logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

Lakaf: De Grijze Wolf en de halve maan

Inhoud
Verantwoording
Inleiding
1. De republiek Turkije
2. Linkse en rechtse bewegingen in Turkije
arrow 3. Wat wil de MHP?
4. De fascistische beweging, contacten en activiteiten
5. Organisaties van de MHP en andere ultra-rechtse organisaties in Europa
6. Hoe werken de grijze wolven in Europa?
Conclusies
Bijlagen
Noten
Bronnen

3 Wat wil de MHP?

Print versie

De MHP is slechts de wettige vleugel van de ultra-nationalistische en fascistische beweging. De officiële geschriften ervan zullen hoogstens slechts een gedeeltelijk beeld geven van wat deze beweging werkelijk beoogt. Toch valt aan de officiële publikaties (vooral de boeken van Türkes zelf) al verwantschap met het Duitse nationaalsocialisme en het Italiaanse fascisme af te lezen. We zullen ze kort bespreken.

Partijprogramma en ideologische geschriften van Türkes
Het partijprogramma (daterend van 1973, maar weinig verschillend van vorige programma's) geeft in de eerste paragraaf aan dat de partij als einddoel ziet 'het vestigen van een nieuwe, nationale orde, gebaseerd op de idealen van het Turkse nationalisme en op het principe "vóór de Turken, op zijn Turks en door de Turken"
Het vervolgt: 'Het eerste doel van de partij is een krachtig, welvarend en groot Turkije te stichten, dat de binnen- en buitenlandse vijanden zal vernietigen.'
Als weg ter verwezenlijking van deze doelstellingen wijst de partij de 'nationale doctrine' van de 'negen lichten' aan. Deze 'negen lichten' ('Dokuz Isik' in het Turks) zijn de negen principes die Türkes heeft geformuleerd en die hij presenteert als alternatief voor liberalisme en socialisme, en ook voor de 'zes pijlen', de principes van het kemalisme.
Het feit dat deze doctrine van Türkes in de eerste paragraaf van het programma al wordt genoemd als dé leidraad van de partij, is een eerste aanwijzing voor het aan de leider gebonden karakter van de partij. De principes zijn op zichzelf namelijk niet nieuw: de meeste maakten al deel uit van het programma van de Republikeinse Partij van de Boeren Natie (de voorloper van de MHP) voordat Türkes daar zelfs maar lid van was! Het is ook opvallend dat partijleden zo goed als nooit het partijprogramma citeren, maar altijd verwijzen naar de geschriften van Türkes. We zullen deze nationale doctrine dan ook maar bespreken aan de hand van de werken van de Grote Leider zelf. Het boek waarin deze doctrine werd geïntroduceerd, heet zelf Dokuz Isik; het is het meest gelezen boek van Türkes (1ste druk 1965; er zijn inmiddels zo'n 25 drukken verschenen).

De principes zijn de volgende:

1. Nationalisme (milliyetçilik): 'Nationalisme is de uiting van intense liefde voor de Turkse Natie. Een ieder is Turk die niet het bewustzijn in zich meedraagt tot een ander ras te behoren, die zich waarachtig Turk voelt en zich wijdt aan het Turkendom' (blz. 15).
Iets duidelijker drukte zich in 1974 de toenmalige redacteur van de partijkrant 'Hergün', Necdet Sevinç, uit: de te stichten nationale staat moet bereid zijn 'voor een enkele haar van een enkele Turk desnoods een hele wereld af te slachten'.

2. Idealisme (ülkücülük): 'het streven de Turkse Natie langs de kortste weg, in de kortst mogelijke tijd te verheffen tot het hoogste niveau van beschaving en haar een onafhankelijk, vrij bestaan, met alle rechten te laten verwerven' (blz. 17-18).
De Turkse Natie omvat ook de Turkstalige volkeren buiten de grenzen van Turkije. Bevrijding van deze buiten-Turken is een noodzakelijke voorwaarde voor de verwezenlijking van het groot-Turkse ideaal. Sevinç is weer wat opener: 'Een nog groter staat te worden, de grootste staat te worden, de enige staat op het aardoppervlak te worden, dat is het meest eervolle ideaal voor de Turkse jeugd' (blz. 59).

3. Benadrukken van 'goede' zeden (ahlâkçilik): 'Een samenleving zonder eigen moraal is ten ondergang gedoemd.
Zo behoeft ook de Turkse nieuwe orde een eigen Turkse moraal, die in overeenstemming is met de Turkse tradities, gebruiken en opvattingen, die past bij de Turkse ziel, en die nuttig is voor de Turkse Natie
' (blz. 20).
De Turkse tradities die bedoeld worden, houden - zoals uit andere literatuur uit MHP-kringen blijkt - o.a. krijgslust in, absolute onderwerping en gehoorzaamheid aan een grote leider.

4. 'Socialisme' (toplumculuk): Dit woord heeft bij Türkes een heel andere betekenis dan bij ons, en ligt dicht bij nationaalsocialisme. Türkes zelf onderscheidt drie aspecten:
A. particulier initiatief moet beschermd en gesteund worden. De relaties tussen werkgever en werknemer moeten door de staat onder toezicht worden gehouden, opdat er geen conflicten ontstaan die de Natie kunnen schaden.
B. het kapitaal van veel kleine spaarders moet (door de staat) bijeengebracht worden, omdat het pas dan nuttig is en voor grote investeringen gebruikt kan worden.
C. een staatssector in de economie moet voorzien in de werkelijk grote investeringen. Türkes noemt met name kernfysische technologie en raketten.

5. Steunen op de wetenschap (ilimcilik): De problemen van de Natie moeten worden aangepakt op een zuiver wetenschappelijke wijze, zonder vooroordeel (of ethisch bezwaar).

6. Liberalisme (hürriyetçilik): Het erkennen van de mensenrechten.

7. Zorg voor de dorpen (köycülük): Plattelandsontwikkeling verwezenlijken door dorpen samen te voegen tot grotere eenheden ('landbouw-steden'). In plaats van de 43.000 dorpen nu, moeten er slechts 4300 grote dorpen/steden komen, zodat elk ervan een eigen school, arts enz. kan hebben.

8. Streven naar ontwikkeling; populisme (gelismecilik ve halkçilik): Nooit gelaten zeggen: 'We hebben het wel goed genoeg', maar steeds streven naar meer en beter. En dat 'op zijn volks': alles voor het volk, gericht op het volk, samen met het volk.

9. Zich richten op industrie en technologie (endustricilik ve teknikçilik): Dit is de eeuw van kernenergie en van raketten. Het stoomtijdperk is voorbij, het tijdperk van de elektriciteit zal dat óók spoedig zijn. De Turkse Natie moet de meest geavanceerde en de grootste industrieën opbouwen.
Tot zo ver het 'negen lichten'-programma van Türkes. In zijn latere boeken komen dezelfde elementen steeds terug. Een paar aspecten lichten we apart door, omdat zij het duidelijkst het karakter van de beweging typeren.

Veroveringsgezind nationalisme
Het benadrukken van kernenergie en raketten, de enige technologie die Türkes met name noemt, krijgt een wat dreigende klank als men het naast andere uitspraken van Türkes en zijn politieke vrienden legt.
In de jaren vijftig publiceerde Türkes een aantal melancholieke verhalen over Zuidoost-Europa, treurend over het feit dat de Turken deze verloren hadden, suggererend dat de eigenlijke meester ervan nog steeds de Turk zou behoren te zijn. (Deze artikelen werden kort geleden herdrukt in de bundel Gönül seferberligi.)

Sinds Türkes een wettige politieke partij leidt, is hij erg voorzichtig in zijn schriftelijke uitlatingen, en spreekt alleen in zeer bedekte termen over gebiedsuitbreiding. Cyprus en de eilanden in de Egeïsche zee behoren volgens hem rechtens aan Turkije, en niet aan Griekenland. En ook de Turkstalige volkeren, van Joegoslavië tot in China, vallen onder de politieke verantwoordelijkheid van Turkije's nationalisten:
'Wat zullen we doen met de Turken buiten de grenzen van het huidige Turkije? De personen die tot dusver onze natie bestuurd hebben, zagen het allemaal als schadelijk voor ons om ons met de buiten-Turken te bemoeien. Dat is een onjuiste opvatting. Waar ter wereld ook zich Turken bevinden, gaan zij de Turkse nationalisten ter harte. Wij beschouwen het als een essentiële plicht van de Turkse nationalisten, voor de buiten-Turken te doen wat ze kunnen ... de bevrijding van alle Turken hangt samen met het bestaan van Turkije' (Alparslan Türkes, Türkiye'nin meseleleri, 4de dr., 1975, blz. 82).

In zijn dreigendste uitspraken drukt Türkes zich doorgaans symbolisch uit, zoals in dit fragment. Het suggereert dat het communistische gevaar altijd wel tegengehouden kan worden, maar dat de Turken, als dié eenmaal in beweging gekomen zijn, door niets meer zijn te remmen: 'Men dient het karakter van Turkije en de Turkse Natie van buiten en van binnen goed naar waarde te kunnen schatten. Een storm die losbarst in de bergen van Korea, raast uit op Korea's eigen stranden. Een storm die in Vietnam uitbreekt, teistert alleen Vietnams eigen kust, en een storm die losbarst in de Himalaya, kan altijd nog wel in de Indische Oceaan tot bedaren worden gebracht. Maar als er eenmaal een storm uitbreekt in de bergen van Klein-Azië, dan kan die de hele wereld onder haar invloed brengen' (A. Türkes, Gönül seferberligi, 2de dr., 1979, blz. 50).

Wat Türkes precies met die storm bedoeld, is duidelijk voor wie de - onder Turkse nationalisten zeer geliefde - gedichten van Yahya Kemal kent: 'De storm die daar losbarst, is het Turkse leger. O mijn Heer, het leger dat voor U sneuvelt, is dit, o mijn Heer! Opdat in de roep van de muezzin Uw naam, o Helper, omhoog stijge. Laat het overwinnen, want dit is van de islam het laatste leger.'

Partijleden die geen openbare functies vervullen en daarom niet zo voorzichtig hoeven te zijn, drukken zich duidelijker uit. Zeer invloedrijk is een boekje geweest dat geschreven werd door Necdet Sevinç, toentertijd redacteur van de met de MHP verbonden krant 'Hergün'. Sevinç, behoorde tot de niet-islamitische vleugel van de partij en is enige tijd geleden (in 1978 of 1979) uit de partij gezet. Maar hij heeft nog steeds grote invloed, vooral onder de militante jongeren van de MHP. Het boekje heet Ülkücüye notlar (Notities voor de Idealist) en bevat in eenvoudige taal losse aantekeningen over de doelstellingen van de ultra-nationalistische fascistische beweging, aanwijzingen voor het bedrijven van doeltreffende propaganda (duidelijk Goebels' invloeden!) en praktische tips hoe je met een klein aantal 'idealisten' een hele zaal onder controle kunt houden.
De eerste regels van het boek geven meteen al de toon aan waarin het geheel geschreven is: fel anti-communisme en agressief nationalisme:

'Nee... De jood Marx liegt... De wereldgeschiedenis bestaat niet uit de klassestrijd tussen arbeid en kapitaal, maar uit de nooit ophoudende strijd tussen de volkeren. Ieder volk is steeds bezig offensieven voor te bereiden om een ander volk aan zich te onderwerpen. Krachtige volkeren hebben steeds, als een natuurlijke beloning voor hun kracht, andere volkeren aan zich onderworpen; deze anderen hebben er steeds naar gestreefd deze heerschappij omver te werpen en de heersers tot overheersten te maken.
In deze geweldige strijd, die gedurende de gehele wereldgeschiedenis geen moment is gestaakt, hebben de Turken zich steeds, soms als overwinnaars, soms ook als verslagenen, in de voorste rangen bevonden. Zij hebben gestreden om een enorm groot deel van de wereldbol ... Dat komt doordat zij geloven dat zij als Gods leger zijn geschapen, teneinde een nieuwe wereldorde te vestigen en te ... besturen!
' (N. Sevinç, Ülkücüye notlar, 3de dr., 1976, blz. 9; onder cursievering).

Verderop in het boek zeg hij het nòg duidelijker: het doel van de beweging is:

' ... een Nationale Staat te stichten die bereid is voor een enkele haar van een enkele Turk een hele wereld af te slachten; al onze onderworpen rasgenoten en al onze bezette gebieden te bevrijden, en de bevrijdingsstrijd te organiseren van alle volkeren die onder het communistische of het kapitalistische juk zuchten. God heeft sommige mensen als Turk geschapen; de Turken heeft hij voor dit doel geschapen. Strijd leveren met ieder die deze geschiedopvatting niet deelt of er tegen ingaat is niet alleen correct idealistisch gedrag, maar tegelijkertijd een Heilige Oorlog, met als doel het uitvoeren van een goddelijk bevel' (blz. 55).

De Turken hebben dus een historische roeping, die tegelijk een door God gegeven plicht is: alle Turken bevrijden en leiding geven aan de rest van de wereld. Dat alles eist een sterk leger, en daarom zijn de 'idealisten' felle tegenstanders van geboortenbeperking (een verderfelijke buitenlandse taktiek om de Turken te verzwakken). Türkes wordt nooit moe te roepen dat de bevolking van Turkije zo spoedig mogelijk tot 100 miljoen moet groeien. Sevinç merkt op:

'Een volk dat niet groot wil worden, is ertoe veroordeeld kleiner te worden en te verdwijnen. De ontwikkeling van de Turken moet gezien worden in het licht van het nationale ideaal, en we moeten aanvaarden dat ontwikkeling geen doel op zichzelf is, maar een middel tot bevrijding van onze onderworpen rasgenoten' (blz. 56-57).

De jeugd moet worden opgevoed met een Turkse moraal; ze moeten leren idealist te zijn ('idealist' is dan ook het etiket dat de Turkse fascisten graag op zichzelf plakken). De omschrijving van het Turkse ideaal door Sevinç; laat aan duidelijkheid niets te wensen over:

'Een nog grotere staat te worden, de grootste staat te worden, de enige staat op het aardoppervlak te worden, dat is het meest eervolle ideaal voor de Turkse jeugd' (blz. 59).

'...de enige redding voor de mensheid ligt in het vestigen van een enkele, de hele wereld omvattende staat; het zijn de Turken die deze staat moeten stichten en besturen. Want de heerschappij behoort de Turken toe! Een Turkse nationalist kan alleen van de vrede houden als zij een middel is tot nieuwe oorlogen en anders absoluut nooit... De prijs van de overwinning is bloed! Slechts de natie die zijn bloed durft te offeren zal zijn recht om voort te bestaan kunnen waarmaken; de andere zullen ten onder gaan' (blz. 61).

In dit laatste citaat horen we een echo van Türkes' opvatting dat in de betrekkingen tussen de naties het recht van de sterkste het enige principe is dat werkt. (Dit is één van Türkes' geliefde uitspraken, b.v. in Temel Görüsler, 1975, blz. 28). De conclusie is duidelijk: Turkije moet ervoor zorgen dat het de sterkste wordt, dan heeft het het recht de hele wereld te overheersen.
De opvattingen die Sevinç lanceert, klinken ontzettend radicaal, en men is geneigd er schouderophalend aan voorbij te gaan. Immers: Türkes drukt zich gematigder uit, en bovendien is Sevinç uit de MHP gezet (een concessie aan de moslims, die Sevinç te on-islamitisch vonden). Maar wie wel eens met aanhangers van de MHP praat, merkt dat het vooral de nationalistische ideeën van Sevinç zijn die zij zich eigen gemaakt hebben. En onder de jonge sympathisanten van de MHP is Ülkücüye notlar het meest gelezen boek na Türkes' Dokuz Isik en Hitlers Mein Kampf. Het zijn deze ideeën ook die men herhaaldelijk terugvindt in de vlugschriften die verspreid worden onder arbeiders in Europa (zie de pamfletten die als bijlage zijn afgedrukt). De opvatting dat de Turken altijd in de geschiedenis de soldaten van de islam zijn geweest en dat God hen heeft voorbestemd eens opnieuw de hele wereld te overheersen, is voor de meeste MHP-ers een dogma.

De totalitaire staat
'De belangen van de Natie gaan boven die van het individu, en ook boven die van het volk op zichzelf' (Ülkücüye notlar, blz. 53).
Aan de ideeën van de MHP over de staatsinrichting is duidelijk de invloed van het Italiaanse fascisme en het Duitse nationaalsocialisme af te lezen. Het ideaal is een corporatieve staat, een staat waarin alle individuen ondergeschikt zijn aan het geheel waarvan zij deel uitmaken, en waarin alle klassen (of 'secties' zoals Türkes ze noemt) organisch met elkaar samenwerken. Dit is wat Türkes 'socialisme' (het vierde 'licht', zie boven) noemt. Het uitvoerigst schrijft hij erover in Toplumculuk (1ste dr., 1977):

'In Turkije heerst op het ogenblik de door het liberale kapitalisme gebrachte liberale democratie. Daartegenover willen de marxistische socialisten de klassedemocratie invoeren... Maar de Nationalistische beweging zal de huidige grondwet - die gebaseerd is op de Europese liberale en sociale democratie en die niet past bij onze nationale sociale structuur en bij onze omstandigheden - van het begin tot het eind veranderen. Zo zullen we het parlementaire regeringssysteem vervangen door een presidentieel systeem. In dit stelsel zullen de bevoegdheden van de president en de premier verenigd zijn in één persoon, en zo zal een regering ontstaan die gebaseerd is op autoriteit, vertrouwen en discipline.'

Ook alle andere instanties, zoals radio en televisie, rechtspraak, onderwijs enz., zullen worden veranderd en aangepast aan het 'nationale belang':

'zo zullen we een eind maken aan de klassedemocratie die deze grote natie verdeelt in klassen en belangengroepen, en zullen we de staat, de democratie en de grondwet Turks en Nationaal maken.' (blz. 26, 27)

Liberalisme, sociaal-democratie en marxisme zijn dus, volgens Türkes, 'volksvreemde' ideologieën, en de ('westerse') grondwet van Turkije moet daarom veranderen. (De grondwet van 1961 is in 1971 enigszins gewijzigd en repressiever geworden, maar is nog steeds één van de meest democratische grondwetten in de Derde Wereld.) Türkes wil een staatsvorm zoals die volgens hem vroeger in de Turkse rijken heeft bestaan: een autoritair systeem met een almachtige Grote Leider aan wie ieder gehoorzaamheid verschuldigd is. Die Grote Leider moet dan natuurlijk alle machtsfuncties in zijn persoon verenigen. De Eerste Kamer van het parlement moet worden afgeschaft, en de Tweede Kamer moet zoiets worden als de stamraad, volksvertegenwoordigers die wel over enkele dingen mogen meepraten, maar alle belangrijke beslissingen aan de Grote Leider overlaten.
De burgers moeten worden georganiseerd in een soort door de staat geleide vakbonden. Misschien heeft Türkes hierbij gedacht aan de gilden (die ook in het Ottomaanse Rijk bestaan hebben); maar wat hij erover loslaat, doet wel erg sterk denken aan de beroepsorganisaties zoals we die kennen uit andere fascistische stelsels. Türkes onderscheidt zes verschillende 'secties' in de samenleving: arbeiders, boeren, ambachtslieden/winkeliers, ambtenaren, werkgevers en uitoefenaars van vrije beroepen. Elke sectie moet een eigen bond hebben. Ieder individu moet zich bij één van deze bonden laten inschrijven. De bonden hebben tot taak de krachten te bundelen om de Natie te dienen. Zo zal ieder verplicht zijn een bepaald percentage van zijn salaris in de bondskas te storten. Dit geld wordt aan de staat ter beschikking gesteld om er investeringen mee te doen. Klassetegenstellingen mogen natuurlijk niet meer bestaan: alle 'secties' hebben hetzelfde doel: het dienen van de Natie. Wie oproept tot de klassestrijd, is derhalve een verdeeldheid-zaaier, een verrader van de Natie. Net als hun Italiaanse en Duitse voorbeelden wijzen de Turkse fascisten niet alleen socialisme en communisme af, maar ook kapitalisme - in theorie. Door hun ontkennen van klassetegenstellingen, bevestigen ze echter de bestaande bezits- en machtsverhoudingen. Om de grote ondernemers - wier financiële steun hij nodig heeft - gerust te stellen, legt Türkes er herhaaldelijk de nadruk op dat de particuliere sector beschermd zal worden (zo bijvoorbeeld in Toplumculuk, blz. 166) en dat de staat zorg zal dragen voor de arbeidsvrede. Aanhangers van de MHP zijn de afgelopen jaren dan ook vele malen opgetreden als stakingbrekers.

Communisten en andere zondebokken
'Ons Turkije, onze Grote Natie, is een broeinest geworden van destructieve ideologieën. De imperialistische agenten van het communistische Oostblok liggen in een hinderlaag om onze Grote Natie te vernietigen. Maar we zullen hun geen kans geven...'

'De grootste vijand van het Turkse vaderland en van de Turkse Natie is tegenwoordig het communisme. En het communisme is de hoofdvijand van de Nationalistische Beweging' (A. Türkes, Toplumculuk, blz. 8, 9).

De MHP wordt enorm in beslag genomen door vijanden die bestreden moeten worden. Begrijpelijk, want niets bindt een volk zó samen als de dreiging van een (buitenlandse) vijand. Niets is zó bevorderlijk voor de mobilisering van volksmassa's als angst voor en haat jegens een gemeenschappelijke vijand. In de jaren twintig heerste in Italië en Duitsland vrij algemeen het gevoel dat de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog een zeer onrechtvaardige vrede hadden opgelegd. Er waren dus herkenbare 'vijanden', en Mussolini en Hitler wisten bekwaam de sluimerende wrok op te zwepen en te gebruiken om er een massale aanhang mee te krijgen. In Duitsland werd bovendien een binnenlandse vijand gecreëerd: de joden en de communisten, die verantwoordelijk werden gesteld voor alles wat er in de wereld mis was - wat uiteindelijk eindigde in de uitroeiing van miljoenen joden.
Het zijn niet alleen echte fascistische regimes die massa's mobiliseren tegen buitenlandse vijanden (Iran onder Khomeiny is het meest recente voorbeeld van een niet-fascistisch regime dat zulks doet). Maar vooral bij fascistische bewegingen is het scheppen van vijanden, tegen wie een felle haat wordt aangewakkerd, een essentieel onderdeel van de strategie.

Zo ook bij de MHP. Al in het eerste artikel van het partijprogramma wordt gesteld dat het stichten van een krachtig, welvarend en groot Turkije nodig is om de binnen- en buitenlandse vijanden te vernietigen.

De hoofdvijand (zowel binnen- als buitenlands) is dus het 'communisme'. Türkes en de andere MHP-ers blijven altijd uiterst vaag over wat zij nu eigenlijk onder 'communisme' verstaan; ze houden alleen nooit op te herhalen dat het de gevaarlijkste vijanden van de Turkse Natie zijn, erop uit deze Grote Natie te vernietigen. Door die vaagheid kan het etiket 'communistisch' op de meest uiteenlopende groeperingen en stromingen geplakt worden. De sterkste associatie die het woord oproept, is die met de Russen. In Turkije zijn de Russen eeuwenlang gezien als dreigende vijanden; het Russische Rijk in opmars voerde diverse oorlogen tegen het Ottomaanse Rijk en veroverde steeds nieuwe, door Turken bewoonde gebieden. Na de oktoberrevolutie volgden de 'communisten' de tsaar eenvoudig als boeman op. Een halve eeuw van religieuze propaganda voegde daar associaties met seksuele losbandigheid, godslastering en het verlies van have en goed aan toe.
Voor de gemiddelde Turk is een 'communist' iemand die hem zijn moskee, zijn vrouw en al zijn bezittingen wil afpakken, en zijn land onder Russische overheersing wil brengen. Er is dus een uitstekende voedingsbodem voor verdere anti-communistische propaganda. Dit etiket, met zijn angst oproepende gevoelswaarde, wordt zoals gezegd op uiteenlopende groeperingen geplakt die de MHP wil bestrijden. In Turkije bestaat een (ondergrondse, maar tamelijk invloedrijke) communistische partij, maar die lijkt niet het belangrijkste mikpunt van beschuldigingen te zijn (in feite worden haar activiteiten zelfs voor een deel aan andere organisaties toegeschreven!). Mikpunt zijn alle sterke democratische instellingen en organisaties, de belangrijkste obstakels voor de MHP op weg naar de macht. De felst betreden 'communisten' zijn:

  • de Republikeinse Volkspartij (CHP) en vooral haar secretaris-generaal, Ecevit. Voor de MHP is Ecevit (in Nederlandse verhoudingen zou je Ecevit een PvdA-er van het midden kunnen noemen) een gevaarlijke communist, en er zijn dan ook diverse moordaanslagen op hem gepleegd.

  • de linkse vakbonden, vooral die welke bij de centrale DISK zijn aangesloten. Met tal van gewelddadige acties is geprobeerd de invloed van deze bonden te breken, o.m. door vergaderingen door knokploegen te laten opbreken, door arbeiders te dwingen (met wapengeweld) bij vakbondsverkiezingen hun stem aan een andere bond te geven, door vakbondsactivisten te mishandelen, te verhinderen nog op het bedrijf te komen of te vermoorden, enz. Tegelijkertijd stelt de propaganda deze 'communistische' bonden verantwoordelijk voor het geweld dat de fascistische knokploegen hebben ontketend.

  • andere democratische massa-organisaties, zoals Töb-Der en Tüm-Der (onderwijzers- resp. ambtenarenvereniging; ambtenaren hebben geen vakbondsrechten en kunnen zich alleen maar organiseren in verenigingen zonder onderhandelingsbevoegdheid.) Deze organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de politieke bewustmaking van het hele land. Hun leden (behorend tot een brede groep progressieve stromingen) werken immers tot in de kleinste dorpen en hebben, als geschoolde personen, veel invloed op de ideeën van de dorpelingen.

  • ook de alevieten worden allen tot 'communisten' verklaard, iets dat geloofwaardig kan worden gemaakt doordat binnen de linkse beweging veel alevieten een vooraanstaande plaats innemen. De propaganda brengt alevieten in verband met alle gewelddaden die in Turkije plaatsvinden. Door de oude godsdienstige tegenstellingen op deze manier te verscherpen, hebben de fascisten pogroms als in Malatya en Kahramanmaras kunnen voorbereiden.

  • Koerdische nationalisten. De theorie verklaart Koerden tot Turken. De Koerden die daar geen genoegen mee nemen en hun eigen nationale identiteit beklemtonen, of zelfs zo ver gaan dat zij zelfbestuur of zelfstandigheid eisen (hetzelfde dus wat Türkes voor de buiten-Turken eist), zijn 'communisten', vijanden, verraders. Veel actieve leden van Koerdische organisaties zijn dan ook door fascistische knokploegen vermoord.

    De 'communisten' zijn niet de enige vijanden van de Turkse Natie. Voor de MHP bestaat de wereldgeschiedenis immers 'niet uit de klassestrijd, maar uit de onophoudelijke strijd tussen verschillende volkeren'. Iedere natie heeft, zo menen de fascisten, maar één ideaal: de wereld overheersen. Onvermijdelijk botst zij daarbij met andere naties. De Turken hebben zo niet alleen te maken gekregen met de Russen die hen willen overheersen, maar ook met anderen:

  • de Grieken. Zij kunnen gemakkelijk worden voorgesteld als 'erfvijanden'. Zelf eens onderworpen door de Turken, deden de Grieken in 1919 (na Turkije's nederlaag in de Eerste Wereldoorlog) een poging een deel van westelijk Klein-Azië in te lijven. In dat gebied woonden toen veel Grieken. De poging mislukte, maar resulteerde in zoveel wederzijdse vijandschap dat de vele Grieken die in Turkije woonden en de vele Turken in Grieken lang tegen elkaar uitgewisseld moesten worden. De laatste jaren zijn het vooral de kwestie-Cyprus en de conflicten over de Egeïsche Zee (waar zich olie bevindt waarop nu ook Turkije aanspraak maakt) die in Turkije de gemoederen hevig in beweging hebben gebracht en de anti-Griekse gevoelens fel versterken. De fascistische propaganda speelde daar uiteraard vlot op in.

  • de Armeniërs. Zoals bekend, zijn in de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden Armeniërs in het Ottomaanse Rijk omgekomen. De regering (en leger-autoriteiten) verdacht hen van pro-Russische sympathieën, en deporteerde hen massaal naar Syrië en Irak, waarbij velen onderweg omkwamen of omgebracht werden door Turkse dan wel door plaatselijke militairen. Turkije's ultra-nationalisten beweren altijd dat de Armeniërs in die periode veel Turken hebben afgeslacht, in plaats van andersom. Armeniërs zijn altijd al voorgesteld als volksvijanden; maar enkele jaren geleden hebben Armeense ballingen wraakcommando's gevormd, die inmiddels al heel wat Turkse diplomaten hebben vermoord en bij Turkse consulaten en verkeersbureaus bommen hebben gelegd; hierdoor is het nog veel gemakkelijker geworden in te spelen op anti-Armeense gevoelens. (In Turkije wonen nog enige tienduizenden Armeniërs, voornamelijk in Istanbul en her en der verspreid in Oost-Turkije).

  • de joden. Hoewel er bijna geen joden in Turkije meer zijn, is de MHP sterk antisemitisch - evenals trouwens de fanatiek-religieuze groeperingen. Wat de MHP over joden beweert, lijkt rechtstreeks overgenomen uit nationaalsocialistische literatuur: ze zouden tegelijk het uitbuitende grootkapitaal zijn en de leugenachtige verbreiders van de communistische ideologie, enz.

    Ter illustratie van de toon waarop over deze vijanden van de Turkse Natie wordt gesproken, volgt hier in vertaling een fragment uit een extra nummer van de krant Yeniden Milli Mücadele ('Opnieuw een nationale strijd', een pro-MHP weekblad) dat in 1972 op grote schaal werd verspreid onder Turkse arbeiders in Duitsland:
    'Zeventig procent van de industriële bedrijven (in Turkije) is in handen van minderheden die slechts drie procent van onze bevolking uitmaken. Export en import zijn eveneens in handen van deze minderheden en van het internationale kapitaal. De fabriekseigenaar in Turkije heet Salomon. De grote handelaar in Turkije heet Migirdic. Degenen die groot kunnen investeren, zijn de Davids, de Gomels en de Kohens. En de mensen die geen geld hebben om voor hun kinderen geneesmiddelen te kopen, zijn de Ali's; het zijn de Mehmets die geen uitzet voor hun huwbare dochter kunnen betalen; het zijn de Ahmets die gedwongen zijn uit de vuilnisbakken van de Joden, Grieken en Armeniërs broodresten bij elkaar te rapen...'

    Dit lijkt verdacht veel op de antisemitische propaganda die in de jaren twintig en dertig werd verspreid door de nazi's. Hitlers Mein Kampf is dan ook een veelgelezen boek in MHP-kringen. De echte grote ondernemers en zakenlieden in Turkije behoren overigens niet tot deze minderheden, in tegenstelling tot wat de 'kleine man' vaak gelooft. Alleen in Istanbul bevinden zich onder de gegoede middenklasse een aantal joden en christenen. De meeste leden van deze minderheidsgroepen zijn er echter niet veel beter aan toe dan de gemiddelde Turkse middenstander. Maar zij kunnen een welkome zondebokrol spelen.

    Yeniden Milli Mücadele vervolgt:
    'Geliefde arbeidende broeder!... We weten allemaal dat jij vandaag niet in de mijnen van Duitsland gedwongen zou zijn je te onderwerpen aan de bevelen van de smerige joden of van de christenen als de joodse ondernemers, samen met Griekse en Armeense woekeraars, de vruchten van de arbeid van jullie handen en van het zweet van jullie aangezicht niet hadden overgemaakt naar het buitenland, naar Israël en Griekenland. Je zou nu de vrije lucht van het vaderland ingeademd hebben, temidden van je kinderen rust en geluk in je gezin gevonden hebben. Maar deze terreurbendes, die de hele wereld een gruwel zijn, hebben zich als bloedzuigers aan onze nationale economie vastgezet en zuigen het bloed van ons vaderland uit.
    Broeder, je moet weten dat het verraad van de vijand niet pas drie of vijf dagen geleden begonnen is. De joden en hun verraderlijke bondgenoten zaaien al eeuwen lang het zaad van de tweespalt, verzwakken ons nationale bestaan, verkwisten wat zij maar willen, saboteren onze moraal met alle mogelijkheden die hun ten dienste staan, bespotten onze religie en beledigen ons vaderland. Is daar ooit een eind aan gekomen? Nee, nooit! Vandaag de dag zijn de topmensen van die verraderlijke benden nog steeds bezig verraad te bedrijven, als schrijvers vanuit hun krantenkolommen, als fabriekseigenaren vanuit hun fabrieken.
    In binnen- en buitenland staan de stoottroepen van de joden en de ordinaire schreeuwers van het communisme bij de openstaande vallen op wacht om te zien wie erin loopt, wachtend op de boeren en arbeiders die hun slachtoffers zullen worden. Voortdurend produceren de drukpersen en stencilmachines propagandabrochures die in het atelier van de jood zijn voorbereid. Deze brochures, vol leugens, oplichterij en bedrog, hebben op niemand invloed, behalve op zwakke karakters. Dat weten zij óók wel, maar ze worden nooit moe diezelfde teksten honderden, duizenden malen te herhalen en de geest van de mensen te ondermijnen. Zij willen bereiken dat, ten gevolge van jullie verdraagzaamheid en geduld, jullie hoofden worden volgestopt met literatuur over "socialisme, onafhankelijkheid, uitbuiting" enz. Ze willen dat hetzelfde werk wordt verricht door prostituees die in communistische cellen seksueel en geestelijk geschoold worden, en dat ieder die in hun web blijft hangen - hoeveel het er ook mogen zijn - wordt opgevoed tot soldaat van de communistische roof-caravaan. Dat willen de vijanden van onze natie...
    '
    Commentaar is overbodig, de tekst spreekt wel voor zichzelf. Wat de gevolgen van dit soort propaganda kunnen zijn, hebben we in West-Europa aan den lijve ondervonden, in de extreemste vorm zien gebeuren met joden en zigeuners.

    De rol van de Grote Leider
    In het voorgaande is al een paar maal de rol van de Grote Leider ter sprake gekomen. Net zoals Italië's fascisme en Duitslands nazisme sterk gebonden waren aan de persoon van Mussolini resp. Hitler, die gezien werden als de belichaming van de wil van de natie, zo neemt voor de MHP de figuur van Türkes de centrale plaats in. Hij wordt Basbug ('opperhoofd') genoemd. Hij is de geniale leider, die de echt nationale ideologie van de Negen Lichten heeft uitgevonden (dat die ideologie allang bestond, is al bijna vergeten). De leider maakt geen fouten, hij is onfeilbaar. Absolute gehoorzaamheid aan hem is verplicht. Niet alleen aan hèm overigens: binnen de beweging heerst een strenge organisatie, met een zeer strakke discipline. Leiders van de lagere niveaus hebben absoluut gezag over de leden die onder hen staan.

    Volstrekte onderworpenheid aan de Leider is één van de 'Turkse zeden' die sterk worden geïdealiseerd en gecultiveerd (o.a. in het derde 'licht' van Türkes' 'negen lichten'). Een nationalistische literatuur dient om dit idee te verbreiden. De nationalistische schrijvers produceren bijna zonder uitzondering verhalen en gedichten die in het grote Turkse verleden spelen, en waarin drie thema's herhaaldelijk terugkeren:

  • het gaat over Turkse helden, dappere krijgers, en het wordt de lezer duidelijk gemaakt dat oorlog het enige is dat zin aan het leven kan geven.
  • de Leider is wijs en dapper, het is alleen dankzij de Leider dat het volk militaire overwinningen behaalt en een grote Natie wordt.
  • de strijders zijn absoluut gehoorzaam aan de Leider. Te sneuvelen voor de Leider is de mooiste dood die mogelijk is.

    Bij romantisch dromen over het verleden blijft het niet. Türkes zelf verhult nauwelijks dat hij streeft naar een absolute dictatuur. In zijn boeken - waarin hij zich toch altijd erg voorzichtig uitlaat - roept hij openlijk om verandering van de grondwet, en om een zodanige verandering van de staatsinrichting dat zo'n dictatuur mogelijk wordt: samenvoeging van de taken van president en premier, minder parlementaire controle, een autoritair, gedisciplineerd staatsapparaat (zie ook hierboven).

    Instructies aan 'Idealisten' betreffende propaganda

    'het belangrijkste element bij propaganda is de voortdurend herhaalde bewering. Als bijvoorbeeld steeds maar herhaald wordt dat het sap van radijzen erg voedzaam is voor kinderen, zal men zien dat heel wat moeders hun baby's radijssap te drinken geven. Propaganda moet vooral worden gericht op de jonge mensen, want jonge mensen zijn sterker geneigd een autoriteit te gehoorzamen. Het geschiktste moment voor propaganda is wanneer de massa in opwinding verkeert.
    ......
    Men heeft de leugen dat Hitler zeep heeft gemaakt van joden, door haar voortdurend te herhalen, aan de massa's laten geloven.
    .........
    Discussie en propaganda zijn niet hetzelfde'.

    (Necdet Sevinç, Ülkücüye notlar, blz. 45-46)

    Is de MHP fascistisch?
    Als we de MHP fascistisch noemen, is dat dan een loze kreet? Overal in Europa proberen de dochterorganisaties van de MHP (Idealistische Arbeidersverenigingen, e.d,) die indruk te wekken. Ze doen zich voor als keurige, democratische organisaties die zich uitsluitend bezighouden met belangenbehartiging. 'Alleen maar omdat wij niet met de communisten mee willen doen, noemen die ons fascistisch; ze weten wel dat de mensen in Europa van dat etiket schrikken.' Of een andere reactie: 'Fascisme is een buitenlandse ideologie: Wij zijn Turkse nationalisten en idealisten; wij zijn tegen communisme, kapitalisme, zionisme, en ook tegen fascisme.'
    Over de activiteiten van de MHP, zowel in Turkije als in Europa, komen we verderop te spreken. Op zichzelf is het al voldoende de geschriften van de MHP te bekijken, zoals hierboven is gebeurd, om te constateren dat alle elementen erin aanwezig zijn die fascisme en nazisme typeren:

  • veroveringsgezind nationalisme en verheerlijking van het eigen volk;
  • militarisme en verheerlijking van geweld;
  • racisme, het aanwijzen van minderheidsgroepen als zondebok;
  • het propageren van het recht van de sterkste in betrekkingen tussen de volkeren;
  • fel anti-communisme; ook een anti-kapitalisme, dat echter getemperd wordt door verzoenende woorden in de richting van de ondernemers;
  • het streven naar een 'nieuwe orde': de corporatieve, totalitaire samenleving (alle individuen, groepen en klassen mogen uitsluitend fungeren als radertjes in de grote machine; hun belangen zijn geheel ondergeschikt aan het belang van het geheel);
  • agressieve propaganda;
  • verheerlijking van de Grote Leider.

    Verschillende van deze elementen zijn ook in andere rechtse stromingen of dictatoriale regimes aan te wijzen. Het is echter de combinatie ervan die typerend is voor fascisme.

    De MHP en de islam
    De houding van de MHP t.o.v. de islam is vaak problematisch geweest. De eerste pan-turkisten waren anti-islamitisch (de islam is tenslotte een on-Turkse religie). Het pan-turkistische ideaal, dat de Turken ziet als een heersersvolk, is moeilijk te verzoenen met de islam, waarvoor alle volkeren gelijk zijn. De oude Turkse tradities die de pan-turkisten willen herstellen, dateren van vóór de islam.
    De overgrote meerderheid van Turkije's bevolking, vooral de middengroepen waarop de MHP zich in hoofdzaak richt, is echter zeer religieus. Een aantal pan-turkisten zag daarom al vroeg in dat zij, om een massa-aanhang op te bouwen, ook op deze islamitische gevoelens moesten inspelen. Dat leidde diverse malen tot conflicten binnen de pan-turkistische beweging, waarbij de 'islamitische' stroming geleidelijk aan invloed won.
    Türkes zelf mat zich geleidelijk aan een wat meer islamitisch imago aan. Toen hij bezig was de CKMP (de voorloper van de MHP) over te nemen, raakte hij in conflict met de harde-lijn pan-turkisten, die niets van islamisering van de partij wilden weten. Eén van zijn onverzoenlijkste rivalen daarbij, Dündar Taser, kwam in diezelfde periode onder verdachte omstandigheden om het leven, waarna het meer op moslims gerichte beleid van Türkes vrij baan kreeg.

    Concurrerende islamitische groeperingen reageerden sceptisch. Zij haalden oudere uitspraken van Türkes aan, waaruit bleek dat hij juist anti-islamitisch was. Sommigen maakten hem zelfs uit voor 'animist' of 'sjamanist' (een aanhanger van de natuurreligie die de Turken hadden voordat zij moslims werden). Inderdaad is er in de 'negen lichten' (die Türkes in 1965 voor het eerst publiceerde) niets te vinden dat op een islamitisch wereldbeeld lijkt, integendeel. Niet alleen zijn nationalisme en pan-turkistisch ideaal eigenlijk in strijd met de islam, maar ook zijn de goede zeden waar het 'derde licht' over gaat geen islamitische leefregels, maar vóór-islamitische Turkse gebruiken.
    De tendens tot islamisering zette zich verder voort, gestuwd door een groep die spreekt over een 'Turks-islamitische synthese'. (Belangrijkste figuur in deze groep is de econoom Agah Oktay Güner, terwijl binnen de partij ook Türkes doorgaans tot deze groep wordt gerekend.) Die synthese zou tot stand zijn gekomen toen, in de 10de eeuw ongeveer, de Turken zich tot de islam bekeerden. Het islamitische begrip 'heilige oorlog' sprak de krijgslustige Turkse ziel sterk aan. Sindsdien zijn de Turken altijd bij uitstek het leger van de islam geweest (Aldus A.O. Güner, Verim ekonomisi, 3de dr., 1978, blz. 408-410.)
    Deze geschiedenisinterpretatie verzoent de islam met de speciale taak die voor de Turkse natie (nog steeds soldaten voor de islam) moet zijn weggelegd. Het is allemaal niet erg logisch, maar klinkt aantrekkelijk genoeg. In 1976 ging Türkes op bedevaart naar Mekka, samen met zijn collega vice-premier Erbakan. De MHP maakte in die tijd een propaganda-offensief dat vooral gericht was op de moslims. Agitatie onder de soennitische moslims in de gebieden waar veel alevieten wonen, nam toe. De verwachte groei bleef niet uit: de MHP boekte veel winst, juist onder de conservatieve soennitische moslims.
    Omdat de meeste aanhang juist in deze kringen te werven valt, ligt het in de verwachting dat de MHP in de toekomst haar islamitische karakter nòg sterker zal benadrukken. Als concessie aan de moslims is zelfs een aantal anti-islamitische pan-turkisten (onder wie Sevinç) uit de partij gezet. Dat was overigens, naar het zich laat aanzien, voornamelijk een symbolische daad: ze kunnen blijven publiceren in nauw met de partij verbonden tijdschriften, en hebben nog steeds grote invloed op de militante achterban van de partij.

    De MHP en de vrouw
    'Het is ons allen bekend hoe buitenlandse ideologieën ernaar streven de Turkse vrouwen en meisjes tot een werktuig voor hun duistere doeleinden te maken. Communisme, kapitalisme en allerlei andere destructieve ideologieën scheppen een samenleving die de vrouw uitbuit en haar heilige en eervolle functies, zoals het moederschap, vervloekt; zij streven ernaar de fundamenten van het gezin te ondermijnen; zij bespotten en belasteren onze zedelijke en godsdienstige overtuigingen. De Turkse vrouw is verplicht welbewust stelling te nemen tegen deze ideologieën..' (uit het voorwoord van een fascistisch boekje over de positie van de vrouw (1))

    In de Turkse fascistische literatuur wordt slechts hier en daar iets over de vrouw geschreven. Het gaat dan bijna altijd om de enige taak van de vrouw die de fascisten erkennen: het baren van zoveel mogelijk kinderen. De fascistische samenleving zoals de MHP zich die voorstelt is een echte mannensamenleving, waarin een vrouw nooit de gelijke van de man kan zijn. Feminisme is, in de ogen van de MHP, één van die verderfelijke ideologieën waarmee het buitenland probeert de Turkse natie te vernietigen. De vrouw behoort slechts haar echtgenoot te steunen (en te gehoorzamen), maar ze moet vooral eraan meewerken het Turkse volk groot en sterk te maken. Een gedichtje dat onder MHP-ers populair is drukt dat treffend uit:

    'Meisje, waarom ben je nog met je kameraadjes aan het spelen, Ook jij hebt al de leeftijd om Veroveraars te baren !' (2)

    Het 'grote en sterke' Turkije waarnaar de MHP streeft wordt letterlijk opgevat: de bevolking moet zo snel mogelijk van 45 miljoen naar 100 miljoen stijgen. De partij gaat ervan uit dat in oorlogen het bevolkingsaantal doorslaggevend is. Het is dan ook vooral als moeder van soldaten dat de vrouw gerespecteerd wordt.
    Geboortenbeperking (waarvoor in Turkije door de staat en ook door de vrouwenbeweging propaganda wordt gemaakt) wordt beschouwd als een imperialistisch complot om het Turkendom te verzwakken. 'Als er in de wereld gevaar voor hongersnood dreigt, laat dan China met zijn 850 miljoen, Rusland met zijn 250 miljoen en Amerika met zijn 450 miljoen inwoners maar aan geboortenbeperking doen.' (3)

    De voortplanting moet wel beslist plaatsvinden binnen het gezin (hierin is de MHP traditioneler dan de Duitse nationaalsocialisten). 'Het gezin', zegt Türkes, ´is het fundament van de Turkse Natie. Het gezin, dat de kleinste cel in het organisme van de samenleving is, garandeert dat er in de samenleving als geheel voortdurend nieuwe generaties opgroeien. Een gezond en evenwichtig gezin is de meest zekere garantie voor de toekomst'. (4)

    Alleen in het gezin heeft de man zekerheid dat de kinderen die hij opvoedt van hemzelf zijn; alleen in het gezin is hij dagelijks verzekerd van seksuele bevrediging. Alleen het gezin is daarom in staat de man de gemoedsrust te schenken zonder welke een gezonde samenleving niet mogelijk is. Buitenechtelijke relaties en prostitutie zijn om dezelfde reden dan ook uit den boze. (5) Deze verheerlijking van het huwelijk en van het moederschap worden vaak met godsdienstige argumenten omkleed.
    MHP-ers vergelijken hun 'zedelijke' opvatting over de vrouw en over het huwelijk graag met de 'communistische'. Zij hameren er steeds op dat communisten het gezin niet erkennen en vrouwen als collectief bezit beschouwen. Steeds weer wordt de brave burger voorgehouden dat de 'communisten', als zij aan de macht komen, zijn vrouw en dochter zullen afpakken. Dat is erg effectieve propaganda, die aangrijpt op toch al bestaande angstgevoelens van veel conservatieve mannen. Vrouwen moeten ook maar niet buitenshuis werken - dat is ook zo'n communistisch idee waaraan je kunt zien dat het communisme er alleen op uit is de vrouw uit te buiten. Hetzelfde geldt voor alle andere ideeën van het feminisme: die werken maar onzedelijkheid en sociale wanorde in de hand. De MHP werpt zich zo op als beschermer van de mannelijke waardigheid en van de goede zeden, als de ware verdediger van gezin en vaderland.

    Wat die goede zeden betreft blijkt het gedrag van sommige MHP-ers niet zo erg in overeenstemming te zijn met de leer. Een ex-Grijze Wolf die uit de school klapte vertelde dat de voorzitter van zijn 'idealistenvereniging' soms een meisje meesleepte en in het verenigingsgebouw verkrachtte. Bij sommige 'idealistenverenigingen' zou prostitutie een bron van neveninkomsten zijn. Van het respect dat de vrouw volgens Türkes moet genieten blijkt niet veel. Dezelfde ex-Grijze Wolf over de manier waarop zijn vroegere kameraden over meisjes praten: 'Meisjes worden over het algemeen niet als vriend gezien, maar alleen als een nuttig lichaam'. (6)

    Top