logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

M. Geerse: Turkse idealen op Nederlandse bodem

Inhoud
4. De politieke en sociale context van de ülkücü-beweging in Nederland
arrow 5.1. Het pan-Turkisme in Turkije
8. Ülkücü worden en blijven
9. De ideologie van de ülkücü's (deel: 9.7)
Geraadpleegde literatuur

Het pan-Turkisme in Turkije

Print versie

Hoofdstuk 5

Inleiding
De geschiedenis van Turkije en de ülkücü's speelt een prominente rol in de ideologie van de huidige ülkücü-beweging. Daarom zal ik in dit hoofdstuk ingaan op het ontstaan van de pan-Turkistische ideologie die de grondslag vormt van de ülkücü-beweging. Een reeks van behandelde onderwerpen, waar onder de Turken in de Turkse republieken, de binnen- en buitenlandse vijanden van Turkije, de rol van de islam in de ideologie en het geweld van de jaren zeventig, zullen in de hoofdstukken over het veldonderzoek terugkeren.
Ik zal de opkomst en de inhoud van het pan-Turkisme schetsen, vanaf het einde van de 19e eeuw tot heden. Zowel de pan-Turkistische ideologie als de meest relevante politieke ontwikkelingen van de afgelopen eeuw komen aan de orde. De diversiteit aan pan-Turkistische ideeën en de details van politieke ontwikkelingen kunnen in enkele pagina's niet tot hun recht komen, maar voor een aantal belangrijke gegevens en een analyse van de kern van de pan-Turkistische ideologie is er wel ruimte. Volgens sommige kritische buitenstaanders kent Turkije weliswaar verschillende nationalistische vertogen, maar is er geen samenhangende pan-Turkistische ideologie die door alle pan-Turkisten aangehangen wordt. Dit is tot op zekere hoogte waar. Toch heeft het pan-Turkisme enkele specifieke kenmerken, die het van andere vormen van Turks nationalisme doen verschillen. Ook hebben pan-Turkisten in de jaren rond het ontstaan van de republiek Turkije en in de jaren veertig, vijftig en zestig een behoorlijke hoeveelheid geschreven materiaal geproduceerd, waaruit een ideologie afgeleid kan worden. De aandacht zal in belangrijke mate uitgaan naar de in 1969 opgerichte pan-Turkistische partij, de Milleyetçi Hareket Partisi (MHP - Nationalistische Actie Partij). Alparslan Türkes was tot zijn overlijden in april 1997 de leider van deze partij, die bij verkiezingen eind 1995 ruim acht procent van de stemmen haalde.

5.1 De ontwikkeling van het pan-Turkisme tot aan de oprichting van de MHP

Een definitie van het pan-Turkisme
Pan-ideologieën in het algemeen propageren de solidariteit of vereniging van groepen die in verschillende staten leven en met elkaar verbonden zijn door taal, traditie, cultuur of een andere band, zoals geografische nabijheid (Landau 1981: 176-78). Net als nationalistische ideologieën zijn pan-ideologieën producten van de 'moderne tijd'. Het pan-Turkisme streeft naar de vereniging van alle volkeren van Turkse afstamming die een gebied bewonen dat zich uitstrekt van het oostelijke Middellandse Zeegebied tot aan Sinkiang in China en van de Wolga in Rusland tot in zuid-Anatolië. Niet alle pan-ideologieën hebben een even duidelijke politieke lading, maar het pan-Turkisme, hoewel in aanzet een culturele beweging, ontwikkelde zich al snel - begin jaren twintig - tot een militante beweging met politieke ambities. Wat begon als een defensieve diaspora-ideologie van intellectuelen uit Turkstalige republieken buiten Turkije kreeg later offensieve trekken. Het soms met het pan-Turkisme verwarde pan-Turanisme is nog ambitieuzer. Deze marginale stroming wenst de vereniging van alle Turkse, Mongoolse en Fins-Ugrische volkeren die in het gebied leven dat door de pan-Turanisten Turan wordt genoemd. (Landau 1974: 194) (29) Uitgangspunt van beide stromingen is de vermeende gezamenlijke oorsprong van de te verenigen volkeren in Centraal-Azië en de superioriteit van het Turkse ras. (30)

De aanloop tot het pan-Turkisme
In het Osmaanse Rijk dacht men niet in termen van etnische naties, maar in de categorieën 'moslims' en 'niet-moslims'. Een inwoner van het Osmaanse Rijk was in de eerste plaats onderdaan van het rijk en lid van een millet, een religieuze gemeenschap. Voor de Osmanen, die zelf uit verschillende etnische groepen afkomstig waren, was het onderscheid in etnische groepen niet onbelangrijk, maar de basis van hun identiteit werd gevormd door het islamitische geloof en hun loyaliteit aan de Osmaanse troon. (Lewis 1968: 330) Pas eind vorige eeuw begon deze basis barsten te vertonen. Zowel in deze roerige periode als na de stichting van de republiek enkele tientallen jaren later, gingen discussies niet over de te kiezen staatsvorm, maar over de identiteit van datgene wat van het Osmaanse Rijk restte. (Bora & Laçiner 1992: 7) Aan het einde van de 19e eeuw waren de hoogtijdagen van het Osmaanse Rijk reeds lang geschiedenis. De Britten, Fransen en Russen waren gebrand op Osmaans gebied en hadden de militaire middelen om hun aanspraken kracht bij te zetten. Terwijl het Osmaanse Rijk aan alle kanten gebied in moest leveren, versterkte Rusland, de machtige noorderbuur van het Osmaanse Rijk, de greep op haar onderdanen. In dezelfde periode werd de Osmaanse sultan geconfronteerd met nationalistische bewegingen die het rijk van binnenuit verzwakten. Het zelfvertrouwen van het rijk was dan ook tanende.
Deze ontwikkelingen brachten bedreigingen met zich mee, maar schiepen in de ogen van sommigen, bij voorbeeld Turken die onder het Russische regime leefden, ook mogelijkheden. Turken uit gebieden buiten het Osmaanse Rijk, zoals het huidige Azerbeidzjan en Turkistan, maar vooral de Tataren, leverden vanuit een positie van onderdrukking een belangrijke bijdrage aan het pan-Turkisme. De pan-Turkistische beweging vormde dus een reactie en antwoord op pan-Slavisme, Russificatie en andere bedreigingen die het Osmaanse Rijk aan het begin van de 20e eeuw omringden. Het opkomend pan-Turkisme was een belangrijke drijfveer van de Jong Turken, de jonge officieren die rond 1910 aan de macht kwamen en die het Osmaanse Rijk van de ondergang wilden behoeden. Zij vonden dat het Osmaanse Rijk in zijn ontwikkeling ver was achtergebleven bij de Westerse wereld en pleitten voor radicale veranderingen waarvan er uiteindelijk veel door Atatürk doorgevoerd werden. (Landau 1981: 37-38; Zürcher 1995: 157-158) Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, waarin het Osmaanse Rijk aan de zijde van Duitsland tegen het machtige Rusland vocht, deed de hoop van pan-Turkisten en pan-Turanisten op een groots nieuw Turkije oplaaien. Een 'nieuwe wereldorde' leek in de maak. (31) Tot aan de stichting van de republiek in 1923 werd een groot aantal pan-Turkistische organisaties opgericht, waarvan de meeste geen lang leven waren beschoren, maar de op 12 maart 1912 opgerichte Türk Ocagi, de 'Turkse Haard', bleef actief tot 1980. Het tijdschrift Türk Yurdu dat rond 1910 voor het eerst verscheen was jarenlang het meest invloedrijke tijdschrift van de pan-Turkistische beweging.

De identiteitskwestie
Volgens Zürcher was het fundamentele probleem waarover men zich aan het begin van deze eeuw het hoofd boog de regeneratie van staat en maatschappij, en was het identiteitsvraagstuk een van de vaakst terugkerende thema's (1995: 156). Pan-Turkisten waren het met pan-islamisten en aanhangers van het Osmanisme eens dat ze moesten zien te redden wat er te redden viel van het Osmaanse Rijk. Het twistpunt was op grond waarvan men dan de 'overgeblevenen' moest redden. In de ogen van de pan-Turkisten had de Osmaanse identiteit afgedaan en was het benadrukken van de islamitische religie evenmin gewenst, zeker nadat een aantal islamitische groepen zich tijdens de Eerste Wereldoorlog van het rijk afgescheiden hadden. De scheidslijn tussen deze 'verraders' en de inwoners van het resterende deel van het rijk diende scherp getrokken te worden. In de jaren tien was er in nationalistische kring weliswaar discussie over de plaats die de islam in de pan-Turkistische ideologie zou innemen - bepaalde groepen Turkisten wilden de Turkse eenheid beperken tot een eenheid van Turkse moslims - maar de pan-Turkisten gunden de islam uiteindelijk nauwelijks een rol in hun nationalisme. Het besluit van de pan-Turkisten om de Turkse identiteit centraal te stellen was revolutionair, want ten tijde van het Osmaanse Rijk hadden de bewoners van dit rijk zichzelf nooit als Turk beschouwd. 'Turk' gold als synoniem van 'domme boer' en wie een positieve wending wilde geven aan de benaming 'Turk', moest dus nog veel werk verzetten. (32) Een groot voordeel van het benadrukken van de Turkse taal en cultuur was dat daardoor een verbinding tot stand werd gebracht tussen de verschillende Turkstalige volkeren in Azië.
Om inhoud te geven aan de te creëren Turkse identiteit, gingen de pan-Turkisten begin deze eeuw naarstig op zoek naar overblijfselen van Turkse culturen uit de Osmaanse, maar vooral ook de pré-islamitische tijd. Dit laatste lag voor de hand omdat het Osmaanse Rijk op zijn retour was en men de bouwstenen voor de nieuwe Turkse identiteit ook niet in de islam wilde zoeken. Voor het (re)creëren van een groots Turks verleden maakten zij dankbaar gebruik van het werk van Europese Turkologen en oriëntalisten uit de 19e eeuw, onder wie de Hongaars-Duitse Jood Vambéry, de Frans-Joodse Cahun en de Fransman De Guignes. Ook Westerse theorievorming over naties heeft de inhoud van pan-Turkistische denkbeelden mede bepaald. Ziya Gökalp, een Jong Turkse schrijver van Koerdische afkomst, poogde Turkse cultuur met Westerse denkbeelden en wetenschappelijke vooruitgang te verenigen. Hij is een van de belangrijkste inspirators van het pan-Turkisme en Turkse nationalisme, al hebben de pan-Turkisten hun eigen, meer racistische interpretatie aan zijn werk gegeven (Landau 1974: 199; Landau 1981: 36-37; Lewis 1968: 333; Hekimoglu 1985: 41). (33)

Van de stichting van de republiek tot aan de Tweede Wereldoorlog
In de Eerste Wereldoorlog verloor het Osmaanse Rijk een groot deel van haar grondgebied en na afloop van de oorlog was het rijk met handen en voeten aan de overwinnaars gebonden. De strijd voor de onafhankelijkheid van wat zou gaan heten 'Turkije' werd uitgevochten door Mustafa Kemal (Atatürk) en de zijnen en hun ideaal had met pan-Turkisme en solidariteit met Turkse minderheden in andere landen weinig te maken. Zij richtten zich op datgene wat haalbaar was en stelden alles in het werk om de grenzen van het tegenwoordige Turkije zeker te stellen. Na het uitroepen van de republiek Turkije, was al het streven er op gericht een Turkse nationale identiteit te creëren voor en desnoods op te leggen aan alle mensen die op Turks grondgebied woonden. Het nationalisme van Atatürk had weliswaar raakvlakken met het pan-Turkisme, maar had een wezenlijk ander doel. Niet pan-Turkisme maar Turks nationalisme werd tot een van de pijlers waar de republiek op rustte. Atatürk was niet geïnteresseerd in territoriaal pan-Turkisme. Wèl was hij gecharmeerd van de theorie dat de Turken de grote beschavingen van de wereld hebben gesticht en van racistische theorieën die de Turken en hun cultuur boven andere volkeren plaatsen. Deze theorieën vonden dan ook ingang in de officiële geschiedschrijving, literatuurgeschiedenis en taalpolitiek in de periode dat hij aan de macht was. (Landau 1974: 194; Zürcher 1995: 233-235)
Afgezien van de bloeiperioden in de jaren tien en omstreeks de oprichting van de republiek, was het pan-Turkisme in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog meestal een marginale aangelegenheid. (Landau 1981: 28-71) Het nazi-Duitsland van de jaren dertig en veertig werd door pan-Turkistische intellectuelen gezien als een natuurlijke bondgenoot in de strijd tegen het communisme van de Sovjet-buren. Maar met de traumatische afloop van de Eerste Wereldoorlog in het achterhoofd, deed Turkije haar uiterste best zich van de Tweede Wereldoorlog afzijdig te houden. Toen in 1944 bleek dat de geallieerden aan de winnende hand waren, toonden de Turkse machthebbers hun goede wil tegenover de overwinnaars middels de aanhouding van een groepje pan-Turkisten. Zij hadden een anti-communistische - impliciet pro-Duitse - demonstratie georganiseerd. Onder de arrestanten bevonden zich Alparslan Türkes, de toekomstige leider van de MHP, Nihal Atsiz, die een van de inspirators van de ülkücü-beweging is, en Altemur Kiliç, een columnist van de krant Türkiye die ik in Istanbul interviewde. Zij werden beschuldigd van het oprichten van een illegale organisatie, gericht op het omverwerpen van de regering, van opruiing tegen de staat en racisme. Na berechting volgde vrijspraak voor alle arrestanten. (Landau 1981: 113-115) Drie mei, de dag waarop Türkes en zijn vrienden werden berecht, wordt nog elk jaar door ülkücü's binnen en buiten Turkije herdacht als de 'Dag van het Turkisme'.

In 1946 werd een meer-partijen stelsel ingevoerd, maar in de praktijk waren er tot 1960 slechts twee belangrijke partijen en in geen van beide partijen speelden pan-Turkisten een rol van betekenis. Sommige leidende pan-Turkisten vonden een onderkomen in de Democratische Partij (DP - Demokrat Parti) en later in haar opvolger, de Gerechtigheidspartij (AP - Adalet Partisi). Pan-Turkisme bleef een ongevaarlijk bevonden verschijnsel in de marge en werd niet sterk onderdrukt. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden verscheidene pan-Turkse tijdschriften uitgegeven met een racistische en nazistische strekking. Er kwamen tevens clandestiene of semi-clandestiene organisaties op, die inspeelden op de anti-communistische en nationalistische gevoelens van grote delen van de bevolking. Deze organisaties vroegen aandacht voor de rechten van de Turken buiten Turkije, de zogenaamde dis Türkler ('buiten-Turken'), en gaven publicaties uit. De bezorgdheid over het lot van de dis Türkler op bij voorbeeld Cyprus en in de Sovjet-republieken, was een van de elementen van de ideologie die de Turkse massa aansprak. De twee doelen die de pan-Turkisten van de jaren vijftig en zestig verenigden waren de verheffing van de Turkse natie en de vernietiging van het communisme. (Landau 1974: 200) Met dat laatste onderscheidden zij zich vanzelfsprekend scherp van linkse nationalisten. In de jaren vijftig en zestig bestonden er enkele zeer actieve Turkse Verenigingen ter Bestrijding van het Communisme (Türkiye Komünizmle Mücadele Dernegi), die sterk beïnvloed waren door het pan-Turkisme en door een conservatieve vorm van islam. In hoofdstuk 9 zal blijken dat de ülkücü's over de rol van de islam in het pan-Turkisme een andere mening hebben dan Bora, Landau en andere commentatoren, maar volgens de laatstgenoemden hadden de pan-Turkisten oorspronkelijk weinig op met religie in het politieke en maatschappelijke leven. Deze anti-religieuze houding vormde een van de struikelblokken voor een bundeling van krachten en voor het verkrijgen van de steun van de bevolking. Eind jaren vijftig zochten de pan-Turkisten dan ook aarzelend toenadering tot de islam.

De pan-Turkistische ideologie voor 1980
Eerder werd opgemerkt dat critici van de MHP van mening zijn dat een uitgewerkte pan-Turkistische ideologie niet bestaat. Zij doelen dan waarschijnlijk op ideologie in de zin van onderbouwde theorie. Als we het begrip ideologie in brede zin hanteren, zoals bijvoorbeeld Griffin doet, is duidelijk dat er wel degelijk sprake is van een ideologie (1993: 15-19). Hekimoglu heeft een poging gedaan het wereldbeeld van de pan-Turkisten te ontrafelen aan de hand van Turkistische bronnen en komt uit op enkele sleutelbegrippen (1985). Het werk van Nihal Atsiz, Ziya Gökalp - hoewel zijn ideeën afwijken van die van de pan-Turkisten een belangrijke inspirator van de beweging - en publicaties van de jeugdafdeling van de MHP zijn haar voornaamste bronnen. Nihal Atsiz was een pan-Turkist die zichzelf 'racist, pan-Turkist en pan-Turanist' pleegde te noemen (Landau 1981: 41 (34)). Hij heeft, behalve een groot aantal artikelen, enkele populaire pan-Turkistische romans op zijn naam staan. Het nu volgende is een beknopte samenvatting die niet voldoende ruimte voor de nuances in Hekimoglu's interpretatie laat.

De ruggegraat van de pan-Turkistische ideologie wordt volgens haar gevormd door de indeling van de wereld in zichzelf genererende naties (budun). Naties zijn cultureel homogene entiteiten die elk onbewust naar hegemonie streven en wie weerstand wil bieden aan het streven van naties naar hegemonie handelt tegennatuurlijk. Iedere gezonde natie gebruikt oorlog en geweld, de enige voorhanden zijnde overlevingsmiddelen, om hegemonie te bewerkstelligen. Naties worden niet alleen verheven tot het niveau van levende wezens, maar staan zelfs boven het individu, dat zichzelf voor de natie dient op te offeren. De identiteit van de natie is te herkennen aan de moraal en handelingen van het individu. De natie wordt geacht over een bewustzijn en een onderbewustzijn, een geheugen en drijfveren te beschikken. De overtuiging dat de Turkse natie niet een natie is als alle andere, maar is voorbestemd om de scepter te zwaaien over de rest van de wereld, is de kern van pan-Turks nationalisme.
De türe is de som van alle regels en concepten die de relaties binnen de natie in goede banen leiden. Elke natie heeft een geheel eigen türe. De Turkse türe behelst heroïsme, militarisme, discipline, racisme en opofferingsgezindheid voor het ideaal van de grote Turkse natie. Pan-Turkisten noemen zichzelf ook wel 'idealisten' (ülkücüler). Het ideaal (ülkü) is de natuurlijke drift voor grandeur en hegemonie van de natie, waarvan de idealistische leiders de mensen bewust dienen te maken. Het ultieme ideaal, dat slechts gevoed wordt door bloed, heroïsme, zelfopoffering en nationale haat, is de vereniging van alle Turkische volkeren in het land van de voorouders. Men gelooft dat dit realiteit was in de voor-islamitische tijd. In de gedachten van de pan-Turkisten bestaat de Turkse natie al sinds mensenheugenis en leveren de Turkse helden uit het verleden, aan wie men zich kan optrekken en spiegelen, daarvan het bewijs. Het symbool van de Grijze Wolf geeft de relatie met heroïsche voorouders en de band met het verleden aan. Men gelooft dat vooral in tijden van crisis personificaties van de Grijze Wolf naar voren treden, die de rol van leider van de beweging op zich nemen.
Het is begrijpelijk dat in een dergelijke ideologie het behoren tot een natie het basisprincipe wordt om mensen te categoriseren. De relatie van het individu tot de natie vormt de kern van zijn identiteit, en is volgens de puristen het enige ingrediënt van die identiteit. Mensen horen vanaf hun geboorte bij een natie, omdat zij daar met hun bloed en hun ras aan verbonden zijn. De definitie van rasis ingewikkeld en weinig eenduidig. Ras in pan-Turkistische visie heeft zowel te maken met etnische afkomst als met de geest en het gevoel. De ziel is de drager van het ras, meer dan het lichaam. Men ziet een relatie tussen raciale puurheid, de kracht van de nationale moraliteit en cultuur.
Nu is het een gegeven dat in Turkije niet alleen Turkisten, maar ook communisten wonen van hetzelfde 'superieure' Turkse ras. Toch worden communisten door Turkisten als de interne vijanden van de natie beschouwd. Hun internationalisme staat immers haaks op het nationalisme van de Turkisten. Communisten en socialisten zijn in pan-Turkistische visie tegen het ideaal van grandeur, tegen de vereniging van Turkse volkeren, zij hebben geen Turkse moraal, ontkennen het verleden, maken helden belachelijk en ontmoedigen opofferingsgezindheid voor de natie. De vraag is hoe het mogelijk is dat er een dergelijk onoverbrugbaar conflict bestaat tussen mensen die allemaal tot hetzelfde ras behoren. In de ogen van de pan-Turkisten ontstaat het probleem doordat niet iedereen denkt als en zich gedraagt als een 'Turk'. Wie zich niet gedraagt als een Turk, kan in Turkije geboren zijn, maar is geen ware Turk. Iemand die tegen het overleven van de natie is, kan onmogelijk een Turk zijn, maar moet raciaal gedegenereerd zijn. De begrippen Turk, Turkist, Grijze Wolf en ülkücü en de idealen die ermee verbonden zijn worden door de pan-Turkisten gelijkgeschakeld. De strijd tegen de tegenstander is gelijk aan de strijd voor de natie. Die strijd is essentieel omdat deze, in de gehele samenleving als wolven in schaapskleren geïnfiltreerde, gedegenereerde Turken uit zijn op de vernietiging van de natie.

29) In het Engels wordt de term 'Turkic' gebruikt om de Turkstalige bevolking van landen als Kazakhistan, Azerbeidzjan, Uzbekistan en andere gebieden in (Centraal-)Azië aan te duiden. Omdat het Nederlandse equivalent 'Turkisch' niet gangbaar is, zal ik meestal spreken over Turkse of Turkstalige republieken, volkeren en etnische groepen.
Naast het pan-Turkisme is het mogelijk te spreken van het Turkisme. Volgens Neviye Çaglar is het Turkisme in tegenstelling tot het pan-Turkisme niet irredentistisch van karakter, dat wil zeggen dat Turkisten niet uit zijn op het samenbrengen van alle Turkische volkeren in één politiek verband. In plaats daarvan bepleiten zij een cultureel nationalisme. In de praktijk worden de termen vaak, ook in deze scriptie, door elkaar gebruikt. (Neviye Çaglar 1990: 81-82)
30) Het woord 'ras' is cursief gedrukt, omdat het naar mijn mening een achterhaald begrip is zonder wetenschappelijke basis.
31) De parallel met de politieke situatie begin jaren negentig en president Bush' 'nieuwe wereldorde' ontleen ik aan Bora en Laçiner, volgens wie wij begin jaren negentig leefden in ".. einer Zeit weltweiter Umstrukturierungen, ähnlich wie nach dem 1. Weltkrieg und der russischen Revolutionen...' (1992: 4). Voor pan-Turkisten leek er een nieuwe orde in het verschiet te liggen, omdat een groot Turks rijk even tot de mogelijkheden behoorde (idem: 6).
32) Bernard Lewis beschrijft treffend hoe binnen enkele decennia de overgang van het benadrukken van de islamitisch-Osmaanse naar de Turkse identiteit plaatsvond (1968: 323-359). Ook Zürcher beschrijft dit proces (1995: 155-61).
33) Van Ziya Gökalp zijn in het Engels onder andere verschenen The Principles of Turkism (1968).
34) Ik ga hier dus af op Landau, die Turkse bronnen heeft gebruikt. Oktay van het TCC is er echter van overtuigd dat noch Nihal Atsiz, noch andere pan-Turkistische ideologen, racistisch waren of zichzelf racist noemden.

Top