logo onderzoeksgroep

arrow Overzicht publicaties

Lakaf: De Grijze Wolf en de halve maan

Inhoud
Verantwoording
Inleiding
1. De republiek Turkije
2. Linkse en rechtse bewegingen in Turkije
3. Wat wil de MHP?
arrow 4. De fascistische beweging, contacten en activiteiten
5. Organisaties van de MHP en andere ultra-rechtse organisaties in Europa
6. Hoe werken de grijze wolven in Europa?
Conclusies
Bijlagen
Noten
Bronnen

4 De fascistische beweging, contacten en activiteiten

Print versie

De doelen van de Turkse fascistische beweging zijn in het vorige hoofdstuk geschetst. Om die te verwezenlijken, is in de eerste plaats een greep naar de macht nodig. Wettige partij-activiteiten zijn daarvoor niet voldoende, en dus heeft de partij, naar nazi-voorbeeld, een aantal dochter- en mantelorganisaties die op onparlementaire wijze de machtsovername voorbereiden.

Mantelorganisaties
Ülkü ocaklari ('Haardsteden van het ideaal') en Genç Ülkücüler teskilâti ('Organisatie van jonge idealisten') werden in 1969 respectievelijk 1968 opgericht als studenten- en jeugdverenigingen. Later werden ze omgedoopt tot Ulkücü gençlik dernekleri (Vereniging van idealistische jeugd). De gewelddaden worden vooral gepleegd door leden van deze organisaties. De MHP doet daarom graag alsof tussen de partij en deze organisaties geen organische banden bestaan, maar tijdens een aantal vorig jaar gevoerde strafprocessen is ondubbelzinnig gebleken dat er wel degelijk rechtstreekse banden bestaan. Trouwens, een geheim rapport van de Turkse inlichtingendienst uit 1970, dat jaren later uitlekte, stelt al heel duidelijk:
de ülkü ocaklari 'staan in voortdurend contact met de MHP en zijn daarvan een mantelorganisatie. Ze organiseren hun activiteiten volgens instructies die ze van deze partij ontvangen. De commandokampen die sinds enkele jaren in diverse provincies zijn geopend, worden door hen, samen met de jeugdafdelingen van de MHP georganiseerd.' (1)
Van de commandokampen werden er volgens dit rapport alleen al tussen augustus 1968 en juli 1970 28 geopend; het aantal jonge activisten dat er getraind werd, varieerde van enkele tientallen tot 200. Het rapport stelt dat de kampen lijken op die van de SS en de Bliksemcommando's van Hitler-Duitsland: het programma omvat politieke indoctrinatie, godsdienstoefeningen en vooral diverse vechttechnieken. (2)
Het rapport somt verder de politieke gewelddaden van 1967-1970 op en laat er geen twijfel over bestaan dat het de commando's (Grijze Wolven) zijn die verantwoordelijk zijn voor het geweld. Bij onderzoekingen door de veiligheidsdienst kwam aan het licht dat de commando's pistolen, geweren, molotovcocktails en dergelijke wapens gebruikten. Ook werd vastgesteld dat in de kampen het gebruik van vuurwapens werd onderwezen en dat de commando's zich met de dag verder bewapenden. (3)
De acties van de commando's werden steeds gewelddadiger. De politie trad nauwelijks tegen hen op, en om zich te beschermen begon ook links zich te bewapenen. In de bijna tien jaar die zijn verstreken sinds het rapport werd opgemaakt, zijn ruim 3000 mensen bij politiek geweld omgekomen. Verreweg de meesten van hen zijn vermoord door Grijze Wolven.

Deze commando's of Grijze Wolven zijn allemaal opvallend jong: de meesten zijn nog geen 20 jaar. Eén van degenen die gearresteerd werden, Veli Can Oduncu, was pas 17 toen hij werd aangehouden. Hij had toen al zeven mensen vermoord. In de gevangenis vermoordde hij later nòg iemand.

Veel van die commando's komen uit het enorme leger van jeugdige werklozen. Ze werden naar de ülkü ocaklari gelokt met een (gratis) karatekursus, of met beloften van werk of een plaats als student aan de universiteit. Toen de MHP aan de regering deelnam (1975-1977), kregen duizenden via de ülkü ocaklari baantjes in staatsbedrijven of een plaats op school of universiteit, zonder de benodigde diploma's. Een veelvoud van hen sloot zich bij de ülkü ocaklari aan in de hoop óók een kansje te maken. Zij kregen allen politieke indoctrinatie, de geschiktsten namen deel aan commandokampen.

Wie zich eenmaal bij de ülkücü's ('idealisten', Grijze Wolven) heeft aangesloten, kan niet meer terug. Dat zou beschouwd worden als verraad. Türkes zelf heeft zijn aanhangers aangespoord dat deserteurs gedood moeten worden: 'Ik heb mij geheel gewijd aan de Zaak die mij is toevertrouwd. Zonder omzien, zonder aarzelen, zonder op iets anders te letten, ga ik voorwaarts, op het doel af. We spannen ons in nòg sneller te gaan. We zullen rennen. Blijf niet achter nu we zo voorwaarts gaan, maar volg me... Zou ik in deze strijd om één of andere reden vallen, neem dan het vaandel van me over en ga verder, voorwaarts. Zou ik omkeren, sla me dan dood! Sla dood ieder die zich aan de Zaak gewijd heeft en zich ervan afwendt!'

Türkes vindt deze oproep blijkbaar zó belangrijk dat hij hem op de achterzijde van één van zijn boeken laat afdrukken (Türkiye'nin meseleleri. De problemen van Turkije). Er zijn gevallen bekend van Grijze Wolven die uit de beweging stapten en daarna inderdaad zijn vermoord, onder wie een provinciale voorzitter van de MHP. (4) Iemand die zich uit onnadenkendheid bij de ülkü ocaklari heeft aangesloten en daar later spijt van krijgt, bedenkt zich wel tweemaal voordat hij eruit stapt.
Er is trouwens nòg een manier om desertie te voorkomen: leden worden al spoedig gedwongen mee te doen aan gewapende overvallen. Wie eenmaal strafbare feiten heeft gepleegd, wordt door angst voor de justitie weerhouden van desertie. Onder deze omstandigheden kan het moedig genoemd worden dat de vicevoorzitter van de MHP, Osman Yüksel Serdengeçti, in april 1977 de partij verliet en overging naar de MSP. Hij zei openlijk waarom hij die stap deed: 'Vooral de jongere leden van de MHP gaan ervan uit dat hoe meer mensen er gedood worden, des te sneller de MHP aan de macht komt. Het hele optreden van de commando's wordt bepaald door deze overtuiging.' (5) Nog onthullender is de verklaring van de ex-Grijze Wolf Ömer Tanlak, die verderop ter sprake komt.

Een andere belangrijke mantelorganisatie van de MHP is de vakcentrale MISK. Hierbij zijn een aantal kleine bonden aangesloten. Doordat sommige ondernemers in deze bonden een geschikt wapen zagen tegen de radicale DISK-bonden, konden MISK-bonden in een aantal kleine bedrijven redelijke CAO's afsluiten; daarmee wonnen ze leden. In een aantal andere bedrijven werden arbeiders met geweld gedwongen zich bij MISK-bonden aan te sluiten.
Het hoofdkwartier van MISK houdt zich niet alleen met gewone vakbondsactiviteiten bezig. Via MISK worden MHP-aanhangers als arbeiders op fabrieken geplaatst waar men probeert de linkse arbeidersbeweging te breken. Vooral in staatsbedrijven werden zo (in de jaren dat Demirel regeerde grote aantallen fascisten als arbeiders aangesteld, dikwijls in plaats van ontslagen linkse arbeiders. Sommigen van de fascistische 'arbeiders' waren getrainde commando's, die een ware terreur in deze bedrijven aanrichtten.

Maar MISK deed nog meer. Heel wat fascistische terroristen hebben na hun arrestatie bekend dat zij hun wapens van of via MISK hadden gekregen. Ook kregen tal van terroristen geld uit de kas van MISK! (zie hfdst. 4). In juli 1979 ontplofte een bom in het hoofdkwartier van MISK in Ankara. MISK wilde het doen voorkomen alsof het een aanslag door 'communisten' betrof, maar bij het politie-onderzoek bleek, dat men bij MISK zelf bommen aan het maken was geweest, waarvan er één per ongeluk was ontploft. Bij de grondige huiszoeking die daarna werd gedaan, werd ook de financiële administratie nagekeken. Het bleek dat aan een hele reeks van (inmiddels bekende) rechtse terroristen door MISK uitbetalingen waren gedaan. (6)

Hoe de MHP de activiteiten van haar mantelorganisatie coördineert

Türkes heeft altijd bij hoog en bij laag volgehouden dat er geen enkel verband bestaat tussen de MHP en de verschillende 'idealistische' organisaties, zoals de ülkü ocakläri (of hun opvolgers, de ülkücü gençlik dernekleri) en de vakcentrale MISK. Deze organisaties zouden alleen dezelfde idealen heb als de MHP, maar verder geheel onafhankelijk zijn (datzelfde wordt beweerd van de 'Grijze Wolven'-organisaties in Europa). De MHP zou dan ook niets te maken hebben met de geweldddaden waarbij deze organisaties steeds weer betrokken blijken.
De 'werkelijkheid is anders. Een hooggeplaatste 'idealist' die onlangs de partij verliet en veel partijgeheimen durfde te onthullen schetste het volgende beeld:
"De idealistische beweging in heel Turkije wordt bestuurd door een centrale staf binnen de MHP. Deze staf bestaat uit de volgende personen. Muhsin Yazicioglu, Türkmen Onur, Mehmet Ekici, Mustafa Mit, Sevkat Çetin, Hasan Çaglayan, Mehmet Sakarya, Taha Akyol en Haldun Tasova. Het zijn allemaal oud-bestuursleden van de ülkü ocaklari en van de jongerenafdelingen van de MHP. Zij krijgen hun bevelen direct van Türkes, die de leider van de hele organisatie is (...) Iedere week vergadert Türkes samen met deze staf en met de voorzitters van alle idealistische organisaties (zie het schema). Iedere organisatie brengt haar verslag uit (...) en Türkes geeft aanwijzingen van wat er moet gebeuren. Zo zei hij bijvoorbeeld op een van deze vergaderingen, in oktober 1978, dat Bahçelievler (een wijk in Ankara) 'voor ons veiliggesteld moest worden'. Kort daarop werden in Bahçelievler 7 bestuursleden van de (socialistische) Arbeiderspartij van Turkije (TIP) vermoord *, en ook verder werden veel inspanningen op deze wijk geconcentreerd. Tegenwoordig staat de wijk helemaal onder controle van de MHP".

Ali Yurtaslan in 'Aydinlik', 4-8-1980

* Enkele van de daders van deze moord zijn gearresteerd; de hoofdverdachte Abdullah Çatli (vice-voorzitter van de Ukücü Gençlik Dernegi) is voortvluchtig.

Alparslan Türkes en de centrale staf van de MHP

Voorzitters van:
MISK (Confederatie van Nationalistische Arbeidersbonden - de fascistische vakcentrale)

ÜIkücü isçiler dernekleri (Verenigingen van Idealistische arbeiders)

Ülkücü memurlar dernekleri (Verenigingen van Idealistische ambtenaren)

ÜIkü-Bir (Studentenvereniging)

San Tek (Vereniging van industriëlen)

Ülkücü gençlik dernekleri (Verenigingen van Idealistische jeugd)

Tibbiyeliler birligi (Vereniging van mensen in de medische beroepen)

Ülkücü maliyeciler (Idealistische financiers)

ÜIkücü köylüler (Idealistische boeren)

MHP gençlik kollari (jongerenafdeling van de MHP)

Ülkü-Tek (Onderwijzersvereniging)

Staatsapparaat: onderwijs en industrie
Het optreden van de commando's wordt doeltreffender doordat de MHP op tal van belangrijke posten in het staatsapparaat aanhangers heeft. Vooral in de jaren 1975-1977, toen de partij aan de regering deelnam, kon zij veel leden en sympathisanten plaatsen bij de politie en in sommige ministeries. Dit hielp de fascisten een belangrijk deel van het onderwijs in handen te krijgen: MHP-ambtenaren ontsloegen progressieve leraren, of plaatsten hen over naar een post waar ze geen kwaad konden. Commando's werden als leerling aangenomen, en hielden linkse leerlingen gewapenderhand buiten de school.
Talloze leerkrachten, studenten en scholieren werden vermoord. De commando's oefenden druk uit op de andere scholieren en studenten, om zich bij hen aan te sluiten. Zeer veel progressieve scholieren en studenten gaven hun studie op. Waren de meeste universiteiten en scholen in 1970 nog linkse bolwerken, in 1977 was de meerderheid in rechtse handen. De kwaliteit van het onderwijs daalde snel, want er werd niet gelet op bekwaamheid van leerkrachten en studenten, maar op hun politieke houding.
Op soortgelijke manier bestreden de fascisten de progressieve vakbeweging. Hun vorderingen gingen het snelst in de staatsbedrijven, want daar kan de MHP haar aanhang als arbeiders laten aannemen, en daarna met wapengeweld de progressieve arbeiders - vooral de vakbondskaders - de fabriek uitdrijven.

TARIS is een door de staat beheerde organisatie van verkoop-coöperatieven van landbouwprodukten in West-Turkije. Tot TARIS behoren ook verwerkende industrieën. De directeur ervan wordt benoemd door het Ministerie van Handel. In 1976 kreeg de MHP grote macht op dit ministerie en verving de directeur van TARIS door een MHP-er. Deze haalde onmiddellijk uit het hele land, via de ülkü ocaklari, Grijze Wolven naar TARIS. In de katoenfabriek werden b.v. in één klap 700 nieuwe arbeiders aangesteld, allen fascisten (voorheen werkten er ca. 2000 arbeiders). Ze vestigden een harde terreur in de fabriek.
Mishandeling van arbeiders, wapengeweld en moordaanslagen werden zó openlijk uitgevoerd dat de regeringspartners van de MHP niet lijdelijk konden blijven toezien. Een commissie van de AP stelde een onderzoek in en rapporteerde over het wapengeweld (de politie had vuurwapens, dynamiet, ijzeren staven, kettingen, boksbeugels en veel lange scherpe messen gevonden). Er waren schietbanen in de fabriek, en de commissie rapporteerde dat zelfs martelkamers waren ingericht waar de fascisten andere arbeiders onder handen konden nemen. (7)

In de periode Ecevit (1978-1979) werd TARIS gezuiverd van fascisten, en er werden arbeiders aangesteld via de CHP. Na de laatste regeringswisseling werd de directie van TARIS wéér gewijzigd. Verzet van de arbeiders daartegen - zij vreesden herhaling van 1976-1977 - werd beantwoord met harde maatregelen en massaal ontslag van arbeiders. Dit leidde tot de volksopstand in Izmir in februari 1980, die door politie en leger hardhandig werd neergeslagen.

In andere staatsbedrijven traden de fascisten op vergelijkbare manier op. Hun optreden was er vooral op gericht de progressieve vakbonden te verzwakken. Arbeiders werden gedwongen zich aan te sluiten bij bonden die onder MHP-controle staan. Er is een fascistische vakcentrale, de MISK, en ook een aantal Türk-Is-bonden zijn door fascisten 'overgenomen'.

Staatsapparaat: politie en leger
Een belangrijk deel van het staatsapparaat, waarbinnen de MHP veel invloed heeft, wordt gevormd door de politie en de MIT, de Turkse inlichtingendienst. In 1975-1977 was Türkes als vice-premier speciaal belast met toezicht op deze apparaten. Dat van de fascistische moordenaars toen vrijwel nooit iemand is gearresteerd, hoeft dus weinig verbazing te wekken. Een politiecommandant die zo onverstandig was een groep commando's aan te houden nadat ze een gewapende overval op studenten hadden uitgevoerd, werd zelf voor onbepaalde tijd met verlof gestuurd.

Onder Ecevit werd het politie-apparaat maar zeer ten dele gezuiverd. Wel werden toen voor het eerst op grote schaal fascistische moordenaars gearresteerd. Enkele van de beruchtsten zijn inmiddels uit de gevangenis ontsnapt - hoogstwaarschijnlijk met hulp van politie en militairen, want zij werden zeer scherp bewaakt.
Speciale vermelding verdient nog de (al besproken) 'contra-guerrilla', die zeer nauwe banden met de MHP heeft. De afdeling van de MIT die met de 'contra-guerrilla' te maken heeft, behoort tot de vleugel die door de MHP gecontroleerd wordt. Türkes heeft trouwens persoonlijk zeer goede banden met de MIT: de topjurist bij deze veiligheidsdienst, Sehap Homris, is een familielid van hem.

Ook binnen het leger heeft de MHP gedurende de jaren zeventig veel invloed gekregen, al is moeilijk te peilen hoe sterk die precies is. Vooral op het niveau van kolonels zou de MHP veel aanhang hebben, terwijl zelfs enkele generaals haar zouden steunen. In dezelfde periode zijn veel progressieve officieren weggezuiverd. De recente staatsgreep kwam niet geheel onverwacht. Al jarenlang werd een militair ingrijpen in de politiek verwacht, hetzij van de kant van 'kemalistische' generaals, hetzij van de kant van fascistische kolonels (met een enkele generaal erbij). En tot op zekere hoogte zou het niet eens veel verschil maken welke groep militairen de macht zou grijpen: ze zouden allebei allereerst de vakbonden muilkorven, de linkse beweging en het Koerdische nationalisme met harde hand onderdrukken.
Er zijn aanwijzingen dat in juni 1977 een militaire coup op het laatste moment is verijdeld. De (pro-fascistische) generaal Namik Kemal Ersun werd door Demirel plotseling met vervroegd pensioen gestuurd, en er volgden zuiveringen onder officieren in Erzurum, het fascistische broeinest bij uitstek. De pers legde verband tussen de 'contra-guerrilla', een geplande moordaanslag op Ecevit, de MHP en plannen van Ersun voor een staatsgreep. Wat er allemaal werkelijk aan de hand was, en wie er allemaal bij waren betrokken, is nog lang niet duidelijk. In elk geval is met het verdwijnen van Ersun en de zuiveringen onder de officieren in Erzurum de invloed van de MHP binnen het leger beslist niet verdwenen.
Het waren niet de fascistische officieren die op 12 september de macht grepen, maar de top-generaals. Ze verboden niet alleen direct DISK, maar ook de fascistische vakcentrale MISK, en wekten zo de indruk dat ze niet alleen links, maar ook uiterst rechts hard willen aanpakken. Of ze dat ook inderdaad zullen gaan doen valt nog niet te overzien. De invloed van de MHP binnen het leger blijft, hoe dan ook, een zaak om ernstig rekening mee te houden.

Bedrijfsleven
Ook met een deel van het bedrijfsleven heeft de MHP uitstekende contacten. De meerderheid van de grote ondernemingen, de op het buitenland georiënteerde monopolies, geven nog steeds de voorkeur aan een liberaal regime. Hun relaties met de Europese Gemeenschap zouden bij een openlijk fascisme in Turkije misschien worden geschaad. Een coalitieregering van AP en CHP wordt in deze kringen gezien als de ideale oplossing. Er zijn echter andere ondernemers, die nauw met de MHP samenwerken en Grijze Wolven gebruiken om hun arbeiders rustig en gehoorzaam te houden. Murat Bayrak, een textielbaron, zelf parlementslid van de AP, is zo iemand. Ook de frisdrankengigant HAS-holding heeft nauwe relaties met de MHP. Eén van de eigenaars, Mete Has, is MHP-lid en is diverse malen samen met Türkes in het openbaar verschenen.
Het zijn vooral de wat kleinere industrieën die contact met de MHP hebben. En dat is wel begrijpelijk: looneisen van de arbeiders komen voor kleine, niet sterk gemechaniseerde bedrijven veel harder aan dan voor de grote monopolies, en zij zijn kwetsbaarder voor stakingen. In een aantal van dergelijke bedrijven zijn commando's aangesteld die de overige arbeiders in het gelid houden. Financiers van de MHP zijn vooral in deze kringen van kleinere industriëlen te vinden.

Wapen- en heroïnesmokkel, en andere criminele contacten
In 1978-1979 is voor ca. 2 miljard Turkse lire (ongeveer 100 miljoen gulden) aan wapens en munitie Turkije binnengesmokkeld. Als tegenwaarde wordt doorgaans hasjiesj of heroïne uitgevoerd. De maffia die deze smokkel organiseert, heeft met alle politieke partijen contacten, maar vooral met de ultra-rechtse. In Europa fungeren vooral import-exportwinkels en eethuizen als dekmantel. De eerste Turkse politicus die in dit verband werd gearresteerd was de MHP-senator Kudret Bayhan. Hij werd in Frankrijk aangehouden met een hoeveelheid verdovende middelen ter waarde van ettelijke miljoenen guldens. Zomer 1979 werd in Duitsland Halit Karaman, een MSP-parlementslid, aangehouden met een grote hoeveelheid heroïne. (9)
Naast deze bekende politici zijn heel wat minder bekende heroïnesmokkelaars gearresteerd die directe banden met de MHP bleken te hebben. In Berlijn werd van een Turks restaurant vastgesteld dat het een belangrijk centrum van heroïnehandel was. De eigenaar was lid was een 'rechtse organisatie', en er werden overschrijvingen gevonden waaruit bleek dat hij de laatste jaren DM 500.000 had overgemaakt naar Grijze Wolven-organisaties in Duitsland. (10)
Zoals bekend is in Nederland de heroïnehandel, die eerst door Chinezen werd beheerst, geheel door Turken overgenomen.
Ook hier blijkt de MHP er een belangrijke rol in te spelen. De afdeling verdovende middelen van de Rotterdamse politie heeft vastgesteld, dat koeriers die Turkse heroïne naar Nederland brengen op een Grijze Wolvenbijeenkomst werden aangeworven. (11)

Ook op andere niveaus heeft de MHP haar contacten in de onderwereld. In januari 1980 maakte de politie bekend dat Grijze Wolven in de gevangenis gewone misdadigers (bankrovers, autodieven) recruteerden, hun een speciale opleiding gaven en hen daarna als 'technisch assistent' bij overvallen en andere terreurdaden gebruikten. (12)

Bekentenissen van 'idealisten'
Het bovengenoemde bevel van Türkes deserteurs te doden, maakt dat er weinig Grijze Wolven uit de beweging stappen. Degenen die dat wèl durven te doen, bewaren een angstvallig stilzwijgen. De eerste belangrijke uitzondering was Ömer Tanlak, die begin december 1979 een persconferentie gaf waarop hij vragen beantwoordde over zijn activiteiten als lid van de ülkü ocaklari. (13) Hij vertelde dat hij tot voor kort bij de idealisten was. In 1975 - hij was toen 14 of 15 jaar - had hij zich onder invloed van een klasgenoot aangesloten bij een ülkü ocagi in Ankara. Hij was bij tal van geweldplegingen betrokken geweest, in Ankara en andere plaatsen waar hij heen was gestuurd: Antalya, Artvin, Erzurum. In Antalya kreeg hij via de ülkü ocaklari werk bij Antbirlik (net zo'n bedrijf als TARIS. In één van de fabrieken daarvan, Aksu, was een conflict tussen de fascistische bond MISK en de progressieve TEKSIF:
'De directeur stuurde ons met vier man als knokploeg naar de Aksu-fabriek. We gingen op weg, maar onderweg probeerden arbeiders ons tegen te houden. Eén van ons trok zijn wapen en schoot. Twee mensen werden neergeschoten. Eén ervan overleed later.'

Eén van de vier werd later gearresteerd, de anderen keerden terug naar Ankara en kregen daar van MISK 4000 lire (blz. 19). Deze laatste opmerking van Tanlak was overigens geen nieuws. Al eerder was bekend geworden dat de vakcentrale MISK niet alleen geld, maar ook wapens gaf aan fascistische terroristen.

Terug naar Ömer Tanlak. Een journalist vroeg hem: 'Als er een actie moest worden uitgevoerd, hoe deden jullie dat, wie nam er besluiten? Was er een keten waarlangs bevelen werden gegeven?'
Tanlak: 'De ülkü ocaklari (ü.o.) en de jeugdafdeling (van de MHP) kennen elkaar zeer goed. De voorzitter van de ü.o. staat in contact met het centraal bestuur van de partij. Als er een actie moest worden uitgevoerd, riep de voorzitter van: "Vanavond moeten jullie er op uit", zei hij dan.'
Journalist: 'Oké, maar vroegen jullie dan niet waar die bevelen vandaan kwamen, en wie ze gaf, of wat de bedoeling ervan precies was?'
Tanlak: 'We vroegen niets. Zoiets doe je bij ons niet. In de scholingscursussen die we volgden werd in de toespraken steeds gezegd: "In de organisatie is geen democratie maar hiërarchie, er is centraal gezag". En er werd ons te kennen gegeven dat we om die reden alleen iets mochten doen wanneer we er door het centraal bestuur toe verplicht waren of er eerst toestemming voor hadden gevraagd' (blz. 19-20).

Hoe komt het dat gearresteerde Grijze Wolven zo snel weer op vrij voeten kwamen?
Tanlak: 'Er werden na een aanslag bijvoorbeeld drie personen aangehouden. Iemand ging dan naar het centraal bureau van de jeugdafdeling van de MHP en vertelde hoe ze werden aangehouden. Kort daarna namen dan parlementsleden en senatoren van de MHP contact op met het politiebureau en kreeg hen vrij.'
Ömer zelf was eens na een aanslag door de politie aangehouden, samen met een vriend. Ze hadden allebei de wapens nog bij zich. De vriend kon iemand toeroepen: 'Waarschuw Necate Gültekin (secretaris-generaal van de MHP).' Nog geen twee uur later waren ze vrij (p. 15).

Vuurwapens: toen Tanlak lid van de ülkü ocaklari werd, had hij nog nooit wapens gebruikt. Pas in 1977 werd de ü.o. waartoe hij behoorde, een ware knokploeg. Meer ervaren leden onderrichten de nieuwelingen in het gebruik van vuurwapens en bommen, in de tactiek van aanslagen en overvallen. Eén van Tanlaks eerste leraren op dit punt was Abdurrahman Sagkaya, de man die toen (1977) door de regering was benoemd tot directeur van het staatsbedrijf Antbirlik. Sagkaya was een ervaren MHP-activist (blz. 80).

In 1976-1977 ging Ömer Tanlak nog af en toe naar school. In het begin waren daar ook progressieve leerlingen, maar geleidelijk verdwenen die. De directeur was een MHP-er; hij gaf Ömer een pistool om in de klas bij zich te dragen en er de linkse scholieren mee te bedreigen. Na enige tijd was er op die school geen linkse scholier meer over (blz. 37-38).

Ook op de ülkü ocagi waren (uiteraard) vuurwapens aanwezig. Zij werden in gebruik gegeven aan ieder lid dat aan een actie moest deelnemen (blz. 20).

Eén van de acties waaraan Ömer bijna deelnam, was het gooien van een bom in de zaak van een gasflessenhandelaar die weigerde de 'vrijwillige bijdrage' aan de MHP te betalen. De voorzitter van de ülkü ocagi stelde namelijk voor iedere winkelier in de wijk een bedrag vast dat deze als steun aan de beweging moest betalen. 'Idealisten' haalden dat regelmatig op. Voor dat geld werden wapens gekocht, en ook sigaretten en eten voor de Grijze Wolven die gevangen zaten. Bijna niemand durfde te weigeren. De gasflessenhandelaar waarschuwde echter de politie. Als straf was besloten zijn zaak op te blazen, maar op het laatste moment zag men ervan af omdat er woonhuizen boven de winkel waren en er teveel doden zouden vallen. Andere weigeraars werden in elkaar geslagen, en dat bleek doeltreffend genoeg (blz. 58-61).

Ömer Tanlak, de eerste (ex-) Grijze Wolf die vrijuit sprak, was maar een onbelangrijke jongen binnen zijn ü.o. Hij lichtte slechts een klein tipje op van de sluier die over de werkwijze van de Grijze Wolven en over hun contacten ligt. Tot de commandokampen was hij nooit doorgedrongen, en over de hardste terreurbrigades die hele districten terroriseren (T.I.T. = Turkistische wraakbrigades; E.T.K.O. = bevrijdingsleger van de onderworpen Turken, en Yildirim komandolari = bliksemcommando's) had hij alleen nu en dan horen spreken. Wat zijn bekentenissen eens te meer duidelijk maken, is dat de gewelddaden niet zomaar spontaan en willekeurig gepleegd worden, maar dat het Centraal Bureau van de MHP ze allemaal plant en coördineert.

Dat werd nog eens bevestigd door een wat hoger geplaatste 'idealist' die enige tijd later uit de beweging stapte en belangrijke onthullingen deed. Ali Yurtaslan was zelf verbonden geweest aan het hoofdkwartier van de MHP, en hij kon daardoor zeer nauwkeurige inlichtingen geven.' (14) Het laatste jaar was hij bestuurslid van de U.G.D. (ülkücü gençlik dernekleri, idealistische jeugdverenigingen) geweest, en hij werkte op het rechtskundig bureau van deze organisatie. Een van zijn taken daar bestond uit het vrijkrijgen van gearresteerde fascisten. Werd een Grijze Wolf gearresteerd, dan zorgde Yurtaslan of een collega ervoor (door het omkopen van ambtenaren) dat zijn dossier terechtkwam bij een officier van justitie en een rechtbankpresident die de MHP welgezind waren. Sommige andere rechters werden door bedreigingen onder druk gezet. Ook werden er meisjes gebruikt: die probeerden rechters (en andere hoge ambtenaren) te verleiden, en als ze dan met hen in bed lagen werden er foto's gemaakt - een geslaagd chantagemiddel. Zo lukte het, veel fascistische terroristen uit de gevangenis te houden. Ging dit alles mis, en werden ze toch gevangen gezet, dan hielp de partij hen - als ze tenminste belangrijk genoeg waren - te ontsnappen. Via advocaten of met de MHP sympathiserende officieren werden zelfs in de best bewaakte militaire gevangenissen vijlen en messen naar binnen gesmokkeld. Soms waren die messen overigens niet bestemd om zich er mee te bevrijden, maar om linkse gevangenen in dezelfde gevangenis te vermoorden!

Over de meest spectaculaire bevrijdingen uit gevangenissen kon Yurtaslan echter geen inlichtingen geven. De eerste terroristen die wegens meervoudige moorden ter dood waren veroordeeld, werden van buitenaf uit militaire gevangenissen bevrijd, iets waar in elk geval de medewerking van hoge officieren voor nodig moet zijn geweest.

Een andere taak van Yurtaslan was het vervaardigen van vals bewijsmateriaal, en het vinden van getuigen die valse verklaringen wilden afleggen. Een voorbeeld: een tamelijk hooggeplaatst partijlid had iemand vermoord en werd als verdachte door de politie gezocht. Hij kwam naar het rechtskundig bureau met het verzoek een alibi voor hem te fabriceren. Het bureau nam contact op met het hoofd van de politie (een partijgenoot) in een heel ander deel van het land. Er werd afgesproken dat drie agenten daar zouden verklaren dat ze de verdachte op de dag van de moord bij een controle in hun eigen stad, duizend kilometer van de plaats van het misdrijf, hadden aangehouden.

Een van de duizenden slachtoffers van de fascistische terreur in Turkije

Begin mei 1980 verdween Mehmet Ali Yolagelmez, een 23-jarige onderwijzer, uit het dorp bij Çankiri (ten Noorden van Ankara) waar hij les gaf. Een week later werd zijn lijk gevonden; zijn lichaam was ongedeerd. maar zijn hoofd zag eruit zoals deze foto (foto niet opgenomen op de site, Onderzoeksgroep) laat zien. Terwijl hij nog leefde waren zijn tong en zijn oren afgesneden, en waren zijn ogen uit de oogholtes gerukt. Vervolgens werd er een bijtend zuur over zijn gezicht gegoten om te zorgen dat hij een 'langzame en uiterst pijnlijke dood stierf.' Het enige vergrijp van Yolagelmez was dat hij een linkse onderwijzer was in een streek waar de Grijze Wolven van Türkes de baas waren geworden. Volgens zijn familie en collega's was hij al lange tijd bedreigd. Zij klagen dat de autoriteiten niet de minste bezorgdheid hebben getoond, niet toen Yolagelmez werd ontvoerd en zelfs niet toen zijn verminkte lijk werd gevonden.

(Uit: New Statesman, 4-7-1980)

Uit alle verklaringen van Yurtaslan komt naar voren hoe nauw de samenwerking tussen de verschillende fascistische organisaties is. (Officieel wordt altijd ontkend dat er zulke verbanden bestaan.) Het rechtskundig bureau werkt vooral voor de U.G.D. en de MHP zelf, maar de salarissen worden door verschillende organisaties betaald, en voor de onkosten van het bureau kreeg Yurtaslan zelf in twee jaar tijds 2 miljoen lire (ongeveer f 100.000) van de MISK. Mete Besen, secretaris-generaal van de MISK, en indirect betrokken bij tal van gewelddaden, kwam dit geld steeds persoonlijk brengen.
Ook over de terreurbrigades ETKO ('Leger voor de bevrijding van de onderworpen Turken'), TIT (Turkistische wraakbrigades'), e.d. gaf Yurtaslan nieuwe informatie. Het waren tot dusver wat schimmige organisaties geweest, zeer gewelddadig en uiterst geheim. Wat precies de betrekkingen ervan met de MHP waren was onduidelijk. Enkele leden ervan - allen meervoudig moordenaar - waren gearresteerd, maar zij hadden onder verhoor weinig losgelaten. Yurtaslan bevestigde dat deze organisaties wel degelijk door de MHP-organisatie waren opgezet: 'Toen Sevkat Çetin landelijk voorzitter van de U.G.D. werd, werkte hij het plan uit om voor harde acties speciale, geheime commando-groepen te vormen. Hij vroeg de voorzitters van alle afdelingen van de U.G.D. een lijst te maken met de namen van de meest betrouwbare en onverschrokken leden. Die liet hij dan een soort psychologische test afleggen om er de felste uit te kiezen. In groepen van 25 tot 30 personen werden ze dan uitgenodigd naar het hoofdkwartier van de partij, waar ze een toespraak van Sevkat Çetin te horen kregen. Hij zei dan zoiets als: Jullie weten hoe de toestand in Turkije is: er is een oorlog aan de gang tussen communisten en idealisten. Onze taak is het, de communisten te bestrijden en ons vaderland van hen te zuiveren. Dat is de belangrijkste opdracht van iedere idealist. Ook jullie hebben een taak te vervullen in deze strijd. Daarom moeten jullie bereid zijn, op ieder moment dat wij groen licht geven tot actie over te gaan. Zorg dat je steeds klaar staat om orders van ons te ontvangen! Deze bijeenkomsten vonden tegen het eind van 1978 plaats. Uit deze jongens werden daarna goedbewapende terroristische groepen gevormd die namen als ETKO en TIT kregen. Oprichters van deze brigades waren mensen als Salih Dayan, de voorzitter van de Ankara'se U.G.D.'

Geweld en stemmenwinst
Net als de nazi's en de Italiaanse fascisten beschouwen de Grijze Wolven geweld als een nuttig middel om hun invloed te vergroten. Door bruut geweld hebben zij eerst universiteiten en scholen, later sommige fabrieken, en vervolgens stadswijken of zelfs hele steden gezuiverd van 'communisten'. Steden als Erzurum of Yozgat zijn verboden terrein voor 'communisten'. Auto's afkomstig uit provincies waar links sterk is worden er aangehouden of zonder meer beschoten. Niet alle geweld van fascisten is direct tegen links gericht; er zijn veel gevallen geweest van provocaties, gewelddaden tegen rechtse personen of geheel ongerichte terreurdaden (b.v. een bom die tussen een menigte wordt gegooid), die men door handige propaganda aan links liet toeschrijven. Het effect is bijna steeds een polarisering geweest: 'linkse' mensen werden weliswaar linkser, maar 'rechtse' werden rechtser. Alle bestaande tegenstellingen werden aangescherpt en kregen een politiek karakter. De onderlinge vrees en achterdocht nam toe. Waar linksradicale groepen ook geweld gingen gebruiken, en er een soort burgeroorlog ontstond, werd die polarisering nog sterker. De MHP won aan aanhang. Allereerst onder de groep die 'verrechtste', maar later - toen de partij sterker en dreigender was geworden - ook onder mensen die bang van de MHP waren en zich erbij aansloten uit angst.

Vanaf ongeveer 1975 heeft de MHP zich vooral gericht op de streken waar de bevolking naar godsdienst of taal gemengd is (dus waar alevieten en soennieten door elkaar wonen, of Koerden en Turken; zie ook hfdst. 2). Welbewust heeft de MHP de conflicten tussen deze groepen aangewakkerd, in de verwachting dat daarmee snelle winst te behalen zou vallen. De meeste gewelddaden, afgezien dat van de grote steden Istanbul, Ankara, Izmir en Adana, vonden plaats in streken met een gemengde bevolking. De verkiezingsresultaten toonden aan dat de gevolgde strategie succes had: juist in deze provincies boekte de MHP de grootste vooruitgang. De bijgaande kaartjes (deze kaarten zijn niet opgenomen op de site, Onderzoeksgroep) laten dat duidelijk zien. Sinds de laatste algemene verkiezingen in 1977 heeft de MHP dezelfde strategie voortgezet, en zij blijft, vooral in midden-Turkije, snel groeien. Bij tussentijdse verkiezingen in 1979 behaalde zij in de provincie Yozgat zelfs al 31,3% van de stemmen!

Top