logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

Stop de Grijze Wolven! - Turks Extreem rechts

Inhoud
Colofon
1. Inleiding
2. MHP, de moederpartij van de Grijze Wolven in Turkije
3. De Turkse extreem-nationalistische beweging in West-Europa en Nederland
arrow 4. Activiteiten van de Grijze Wolven in Nederland
5. Alert tegen Grijze Wolven
6. Tussen Islam en liberalisme
7. De ideologie van de MHP
8. Grijze Wolf-zijn is net zijn als een nazi, .....maar dan voor Turkije
9. De ontwikkeling van rechtse politieke organisaties en oriëntatie van Turkse migranten in de BRD
10. De TIKDB/ATIB
11. De Turkse Republiek, Turks-Koerdische emigratie en de Islam
12. Turks-Islamitische-synthese
13. De Turkse maffia, de Turkse staat en de MHP
14. Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla
15. Namen van organisaties
16. Bibliografie
Bijlage 1: Incidenten overzicht
Bijlage 2: Lidorganisaties van de Nederlandse en Belgische Turkse Federatie

pdf / rar - bestellen

4. Activiteiten van de Grijze Wolven in Nederland

Print versie

4.1. Incidenten
Het benadrukken van religieuze, politieke, regionale en etnische verschillen in Turkije, leidt in toenemende mate in Nederland tot confrontaties en (publieke) uitbarstingen van nationalisme. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat het kan leiden tot isolatie van de Turkse gemeenschap en het onnodig de verhoudingen verziekt tussen religieuze, etnische en politieke groepen binnen deze gemeenschap. De afgelopen twee jaar hebben er diverse gebeurtenissen plaatsgevonden die laten zien dat de polarisatie binnen de Turkse gemeenschap in Nederland toegenomen is. Bij deze gebeurtenissen speelden (al dan niet voormalige) MHP-aanhangers en extreem-nationalistische, aan de Turkse staat verbonden organisaties een dominante rol. In het rapport van het Netwerk Centra Buitenlanders wordt deze tendens ook waargenomen. De opstellers van de notitie zijn bang dat het rechts-extremisme in de Turkse gemeenschap in Nederland zal toenemen.
Deze voorvallen worden vaak ook opgeroepen door gebeurtenissen in Turkije zelf. Zo legt Ilhan Akel, directeur van het nieuwe Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB), bijvoorbeeld een link tussen aanslagen in Nederland en de gewelddadig verlopen 1 mei-viering in Istanbul van 1996. Akel: "Er is een constante spanning. We zien vaker dat het geweld in Nederland oplaait als zich op politiek terrein (in Turkije, red.) iets voordoet." (1)
De bedoeling van de provocaties van de Turkse extreem-nationalisten is het intimideren van de in Europa woonachtige linkse en democratische oppositie. Zij willen Turkse linkse democratische groeperingen het werken onmogelijk maken. Het ten uitvoer brengen van dit voornemen lukt Turks extreem-rechts momenteel maar in beperkte mate. Er is echter de afgelopen jaren helaas wel een toename van (gewelddadige) incidenten waarneembaar, die zijn toe te schrijven aan Turkse extreem-rechtse organisaties en personen. Deze toename hangt voor een groot deel samen met de huidige politieke crisis in Turkije. Ten dele zijn deze provocaties het werk van Europees Turks extreem-rechts en de Turkse inlichtingendienst MIT, die in Europa vanuit Duitsland opereert. Zo zou bijvoorbeeld de mislukte aanslag met semtex in oktober 1995 in Amsterdam op de Turkse bank Demir Halk mogelijk een provocatie van inlichtingendiensten kunnen zijn. Een aanwijzing hiervoor is dat in de media de aanslag onmiddellijk in de schoenen werd geschoven van het Revolutionair Volksbevrijdings Front (Devrimci Halk Kurtulus Cephesi; DHKC), terwijl tot op heden niets wijst op betrokkenheid van deze organisatie bij die gebeurtenis. Het tijdstip van de aanslag wijst ook in deze richting, namelijk net nadat er in de media melding was gemaakt van een intensivering van de samenwerking tussen de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD) en de MIT.
Deze intensivering van de samenwerking hing samen met de diplomatieke rel rond de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap. Ook andere aanslagen, met name die op moskeeën en winkels, zijn mogelijk provocaties van Grijze Wolven of de MIT. Betrokkenheid van linkse Turkse en Koerdische groepen bij deze aanslagen is onwaarschijnlijk, daar zij er geen belang bij hebben om hun eigen politieke speelruimte in Nederland te verkleinen.
In Nederland is de situatie nog tamelijk ontspannen. In andere landen, met name Duitsland, is de situatie al veel sterker geëscaleerd. In Duitsland zijn bijna wekelijks aanslagen op Turkse reisbureaus, koffiehuizen, winkels, moskeeën en andere instellingen. Deze aanslagen betreffen maar voor een deel provocaties uit Turkse extreem-nationalistische hoek. Een flink deel is het werk van Duitse extreem-rechtse groepen. Ook branden met als doel het opstrijken van verzekeringsgeld komen voor. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren diverse gewelddadige confrontaties geweest tussen Turks links en rechts. Zo werd op 3 februari 1997 in Kiel Ercan Alkaya door een Grijze Wolf vermoord.
De situatie is in Nederland, zoals al gezegd, wat beter. Er hoeft echter niet veel te gebeuren om de gemoederen te verhitten. Dat bewijst de kwestie van de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap. Na de demonstratie in Den Haag tegen de oprichting van dit parlement is de polarisatie binnen de Turkse gemeenschap toegenomen, doordat niet iedereen achter deze demonstratie stond en sommige organisaties (bijvoorbeeld HTIB) zich zelfs van deze actie distantieerden. Op deze kwestie zal later nog worden ingegaan.
De (onvolledige) balans van 1995 en 1996 van incidenten in Nederland: twee demonstraties die werden aangevallen door Grijze Wolven; een brandbomaanslag op de Houtrust Hallen naar aanleiding van het oprichtingscongres van de HTF in Den Haag; twee schietpartijen in Bergen Op Zoom tussen Turks rechts en links met als gevolg een dode; vijf zwaar gewonden en vier licht gewonden; het in elkaar slaan van een linkse Turk door Grijze Wolven in Bergen op Zoom; het met de dood bedreigen van organisatoren van een informatieve bijeenkomst in Utrecht over de politieke situatie in Turkije; de rel bij de voetbalwedstrijd Vitesse-Turkije (onder andere gezwaai met MHP-vlaggen); de IOT-kwestie; de bekladding van het gebouw van DIDF met MHP-leuzen en symbolen in Rotterdam; de gewelddadige verstoring van het slotfeest van de Turkse Vrouwen Vereniging in Leiden (LTKV) in Leiden door Grijze Wolven en de kwestie rond de oprichting van Parlement van Koerdistan in Ballingschap. (2)

Parlement van Koerdistan in Ballingschap

Het Parlement van Koerdistan in Ballingschap werd op 13 april 1995 opgericht in Den Haag. Het is een instituut dat een politieke oplossing van de Koerdische kwestie dichterbij wil brengen. De Turkse staat was, uiteraard, zeer ontstemd over de oprichting. Zij beschouwde het parlement als een dekmantel van de PKK en dus als een terroristische organisatie. De Turkse staat en delen van de Turkse gemeenschap vonden het onbegrijpelijk dat de Nederlandse staat de bijeenkomst niet had verboden. Zij vonden dat Nederland haar internationale verplichtingen met betrekking tot de bestrijding van terrorisme had moeten laten prevaleren boven de grondwetteljke rechten op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergaderen. Volgens de minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo was de bijeenkomst vanwege deze twee grondrechten niet te verbieden, en hij vond dat de Turkse staat de Nederlandse grondwet moest respecteren. Van Mierlo benadrukte trouwens dat de Nederlandse regering het parlement niet had erkend. De Turkse staat nam hier geen genoegen mee en riep haar ambassadeur Zeki Çelikkol terug voor overleg naar Ankara. Ook de Turkse media gooiden flink olie op het vuur.
In Nederland kwam er al snel een actiecomité met zeven Turkse migrantenorganisaties van de grond. (3) Ook de HTDF en de ex-Grijze Wolven van de HTIKB waren in het comité, het Platform voor Turkse Organisaties, vertegenwoordigd. Het comité vreesde dat, nu dit parlement in Nederland is opgericht, er meer aanslagen van de PKK en andere'terroristische' organisaties in Nederland zouden komen. Dit vermoeden werd met een absurde argumentatie omkleed. Een voorbeeld hiervan is de volgende opmerking van de woordvoerder van het comité, Emin Ates: "Zeker nu de grenzen opengaan is het makkelijker voor PKK-terroristen om vanuit Duitsland naar Nederland te komen." (4) Daar er in het verleden nooit dergelijke aanslagen van de PKK en andere Turkse organisaties waren, viel te verwachten dat zulke aanslagen zich ook niet zouden voordoen. En inderdaad zijn tot op heden aanslagen uitgebleven. De woorvoerder Emin Ates is de voorzitter van de Turks-Islamitische Culturele Federatie (TICF). De TICF is een koepelorganisatie van meer dan 100 moskeeverenigingen. (5) Zij was de belangrijkste kracht binnen het comité. Ates ging echter volgens menigeen in de Turkse gemeenschap te ver in zijn hetze tegen de Nederlandse regering, door te opperen een boycot van Nederlandse produkten te willen organiseren als de Nederlandse overheid geen 'juiste' stappen zou ondernemen. Tientallen Turkse organisaties reageerden negatief op het voorstel van Ates. De voorzitter van de Turks-Nederlands Ondernemers en Bestuurdersverbond, N. Aksoy, stelde dat een boycot ook voor hen schadelijk zou zijn, omdat zij deel uitmaken van de Nederlandse economie. De boycot zou de tegenstellingen binnen de Turkse gemeenschap teveel op de spits drijven. Ates werd als woordvoerder gepasseerd. Sabri Kenan Basci van de Federatie van Turkse Sportverenigingen (HTSKF) nam het roer over. Van de boycot werd uiteindelijk afgezien.
Het kwam nog wel op 23 april in Den Haag tot een grote demonstratie tegen de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap en de Nederlandse regering. De bijeenkomst trok zo'n 40.000 demonstranten, de meerderheid van hen afkomstig uit Duitsland en België. Onder de deelnemers aan de demonstratie waren ook veel MHP-sympathisanten. Veel demonstranten hadden namelijk vlaggen met Grijze Wolven-symbolen bij zich en maakten het Grijze Wolven-teken.
Van de demonstratie distantieerden zich drie organisaties: HTIB, Hollanda Demokratik Isçi Dernekleri Federasyonu (DIDF), Hollanda Türkiyeli Isçi Gençlik Dernekleri (HTIG-DER), Koerdische Arbeiders Unie (KOM-KAR) en HAK-DER. Een woordvoerder van HTIB zei over de demonstratie het volgende: "Het conflict rond het Koerdische parlement is geen probleem dat door de Turkse gemeenschap in Nederland opgelost kan worden. Dit is een zaak tussen twee regeringen. De acties in Nederland zijn door de Turkse regering en Turkse media aangewakkerd. Wij willen niet dat de broederschap tussen de Koerden en de Turken hier wordt beschadigd. Dan is het einde zoek." (6)
Overigens was er vóór de demonstratie een serie aanslagen op banken, winkels en moskeeën. Deze aanslagen werden door het organisatiecomité in de schoenen geschoven van de PKK. (7) De Turkoloog Erik Jan Zürcher was echter een andere mening toegedaan: "De PKK heeft nooit een moskee als doelwit gekozen. Ze heeft het meer gemunt op reisbureaus, omdat de PKK Turkije wil beroven van de lucratieve inkomsten uit het toerisme. Het zou van die organisatie heel dom zijn om juist de Nederlandse tolerantie en gastvrijheid in de waagschaal te stellen. Waarschijnlijker is - hoewel niet te bewijzen - dat de aanslagen provocaties zijn van ultra-nationalistische groepen als Grijze Wolven of van agenten van de Turkse geheime dienst MIT." (8) Zürcher ziet deze aanslagen als een poging om de Nederlandse overheid ertoe te verleiden de PKK te verbieden. Ook het NCB heeft een visie die hierbij aansluit. Naar aanleiding van de demonstratie liet het NCB weten dat er'kunstmatige tegenstellingen' tussen Turken en Koerden dreigen te worden gecreëerd. (9)

4.2. Activiteiten
De activiteiten van de mantelorganisaties van de MÇP en MHP hadden aanvankelijk doorgaans een logistiek karakter. Ze waren namelijk ondergeschikt en ondersteunend aan de activiteiten van de moederorganisaties in Turkije en men leefde in de veronderstelling dat migratie een tijdelijke kwestie zou zijn. Later ontplooiden de Turkse extreem-nationalistische organisaties echter ook activiteiten gericht op de culturele, nationale, educatieve en politieke behoeften van hun achterban, omdat het ook voor hen duidelijk werd dat de Turkse migranten voor het merendeel niet meer zouden terugkeren naar hun moederland.
Centrale punten bij de activiteiten van de extreem-nationalistische organisaties zijn in willekeurige volgorde: geldinzameling, de nationale Turkse cultuur, propaganda, ronselen van stemmen, werven van aanhangers, sport, Islam en bedevaart, onderwijs, kadervorming, arbeid en de opvang van leden uit Turkije. Een deel van de activiteiten van leden van deze organisaties of van sympathisanten zijn uitgesproken crimineel, waaronder drugshandel (heroïne).
In de jaren negentig zijn de extreem-nationalistische Turkse organisaties in Europa een stuk actiever geworden ten opzichte van de tweede helft van de jaren tachtig. Deze ontwikkeling heeft aan de ene kant plaatsgevonden omdat Turks links in periode '85-'90 in Europa en Turkije dermate was verzwakt dat zij geen gevaar meer vormde voor de Turkse staat. Zodoende hoefde zij dus niet meer door de Turks extreem-nationalistische beweging bestreden te worden. Aan de andere kant zorgde de intensivering van het conflict rondom de Koerdische kwestie en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie voor een opleving van het Turkse nationalisme. In de volgende paragrafen zullen een aantal activiteiten van de Turkse extreem-nationalistische organisaties worden uitgediept die het extreem-nationalistische, politieke en criminele karakter van deze organisaties duidelijk aantonen.

4.2.1. Opvang uitgeweken nationalisten
Leden van Turkse extreem-nationalistische organisaties in Turkije die om (eventuele) juridische of andere problemen tijdelijk dan wel permanent niet in Turkije kunnen verblijven, vertrekken naar Europa en worden daar opgevangen. Als de tijd daar is, gaan zij weer terug naar Turkije.
Eind jaren zeventig/begin jaren tachtig verlieten veel Grijze Wolven Turkije, omdat zij daar gezocht werden door justitie vanwege geweldsdelicten. In de BRD werden de MHP'ers bij de opvang geholpen door Duitse gelijkgezinden. Deze Duitsers regelden voor hun Turkse vrienden verblijfsvergunningen en politiek asiel. De CDU-politicus Heinz-Eckardt Kannapin hielp bijvoorbeeld de voormalige voorzitters van de ADÜTDF, Ali Batman en Musa Serdar Çelebi, aan een verblijfsvergunning. (10) Andere bekende Grijze Wolven die hun toevlucht zochten in de BRD waren ondermeer Oral Çelik, Abdullah Çatli en Mehmet Ali Agca.

4.2.2. Financiering
Een van de belangrijkste activiteiten van de mantelorganisaties is het inzamelen van geld. Zij doen dat op talloze manieren: contributies, geldinzamelingsacties (onder andere in moskeeën), verkoop van boeken, tijdschriften en ander partijmateriaal (vaantjes, vlaggen, bandjes, etc.), het organiseren van culturele manifestaties, optredens van muziekgroepen en ten dele ook criminele activiteiten (zie 4.4. Criminele activiteiten). Daarnaast hebben veel extreem-nationalistische Turken goedlopende bedrijven (theehuizen, groentewinkels, im- en exportwinkels, etc.). Een deel van de opbrengsten staan de eigenaren vrijwillig af aan mantelorganisaties van Turks extreem-rechts. Bij het inzamelen van geld komt ook dwang voor. In het eerste verhoor van Frank Bovenkerk door de Enquétecommissie Opsporingsmethoden werd dat vastgesteld. Bovenkerk sprak van afpersing. (11) Volgens de officier van Justitie J.W. Wabeke zouden Grijze Wolven Turkse horecagelegenheden en Turkse drugshandelaren afpersen. Hoe dat precies in zijn werk gaat is hem nog niet duidelijk. (12)
Financieel gezien staan de MHP-mantelorganisaties er in ieder geval goed voor. Ze zijn daarom in staat om imams en andere professionele krachten goed te betalen. Ook geeft dit hen de mogelijkheid om zich goed te organiseren (kantoorruimtes, verenigingsruimtes, financiering van activiteiten, etc).
In Nederland beschikt de op de MHP georiënteerde extreem-nationalistische beweging over drie fondsorganisaties, de Beheerstichting Hilal, Uitvaartfonds Hilal en de Turkse Humanitaire Hulp Nederland. De Beheerstichting Hilal houdt zich bezig met de aankoop en beheer van gebouwen voor bij de federatie HTF aangesloten moskeeorganisaties. (13)
Het ingezamelde geld wordt onder meer aangewend ter ondersteuning van Turkse volkeren buiten Turkije. Zo zamelde de ATIB geld in voor moslims in Bosnië en de ADÜTDF voor de Azeri's, als steun in hun conflict met de Armeniërs om de enclave Nagorno-Karabach.

4.2.3. Culturele activiteiten
Voor het uitdragen van het eigen culturele en politieke erfgoed, alsmede het werven van nieuwe aanhangers en het verzamelen van geld, worden er regelmatig culturele - en daarmee niet minder politieke - manifestaties georganiseerd. Een voorbeeld van zo'n bijeenkomst was een grote culturele manifestatie van de HTF op 2 december 1995 in Venlo. In een schrijven aan het landelijk secretariaat van de organisatie Anti Fascistische Actie (AFA-LS) deelt de districtschef De Koningh van de politie te Venlo desgevraagd mee: "Uit onderzoek (door de politie, red.) is gebleken dat op 2 december 1995...te Venlo, een feest werd gehouden voor mensen van Turkse afkomst. Middels advertenties in Turkse dagbladen is hiervoor reclame gemaakt. Dit feest zou georganiseerd zijn door mensen die lid zijn van de groepering de "Grijze Wolven". De artiesten die bij dit feest zijn opgetreden (onder andere de bekende MHP-muzikant Ozan Arif, red.) staan in Turkse kringen bekend als actieve leden van de Grijze Wolven. Het feest zou door circa 1000 Turkse mensen, afkomstig uit Nederland, Duitsland en België zijn bezocht." (14)

Seminar HTF over 'Negen Lichten doctrine', Apeldoorn, 1996
  seminar  
Dit soort bijeenkomsten is voor Nederlandse begrippen nog tamelijk opmerkelijk. Als men echter een Turkse krant als Türkiye bekijkt, zal men kunnen constateren dat dergelijke bijeenkomsten zeer regelmatig in Duitsland plaatsvinden. (15) Ook bij politieke congressen zit doorgaans een cultureel programma met dans en muziek. Een van de voornaamste muzikale representanten uit de hoek van de MHP is de al genoemde Ozan Arif. Hij treed in Europa zeer vaak op tijdens dergelijke manifestaties.
De op de MHP georiënteerde organisaties organiseren ook politieke scholingen, waarbij men de ideologie van de MHP bespreekt of over politieke situatie in Turkije discussieert. Recent organiseerde de HTF bijvoorbeeld in Apeldoorn een seminar over de Negen Lichten-doctrine (Dokuz Isik), de politieke doctrine van de MHP. Op deze bijeenkomsten hielden diverse kopstukken uit de HTF een verhandeling over facetten van deze doctrine en de relevantie daarvan voor het hedendaagse Turkije. (16)
Daarnaast vieren Turkse extreem-nationalistische organisaties allerlei feesten. Een belangrijk feest is het pan-Turkistische en nationalistische feest van 3 mei. Dit feest wordt al 51 jaar in Turkije gevierd. Met dit feest wordt herdacht dat in 1944 diverse nationalistische leiders werden gearresteerd en gemarteld naar aanleiding van een stuk dat ze hadden geschreven. In dit artikel werd gewezen op het opkomende communistische gevaar tijdens het bewind van de Turkse president Ismet Inönü en de steun verklaard aan het nazistische bewind in Duitsland. (17) De Turkse staat arresteerde deze nationalisten om de geallieerden te laten zien dat ze stappen ondernamen tegen de pro-Duitse krachten in Turkije. Dat was noodzakelijk geworden omdat Turkije in 1944 de oorlog had verklaard aan Duitsland.
In Nederland werd dit feest pas in 1995 voor het eerst door de op de MHP georiënteerde Turkse extreem-nationalistische beweging gevierd. In Apeldoorn kwamen mensen van 25 verenigingen bij elkaar, totaal zo'n 600 mensen. Men hield zich bezig met sport, spelletjes en zingen van Osmaanse liederen. De voorzitter van de Turkse Culturele Vereniging uit Apeldoorn, Süleyman Demir, hield een toespraak over de betekenis van het feest. (ibidem)

Cartel

Turkse rap-muzikanten uit Duitsland zijn bij elkaar gekomen onder de naam Cartel en propageren onder andere het samenleven tussen Turken en Koerden. Als "buitenlanders van de tweede generatie" (promotietekst Cartel) willen zij hun "identiteit als Duitse buitenlander" duidelijk maken èn demonstreren zij mannelijke kracht op het met Turkse vlaggen versierde podium. Het oproepen tot een sterke Turks-Koerdische samenleving en de verbondenheid met hun eigen nationaliteit beschrijven Cartel-fans als zijnde een reactie op hun ervaringen in Duitsland.
De teksten van Cartel worden door Grijze Wolven en hun sympathisanten met veel enthousiasme ontvangen. Naar eigen zeggen bestaat het concert-publiek vaak uit 100% Grijze Wolven-aanhangers. Daartegen willen of kunnen de bandleden niets doen, omdat ze volgens eigen zeggen met "politieke ideologie niets van doen hebben." Zij willen "alleen maar goede hip-hop maken voor de Turkse jeugd in Duitsland."
Hoe je het ook wendt of keert, met hun teksten leveren zij genoeg brandstof voor nationalistische stromingen, die zich daardoor als scene-trend gemakkelijk verder kan verspreiden. Dat schijnt de muzikanten niets te interesseren. Aan de ene kant willen ze met de politiek van de Turkse staat niets van doen hebben, aan de andere kant 'bedienen' zij met hun liederen diegenen, die de oorlog tegen de Koerdische bevolking, en de repressie in Turkije voorstaan. Een bandlid uit Nürnberg sympathiseert met een Nürnbergse Grijze Wolven-vereniging en draagt een ring met het Grijze Wolven-symbool. Navraag over dit thema wordt afgedaan met een verhandeling over cultuur; een serieus antwoord blijft achterwege. Het ontbreken van een duidelijke stellingname wordt verklaard door te zeggen dat hun publiek daar geen interesse in heeft, en dat de band zich natuurlijk niet onpopulair wil maken bij datzelfde publiek.
Trots zijn op je nationaliteit wordt bevorderd, en dat nationalisme is dan onafhankelijk van een politieke mening en het hoort tot ieders identiteit. Een voorbeeld van een songtekst van Cartel: "Niet alle problemen die Turkse jongeren hebben, komen uit Duitsland, we maken zelf veel moeilijkheden, we bevechten elkaar en dat is de voornaamste reden van het bestaan van Cartel, dat we samen vechten voor het geheel, voor een groot idee."
Tijdens concerten spelen de mannen van Cartel plichtsgetrouw hun CD na, ook hun zogenaamde antifa-hit 'Defol Dazlak'. Hun voorkomen op de bühne is macho en ze hangen de ster uit. En natuurlijk statements als: "Wij willen vanavond geen ander handgebaar zien dan het teken van Cartel" en "Wij zijn hier om muziek te maken, er is geen links en rechts, er is slechts Cartel." Als daarna het publiek kort "Cartel, Cartel" scandeert, is iedereen tevreden. Het stoort niemand dat 5 minuten later velen alweer het Grijze Wolven-teken maken.
In Duitsland zijn inmiddels ongeveer 20.000 CD's van Cartel verkocht. In Turkije is dat tot nu toe aanzienlijk meer: 330.000 exemplaren werden reeds verkocht. De geplande tour door Turkije werd ondanks dat een regelrechte flop. Op een groep MHP-aanhangers na, die hen op het vliegveld verwelkomden, had er niemand een boodschap aan dat ze kwamen. De concerten werden dan ook afgezegd.
Ook in Nederland is Cartel populair onder Turkse migranten. Zo nodigde het Turkse jongerencentrum Alternatif uit Amsterdam begin 1996 Cartel uit voor een optreden. Volgens de activiteitenmedewerker van Alternatif valt het wel mee met Cartel: "Ze zijn tijdens de concerten in Turkije in de val gelokt en direct naar Duitsland teruggekeerd toen ze ontdekten wat er precies aan de hand was. Ze zeggen nu dat ze nooit meer naar Turkije gaan, tenzij de ultra-nationalistische houding van de luisteraars verandert."

Bron: Die Beute, voorjaar 1996.

4.2.4. Verkiezingen in Turkije
Als er verkiezingen in Turkije gaan plaatsvinden, ronselen aanhangers van de MHP en BBP stemmen voor hun partijen in de Turkse gemeenschap. Overigens doen meer Turkse politieke groeperingen dat in Europa. Zo hadden Refah-aanhangers in Europa bij de afgelopen verkiezingen in december 1995 bijvoorbeeld circa 30.000 stemmen ingezameld.

4.2.5. Islam en bedevaartreizen
De Turkse extreem-nationalistische organisaties HTIKB, HTF en ANF (of lidorganisaties) ontplooien allen activiteiten op het gebied van de Islam. Ze beheren moskeeën, organiseren voorlichtings- en discussiebijeenkomsten over de Islam en organiseren bedevaart-trips naar Mekka. Overigens organiseren vrijwel alle mantelorganisaties van Turkse politieke organisaties (BBP, MHP, RP, etc.) en Turkse religieuze organisaties (bijvoorbeeld Diyanet) bedevaartsreizen. Al deze bovenstaande activiteiten hebben het winnen van aanhangers als belangrijk nevendoel. De op de MHP georiënteerde Europese federaties zijn hier volgens de vice-voorzitter van de HTF, Celal Arslan, al vijf jaar mee bezig. De HTF en diens voorganger organiseren deze reizen pas twee jaar. (18)
De moskeeën worden door de op de MHP en BBP georiënteerde organisaties tevens gebruikt voor propagandadoeleinden. De Mescid-i Aksa moskee in Amsterdam bleek bijvoorbeeld vol te hangen met Grijze Wolven-symbolen. (19) Bij de Amsterdamse moskee Ulu Camii, die door Grijze Wolven wordt beheerd, is eind jaren tachtig opgetreden tegen rechts propaganda-materiaal. Door een gemeente-ambtenaar werden toen pamfletten en kranten verwijderd, die discriminerend van aard waren. (20) De moskee ontving overigens ook in de tachtiger jaren de voorzitter van de MHP, Alparslan Türkes. (ibidem)

MHP en Internet

Inmiddels hebben de MHP en de BBP ook het internet ontdekt. De MHP heeft een uitgebreide website waarop propaganda en informatie van de partij staan. Onder andere staan op deze site uitgebreide lijsten met namen van personen op sluitelposities binnen de MHP, persverklaringen, een biografie van Türkes en een korte geschiedenis van de MHP. De aanwezigheid van de MHP op het 'net' is voor in de MHP geïnteresseerden belangwekkend, omdat men daardoor eenvoudig en anoniem toegang heeft tot MHP-materiaal.
Het adres van deze website is: http://www.mhp.org.tr/. Het adres van de HTF is: http://www.euronet.nl/users/turkfed/

4.2.6. Sport
Om mensen aan de organisatie te binden, organiseert Turks extreem-rechts onder andere sportieve activiteiten. Zij houdt zich met name bezig met vechtsporten en voetbal. De HTF organiseert regelmatig landelijke toernooien. Daarnaast staan een aantal Turkse sportverenigingen onder controle van Turks extreem-rechts. In Amsterdam staat bijvoorbeeld de voetbalclub ATS onder controle van de HTF.
Sport, en dan met name voetbal, wordt ook door MHP-aanhangers gebruikt om propaganda en agitatie te bedrijven en provocaties uit te voeren. Voorbeelden van deze activiteiten zijn er te over. Zo werden er bijvoorbeeld na de kwalificatiewedstrijden van het Turkse nationale elftal op 6 september en 11 oktober 1995 - voor het afgelopen Europese kampioenschap voetbal in Engeland - in vrijwel alle grote steden in Duitsland autokonvooien gevormd, die door MHP-aanhangers werden geleid. De MHP-ers in deze konvooien waren uitgerust met Grijze Wolven- en MHP-vlaggen, ze maakten voortdurend het Grijze Wolven-teken, ze lieten nationalistische muziek horen en schreeuwden nationalistische en fascistische leuzen ("Turkije is de grootste" en "Kreuzberg wordt het graf van de PKK"). Ook hadden ze knuppels en vuurwapens bij zich. (21)

4.2.7. Onderwijs
De rechtse Turkse organisaties houden zich ook bezig met onderwijs voor Turkse migranten. Turkse (en andere allochtone) jongeren hebben een grote achterstand op onderwijsgebied. Zo verliet in het schooljaar 1989-1990 62% van de allochtone jongeren het voortgezet onderwijs zonder diploma. Om iets aan deze slechte situatie te doen werden door migranten-organisaties tal van initiatieven opgezet. Het taalprobleem ziet men als bron van de achterstandsituatie op onderwijsgebied.
Om de schooluitval te bestrijden, heeft het Turks Platform Amsterdam, voluit Platform van Turkse Democratische Organisaties in Amsterdam (TPA), in 1993 een huiswerkbegeleidings-experiment opgezet samen met het Amsterdams Centrum Buitenlanders. Het in begin 1992 opgerichte TPA is een bundeling van op de MHP-georiënteerde organisaties. (22) De meeste van de aangesloten organisaties zitten ook in de Adviesraad Turken in Amsterdam. Zij oefenen op deze wijze invloed uit op het migrantenbeleid van de Gemeente Amsterdam. (23) Enkele lidorganisaties van het TPA hebben ook andere activiteiten op het gebied van educatie ontplooid. Zo hebben Kübra en Tükem in 1996 subsidies aangevraagd bij het Stadsdeel Zeeburg in Amsterdam voor het houden van voorlichtingsbijeenkomsten. Dit soort activiteiten hebben ze in ieder geval ook in 1995 georganiseerd. (24)
De voorloper van de HTIKB, de Turks-Islamitische Stichting Nederland, had in de vorm van de in 1988 opgerichte Stichting voor Turks-Islamitische Cultuur, Onderwijs en Publicaties een landelijke organisatie die zich onder meer op onderwijs richtte. Enkele leden van de stichting maakten deel uit van andere migrantenorganisaties. (25) De stichting organiseerde conferenties, seminars, cursussen, sociale activiteiten en info-avonden. De activiteiten die betrekking hadden op onderwijs bestaan uit voorlichtings- en computercursussen. De voorzitter van deze club was Cengiz Özdemir. (26)
In de lokale politiek is het onderwijs ook een speerpunt van Turks extreem-rechts. Zo hebben in Amsterdam zowel de Grijze Wolven Ahmet Ceyhan als Ibrahim Çitil zitting in de Commissies van Advies van Stadsdeelraden die betrekking hebben op onderwijs. (27) De rol van Mustafa Kemal Ustalar in de lokale politiek van Amsterdam is niet relevant vanwege zijn minimale bijdrage aan het politieke werk in zijn stadsdeelraad. (28) Op congressen van de idealistische federaties komt veelvuldig het onderwerp onderwijs ter sprake.

HTF-manifestatie bij de Russische ambassade in Den Haag, 28 augustus 1996
  manifestatie  
De reden voor de aandacht van de Grijze Wolven voor onderwijs is de al genoemde achterstand van Turkse jongeren op onderwijsgebied, en belangrijker, de bij hen aanwezige angst dat Turkse jongeren door het Nederlandse onderwijs te Europees zouden kunnen worden. In de optiek van de Grijze Wolven dienen Turkse Jongeren namelijk te leven overeenkomstig de traditionele Turkse normen en waarden (veelal nationalistische erecodes, zoals respect voor het vaderland en respect voor het leger). Onderwijs (en opvoeding) speelt uiteraard een essentiële rol bij het overbrengen van deze waarden en normen op de Turkse jongeren.

4.3. Deelname aan parlementaire politiek
In de jaren tachtig waren er op politiek gebied enkele ontwikkelingen in Nederland die het voor de MHP-aanhangers interessant maakte om zich in de lokale politiek te storten. In 1986 kregen migranten namelijk stemrecht. Turks extreem-rechts maakte gebruik van deze mogelijkheid om ook in de politiek hun stem te kunnen laten horen. Zo konden zij invloed uitoefenen op het beleid van de overheid ten aanzien van (Turkse) migranten. Vooral in Amsterdam komt dit voor, met name ook doordat het vrij eenvoudig is om in een stadsdeelraad te worden gekozen.
De pas opgerichte HTF stimuleert deelname van haar achterban aan de parlementaire politiek dan ook nadrukkelijk. Zij doet dit onder andere door voorlichting, waarin het belang van actief en passief kiesrecht bij plaatselijke verkiezingen wordt benadrukt. (29)

4.3.1. Amsterdam
In 1990 werden er bij de stadsdeelraadverkiezingen twee MHP-aanhangers voor de PVDA gekozen. Het betrof de stadsdeelraden van Slotermeer/Geuzenveld en Zeeburg. De personen in kwestie waren Saban Cugun en Mustafa Kemal Ustalar. Ustalar zit op dit moment nog steeds voor de PVDA in de stadsdeelraad Zeeburg. Ustalar kreeg 408 voorkeurstemmen, meer dan welke andere allochtoon ook kreeg bij deze verkiezingen.
Saban Cugun was net voorzitter af van het TKC in Amsterdam toen hij zich kandidaat stelde. Dat hij voorzitter was geweest, was ook bekend bij de PVDA (ze wisten dus met wie ze te maken hadden). We kunnen namelijk in het 'Advies Kandidaatstelling Stadsdeelraad Geuzenveld/Slotermeer', een uitgave van de PVDA (afdeling Geuzenveld/Slotermeer), het volgende over Cugun lezen: "Buiten de partij is hij werkzaam binnen het maatschappelijk leven, en wel als voorzitter van de Stichting Turks Cultureel Centrum" (30), en: "Hij onderkent, dat het zitting nemen in de stadsdeelraad verwachtingen kan doen ontstaan, zeker bij de Turkse gemeenschap. Hij zal echter duidelijk maken, dat hij niet voor groepen is gekozen, maar voor de gehele bevolking van het stadsdeelgebied." (ibidem) De samenstellers van het'Advies', de Onafhankelijke Commissie, concluderen ten aanzien van Saban Cugun als volgt: "Zijn activiteiten binnen de hiervoren genoemde stichting vormen voor de commissie een aanwijzing, dat hij waardevol zal kunnen functioneren binnen de fractie." (ibidem)
Mustafa Kemal Ustalar heeft als stadsdeelraadlid geen inhoudelijke bijdrage geleverd. Voor de PVDA is hij waarschijnlijk vooral interessant voor de achterban die hij vertegenwoordigt: stemmen. Volgens een uitzending van EO-tijdsein van 16 april 1997 heeft de HTF, bij monde van secretaris Fedayi Eken, goede contacten met Ustalar en komt deze vrijwel dagelijks in de moskee op bezoek. Ustalar geeft zelf ook toe regelmatig in deze moskee, aangesloten bij de HTF, te komen.
Deze verkiezingen kregen nog een juridisch staartje naar aanleiding van het al genoemde artikel in de Nieuwe Revu over de verkiezing van Ustalar en Cugun. De huidige fractievoorzitter van de PVDA in Amsterdam, Eberhard van der Laan, trad in deze kwestie als advocaat op voor de twee rechtse Turken. Van der Laan eiste een rectificatie voor de beschuldigingen van de Nieuwe Revu. De Nieuwe Revu plaatste daarop een rectificatie, waarin de beschuldigingen voor een groot deel werden ingetrokken. De Nieuwe Revu vond dat ze "op basis van genoemd materiaal en van bronnen...tot verkeerde conclusies" waren gekomen. (31) Uit de rectificatie blijkt dat ook Ahmet Ceyhan en Ustalar inhoudelijk op het stuk van de Nieuwe Revu hebben gereageerd. Zij ontkennen simpelweg alle beschuldigingen. Ceyhan stelde het als volgt: "Het is onbegrijpelijk dat Revu dat artikel heeft kunnen publiceren. De suggesties die daarin zijn gewekt, zijn nergens op gebaseerd." (ibidem) Het door de Nieuwe Revu gebruikte materiaal was inderdaad wat mager; ze bracht slechts enkele aanwijzingen die erop duiden dat het TKC een MHP-mantelorganisatie was naar voren om aan te tonen dat de twee mannen Grijze Wolven zouden zijn. Maar aan de andere kant kwamen ze wel tot de juiste conclusies.
Ahmet Ceyhan heeft zich in Slotermeer geprofileerd. Hij is daar (in 1994) gekozen in de stadsdeelraad als lid van de wijkgebonden partij de Nieuwe Volksvertegenwoordigers (NIVO). Ceyhan werd per 1 april 1997 door NIVO van zijn functies ontheven en zit nu op persoonlijke titel in de stadsdeelraad. In 1994 werd de CDA'er Ibrahim Çitil in de stadsdeelraad van Bos en Lommer gekozen. In deze deelraad zit hij onder andere in de commissie die gaat over onderwijs. In deze commissie heeft hij wel enige, hoewel geringe, inbreng.
De activiteiten om (bij de verkiezingen voor de stadsdeelraden in Amsterdam van 1994) in deze deelraden te komen, verliepen gecoördineerd. Zo waren bij de verkiezingen voor de stadsdeelraden in Amsterdam van 1994 gezamenlijk verkiezingsfolders gedrukt door de drie extreem-rechtse Turken die zich kandidaat gesteld hadden. (32) De verkiezingsfolders van de drie waren daarnaast voorzien van een identieke lay-out.

4.3.2. De HTIKB en politieke partijen
Een ander geval waar een ex-Grijze Wolf zich actief met de lokale politiek bemoeide, speelde zich af in Cuijk. In deze plaats had Ömer Osman Kalin zich kandidaat gesteld voor het CDA voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1990. Kalin, een van de oprichters van de HTIKB, was van 1982 tot 1986 vice-voorzitter van de HTDF. Toen in maart 1990 duidelijk werd dat hij deze post had bekleed, was hij al enige jaren lid van het CDA. De CDA-afdeling van Cuijk was, naar eigen zeggen, niet op de hoogte van het feit dat Kalin een ex-Grijze Wolf was. Het CDA wilde ook geen verder onderzoek instellen naar Ömer Kalin.
Kalin ontkende naar aanleiding van deze kwestie dat er zoiets als Grijze Wolven bestonden en schoof gewelddaden uit het verleden in Turkije in de schoenen van links. Toen hij door een journalist van de Gelderlander naar Türkes werd gevraagd, zei hij: "Türkes heeft nu een politieke partij, een Turkse, islamitische partij. Wie goed is voor Turkije, goed werkt, dan vind ik het ook goed. Het maakt mij niet uit, Türkes of iemand anders." (33) Overigens was Kalin daarna nog steeds actief in extreem-rechtse hoek. In 1993 werd hij op het vierde congres van de HTIKB in het bestuur van deze federatie gekozen. (34) Momenteel zit hij niet meer in het bestuur van de HTIKB.
Er is op het moment nog iemand van de HTIKB actief binnen het CDA. Het gaat hierbij om de ex-Grijze Wolf en huidige voorzitter van de HTIKB, Halil Ibrahim Emili. Mensen uit Turks extreem-rechts sluiten zich vermoedelijk bij het CDA aan, omdat het CDA het gezin en familie als traditionele waarden hoog in het vaandel heeft staan. Deze waarden zijn ook in de Turkse cultuur voor de Grijze Wolven van groot belang. Emili vertelde ook welke waarden voor hem belangrijk zijn: "Het goede van de Turkse cultuur, zoals respect voor ouderen en gastvrijheid. Dat is namelijk typisch turks." (35)
Het laatste lid van de HTIKB die een carrière ambieerde binnen een politieke partij was Mehmet Tütüncü. Tütüncü stelde zich voor D'66 kandidaat bij de Europese Verkiezingen van 1994. Mehmet Tütüncü is momenteel onder andere voorzitter van de Turkse Raad Nederland. (36)
Het doel van dit soort activiteiten van (rechtse) Turken in Nederland is om als Europese Turk te functioneren binnen de Nederlandse maatschappij en hun mogelijkheden daarbinnen te vergroten. Een middel daartoe is zitting nemen in een politieke partij. Het gaat hen er dus om ook op deze wijze invloed te krijgen binnen de politieke structuren, om de belangen van de (extreem-rechtse) Turkse gemeenschap te behartigen. De infiltratie in politieke partijen blijkt niet alleen plaats te vinden in Nederland, maar ook in andere Europese landen. Er is wat dit betreft al enige jaren sprake van een systematische aanpak door Grijze Wolven. Je kunt deze voorvallen derhalve niet afdoen als incidenten. (37)

4.4. Criminele activiteiten
Na de militaire coup van 1980 veranderde er het een en ander aan de betrokkenheid van MHP'ers bij criminele activiteiten. De MHP'ers die waren opgepakt en in de gevangenis waren gekomen, waren namelijk verbitterd geraakt. Ze voelden zich verraden door de Turkse staat, omdat zij zichzelf zagen als niet officiële staatsambtenaren die toch vervolgd werden. Toen zij midden jaren tachtig werden vrijgelaten, besloten zij om voor zichzelf te gaan werken. Turkije zat in deze periode in een economische crisis. Hierdoor gingen talloze bedrijven over de kop en konden hun schulden niet afbetalen. De Grijze Wolven gingen opereren als 'incasso-bedrijf'. Talloze bendes ontstonden die onder dreiging van geweld geld gingen innen.
In het extreem-rechtse Turkse milieu zijn er talrijke connecties met de Turkse maffia. Deze verbindingen zijn dusdanig dat er gesproken kan worden van overlappingen in de organisaties. Belangrijke maffia-leiders steunen de MHP, of zijn zelf Grijze Wolven, of zijn dat in het verleden geweest. Een voorbeeld is Oflu Ismaël, waarschijnlijk de belangrijkste leider binnen de Turkse maffia. Deze Oflu Ismaël heeft zich ook lang in Nederland opgehouden. Drej Ali Yasak en Alaattin Çakici zijn twee Grijze Wolven die belangrijke leidinggevende posities binnen de Turkse maffia innemen. Een van de belangrijkste criminele activiteiten waar fascistische Turken in Nederland bij betrokken zijn, is de handel in drugs.
De Turkse maffia heeft in Nederland een monopoliepositie in de heroïnehandel. Circa 85% van de heroïne die Nederland binnenkomt, is van hen afkomstig. De Turkse maffia zit in Nederland met name in Amsterdam en in Arnhem. In het rapport 'Inzake Opsporing' van de Enquétecommissie Opsporingsmethoden, in het gedeelte over Turkse criminele groepen, valt over de connectie tussen de Grijze Wolven en de Turkse maffia het een en ander te lezen: "Deze beweging (Grijze Wolven, red.) manifesteerde zich tot enkele jaren geleden zowel in Turkije als onder de gastarbeiders van West-Europa en wist onderdelen van de oude mafia van een nationalistische tint te voorzien. De opbrengsten van de georganiseerde misdaad, en dan gaat het vooral om de handel in drugs waarop men zich in de jaren zeventig en tachtig richt, dient om de beweging te financieren. "In 1978-1979 is voor circa 2 miljard Turkse lira (ongeveer 100 miljoen gulden) aan wapens en munitie Turkije binnengesmokkeld. Als tegenwaarde wordt doorgaans hasj of heroïne uitgevoerd. De mafia die deze smokkel organiseert, heeft met alle politieke partijen contacten, maar vooral met de extreem-rechtse." In Europa fungeren vooral import-export-winkels en theehuizen als dekmantel. Leden van de klassieke mafia hebben de Grijze Wolven gesteund en Grijze Wolven zijn op hun beurt tot de maffia toegetreden." (38)
De onderzoekers Jürgen Roth en Marc Frey doen in hun boek 'Die Verbrecher-Holding' uitgebreid kond van de activiteiten van maffia-organisaties in Europa. Zij komen tot de conclusie dat een groot deel van de drugssmokkel en -handel in Europa in handen is van een samenwerkingsverband van de Turkse maffia, de Grijze Wolven en de Turkse contra-guerilla. Zij vervoeren de uit Pakistan en Afghanistan afkomstige heroïne via de Balkanroute naar Europa en verhandelen de drugs aldaar. Volgens de auteurs wordt sinds 1970 de heroïne op deze wijze getransporteerd. In 1975 vergrootte dit samenwerkingsverband haar greep op de heroïnehandel in Europa doordat zij een deal kon sluiten met de Siciliaanse maffia over de doorvoer en distributie van deze drug in Europa. (39)
De bekende Grijze Wolf Ali Yurtaslan, in het verleden lid van het uitvoerend comité voor Europa van de MHP, geeft in een gesprek een reden voor de drugssmokkel van de MHP-aanhangers aan: "De financiële middelen kwamen voor het grootste deel uit het werk van militante leden van de MHP, die naar het buitenland waren gestuurd. Met behulp van die personen werden heroïne en andere drugs naar het buitenland gesmokkeld. De opbrengsten uit verkoop van die drugs vormden de belangrijkste bron van inkomsten van onze partij." (ibidem) Met dit geld wordt door de Grijze Wolven ten dele de aanschaf van wapens bekostigd. (ibidem)

Turkse staat maffiastaat

In 1996 stapelden de bewijzen zich op dat de Turkse staat, samen met de Turkse maffia, de grote organisator van de Turkse drugshandel is. Bij deze handel blijken topfiguren uit de Turkse politiek, het leger en de ambtenarij betrokken te zijn. Een zeer opmerkelijk 'incident' vond op 3 november 1996 plaats bij Susurluk. Bij een auto-ongeluk kwamen een voormalige jeugdleider van de MHP en maffiabaas, Abdullah Çatli, de hoge politiefunctionaris Hüseyin Kocadas en Gonca Uz, betrokken bij activiteiten van de Turkse inlichtingendienst MIT, om het leven. Een parlementariër voor de Partij van het Juiste Pad (DYP), Sedat Bucak, overleefde het ongeluk. Door dit ongeluk werden de banden tussen de Turkse maffia, de staat en de politiek aangetoond.
Abdullah Çatli werd al 18 jaar gezocht door de Turkse autoriteiten en Interpol. Hij werd met talloze moorden en andere misdaden in verband gebracht. Zo was Çatli - in 1979 leider van de Ülkü Ocaklari de jongerenbeweging van de MHP - actief betrokken bij de moord op zeven studenten in Turkije in 1977. Çatli werd ook in verband gebracht met de aanslag op Paus Johannes Paulus II. Hij werd in 1985 in Parijs gearresteerd voor de handel in drugs. Na één jaar detentie in een Zwitserse gevangenis ontsnapte hij.
Het samenzijn van Çatli, Bucak en Kocadas op zichzelf was al alarmerend genoeg. Het geeft namelijk ondermeer de belangrijke rol van de MHP aan in de contacten van de maffia met representanten van de Turkse staat. In de auto werden ook vijf pistolen, twee mitrailleurs, geluiddempers, groene (diplomatieke) paspoorten en politie-identificatiebewijzen (één daarvan was in het bezit van Çatli) gevonden. Toen dit alles bekend werd, vielen zelfs bij de staatsgetrouwe Turkse pers de schellen van de ogen. De bekende columnist çetin Altan van de krant Sabah schreef bijvoorbeeld dat de Turkse staat hard op weg was om een criminele bende te worden.
De inzittenden van de auto waren vertrokken uit de kustplaats Kusadasi. Ze hadden daar het weekend doorgebracht in een hotel in verband met een zakenreis. In het hotel verbleef ook de minister van Binnenlandse Zaken Mehmet Asar. Hij zou daar de vier anderen ontmoet hebben. Deze beschuldiging, die Asar's betrokkenheid bij de maffia impliceert, leidde tot zijn ontslag een paar dagen later. Zowel minister-president Necmettin Erbakan als minister van Buitenlandse Zaken Tansu Çiller ontkenden enig verband tussen het auto-ongeluk en het aftreden van Asar.
Volgens Asar was het auto-ongeluk een onbeduidende gebeurtenis. Dit bagatelliseren van het auto-ongeluk doet de vraag rijzen wat Asar probeerde te verhullen. Een artikel van Dosu Perinçek, de voorzitter van de Arbeiders Partij (Isçi Partisi; IP), in het blad Aydinlik geeft daarop een antwoord. Perinçek geeft inzicht in de handel en wandel van Çatli. Çatli blijkt te hebben geopereerd als een soort staatsbeambte. Hij werkte in de oliehandel, richtte samen met hoge politiefunctionarissen teams op die in het buitenland de PKK en Turkse organisaties, die een bedreiging vormden voor het systeem, moesten bestrijden en was betrokken bij drugshandel en afpersing.
In een persconferentie vatte Perinçek zijn visie op het ongeluk nog eens samen. Volgens hem maakten Çatli, Bucak en Kocadas deel uit van een 700 personen tellende geheime organisatie, die onder leiding zou staan van Tansu Çiller.
Çatli zou hierin een sleutelrol hebben gespeeld. Deze organisatie zou bestaan uit leden van de MIT, de Grijze Wolven-maffia en de speciale teams van het Turkse leger en zich officieel bezighouden met de bestrijding van de PKK. In werkelijkheid houden zij zich echter vooral bezig met roof, afpersing, drugshandel en moord. Deze bende knapt dus niet alleen de vuile zaakjes van de Turkse staat op - de eliminatie van het 'terrorisme-probleem'- maar verrijkt ook zichzelf door middel van misdadige activiteiten.

Al deze activiteiten werden in Turkije vrijwel nooit met succes strafrechtelijk vervolgd. In het buitenland was dat wel vaker het geval. Zo werd in 1972 het Eerste Kamerlid voor de MHP Kudret Bayhan aangehouden in Frankrijk met 146 kilo pure morfine. (40) In 1986 werd een voormalige leider van de Grijze Wolven Oral Çelik in Frankrijk gearresteerd wegens smokkel van heroïne. Çelik werd tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In Duitsland werden de ex-Grijze Wolven Rifat Yildirim en Üzeyir Bayrakli in 1985 tot celstraffen veroordeeld wegens drugshandel en -smokkel, afpersing, mishandeling en poging tot moord. (41) In Februari 1996 werd in Zürich Ali Riza Gürbüz gearresteerd met onder andere 40 kilo pure heroïne in zijn bezit. Gürbüz was kandidaat voor de MHP in Izmir bij de verkiezingen van december 1995. (42)
In Nederland werden ook MHP-sympathisanten in verband met drugshandel vervolgd. In 1993 werd in het kader van de Operatie Exodus in Amsterdam een grote Turkse drugsbende, die onder andere in heroïne handelde, opgerold. Het betrof een omvangrijke bende; de politie verrichtte meer dan 200 arrestaties en nam 645 kilo heroïne in beslag. (43) De politie wist ook de leider en financier van deze bende, Ahmet Aydin, te arresteren. Deze Aydin was een MHP-sympathisant; hij zat bijvoorbeeld in het Welkomstcomité voor Türkes. De bende had daarnaast een 'Divisie Geweld' waarin diverse Grijze Wolven zitting hadden. (ibidem)
Een andere activiteit van de Grijze Wolven in Nederland die in de criminele sfeer zit, zou het openen van illegale naaiateliers kunnen zijn. Zeker is dit niet; tot nu toe zijn er slechts geruchten die in deze richting wijzen. (44)

4.5. Liquidaties en moorden
De Grijzen Wolven zijn vanaf de jaren zestig betrokken geweest bij liquidaties en moorden in zowel Turkije en Europa. De motieven voor deze gewelddaden waren zowel politiek als crimineel. Gedurende de vijf jaar durende regeringsperiode van de Gerechtigheidspartij (AP) tot 1971 hadden de knokploegen van de Grijze Wolven, die logistiek werden bijgestaan door het Departement voor Speciale Oorlogsvoering (wapens, springstof, opleiding, etc.), in Turkije tenminste 42 linkse mensen vermoord. (45) In de jaren zeventig werd het geweld van de Grijze Wolven tegen de linkse oppositie in Turkije flink opgevoerd. Zodoende schiepen de Grijze Wolven door hun gewelddadige campagne tegen links een klimaat van terreur die de coup van de militairen in september 1980 mede rechtvaardigde.
De gewelddadigheden van de commando's van de MHP pasten binnen het concept van de speciale, psychologische, oorlog tegen het 'communistische' gevaar. Turkije moest worden gedestabiliseerd om het leger of de MHP de kans te geven om de macht te grijpen. Hierbij maakten de Grijze Wolven gebruik van leerboeken van de CIA. In het boek 'De onconventionele oorlog' van F.A. Lindsay kunnen we bijvoorbeeld het volgende lezen: "Het doel van indirecte psychologische terreur is om de aandacht van de bevolking te richten op situaties die de indruk moeten wekken dat er sprake is van politieke chaos binnen linkse groepen, waarbij directe terreur, zoals bomaanslagen, brandstichtingen en aanslagen, gericht wordt ingezet. (...) Deze vorm van terreur moet de a-politieke bevolking manipuleren. Het volk wordt gedwongen stelling te nemen en daarmee tegelijkertijd tot passieve handlangers gemaakt. In diverse plaatsen in het land worden ambtenaren op lage posities, politie-agenten, postbodes, gemeenteraadsleden, leraren en soms een burgemeester opgeofferd. Het betreft dus mensen die, in tegenstelling tot de hoger geplaatste ambtenaren, nauw contact onderhouden met de plaatselijke bevolking. Op deze wijze kunnen de gruweldaden van de revolutionairen getoond worden. (...) Liberale mensen neigen ertoe om met opstandelingen samen te werken. Daarom zijn zij het doelwit van terroristische aanslagen." (46)
In de jaren zeventig werden onder andere talloze leiders en hoge functionarissen van vakbonden en politieke partijen, docenten, studenten en journalisten door de teams van de Grijze Wolven en contra-guerilla (de Turkse Gladio) vermoord. (47) Enkele voorbeelden: de journalist Abdi Ipekçi werd vermoord door de bekende Grijze Wolf Mehmet Ali Asca; zeven leden van de Turkse Arbeiderspartij (TIP) werden in oktober 1978 door Grijze Wolven afgeslacht; in oktober 1978 werd na een onderzoek van de politie duidelijk dat de Grijze Wolf Ethem Kiskis betrokken was bij een moord op vier personen; en de moord op de politiecommissaris van Adana, Cevat Yurdakul. Yurdakul werd vermoord omdat hij een politie-eenheid had opgezet ter bestrijding van de extreem-nationalistische Grijze Wolven.
Om een indicatie te geven van de omvang van het aantal moorden: alleen al in 1978 werden 1300 extreem-nationalistische Grijze Wolven gearresteerd. Enkele honderden van hen werden wegens moord aangeklaagd of veroordeeld. Totaal werden er in de regeringsperiode van minister-president Bülent Ecevit ('78-'79) 2245 mensen vermoord.
Na de militaire coup van 12 september 1980 hadden de knokploegen van de Grijze Wolven hun taak volbracht: het leger had de macht overgenomen. De nieuwe militaire machthebbers onderdrukten Turks links vervolgens dusdanig dat links voor de extreem-nationalisten nauwelijks nog als een gevaar kon worden opgevat. Veel Grijze Wolven waren inmiddels doorgestroomd naar de contra-guerilla-krachten van de Turkse staat. Momenteel bestaan deze para-militaire eenheden voor een groot deel uit Grijze Wolven.
Het nieuwe doelwit van de contra-guerilla werd de PKK en Turkse organisaties als Devrimci Sol. Deze organisaties dienden te worden uitgeroeid met alle ter beschikking staande middelen. Dosan Güres, het voormalige hoofd van de Generale staf en bevelhebber van het Departement voor Speciale Oorlogsvoering, deelde in de Hürriyet van 18 oktober 1992 het volgende mee over de inzet van de eenheden van het Departement voor Speciale Oorlogsvoering: "In het Oosten en Zuid-Oosten van het land gaat de Contra-Guerrilla met haar werkzaamheden door. We doen er alles aan om de macht van de Contra-Guerrilla op alle fronten te versterken." (48) In dezelfde krant voegt Güres op 16 oktober 1993 hier nog het volgende aan toe: "...legergeneraal Güres, verklaarde dat er is besloten om het leidinggevende kader en de voorzitter van de PKK deze winter te vermoorden...er is aangekondigd dat de operaties zonder onderbreking zullen blijven voortgaan totdat ze resultaten vertonen..." Güres onderstreept deze beslissing in Hürriyet met de volgende woorden: "Ze zullen sterven als honden en verdwijnen. Ze zullen verdwijnen van de aarde. Ja, inclusief het hoofd van de organisatie..." Daaraan toevoegend: "We zullen de PKK zowel in het binnenland als in het buitenland uitroeien." De eerste resultaten waren al spoedig waarneembaar: op 7 februari 1994 werd de voorzitter van het Koerdistan Komitee in Denemarken, Imdat Yilmaz, neergeschoten en zwaar verwond en op 20 maart 1994 werd de voorzitter van het Koerdistan Solidariteits Komitee in Cyprus, Theofilis Georgides, in Nicosia vermoord.
In het kader van de strijd tegen de PKK hanteerde de Turkse staat ook een strategie om de financiële inkomsten van de PKK sterk te reduceren. Deze vermindering van inkomsten poogde de Turkse staat te realiseren door de inzameling van donaties in Europa door de PKK te criminaliseren. Middels pressie van de Turkse staat op de Duitse en Franse regering werden vervolgens talloze Koerdische organisaties verboden. Een andere methode om de geldkraan preventief dicht te draaien was de eliminatie van rijke Koerdische zakenlieden. Daarnaast werden Koerdische maffia-leiders in Turkije, die niet (meer) bereid waren om met de Turkse staat samen te werken, uit de weg geruimd. Koerdische maffialeiders zijn vaak ook leiders van stammen, daardoor kunnen ze door de Turkse staat goed gebruikt worden voor het werven van dorpswachters.
Om onder andere deze Koerdische zakenlieden uit de weg te kunnen ruimen, werd er een speciale, geheime organisatie opgericht onder leiding van toenmalige minister-presidente Tansu Çiller, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Mehmet Asar en de ex-Grijze Wolf Abdullah Çatli. In deze organisatie zaten verder onder andere leden van de Speciale Teams, de DYP-parlementariër Sedat Bucak, Ibrahim }ahin, de directeur van het Departement voor Speciale Oorlogvoering, Kemal Yazicioslu, de hoofdcommissaris van politie van Istanbul, Sami Hostan, een top-maffioso, MIT-functionarissen en Haluk Kirci. (49) De Grijze Wolf Kirci, medeplichtig aan de moord op zeven jongeren in Ankara, nam na de dood van dood van Abdullah Çatli op 3 november 1996 de leiding van de organisatie op zich. (50) Voor meer algemene informatie over de connecties tussen de extreem-nationalistische beweging in Turkije, de Turkse staat en de Turkse maffia verwijzen we naar hoofdstuk 13. (De Turkse maffia, de Turkse staat en de MHP).
In 1993 ging deze organisatie aan het werk. Koerdische maffia-leiders en invloedrijke zakenlieden, die door de Turkse staat niet konden worden ingezet in de oorlog tegen de Koerdische bevrijdingsstrijd, werden vermoord: Behçet Cantürk, Savas Buldan, Yusuf Ekinci, Haci Karay, Adnan Yildirim, Medet Serhat en als laatste Ömer Lütfü Topal. (51) Inmiddels heeft het Speciale Team-lid Ayhan Çarkin, die verdacht wordt van de moord op Topal en lid zou zijn van de bende van Çatli, in een verhoor toegegeven dat hij een aantal Koerdische 'zakenlieden' heeft vermoord. Çarkin: "Ik vermoorde Behçet (Cantürk), Savas (Buldan), Medet (Serhat)." (52). Ook de hoge politiefunctionaris Ibrahim }ahin, verdacht van betrokkenheid op de moord van Ömer Lütfü Topal, gaf indirect toe dat de staat betrokken zou kunnen zijn bij de moorden op Koerdische maffia-leiders: "het is plezierig dat mensen als Behçet Cantürk en Savas Buldan zijn gestorven." (53)
De MHP-sympathisant en maffia-leider Sami Hostan, die ook participeert in de bende van Çatli, was de partner van Topal. Ook hij wordt verdacht van de moord op Topal. Sami Hostan wordt ook wel 'Sami de Albaniër' of 'Sami de Hollander' genoemd. De laatste bijnaam dankt hij aan zijn jarenlange verblijf in Nederland. In Nederland was hij de rechterhand van maffia-baas Halit Ünlü. Zij hielden zich voornamelijk bezig met de handel in drugs. De leden van de bende van Ünlü noemden zichzelf overigens idealisten. (54)
In juli 1988 moest Hostan, vanwege een schietpartij bij het Turkse koffiehuis De Zwarte Zee in Amsterdam (het hoofdkwartier van Ünlü en Topal) Nederland ontvluchten. Op 6 juli openden twee met automatische pistolen gewapende mannen vanaf een tramhalte het vuur op het koffiehuis. Vanaf het pand werd flink teruggeschoten. Er vielen twee doden, de schutters konden ontkomen. Een van de slachtoffers, Ahmet Köksal, was het slachtoffer geworden van een politieke moord. Op die avond was hij namens Devrimci Sol bezig met een geldinzamelingsactie voor politieke gevangenen in Turkije. De daders zijn nooit gevonden. (55)
Inmiddels is de contra-guerilla verantwoordelijk voor honderden moorden en verdwijningen in heel Turkije. In de periode 1989-1994 waren er circa 1300 moorden door 'onbekende daders'. Vanaf 1994 valt er ook een sterke toename waar te nemen van verdwijningen (totaal zijn er in de jaren negentig circa 300 mensen verdwenen). Vooral Koerdische politici en journalisten in het Zuid-oosten van Turkije werden het slachtoffer van de speciale eenheden, maar ook in steden als Instanbul en Adana kwamen deze praktijken in toenemende mate voor. Journalisten die schreven over de activiteiten van de contra-guerilla moesten dit vaak met de dood bekopen. Zo werd op 24 januari 1993 in Ankara de bekende journalist Usur Muncu vermoord. Muncu was vooral bekend door zijn publicaties over wapen- en drugshandel, extreem-rechtse terreur en de islamitische wereld.
Niet alleen in Turkije, maar ook in Nederland en andere Europese landen zijn Grijze Wolven betrokken bij moorden, liquidaties of pogingen daartoe. Enkele voorbeelden: de moordaanslag op de paus in 1981, de moord in 1981 op Celalettin Kesim, de moord op Muzaffer Cavusoslu in 1981, de gewelddadige activiteiten van de Grijze Wolven Rifat Yildirim en Üzeyir Bayrakli midden jaren tachtig in Duitsland, de moord op Seyfettin Kalan in 1995 en de moord op Ercan Alkaya in 1997. Ook de moord in 1988 op de voorzitter van HTIB in Amsterdam, Nihat Karaman, wordt in verband gebracht met Grijze Wolven.

4.6. Grijze Wolven tegen racisme en fascisme
Turks extreem-rechts is door hun ervaringen in Nederland tegen racisme en fascisme. Ze blijven voor velen autochtonen in West-Europa 'vieze' buitenlanders. De intolerantie in Nederland zorgt ervoor dat de Turkse gemeenschap zich op dit punt kan verenigen en samenwerken. Typerend voor de houding is de volgende uitspraak van een Utrechtse Grijze Wolf, Ayhan Dosan, naar aanleiding van de oprichting van het Parlement van Koerdistan in Ballingschap: "Tijdens de installatie van Vreeswijk (van het Nederlands Blok, red.) in de Utrechtse Gemeenteraad heb ik ook geprotesteerd bij het stadhuis. Toen iemand vroeg namens welke organisatie ik daar stond, antwoordde ik: 'Ik ben van de Grijze Wolven'. Daar werd toch wat verbaasd op gereageerd. Wij waren toch fascisten. Nou, niet dus. Wij zijn nationalisten, maar we moeten niets hebben van discriminatie of racisme." (56) Alle migranten zijn het slachtoffer van discriminatie. Rechtse Turken ontdekken zodoende dat nationalistische ideeën in de praktijk ten nadele voor hen werken.
Bondgenootschappen tussen Turks rechts en extreem-rechts in Europa, zoals dat vroeger het geval was (bijvoorbeeld met de extreem-rechtse vleugel binnen de CDU, de CSU (Strauss) en de NPD in Duitsland), bestaan waarschijnlijk niet meer, omdat veel van deze Europese extreem-rechtse organisaties zich vijandig opstellen ten aanzien van buitenlanders. Hoe het er nu precies op dit gebied voorstaat is onbekend. In ieder geval wordt er soms wel door nationalistische Europese groepen met buitenlandse, door hen als nationalistisch geziene, bewegingen en groepen gekoketteerd, waaronder de Grijze Wolven. Zo beweerde het voormalige lid van de Fundamentalistische Arbeiders Partij (FAP) D. Hermsen (57) dat de FAP zich zeer verbonden voelt met de Arabische revolutie: "We hebben contacten met fundamentalisten van de Jihad en de Hamas-beweging. Ook de Turkse Grijze Wolven zullen zich bij de FAP aansluiten." (58) De MHP-aanhang keurt daarentegen racistische partijen af. De MHP-achterban zal daarom niet zo snel samenwerkingsverbanden aangaan met Europees extreem-rechts. (59)

Noten:
  1. 'Als in Turkije iets gebeurt, laait geweld in Nederland op', Jelle Brandsma, De Volkskrant, 4 mei 1996.
  2. Voor een overzicht van incidenten zie bijlage 1.
  3. In dit comité zaten de volgende groepen: de Turkse Raad Nederland, de Federatie van Turkse Sport en Cultuur Verenigingen in Nederland, de Nederlandse Unie van Turks-Islamitische Organisaties, de Turks Islamitische Culturele Federatie, de Federatie van Democratisch Sociale Verenigingen en de Federatie van Turks-Idealistische Verenigingen in Nederland.
  4. 'Turken in Europa vragen om boycot van Nederlandse produkten', Trouw, 18 april 1995.
  5. De TICF heeft nauwe banden met de religieuze autoriteiten in Turkije en Diyanet in Nederland. Zij treedt in de praktijk op als een instantie die de Turkse gemeenschap controleert en elementen bestrijdt die haar daarin niet bevallen .
  6. 'Gespannen sfeer bij migranten uit Turkije', Ali Develioglu, Contrast nummer 14, 27 april 1995.
  7. 'Escalatie verwart ook Turken', Altan Erdogan, Parool, 20 april 1995, 'Aanslag op moskee is werk van PKK', Algemeen Dagblad, 18 april 1995, 'Aanslagen', Volkskrant 18 april 1995, 'Grote onrust na aanslag op Turkse zaak', Fred Pruim, De Telegraaf, 12 april 1995, 'Organisatie Dev Sol eist aanslag op bank op', Het Parool, 19 april 1994.
  8. 'Tegenstellingen tussen Koerden en Turken in Nederland', Algemeen Dagblad, Marc Guillet en Gerrit den Ambtman, 22 april 1995.
  9. 'Escalatie verwart ook Turken', Altan Erdogan, Parool, 20 april 1995.
  10. Özcan, Ertekin, 'Türkische Immigrantenorganisationen in der Bundesrepublik Deutschland, Die Entwicklung politischer Organisationen und politischer Orientierung unter türkischen Arbeitsimmigranten in der Bundesrepublik Deutschland und Berlin West', Hitit Verlag, 1989.
  11. 'Openbaar verhoor Enquétecommissie Opsporingsmethoden Verhoor 2, verhoor van dr. F. Bovenkerk', IRT-rapport, 6 september 1995.
  12. 'De Turkse mafia', Robert van de Roer, NRC, 1 oktober 1988.
  13. HTF (red.), 'Beleidsplan', HTF, 1996. De Stichting Hilal is gevestigd op de Zeeburgerdijk 117 te Amsterdam. De voorzitter is Hikmet Yildizeli. (bron: Kamer van Koophandel Amsterdam, dossier S 210137)
  14. Brief van Politie Limburg-Noord, District Venlo, aan AFA-LS, 9 februari 1996.
  15. Vanaf juli 1996 werd ook de Europese editie van de officiële MHP-krant Ortadogu vanuit Duisburg enige maanden door Interkom Verlag und Werbung in Europa verspreid. De verspreiding van de krant werd gestaakt omdat de verkoop sterk achter bleef (minder dan 1000 exemplaren in heel Europa).
  16. 'Hollanda Türk Federasyon'da seminer çalismalari', Fuat Akkoç, Ortadogu, 21 oktober 1996.
  17. 'Hollanda'da Türkçülük Bayrami kutlandi', Hasan Öztürk, Türkiye, 13 juni 1995.
  18. 'Türk Federasyon'dan atak', Mehmet Ali Topçu, Türkiye, 8 november 1995.
  19. 'De eer der Turken', Stella Braam en Mehmet Ülger, De Groene Amsterdammer, 6 december 1995.
  20. 'Rechtse Turken infiltreren linkse partijen', Arnold Karskens en Ahmet Olgun, Nieuwe Revu, nummer 16, 14-21 april 1993.
  21. 'Fussball und MHP', Inisiyatif, nummer 10, november/december 1995.
  22. In het TPA zitten onder andere de volgende groepen: Tükem, TDJV, TKC, Soyad, Kübra, Mescid-i Aksa en de Ulu Camii.
  23. In het bestuur van het TPA zitten drie kopstukken van de MHP in Nederland; de bestuursleden van het HTF Celal Arslan, Ahmet Ceyhan en Rasim Eken.
  24. Besluit Dagelijks Bestuur stadsdeel Zeeburg, 21 mei 1996.
  25. Het gaat hierbij om de volgende organisaties: de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), de Stichting Nederlands Turks Academisch Genootschap (SNTAG) en de Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding (ISNO).
  26. Jaarverslag 1989/90 van de Stichting voor Turks-Islamitische Cultuur Onderwijs en Publikaties.
  27. Ahmet Ceyhan is momenteel onder meer vice-voorzitter van de HTF, en was voorzitter van het TKC in Amsterdam. Ceyhan was in de jaren tachtig penningmeester bij de Turks Nederlandse Vriendschapsvereniging en voorzitter van Stichting Hilal (aangesloten bij de HTF) van 10 december 1993 tot 22 april 1996. Ceyhan is nog steeds penningmeester van het Turks Platform Amsterdam. Ibrahim Çitil is vanaf 1991 betrokken als banenpooler bij het TKC. Daarvoor was hij er als vrijwilliger werkzaam. Hij ontplooide onder andere activiteiten op het journalistieke vlak voor het blad Yeni Hedef (het blad van het Turks Platform Amsterdam) en Amsterdam Postasi uit Amsterdam. Yeni Hedef zag in Nederland in 1993 voor het eerst het licht. Bij Yeni Hedef was ook Hikmet Yildizeli betrokken. In Duitsland bestond een soortgelijk blad onder dezelfde naam al eerder. De Duitse Yeni Hedef werd begin jaren tachtig een keer of vijf uitgegeven door de Europese Türk Federasyon. De Amsterdamse Post is een onregelmatig verschijnend blad van de Turkse extreem-rechtse organisaties in Amsterdam. Vermoedelijk bestaat het blad niet meer en is het opgevolgd door de Yeni Hedef. Het blad is een uitgave van de Hollanda Türk Gençlik Kültür ve Egitim Yayinlari Vakfi. Çitil was verder secretaris van de Stichting Turkse Jongeren Radio Omroep (aangesloten bij de HTF) van 6 maart 1986 tot 1 april 1996. Hij zat ook in de kongresraad van het eerste kongres van de HTF, dat plaatsvond op 7 oktober 1995.
  28. Mustafa Kemal Ustalar was officieel tot april 1990 secretaris van de HTF-moskee Ulu Camii op de Zeeburgerdijk 117-119 in Amsterdam.
  29. HTF (red.), 'Beleidsplan', HTF, 1996.
  30. 'Advies Kandidaatstelling Stadsdeelraad Geuzenveld/Slotermeer (zittingsperiode 1990-1994)' Onafhankelijke Commissie, PVDA, afdeling Slotermeer/Geuzenveld, 1989. Cugun stond in 1983 op de kandidatenlijst van de Turks Nederlandse Vriendschapsvereniging en was van 15 mei 1992 tot 21 december 1993 voorzitter van de Stichting Turks Platform Geuzenveld/Slotermeer. Deze stichting is aangesloten bij de HTF.
  31. 'Sorry, toch geen rechtse Turken in de PVDA', Hans Verstraten, Nieuwe Revu, nummer 31, 28 juli-4 augustus 1993.
  32. Het ging hier om Mustafa Kemal Ustalar, Ahmet Ceyhan en Ibrahim Çitil.
  33. 'Kalin was rechts-extremist', De Gelderlander, 17 maart 1990.
  34. 'HTIKB'de yeni baskan Güven', Hürriyet, 22 april 1993.
  35. 'De eer der Turken', Stella Braam en Mehmet Ülger, De Groene Amsterdammer, 6 december 1995.
  36. De Turkse Raad Nederland (Hollanda Türkleri Konseyi) is een vrij onbekende organisatie die niet vaak naar buiten treedt. Zij deed dat wel met extreem-rechtse statements naar aanleiding van de IOT-kwestie, de oprichting van de Parlement van Koerdistan in Ballingschap en de IRT-affaire. Haar voorzitter Mehmet Tütüncü is ook initiatiefnemer tot het opzetten van het Onderzoekscentrum voor Turkestan en Azerbeidzjan. Deze stichting werd door hem in 1991 opgericht en geeft het kwartaalblad Bitig uit.
  37. 'Rechtse Turken infiltreren linkse partijen', Arnold Karskens en Ahmet Olgun, Nieuwe Revu, nummer 16, 14-21 april 1993.
  38. 'Inzake Opsporing van de Enquétecommissie Opsporingsmethoden, Bijlage VIII, Deel I Onderzoeksgroep Fijnaut: Autochtone, allochtone en buitenlandse criminele groepen', 'hoofdstuk III. Turkse criminele groepen in Nederland'.
  39. 'Die Verbrecher-Holding, Das vereinte Europa im Griff der Mafia', Jürgen Roth en Marc Frey, Piper Verlag, herziene druk 1995.
  40. 'De grijze wolf en de halve maan, Turks fascisme en religieus extremisme', Landelijk Aktie Komitee Anti-Fascisme, 1980.
  41. 'Die Verbrecher-Holding, Das vereinte Europa im Griff der Mafia', Jürgen Roth en Marc Frey, Piper Verlag, herziene druk 1995.
  42. Hürriyet, 21 februari 1996.
  43. 'Politiedossier: lid van Turkse bende infiltreerde in politiek', Hans Moll, NRC, 1 februari 1994.
  44. 'Openbaar verhoor Enquétecommissie Opsporingsmethoden Verhoor 2, verhoor van dr. F. Bovenkerk', IRT-rapport, 6 september 1995.
  45. 'The Counter-guerrilla remains untouchable', Info-Türk 196, februari 1993.
  46. Roth, Jürgen, Kamil Taylan, 'Die Türkei, Republik unter Wölfen', Lamuv Verlag, 1981.
  47. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de contra-guerilla en de betrokkenheid van Turkse extreem-nationalisten bij deze organisatie verwijzen we naar hoofdstuk 14. 'Het moordapparaat van de Turkse contra-guerilla'.
  48. Yesilgöz, Yücel, 'Van het Oostelijk front geen nieuws', uit: 'Turkije en Koerdistan/Koerdistan en Turkije, over de situatie van de mensenrechten, internationale verplichtingen, en de positie van de Koerdische Nationale Beweging', MERA en SIM, 1993.
  49. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, '35 names in the Susurluk report', 11 januari 1997.
  50. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'Haluk Kirci was in Susurluk', 18 december 1996, Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'The MIT report', 25 december 1996.
  51. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'National Security Board approval for the gang', 6 december 1996.
  52. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'Confessions during the interrogation', 26 december 1996.
  53. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'Special teams chief makes an implied confession', 9 januari 1997.
  54. Turkish Daily News, Turkish Press Scanner, 'Heroin-gambling and Yaziçioglu', 9 december 1996.
  55. Elsevier, 30 juli 1988.
  56. 'Stel je voor dat RaRa een parlement in Turkije opricht', Utrechts Nieuwsblad, 22 april 1995.
  57. De Fundamentalistische Arbeiders Partij is in Nederland heropgericht als de opvolger van de in Duitsland verboden Freiheitliche Arbeiter Partei. Hierin zijn de oprichters (o.a. Kusters, Hermsen en Freling) niet geslaagd: de partij is een Nederlandse rechts-radicale splinterpartij gebleven.
  58. 'Rechts-extremisten prediken Arabische revolutie van het volk', Robert Bas en Margit Spaak, ANP, 1995.
  59. Zie voor meer informatie over de verbindingen tussen Turks en Europees extreem-rechts het stuk 'Grijze Wolf-zijn is net zijn als een nazi, .... maar dan voor Turkije' in deel 2.

Top