHP kreeg 6,6% bij laatste verkiezingen voor de coup). De belangrijkste reden voor dit stemverlies was dat inmiddels veel bekende Grijze Wolven in sleutelposities zaten van het militaire bestuur en zich later aansloten bij de islamitische en nationalistische fracties binnen de regerende ANAP. Zo werd bijvoorbeeld in 1984 een voormalige MHP'er directeur van de staatstelevisie en -radio TRT. (10) In 1993 werd de MÇP weer omgedoopt in MHP. (11)

2.5. Splitsing binnen de MÇP
In 1992 splitste zich een groep af van de MÇP, de Grote Eenheids Partij (Büyük Birlik Partisi; BBP). De BBP werd in de nazomer van 1992 opgericht door een groep MÇP-parlementariërs onder leiding van Muhsin Yazicioglu. Hij is de leider van deze Turkse islamitische idealisten. (12) De reden voor de splitsing was de ontevredenheid van een deel van de MÇP'ers met de handelswijze van Türkes. Deze MÇP-leden vonden dat de MÇP teveel 'verturkst' (te kemalistisch), te verwesterst en te afhankelijk van het westerse kapitaal was. Türkes was volgens hen teveel geïntegreerd in het politieke systeem in Turkije. Hierdoor was de MÇP tot een soort geheime coalitie-partner van de DYP-SHP-coalitie geworden.
In deze periode ontstonden er twee fracties binnen de MÇP, de fracties van Yazicioglu en Türkes. Deze twee fracties leefden op gespannen voet met elkaar. De spanning nam nog toe nadat Türkes instemde met een coalitieregering van de DYP en de Sociaal Democratische Volkspartij (Sosyaldemokrat Halkçi Parti; SHP). Muhsin Yazicioglu was hier pertinent tegen. Drie parlementsleden van de MHP stemden dan ook tegen deze regeringscoalitie.
Ook namen deze MÇP'ers het Türkes zeer kwalijk dat hij in 1991 samen op één lijst met de fundamentalistische RP en de Reformistische Partij van de Democratie (Islahatçi Demokrasi Partisi; IDP) de verkiezingen in was gegaan. Het doel was om de 10% kiesdrempel te halen. Yazicioglu wilde daarentegen juist alléén de verkiezingen ingaan, omdat hij ideologische helderheid zeer belangrijk vond. Ten gevolge van deze lijstverbinding, een initiatief van Türkes, verkreeg de MÇP 19 parlementszetels. Dit parlementaire succes zorgde voor een versterking van de positie van de MÇP en voor een opleving van de partij.
Türkes gebruikte de speelruimte die hij verkreeg door dit succes voor een verzoening met de Turkse staat. Türkes werd vanwege het welslagen van zijn initiatief door veel MÇP-aanhangers een intelligente, wijze leider genoemd. Deze verzoening had conflicten binnen de partij tot gevolg, omdat een flink aantal MÇP'ers de gevolgen voor hen van de coup van 1980 nog niet was vergeten.
De situatie escaleerde nog meer tijdens een MÇP-congres in december 1991. Yazicioglu besloot namelijk om ook met een lijst mensen te komen voor verkiesbare bestuursposten. Türkes wist de ideologische strijd op dit congres in zijn voordeel te beslechten. Het was overigens de eerste keer dat er ideologische strijd werd gevoerd binnen de MÇP. Vervolgens onderdrukte Türkes na het congres zijn tegenstanders, en hij probeerde om het bestuur van de partij, de lokale afdelingen en de redacties van bladen en andere publicaties te controleren. (13)
De visie van Türkes op de bestrijding van de PKK was ook een heet hangijzer. Türkes was de mening toegedaan dat door de verheviging van de strijd tegen de PKK geen enkele nationalist in conflict mocht zijn met de Turkse staat. De islamitische fractie binnen de MHP wilde echter niets weten van een verzoening met de Turkse staat. Hoewel zij niet tegen de bestrijding van de PKK was, zag zij in de mobilisatie van het MHP-kader tegen de PKK een soort 'herhaling' van het inzetten - en in hun ogen misbruik - van Grijze Wolven tegen links vóór de putsch van 1980.
In juli 1992 was de spanning uiteindelijk zó hoog opgelopen dat een groep aanhangers van Türkes een vergadering van de radicaalsten onder de islamitische idealisten gewelddadig verstoorden. Naar aanleiding van deze affaire stapten 6 parlementsleden van de MÇP die onder controle stonden van Yazicioglu uit de MÇP. Vervolgens werd de BBP opgericht.
Toen Yazicioglu en zijn aanhangers uit de MÇP stapten, legden zij een verklaring af waarin ze stelden dat zij de MÇP te opportunistisch vonden. Ze waren van mening dat het MÇP-bestuur vervreemd was van de ideologische achtergrond van de MÇP en de essentie van de idealistische beweging. Ze waren er van overtuigd dat Türkes de Islam had misbruikt voor zijn eigen doeleinden. De BBP'ers hadden geprobeerd, toen zij nog binnen de MÇP zaten, om deze partij te democratiseren en niet alles door Türkes te laten domineren. Democratisering poogden zij ook in de BBP door te voeren. Het programma van BBP heette dan ook veelzeggend 'Sociaal Bewind'. De BBP neemt overigens een afstandelijker houding aan ten aanzien van de Turkse staat. Deze houding vloeit voort uit de vervolging van MHP'ers na de coup in 1980. Deze vervolging heeft hen cynisch gemaakt: zij hadden zich immers in hun visie ingezet voor de Turkse Republiek en het resultaat was de gevangenis.
Binnen het Turkse nationalisme zijn er nu dus twee fascistische stromingen: de MHP en de BBP. Volgens het rapport 'Turkse ondemocratische organisaties en bewegingen in Nederland' van het Netwerk Centra Buitenlanders (NCB) uit 1993 is de splitsing voortgekomen uit een machtsvraag: "Het conflict lijkt zich eerder af te spelen op meningsverschillen omtrent het leiderschap van de beweging en daarvan afgeleide onderwerpen dan dat het daadwerkelijk duidt op een afstand nemen van de oude ideologie." (14)

2.6. Modernisering van de MÇP en MHP
Vrij snel na de oprichting van de BBP verloor deze partij haar dynamische kracht. De BBP bleek niet in staat te zijn om een eigen politieke koers te varen. In feite voerde ze dezelfde politiek als die van Türkes' MÇP. De daling van de populariteit van de politiek die de BBP voorstond, bleek ook bij de verkiezingen van 27 maart 1994. De BBP kreeg maar 1,2% van de stemmen. Door deze ontwikkeling stapten mensen weer uit de BBP en zochten toenadering tot de MHP en andere rechtse organisaties.
De MÇP/MHP wist de klap, veroorzaakt door de splitsing, weer snel te boven te komen. De MÇP/MHP stelde zich opener op; werkte meer met de staat samen. Vrijwel iedereen kon zich bij haar aansluiten en er was weinig controle meer op de aspirant-leden. Tevens werd het islamitisch karakter van de MÇP/MHP verminderd. De MÇP/MHP heeft in de negentiger jaren gepoogd om een gematigdere uitstraling te verkrijgen. Ze hoopte zo een acceptabele politieke partij te worden, die niet meer in verband werd gebracht met geweld. Door te moderniseren, dat wil zeggen, door vrouwen een grotere rol in de partij te laten spelen, door aansluiting te zoeken bij de stedelijke jeugdcultuur (o.a. pop-muziek, voetbal) en door neo-liberale standpunten uit te dragen, slaagde zij hierin redelijk.
Een opmerkelijk aspect van de modernisering van de MHP is de rol die de vrouwen krijgen toebedeeld. De vrouwen in de MHP worden ook wel 'Asena' genoemd. Asena is de heldhaftige wolvin in oude Turkse sages. Veel ongesluierde vrouwen participeren in de vrouwenorganisatie van de MHP. De vrouwen zijn echter geenszins politiek gelijkberechtigd. De vrouwen mogen alleen politiek actief zijn in de vrouwenorganisatie van de partij. Bij andere partijorganisaties worden zij op zijn best als 'versiering' toegelaten. (15)
Het dilemma van de MHP bij deze modernisering was dat een belangrijk deel van haar basis conservatief was en daarom niet gediend was van deze ontwikkeling. De MHP moet daarom een evenwicht zien te vinden om zich niet van het conservatieve deel van haar achterban te vervreemden. Deze ontwikkeling leidde in 1994 bij de gemeenteraadsverkiezingen tot succes. In de economisch sterkere gebieden van Turkije werd grote stemmenwinst geboekt, maar in conservatieve streken, waar de MHP traditioneel sterk was, ging zij nauwelijks vooruit; soms boette zij zelfs aan kracht in. De modernisering was ook een van de kwesties waardoor er binnen de partij een conflict ontstond tussen Türkes-aanhangers en de islamitische fractie.
De BBP'ers denken dat de MHP door de modernisering zal degenereren. Om hierop te anticiperen werd onder andere door de BBP de Europese Federatie van de Wereldorde (Avrupa Nizâm-i Alem Federasyonu; ANAF) opgericht. (16) Daarnaast hoopt de BBP dat na het overlijden van Türkes een groot deel van het MHP-kader zal overstappen naar de BBP.

2.7. Verkiezingen december 1995
In Turkije zit op dit moment van de Turkse extreem-nationalistische partijen alleen de BBP in het parlement. De BBP heeft 7 parlementsleden. De MHP was bij de laatste verkiezingen op 24 december 1995 net niet in staat om de 10% kiesdrempel te halen (17). Dat de MHP niet in het parlement zit, heeft zij eigenlijk aan zichzelf te danken. De MHP wees namelijk een lijstverbinding met de DYP, in ruil voor 40 parlementszetels, af, omdat zij dit aantal zetels te weinig vond. De onverwachte tegenslag bij de verkiezingen kwam hard aan bij de MHP. Tijdens de verkiezingscampagne van de MHP waren de MHP'ers namelijk nog zeer overtuigd geweest van een goede afloop voor hun partij. Türkes: "Het is zeker dat de verkiezing op 24 december zal uitmonden in een grote overwinning voor onze partij." (18) Door het verkiezingsresultaat verloor de MHP echter haar 17 zetels in het parlement.
De politicoloog Tanil Bora verwacht dat deze verkiezingsnederlaag zal leiden tot een interne strijd bij de partij, omdat de MHP'ers de nederlaag beschouwen als een groot onrecht. Anderen verklaren de nederlaag als een gevolg van het ontbreken van oppositievoeren door de MHP. (19) Mede doordat de MHP niet in het parlement kwam, is er nu sprake van een politiek zeer instabiele situatie. De MHP steunde gewoonlijk altijd de centrum-rechtse regeringen. De vorige ANAP-DYP (ANAYOL: middenweg)-regering moest deze steun echter al ontberen.
Bij de verkiezingen in december 1995 sloot de BBP een bondgenootschap met de ANAP. Toen de coalitieonderhandelingen tussen ANAP-voorzitter Mesut Yilmaz en Necmettin Erbakan van de Refah-partij waren mislukt, verlieten de BBP'ers de ANAP echter weer. (20)
De BBP zou zelfs in juni/juli 1996 eventueel toetreden tot de nieuwe regering in Turkije. Zij wees dit echter af. Yazicioglu noemde de voorwaarden die aan de BBP werden gesteld in verband met de toetreding "in vorm en inhoud onvoldoende." (21). De BBP wilde in deze regering bijvoorbeeld minstens één vice-premierschap en één ministerpost krijgen in ruil voor haar steun aan deze regering. (22) Later stelde de BBP nog allerlei andere voorwaarden aan partijen die de nieuwe regering wilden vormen. Het ging hierbij vooral om verlenging van de noodtoestand in Turks-Koerdistan en de stopzetting van de operatie Provide Comfort. (23) Uiteindelijk stemde de BBP, hoewel met tegenzin, toch voor de coalitie van DYP en ANAP. Zij nam deze stap, omdat volgens de BPP de andere grote partijen niet met een goed alternatief waren gekomen. Zo had de BBP liever een ANAP-Refah-regering gezien. De stemmen van de BBP waren zeer belangrijk voor de nieuwe regering; ze gaven namelijk de doorslag die nodig was om het vertrouwen van het parlement te krijgen.
De stemming op 8 juli 1996 in het Turkse parlement om het vertrouwen in de nieuwe regering uit te spreken, liep nog aardig uit de hand. Aanhangers van de BBP sloegen een lid van de ANAP. Dit ANAP-lid trok daarop zijn wapen. Hij werd echter door partijgenoten belemmerd om daadwerkelijk het vuur te openen. Met betrekking tot deze stemming gingen allerlei geruchten de ronde over omkoping van de BBP. Zo was er een gerucht dat aan de BBP triljoenen Lira (ettelijke miljoenen guldens, red.) zijn betaald om voor de regering te stemmen. (24) Volgens het dagblad Hürriyet heeft de algemeen secretaris van de MHP Koray Aydin beweerd dat de BBP 500 miljard Lira (circa 850.000 gulden, red.) per parlementslid en 2 triljoen Lira (circa 3.400.000 gulden, red.) voor de partij had ontvangen. Deze kwestie zou verder worden onderzocht door de MHP. (ibidem) Ook Mesut Yilmaz (ANAP) beweerde dat de BBP haar stemmen zou hebben verkocht, omdat de RP had toegezegd 14 parlementszetels te geven aan de BBP bij de volgende verkiezingen. Wat er precies is gebeurd, is nog steeds niet duidelijk.

2.8. Opkomend nationalisme
Sinds begin jaren negentig is er over de hele wereld een sterke opmars van het nationalisme geweest. Ook in Turkije zijn er diverse ontwikkelingen geweest die het nationalisme hebben gestimuleerd. (25) Het gaat hierbij om globaal drie zaken: de Koerdische kwestie, de slechte economische situatie in Turkije en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
De Koerdische kwestie is de afgelopen jaren een steeds dominantere factor geworden in de samenleving in Turkije. Zeker sinds het Turkse leger in 1992 de oorlog tegen de Arbeiderspartij van Koerdistan (Partiye Karkeran Kurdistan; PKK) heeft geïntensiveerd, is er sprake van een soort nationale oorlogshysterie. Daarbij komt dat het Turkse leger de PKK niet heeft kunnen verslaan. Ook andere politieke representanten van het Koerdische volk (bijvoorbeeld de HEP, DEP en HADEP) laten zich, ondanks zware vervolging, niet klein krijgen. Voor de 'oplossing' van het Koerdische vraagstuk hebben het leger en de politiek gekozen voor een militaire aanpak. Een politieke oplossing staat niet op het programma. Door de onverzoenlijke houding van de Turkse staat is binnen afzienbare tijd geen oplossing van het Koerdische vraagstuk te verwachten. De Koerdische kwestie als gevaar voor de eenheid van de Turkse staat wordt hiermee dus vergroot. Bij de bestrijding van Koerdisch en Turks links wordt overigens door de Turkse staat onder andere de contra-guerilla, een para-militaire organisatie, ingezet. In de contra-guerilla zitten vanaf haar ontstaan talloze Grijze Wolven. (26)
Loyaliteit tonen aan de Turkse staat is in dit geval dus voor Turkse nationalisten van groot belang. Hierbij wordt als grove maatstaf gehanteerd dat iedereen die kritisch is ten opzichte van de Turkse staat (met name op het gebied van mensenrechten en het Koerdische vraagstuk) tegen de Turkse staat is. Om deze reden is in principe iedere Koerd al een bedreiging; tenminste zo lang nog onduidelijkheid bestaat over diens loyaliteit aan de Turkse staat.

De Grijze Wolven-groet
  groet  
In de jaren tachtig werden door de nationalisten de positieve kanten van de economische ontwikkeling van Turkije benadrukt. Economische verschillen en armoede werden ontkend. De nationalistische propagandisten stelden dat Turkije van Derde Wereld-land opgeklommen was naar een Eerste Wereld-land; een prestatie waar de hele natie trots op moest zijn. De economische middelen zijn daarentegen niet gelijk verdeeld. Daarbij komt dat Turkije zich momenteel, door onder andere de geldverslindende oorlog in Zuidoost-Turkije (Turks-Koerdistan), ook nog in een economische crisis bevindt.
Door de ongelijke verdeling van kapitaal bleef voor de verarmde onderklasse als uitdrukkingsvorm van nationale trots met name voetbal en muziek over. Hoe belangrijk voetbal in Turkije is geworden, blijkt uit de zelfmoord (6 mei 1996) van een voetbalsupporter omdat zijn club Trabzonspor had verloren. Ook andere incidenten (bijvoorbeeld vechtpartijen) geven hier blijk van. De trainer Senol Günes van Trabzonspor geeft voor het geweld de volgende verklaring: "Wij Turken hebben een vernietigingsdrang in ons. Dat geldt op elk gebied. Gezien de situatie in de politiek, is het logisch dat het voetbal volgt." (27) Extreem-nationalisten gebruiken voetbal vaak als podium om te provoceren en zich te profileren om zo aanhang te winnen onder de, veelal jeugdige, supporters.
Ook het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie zorgt voor een nationalistische opleving in Turkije. De Turkse staat c.q. het Turkse leger ziet zich graag als leider van de Turkse volkeren in de voormalige Sovjet-Republieken. Turkije probeert met het aanknopen van diplomatieke betrekkingen invloed te verkrijgen en een regionale grootmacht te worden. Het gaat met name om Tsjetsjenië, Azerbeidzjan en Turkmenistan. De Turkse staat probeert de Turken in deze staten zo veel mogelijk te ondersteunen om het einddoel - de vereniging van alle Turken ter wereld - dichterbij te brengen. Ook aan Turken in andere landen verleent zij die steun, bijvoorbeeld in Griekenland en Bulgarije.
Ook de MHP en andere politieke partijen probeerden in deze republieken invloed te verkrijgen: de dromen over een Pan-Turks rijk leken tastbaar te worden. Een voorbeeld van de contacten is het adviseurschap van de bekende MHP'er Enver Altayli bij de president van Turkmenistan. Een ander voorbeeld van de contacten was het bezoek van Alparslan Türkes aan de president van Azerbeidzjan, Ebulfez Elçibey, tijdens diens verkiezingscampagne in 1992. Türkes zat in een Turkse delegatie. Tijdens een bijeenkomst in Baku riep Türkes op tot steun voor Elçibey. Elçibey gaf blijk van zijn bewondering voor Türkes en diens ideeën. Beiden begroetten de menigte met de bekende Grijze Wolven-groet. Opvallend was dat veel aanhangers van Elçibey grote emblemen van de Grijze Wolven droegen. (28)
MHP'ers mogen momenteel Azerbeidzjan niet meer binnen. De reden hiervoor is een mislukte couppoging in Azerbeidzjan tegen president Haydar Aliyev, waarbij ook de MHP was betrokken. Diverse MHP'ers zitten nu vanwege de betrokkenheid bij deze coup in Azerbeidzjan in de gevangenis. Elçibey is overigens sinds 1993 niet meer politiek actief, de MHP kan dus niet meer bij hem terecht. Momenteel is de invloed van de MHP in Azerbeidzjan niet meer zo groot. Aan de andere kant is het wel het enige land in de voormalige Sovjet-Unie waarmee de MHP en de Turkse staat nog een redelijk goed contact heeft. Voorlopig zal noch de MHP, noch enige andere Turkse politieke partij, in staat zijn om Azerbeidzjan onder een sterke Turkse invloedssfeer te brengen.
De toename van het nationalisme in Turkije beïnvloedt ook de Turkse gemeenschap in Europa. De tegenstellingen in de Turkse samenleving worden door de Turkse media (kranten en televisie, onder andere TRT-int), Turkse mantelorganisaties, Turkse religieuze organisaties en Turkse staatsambtenaren op tendentieuze wijze voorgesteld.
De opleving van het nationalisme in Turkije heeft dus zijn weerslag gehad op de MHP (onder andere deelname contra-guerilla, activiteiten Azerbeidzjan). Ten gevolge van deze opleving is tevens de invloed van de Islam binnen de MHP verminderd. De Islam is voor MHP'ers ondergeschikt aan de nationale identiteit. De Turkse natie-staat is door deze ontwikkeling in feite voor hen op een voetstuk komen te staan; ze is als het ware 'vergoddelijkt'. Het centraal stellen van de Turkse natie hangt nauw samen met de Turkistische opvatting dat men alleen Turk kan zijn in een eigen 'Turkse' staat. Het aanhangen van deze opvatting door de MHP betekent dat zij een rigide, autoritair kemalisme voorstaat en daarmee zeer staatsgetrouw is. Deze staatsgetrouwheid en visie op de Islam brengt haar wederom in conflict met partijen als de Refah en BBP. (29)

Noten:
  1. Laïcisme: 'lekendom', term die in Turkije gebruikt wordt voor de scheiding van kerk en staat. In Turkije wordt de kerk, die behoort tot de soennitische Islam, echter sterk gestuurd en gecontroleerd door de Turkse staat.
  2. Zie voor de ideologie van de MHP het artikel 'De ideologie van de MHP' in deel 2.
  3. Türkes, Alparslan, 'Temel Görüsler' ('Fundamentele Opvattingen'), 1975.
  4. Karaca, K., 'Milliyetçi Türkiye' ( 'Nationalistisch Turkije').
  5. Idealistenhaarden betekent zoiets als 'ontmoetingsplaatsen van idealisten'. De betiteling 'idealisten' (Turks: ülkücü) wordt gehanteerd voor Grijze Wolven; aanhangers van de Turkse fascistische beweging van Türkes. Het begrip idealisten verwijst weer naar één van de principes van de politieke theorie van de Grijze Wolven, de 'Negen Lichten-doctrine'. Het principe idealisme (ülkücülük) staat voor "het streven de Turkse Natie langs de kortste weg, in de kortst mogelijke tijd te verheffen tot het hoogste niveau van beschaving en haar een onafhankelijk, vrij bestaan, met alle rechten te laten verwerven." (Dokuz Isik)
  6. In de stad Kahramanmaras vond in december 1978 een pogrom plaats onder de linkse en alevitische bevolking. Ten gevolge van deze pogrom, waaraan circa 20.000 mensen deelnamen, werden volgens officiële gegevens 111 mensen vermoord, 176 mensen verwond en 280 gebouwen platgebrand. Aanleiding voor de pogrom was een provocatie uitgevoerd door een Grijze Wolf, de huidige BBP-parlementariër Ökkes Sendiller (echte naam: Ökkes Kenger). Kenger liet een bommetje ontploffen in een bioscoop, waar een extreem-nationalistische film draaide. De schuld werd in de schoenen geschoven van de communisten en alevieten. Uit wraak werden in eerste instantie twee leraren vermoord. Op de dag van de begrafenis van de onderwijzers werden door fascisten gevechten geprovoceerd. De dag daarna vindt de feitelijke pogrom plaats. Uit de processen tegen de daders bleek dat de pogrom een georkestreerde aangelegenheid betrof. De instigatoren van het bloedbad werden juridisch niet vervolgd.
  7. 'Extreme right in Turkey, Islam fundamentalism, Grey Wolves' pan-turkism, turco-islamic synthesis', Dogan Özgüden, Info-Türk, 1988.
  8. Alparslan Türkes werd in 1995 zelfs uiteindelijk vrijgesproken (bron: Buhbe, Matthes, 'Türkei, Politik und Zeitgeschichte, Studien zu Politik und Gesellschaft des Vorderen Orients', Leske und Budrich, 1996).
  9. 'Extreme right in Turkey, Islam fundamentalism, Grey Wolves' pan-turkism, turco-islamic synthesis', Dogan Özgüden, Info-Türk, 1988.
  10. Het ging om Tunca Toskay. Toskay is momenteel lid van het bestuur van de MHP.
  11. 'Extreme right in Turkey, Islam fundamentalism, Grey Wolves' pan-turkism, turco-islamic synthesis', Dogan Özgüden, Info-Türk, 1988.
  12. Yazicioglu is een voormalig voorzitter van de Ülkücü Gençlik Dernekleri (ÜGD; Vereniging van de Idealistische Jeugd). De ÜGD was eind jaren zeventig verantwoordelijk voor een groot deel van het geweld tegen Turks links.
  13. 'Extreme right in Turkey, Islam fundamentalism, Grey Wolves' pan-turkism, turco-islamic synthesis', Dogan Özgüden, Info-Türk, 1988.
  14. 'Turkse ondemocratische organisaties en bewegingen in Nederland', concept-notitie, Netwerk Centra Buitenlanders (NCB), juni 1993.
  15. 'Türkischer Nationalismus und "Graue Wölfe", Entwicklung des türkischen Nationalismus, Die faschistische Bewegung MHP, Aktivitäten türkischer Faschisten in der BRD', AStA TU Berlin, Antifa-Referat, 1996.
  16. De voorzitter en oprichter van deze Europese federatie is Zülfü Canpolat. De Nederlandse federatie heet Nizâm-i Alem Federasyonu (NAF). Het contactnummer van deze federatie was tot 4 december 1996 in ieder geval 020-6199589 .
  17. De MHP kreeg 8,2% van de stemmen, hetgeen overeenkomt met meer dan 2 miljoen stemmen van kiezers.
  18. 'Audience: 'Türkes -- prime minister!'', Çaglar Ünal, Turkish Daily News, 1 december 1995.
  19. 'Hadep and MHP face radicalization following election losses', Sinan Gökçen, Turkish Daily News, 26 december 1996.
  20. 'Islamisten, laizisten und Ankaras Europaïsche Perspektiven, Hoffnungen und Hirngespinste', Michel Verrier, Le Monde Diplomatique, nummer 4948, 16 juni 1996.
  21. 'Meerderheid voor Erbakan nog onzeker', Reuter, Trouw, 6 juli 1996.
  22. 'Future of Erbakan-Çiller partnership still in limbo', Ayla Ganioglu, Turkish Daily News, 6 juli 1996.
  23. Operatie Provide Comfort is een door de geallieerden, na de beëindiging van de tweede golfoorlog, vanaf april 1991, uitgevoerde beschermingsoperatie voor de Koerden in Noord-Irak. Het is verboden voor het Iraakse leger om zich in het luchtruim boven de Koerdische autonome zone te bevinden. Op de Turkse luchtmachtbasis Incirlik gestationeerde gevechtsvliegtuigen van de NATO moeten zorgdragen voor de handhaving van dit vliegverbod.
  24. 'Sok iddia: BBP'ye trilyonlar önerildi', Hürriyet, 9 juli 1996.
  25. Zie voor meer informatie over het Turkse nationalisme het artikel 'Tussen Islam en liberalisme, de ontwikkeling van het nationalisme in Turkije' in deel 2.
  26. Het artikel 'Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla' in deel 2 van dit boek geeft meer inzicht in het functioneren van contra-guerilla en de betrokkenheid van de MHP bij deze organisatie.
  27. 'Turkse topvoetballers komen in actie tegen geweld rond het veld', De Volkskrant, 14 mei 1996.
  28. 'Azerbaijan, Backing from the Grey Wolves', Intelligence Newsletter, 27 augustus 1992.
  29. 'Türkischer Nationalismus und "Graue Wölfe", Entwicklung des türkischen Nationalismus, Die faschistische Bewegung MHP, Aktivitäten türkischer Faschisten in der BRD', AStA TU Berlin, Antifa-Referat, 1996.

Top