alert!Radicalisering extreemrechts en 'Lonsdale-jongeren'

Wouter Hiemstra

Aangezien er de laatste maanden nogal wat rapporten verschenen over jongeren en extreemrechts, vroegen wij literatuurwetenschapper Wouter Hiemstra de verschillende studies te lezen en te vergelijken. Hier zijn bevindingen.

De afgelopen jaren heeft in de Nederlandse maatschappij een sterke verrechtsing plaats- gevonden; zowel in het publieke debat, in de politiek, als op straat. Met de opkomst van Fortuyn maakte het rechts-populisme een ongekende opkomst door en onder Balkenende werd het multiculturele model officieel dood verklaard. Conflicten in het Midden-Oosten en aanslagen in Madrid en Londen brachten angst en wantrouwen in de Nederlandse samenleving. De autochtone en allochtone bevolking is mede hierdoor op gespannen voet met elkaar komen te staan. De golf van incidenten na de moord op Theo van Gogh, van vechtpartij tot brandstichting, legden bloot hoe hoog deze spanningen zijn opgelopen.
Na deze moord en de uitbarsting van geweld die hierop volgde, besteedde de media massaal aandacht aan zogenaamde "Lonsdale-jongeren". Deze, autochtone, jongeren waren al eerder in het nieuws gekomen, voornamelijk door een toenemend aantal confrontaties met allochtone jongeren en werden nu gepresenteerd als de voornaamste daders van het geweld. Hoewel er duidelijk sprake is van een mediahype, met alle stereotiepen en generalisaties van dien, neemt dat niet weg dat er een nieuwe (rechtse) subcultuur is ontstaan. Hoe zij zich manifesteert is verontrustend te noemen. Aan de hand van een aantal recente publicaties zal getracht worden om een analyse te geven van het fenomeen "Lonsdale-jongeren". Daarnaast zal er dieper ingegaan worden op de verhouding met extreemrechts, de problemen en gevaren die van deze subcultuur uitgaan en de reactie van de (lokale) overheid. Zwaartepunt zal bij dit laatste punt liggen op Zoetermeer; de situatie is hier volledig uit de hand gelopen en het is in dat opzicht interessant om te kijken hoe men reageert.

Extreemrechtse gabberskin in Leeuwarden, 4 september 2004
  gabber  
'Lonsdale-jongeren'
De benaming 'Lonsdale-jongeren' is een verwarrende en generaliserende term en behoeft enige uitleg. Zij vindt haar basis in de heroplevende gabbercultuur van begin deze eeuw. Belangrijkste oorzaak hiervan is de opkomst van "hardcore", een nieuwe house-variant. Wezenlijk verschil met de eerste generatie gabbers uit de jaren '90 is dat de aussies in de kast blijven; in plaats daarvan worden er kledingcodes uit de skinheadcultuur overgenomen. Gezien het feit dat het hier om een subcultuur gaat is dit niet opmerkelijk; kledingcodes zijn daarbij sterk aan verandering onderhevig en door hun willekeurige karakter sterk inwisselbaar. Wezenlijk verschil met de eerste generatie gabbers is het uitgesproken rechtse karakter van een (groter) deel van de 'nieuwe' gabbers.
Alle bronnen zijn het er over eens dat er sprake is van een xenofobe, anti-buitenlander, houding. Schrijfster Maaike Homan spreekt in haar boek 'Generatie Lonsdale' in dit kader van cultureel racisme:

Opvattingen waarbij niet langer raskenmerken een rol spelen, maar waarbinnen de nadruk wordt gelegd op afkomst en cultuur. Etnische groepen worden gezien als 'anders' en andere culturen worden doorgaans gezien als inferieur of niet inpasbaar in de westerse samenleving.

Dit uit zich op haar beurt weer in het gebruik van extreemrechtse symboliek en standpunten. Een klein deel van deze subcultuur is daadwerkelijk als extreemrechts te omschrijven of is lid van een extreemrechtse partij of groepering.
Het is belangrijk om te beseffen dat ondanks het duidelijke rechtse karakter van deze jongeren, zij niet allemaal gebruik maken van extreemrechtse symbolen en retoriek. De jongeren die dat wel doen, doen dat vaak om te provoceren of te shockeren. Zij zetten zich af tegen een, toch al vrij rechtse, samenleving, door zich nog extremer te uiten. Vaak hebben zij ook geen flauw benul van de inhoud van de herkenningstekens die zij gebruiken. In dit kader kan geconcludeerd worden dat er eerder sprake is van een cultureel dan een politiek verschijnsel; muziek, kleding en een (extreem)rechtse uitstraling worden gebruikt om een identiteit te construeren. Hoe groot de harde kern van overtuigde rechts-extremisten is, is niet duidelijk. De AIVD spreekt in haar vervolgonderzoek van januari 2006 van 5%, maar waar zij dit op baseert is onduidelijk. Omdat de jongeren uit deze subcultuur zich niet in georganiseerde netwerken, maar in sterk wisselende groepen bewegen, is het moeilijk om inzicht te krijgen in hun samenstelling. Daarnaast is het moeilijk te achterhalen wat er nu daadwerkelijk achter het rechtse voorkomen schuil gaat. Uitgebreid (sociologisch) onderzoek ontbreekt, dus het blijft gissen. Dit leidt op haar beurt weer tot generalisaties en door de media geÔntroduceerde termen als "Lonsdale-jongeren" met het bijbehorende stigma van racist. Dit alles neemt echter niet weg dat de tweede generatie van gabbers is uitgegroeid tot de dominante subcultuur onder autochtone jongeren en dat zij qua (extreem) rechts karakter en gebruik van extreemrechtse symboliek naar Europese maatstaven ongekend en zonder precedent is.

Extreemrechts
Als we naar de verhouding tussen georganiseerd, traditioneel extreemrechts en de 'nieuwe' gabbers kijken, kan er geconcludeerd worden dat dit er een van 'aantrekken en afstoten' is. Diverse extreemrechtse partijen en organisaties zijn geÔnteresseerd in de grote hoeveelheid potentiŽle leden en activisten, actief geronseld wordt er door de Nationale Alliantie, (en onlangs door de Nationalistische Volks Beweging in Middelburg) en door Nieuw Rechts. De gabbers worden echter over het algemeen als onbetrouwbaar beschouwd; zij blijven kort hangen en zijn niet geschikt om de organisatie mee op te bouwen. Hun drugs- en alcoholgebruik is problematisch en (gewelddadige) acties kunnen de partij in diskrediet brengen. Daarnaast is hun politieke motivatie gering, maar als opvulsel van demonstraties zijn ze goed bruikbaar. De jongeren zelf kan geen aantrekkelijk perspectief worden geboden; extreemrechts is verscheurd door voortdurende interne ruzies. Daarnaast kost een lidmaatschap tijd en geld.

Extreemrechtse gabberskins in Zoetermeer, 5 mei 2005
  zoetermeer  
Uitzondering vormt een groep als het Soetermeer Skinhead Front (SSF), tegenwoordig Jeugd Storm Nederland (genoemd naar de jeugdorganisatie van de NSB), welke aansluiting lijkt te hebben gevonden bij de Racial Volunteer Force (RFV) en het Verenigd Nederlands Arisch Broederschap (VNAB) welke in de Nederlandse Volksunie (NVU) is opgegaan. Gezien het aandeel van (ex) gabbers in deze twee groepen, kan dit leiden tot de aanwas van nieuwe leden uit de gabbersubcultuur, al zijn zij in verhouding hiermee marginaal te noemen. Zeker niet marginaal is het extreemrechtse internetforum Holland Hardcore; zij geniet een zekere populariteit onder gabbers. Op dit forum wordt openlijk opgeroepen tot geweld, openlijk gediscrimineerd en doorverwezen naar extreemrechtse organisaties. Ook organiseert Holland Hardcore uitstapjes en borrels voor de extreemrechtse gabbers. De meeste van deze gabbers zijn in een lokaal, informeel georganiseerde samenstelling actief, niet in een partij.

Overlast
De grootse problemen worden echter veroorzaakt door de talloze gabber-hanggroepen, welke zowel binnen als buiten de randstand voorkomen. Zij veroorzaken overlast uiteenlopend van geluidsoverlast tot confrontatie met allochtone jongeren, van alcohol en drugsmisbruik tot (extreemrechtse) graffiti. Bij een deel van deze incidenten is er sprake van 'gewone' hangjongerenproblematiek, een substantieel deel heeft echter een duidelijk extreemrechts karakter. Op basis van een landelijke inventarisatie zijn er 125 gabbergroepen waargenomen die in de periode 2002- 2005 op de een of andere manier betrokken waren bij rechtsextremistische activiteiten of incidenten. De nadruk ligt hierbij op bekladdingen, confrontaties en mishandelingen.
Daarnaast vervaagt het onderscheid tussen harde kern en meelopers onder invloed van drank en drugs nog verder; in actiebereidheid is dan vaak geen verschil meer. Conflicten met allochtone jongeren doen de spanning in de maatschappij alleen maar toenemen, of, zoals de AIVD het uitdrukt:

Voortdurende en heftige interetnische confrontaties kunnen op termijn een bedreiging vormen voor de cohesie in de Nederlandse samenleving.

Een ander, niet te onderschatten probleem, is het risico van radicalisering van gabbers. Volgens de AIVD is dit niet aan de orde, maar de praktijk heeft deze stellingname inmiddels ontkracht. Het is voor de slachtoffers en de buitenwereld echter waarschijnlijk van weinig belang of er achter het extreemrechtse voorkomen en geweld ook daadwerkelijk een ideologie of organisatie steekt.

Gabberinnen in Amsterdam, 2 november 2004
  gabberin  
Reactie
Een eerste reactie van de overheid verscheen in mei 2004 in de vorm van een AIVD rapport. Zij stelde dat er vooral sprake was van een lokaal probleem, dat een lokale oplossing nodig had. Deze opstelling heeft veel kritiek opgeleverd; de AIVD bleef bij haar standpunt, maar minister Remkes meldt in 2006 wel dat de mogelijke rol van georganiseerd extreemrechts bij de radicalisering van "Lonsdale-jongeren" nader door de dienst zal worden onderzocht.
Op lokaal niveau komt men veelvuldig in aanraking met de problemen die door (extreem) rechtse gabbers worden veroorzaakt. Bij de inventarisatie van problematische hanggroepen in de regio Haaglanden bijvoorbeeld komen zij meermaals aan de orde. De prioriteit die aan deze jongeren wordt gegeven hangt echter vooral af van de overlast die zij veroorzaken; dat is ook hoe men het ziet; als een openbare orde probleem. Deze benadering gaat echter voorbij aan het (extreem) rechtse karakter van deze problematiek. Door dat te negeren zullen de aangedragen oplossingen ook maar ten dele effectief zijn; jongerenwerkers en wijkagenten weten vaak niet goed hoe zij met deze jongeren moeten omgaan en beide groepen hebben geen kennis om radicaliseringstendensen te ontdekken. Zij hebben daar bovendien geen antwoord op. Bovendien is de relatie tussen jongerenwerkers en politie moeizaam, gezien de vertrouwenspositie die de eerste groep inneemt. In Zoetermeer is de situatie dusdanig uit de hand gelopen (zowel qua openbare orde als radicalisering) dat er een onderzoek is ingesteld dat heeft geresulteerd in een plan van aanpak van rechts-extremisme onder (radicaliserende) jongeren. Dit is in augustus 2006 aan het college gepresenteerd en behelst een plan dat tot eind 2007 loopt. In deze nota wordt vanaf 2003 een tweezijdige trend gesignaleerd; zowel een toename van het aantal "Lonsdale-jongeren" als een toename van de ernst van de problematiek. Dit laatste uit zich in extremer en manifester gedrag en het radicaliseren van de harde kern van de "Lonsdale-jongeren". Bij deze jongeren neemt de gemeente Zoetermeer een matige vorm van rechts-extremistische sympathieŽn waar, bij de harde kern gaat het om extreemrechtse skinheads.
Een belangrijke conclusie uit de nota is dat het huidige beleid niet toereikend is voor jongerengroepen met extreemrechtse sympathieŽn; dat beleid is namelijk vooral gericht op het bestrijden van overlast. Om dit het hoofd te bieden gaat de gemeente Zoetermeer een monitorsysteem ontwikkelen waarbij de gehele Lonsdale-populatie, inclusief harde kern, in kaart zal worden gebracht. Daarnaast wil men bestaande informatiesystemen beter op elkaar aan laten sluiten zodat bij elk gemonitord individu een duidelijk beeld kan ontstaan. Op deze manier kunnen jongeren die (dreigen te) radicaliseren gesignaleerd worden. Wat er dan vervolgens met deze jongeren moet gebeuren, is niet duidelijk. Er wordt gesproken over de rol van het onderwijs, over een 'interlokale' aanpak en over het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken, maar concrete antwoorden blijven uit.
Het is dan ook niet verrassend dat de gemeente Zoetermeer de harde kern, welke is geradicaliseerd tot een groep extreemrechtse skinheads, beschouwd als "out of reach". Daarmee wordt in feite de hoop opgegeven dat er iets aan deze radicalisering te doen is. Zoetermeer stelt dat de 'overlast' van deze groep voorbij gaat aan de oplossingsmogelijkheden van de gemeente en dat het aan het Openbaar Ministerie is om hier wat aan te doen. De middelen van het OM (detentie, werkstraf) werken echter ook niet, zo wordt geconcludeerd:

Gezocht moet worden naar een oplossingsrichting die de sociale integratie van deze harde kern jongeren bevordert.

Daarmee lijkt de bal teruggekaatst te zijn naar de landelijke overheid; zij zou er goed aan doen om het voortouw te nemen in deze gecompliceerde problematiek en haar verantwoordelijkheden niet af te schuiven op het lokale bestuur.

Geraadpleegde Bronnen:
AIVD Vervolgonderzoek "Lonsdale"-jongeren, minister J.W. Remkes, Den Haag: Ministerie van Buitenlandse zaken, januari 2006
Generatie Lonsdale, Extreem-rechtse jongeren in Nederland na Fortuyn en Van Gogh, Maaike Homan, Amsterdam: Houtekiet, 2006
Lokale aanpak extreem-rechts, S. Dijkstra, Zoetermeer: gemeente Zoetermeer, augustus 2006
"Lonsdale-jongeren" in Nederland : feiten en fictie van een vermeende rechts-extremistische subcultuur, AIVD, Den Haag: AIVD, mei 2005
Monitor racisme & extremisme, Het Lonsdalevraagstuk, Jaap van Donselaar (red), Amsterdam: De Volharding, 2005
Problematische hanggroepen in Haaglanden 4, Janine Janssen, Den Haag: politie Haaglanden, september 2005
Soetermeer Skinhead Front, Kafka, IN: Alert!, Den Haag: Adelante, december 2005

terug naar inhoud